dinsdag 21 februari 2017

IK DACHT HET NIET!

Mijn vrouw parkeerde haar auto onlangs in Gouda net buiten de binnenstad en betaalde met de Parkmobile app op haar smartphone. Terug bij de auto zat er een bon op de voorruit. Een zogenaamde ‘Naheffingsaanslag Parkeerbelasting’. Of ze even 60 euro wilde bij betalen. Waarom? Omdat ze de verkeerde parkeerzone had gekozen. Als ze de goede zone op haar app had ingevoerd waren de parkeerkosten vier keer minder geweest. Dat leek ons dus geen probleem. Dat pakte anders uit en ons eerste bezwaar werd ongegrond verklaard: betalen met die hap... Ik dacht het niet!


Als de onderstaande correspondentie met onze vrienden van de Belastingsamenwerking te klein is op uw computer of PDA, dan kunt u het beeld vergroten door de Ctrl toets in te drukken en met de + toets naar de gewenste grootte te zoomen. O ja, eerst even het document (het is eigenlijk een foto) met het pijltje aantikken. U kunt ook met de browser van Google Chrome zoomen via de drie puntjes rechtsboven in het scherm, of het tandwieltje in Explorer, ook rechtsboven.




VICTORIE!










zaterdag 18 februari 2017

DE STAND VAN ZAKEN

Donald Trump, de mondiale dorpsgek, Twittert zijn onzin dagelijks over ons heen. Hadden wij, vergrijzende Babyboomers, dat ooit kunnen bedenken in 1975? Dat er zo iets kon bestaan? Twitter? Internet? Facebook? WhatsApp? Een krankzinnige president? Mmm… dat laatste is misschien geen goed voorbeeld, Nixon was net afgetreden en die kon er ook wat van. Dachten we. 'Trickie Dickie' was echter een klein kind vergeleken met D.T., The Real Crook'. Nou ja, we zien wel hoe dat verder gaat. Veel vertrouwen boezemen die gasten met raar haar in ieder geval niet in: Boris Johnson, Geert Wilders & Donald Trump


Ik noemde met opzet 1975 omdat dat het jaar was dat ik mijn rijbewijs haalde. Een symbolisch en wettig moment  van volwassenheid. We mochten opeens stemmen, auto rijden, alcohol drinken, roken, blowen en geen mens die er meer wat van kon zeggen. In onze vriendenkring brak de tijd aan van bier drinken, uitgaan, muziek luisteren, vakanties en reizen. Buiten onze eigen kaste bestonden er meisjes, voetbal en dat soort aardse zaken, althans, dat werd gefluisterd, want dat ontging ons grotendeels. Van computers of PDA’s (Personal Digital Assistants) had nog niemand gehoord. Mobiele telefoon? Dat ging voor Jan Publiek nog bijna 20 jaar duren!  We leefden in een wereld zonder elektromagnetische stralingsbronnen zoals GSM, WiFi en andere draadloze infrastructuur. De atmosfeer was relatief leeg en onze hoofden ook! Nu, ruim veertig jaar later, zou diezelfde atmosfeer ondoordringbaar zijn als de elektromagnetische golven van ijzerdraad waren.

(Een wereldwijd en groeiend verband van wetenschappers adresseert dit als een ‘health issue’ waar iets aan moet worden gedaan (https://emfscientist.org/). Ik heb er geen verstand van, maar wij lopen ’s avonds regelmatig een blokje om en passeren dan een gigantische hoogspanningsmast die aan de rand van de polder staat. Het is ongelofelijk wat een kabaal dat ding maakt als het zachtjes regent. Laat staan als het ijzelt, dan lijkt het alsof er een vliegtuig over komt. Het voelt toch niet helemaal okay. De masten staan er overigens al meer dan een halve eeuw dus het zal wel loslopen. Of niet?)

Het is 2017 en we hebben als mensheid in de techniek een ‘Small Step in Time & One Giant Leap for Mankind’ gemaakt, om Neil Armstrong maar eens te parafraseren. De wereld is gewoon totaal veranderd. Als je foto’s kijkt van toen en nu valt het wel mee, maar zoom maar eens in op de techniek. Onze hele wereld functioneert op internettechnologie en we communiceren steeds meer virtueel. Ziekenhuizen, televisies, telefoons, auto's en nog even dan zijn onze household appliances ook ‘connected’. Ik kan tegenwoordig via een 'App' mijn heilige koe bedienen. Als ik de auto ben vergeten af te sluiten, bijvoorbeeld in Rotterdam, dan krijg ik netjes een melding op mijn telefoon. Vervolgens sluit ik het voertuig af, of ik nou zelf in Londen, New York of Ouagadougou zit.


Als internet wereldwijd ‘down’ gaat, dan is het Armageddon nabij. Geen George Orwell, Arthur C. Clarke of andere futuroloog kon in zijn stoutste dromen zoiets bizars verzinnen. ‘You ain’t seen nothing yet’, zeggen ze dan aan de overkant van de grote plas. Dat geloof ik direct. Dat er een totale melt down zou kunnen komen, zullen we hier maar even negeren. Als die niet komt, dan stevenen we af op een nieuwe wereld. Waarschijnlijk hebben we straks een flink deel van onze fysieke werkelijkheid omgeruild voor een virtuele. Daar wil ik geloof ik niet bij zijn. Maar, ik vind het wel aardig om over dit soort zaken na te denken op een filosofische of analytische manier. Tijdens een lange autorit of zo.

De bovenstaande alinea’s waren in diverse vormen al een tijdje rond door mijn hoofd. Soms duurt zo’n proces dagen, soms weken en dan opeens moet ik het even kwijt. De geboorte van een blog is dan al snel een feit en dan komt het er echt in één keer uit. In dit geval was de motor eigenlijk mijn overwegingen over ons (mijn) gebruik van de moderne technologie waar ik hierboven aan refereer. Een inventarisatie in feite. Leuk topic, vind ik, en hoog tijd voor mij om het allemaal eens op een rijtje te zetten en er ook ‘wat van te vinden’. Hieronder geen historisch overzicht (beetje misschien), maar de stand van zaken per rubriek zoals ik dat zie en ervaar of heb ervaren. Eerst wat over internet en dan wandel ik via hardware en software naar social media.

Internet
Zo’n beetje alle computers (ook smartphones, tablets e.d.) zijn tegenwoordig verbonden door een wereldwijd computernetwerk wat we internet noemen. ‘Tegenwoordig’ is eigenlijk ouwe-lullen-tekst, want internet is er voor het grote publiek al sinds de jaren negentig. We zijn allemaal met internet verbonden. Natuurlijk via de PC en andere PDA’s, maar sinds kort ook uw auto en, enfin, daar hebben we het al over gehad.

Voor mij persoonlijk bleek de komst van internet een zegen. In mijn jeugd waren het boeken, tijdschriften en televisie die mij de informatie brachten die ik zocht. Altijd was ik al op zoek naar informatie, het zal wel een afwijking zijn. Sinds internet én de smartphone heb ik de complete collectieve kennis van 200.000 jaar menselijke ontwikkeling in mijn broekzak zitten. Hoe cool is dat voor iemand als ik?

Internet en alle technologie er omheen heeft grote vooruitgang gebracht op ontelbaar veel terreinen, maar ik denk dat de zorg de belangrijkste is. Medicine 2.0 heet dat tegenwoordig. Ik ga er hier niet verder op in, maar de voordelen zijn ongekend. Nadelen uiteraard ook en die hebben vooral met privacy te maken, de rode draad die door het internetlandschap loopt.

Personal Computer
De Personal Computer. Daar begon de technologische vernieuwing uit de vorige eeuw voor de meesten onder ons wel mee. In 1983 schafte mijn werkgever een mainframe aan met werkstations. Ik vond het vanaf de eerste dag een genot om mee te werken en ik denk dat de PC eigenlijk voor mij is uitgevonden. I love it.


In 1989 maakt ik kennis met de Mac omgeving van Apple en ergens medio jaren negentig schafte ik mijn eerste Dell met Microsoft besturingssysteem aan en haakte gelijk aan op de digitale snelweg. Nou ja, snel. Het duurde toch nog wel even voordat internet een lekkere werkbare snelheid had. Tot op de dag van vandaag werk ik in een Windows omgeving. Ik zit, schat ik, 10 tot 12 uur per dag achter mijn scherm, zakelijk en privé. Geen probleem. Nog nooit RSI gehad. Ik denk vooral dat het komt dat ik als een zoutzak achter mijn scherm zit. Chill, haha. Wat ik er achter doe? Gaat-ie: iedere dag e-mail, nieuws, administratie, financiën, surfen naar nieuwe muziekjes, muziek downloaden, CD’s maken, blogs schrijven, nieuwe fotografie nabewerken en bijhouden in bestanden en databases, dia’s scannen en bewerken (life time job) enzovoort. Overdag, als ik niet op klantenbezoek ben, komt er ook nog eens een uurtje of 8 bij. Als mijn computer kapot is, dan is de hoofdslagader naar mijn ‘wezen’ tijdelijk uitgeschakeld. Dat klinkt behoorlijk dramatisch en dat is het ook.

Notebook
We hebben ooit een Notebook voor Stijn gekocht. Ik denk dat het apparaat 10 x is ingeschakeld geweest. Stijn zit nooit achter een computer (lees: is een digibeet...) tenzij het moet voor school of studie. We hebben onlangs wel een 2e hands MacBook Pro voor hem gekocht vanwege zijn studie muzikant/producer. Noodzakelijk vanwege Logic Pro, de software voor muzikanten en de CD brander waarvan Apple vindt dat de nieuwe versies die niet meer nodig hebben. Maar goed, het is een mooi ding en die gebruikt hij wel regelmatig voor zijn studie. Thank god for small mercies. Voor de rest vind ik niet zo veel van Notebooks. Handig voor in de trein of vliegtuig, denk ik.

iPad
J. zit in haar vrije tijd, als ze thuis is, nagenoeg altijd met haar iPad op schoot. Wat voor mij de PC is, is voor haar de iPad. Wat doet ze er mee? Vooral Facebook en fotografie. Ik kom daar nog uitgebreid op terug. Ik heb ‘iets’ met haar iPad. Zodra ik dat ding aan raak (en soms niet eens), dan schiet het beeld weg of alles gaat op zwart. Ik ben dus niet van de iPads, hoewel het natuurlijk onwijs leuke apparaten zijn. Op mijn werk heb ik er ook een. Een Apple iPad mini met retina scherm. Voor bij klantenbezoek, vergaderingen, enzovoort. Geef mij maar een stukje papier met een balpen, dat is toch echt makkelijker.

Smartphone
Ik ben de laatste die zichzelf een ‘early adopter’ zou willen noemen, maar bij twee uitvindingen kon ik niet wachten: 1. De CD speler - eindelijk geen gezeik meer met krassen en stof en in 1985 kocht ik mijn eerste speler; 2. De Smartphone - ik had er al vroeg over gelezen en de filmpjes van de iPhone gezien. De ‘wereld aan mijn voeten’. Het leek mij fantastisch. Maar ja, onbetaalbaar. In 2010  introduceerde Samsung de veel goedkopere Galaxy en die was voor mij. Ik loop dus nu al zeven jaar met een smartphone rond. Voor mij is het een SmartPC en geen ‘phone’, want ik bel nagenoeg nooit. De wereld in mijn zak, daar gaat het om. Geweldig. Alles a la minute opzoeken wat ik wil weten, on-line betalen, boodschappen doen, tig apps die je bij van alles behulpzaam zijn. Ik hoef het niet uit te leggen denk ik. 

De jeugd en hun smartphones? Interesseert me geen moer. Ze doen maar. Over een paar jaar is er weer wat anders waar we ons druk over kunnen maken.

Fotocamera
Waar hebben we het over? Nog maar heel recent vond ik een camera die alle geografische en andere gegevens wist op te slaan al een puur wonder. Nu stelt de smartphone de traditionele fotocamera op allerlei fronten in de schaduw, behalve het objectief dan, maar dat is een kwestie van tijd. Moderne smartphones leveren fantastische prestaties in steeds slechtere lichtomstandigheden. Nog even en dan wordt de SLR alleen nog door pro’s gebruikt. De foto hieronder is ruim een week (!) geleden gemaakt met mijn Samsung Galaxy in het holst van de nacht. Na een paar tellen stond de foto in de cloud met alle data die je maar wilt. En niet wilt…


Microsoft & Apple
Als sinds jaar en dag verzorgen Microsoft en Apple de besturingssoftware van onze computers en leveren die met bijbehorende ‘office’ software om je administratie op bij te houden, te mailen, naar internet te gaan en nog veel meer. Apple software werkt alleen op Apple apparatuur en Microsoft werkt op de rest. Beide werken meestal met Intel Processors, de hardware die de basisbewerkingen uitvoert. Microsoft Office zat vroeger altijd vol met ‘bugs’ en was zeer gevoelig voor virussen, maar volgens mij werkt het tegenwoordig prima. Apple is en blijft de top voor de media, kunst, muziek, enzovoort. Ik gebruik het niet. Kwestie van geld. Mijn huidige PC was een occassion. Dell, 1 jaar oud, razendsnel, mooie SSD ingebouwd. Voor 125 euri met garantie. Geen haar op mijn hoofd die dan aan een Apple denkt.

Muziek
Bruggetje. Apple + muziek = iTunes. Vanaf 2003, twee jaar na de start, ben ik gebruiker van iTunes. Jarenlang heb ik muziek, altijd volledige albums, gedownload. Enerzijds voor de prijs (50%) en anderzijds vond ik het leuk te zoeken, te surfen, eigen CD hoesjes te maken en vooral veel te lezen en te leren over de muziek, artiesten en componisten. Je pikt meer op van de muziek dan 'off-the-shelf' gekochte CD’s. In de loop der jaren heb ik ook een deel van mijn gekochte CD's in iTunes gezet (geript). Dus ik heb een bibliotheek van bijna 500 CD's die ik ook via 'de cloud' kan afspelen in huis. Zeker de laatste jaren is de kwaliteit van iTunes briljant en soms beter dan gekochte versies omdat Apple het originele studio materiaal nog optimaliseert. Streaming vanaf internet of van de eigen bibliotheek  vind ik, vooralsnog, niets. Te onrustig door het geswitch naar steeds weer wat anders. Maar misschien ga ik ooit om, want het is natuurlijk wel erg makkelijk. 

Youtube is voor mij de ‘runner up’. De grootste muziekbibliotheek ter wereld en ideaal om muziek te verkennen en, als de audiostream in 320 kbps beschikbaar is, geweldig om te downloaden en op CD formaat te branden. De audiokwaliteit van de live concerten is tegenwoordig vaak subliem. Geen sprake van loudness wars en geen manipulatie achteraf. Briljant! Ik heb inmiddels een aardige discotheek met gedownloade HD live opnamen. 

Streamingdiensten als Quobuz en Naxos zijn ook prima om te downloaden. Spotify is natuurlijk bekend en biedt ook een uitstekende kwaliteit stream (niet voor High End-ers) en dat gebruik ik ook regelmatig om te onderzoeken wat ik van bepaalde muziek vind.

Het internet biedt natuurlijk veel gratis software voor muziek en fotobewerking. Ik gebruik bijvoorbeeld MP3 Cutter om Live opnames op te snijden in de juiste nummers. Leuk hoor. Hieronder een voorbeeld van een ronduit fantastisch concert waar ik een juweel van een CD van heb gemaakt.


Fotografie
Mijn god, dit onderwerp is te groot voor dit bericht. Laten we het hier op houden: ik ben al sinds 2003 actief in digitale fotobewerking en, ook als ik heel oud mag worden, zal dat doorgaan tot het einde. Onze harde schijven bevatten meer dan 110.000 foto’s, de meeste nabewerkt. Ik heb bijna 4.000 dia’s gedigitaliseerd, maar er staan er nog 20.000 op zolder. Het houdt niet op. Hieronder een HDR foto (ook met de telefoon gemaakt!), de nieuwste fotografische hype. Mijn werk staat en of komt allemaal in de cloud, anders heb je er niets aan nietwaar? Zo’n beetje alle reguliere fotosoftware die er is gebruik ik of heb ik gebruikt. Nogmaals, te veel voor dit bericht en het wordt hoog tijd weer eens een fotoblog te schrijven. Maar het zal inmiddels wel duidelijk zijn wat de stand van zaken is: zonder computer heeft deze man geen leven.


Social Media
De definitie van social media is niet eensluidend. Dan maar mijn definitie: “Het wederzijds en direct uitwisselen van data via internet tussen twee of meerdere individuen binnen een eigen en persoonsgebonden netwerk.” Dan hebben we het over e-mail, Twitter, Facebook, LinkedIn, Snapchat, Instagram, Whatsapp, Google+ en nog vele tientallen andere. Met ‘direct’ bedoel ik ook letterlijk direct. Een mail of een app krijg je direct en je wordt ook direct geattendeerd dat je een bericht hebt ontvangen. Een weblog is dat dus niet en Youtube ook niet. Ik ben gedeeltelijk een enthousiast vertegenwoordiger van de social media gebruikersgroep, maar voor een deel ben ik gebruiker tegen wil en dank.


Een belangrijke aspect wat ik kort wil noemen is engagement en overlast. Je kunt social media 'social' gebruiken, daar heb ik het hier met name over. Maar men gebruikt de social media ook voor politieke statements of geëngageerde berichtgeving en uitgesproken visies over allerlei thema's. Van grote groepen tot kleine minderheden bedient men zich op deze manier met name van Twitter en Facebook. Het kunnen lui zijn die deugen, maar ook ongenuanceerde twitteraars, scholieren die elkaar pesten en opfokken, jihadisten die de 'waarheid' verkondigen, enzovoort. Iemand die veel volgers heeft kan een enorme invloed hebben en dat kunnen ook heel vervelende jongens zijn. Meer kan ik er niet over zeggen. Het is een gegeven.

E-mail en SMS-en vormen eigenlijk de oervorm van social media in mijn ogen. Daarna volgde allerlei andere toepassingen en tegenwoordig kunnen we kiezen uit van alles en nog wat. Degene die ik gebruik en relevant acht laat ik hieronder de (mijn) revue passeren.

Social Media | E-mail
Voor zover ik er tegen aan kijk is e-mail het begin van social media. Men beschouwt het niet als zodanig overigens. Dat vind ik raar en strookt niet met mijn definitie. Maar wie ben ik? E-mail is mijn favoriet. Outlook heb ik een paar jaar geleden verbannen en sindsdien zit ik op hotmail. De interface en look & feel vind ik belangrijk beter (en mooier) dan Gmail, dat ik uiteraard ook gebruik. Hotmail is, met LinkedIn op de tweede plaats, mijn belangrijkste sociale medium. Wat kan ik zeggen? Je mailt en leest wanneer het je uitkomt. Je kan zo kort en lang van stof zijn als je wilt en het is tegenwoordig nagenoeg net zo snel als ‘appen’. Je mails zijn makkelijk te archiveren en wereldwijd via de cloud bereikbaar. Na de ‘hype’ van de nineties is het mailverkeer tegenwoordig beperkt, dus ik ken geen nadelen meer.

Social Media | Facebook
Ik heb sterk de neiging te vinden dat Facebook, net als Google overigens, het ultieme 1984-symbool is. Een vehikel om de mensheid alle privacy te ontnemen als dat zo uitkomt. Facebook ziet en weet alles van je. Wie, wat, waar, wanneer en hoe. Content mogen ze licentievrij gebruiken (ze worden overigens geen copyright houder en eigenaar van je werk, wat iedereen zegt). Het Facebook management is een stout clubje met torenhoge ambities. Ze liggen weliswaar onder een vergrootglas, maar als we ooit een totalitair regime krijgen dan zou Facebook nog wel eens goede diensten kunnen bewijzen aan Big Brother.

Ik zit niet op Facebook om de simpele redenen dat ik tot nader order min of meer anoniem wens te blijven voor het reguliere en grote publiek. Dat lijkt wat tegenstrijdig, maar de wijze hoe ik mij wens te manifesteren past niet bij die van reguliere social media, LinkedIn uitgezonderd. Mijn websites, fotosites, weblogs zijn niet of moeilijk toegankelijk voor derden. Mijn naam is op mijn publicaties nergens terug te vinden. Ik ben 24/7 on line met duizenden pagina’s tekst en foto’s én anoniem. Dat houd ik tot nader order zo. Fuck Facebook dus.

De nuancering. Ik kijk dagelijks mee op de FB pagina van J. en dat is gewoon ontzettend leuk. J. en ik zijn oprecht geïnteresseerd in anderen en we vinden het leuk om te lezen of te zien wat die doen. Veel ingewikkelder is het niet. Mooie foto's van reizen en verhaaltjes over van alles en nog wat vinden wij helemaal leuk. De reguliere nieuwspagina van Facebook is een eindeloos lange en buitengewoon leuke samenvatting van echt nieuws, wetenswaardigheden, humor, maar ook de echte zaken van het leven. Plezier, geluk, ziekte en dood. Facebook laat oude vriendschappen herleven, brengt families bij elkaar en vervult een daadwerkelijke sociale rol voor sommigen die daar veel plezier en troost aan beleven. Ik kan zeer aansprekende voorbeelden geven waarbij zorg en menselijkheid dankzij Facebook samensmolten. Het wegzetten van Facebook als een oppervlakkig medium voor het plebs getuigt van napraten en het ontbreken van materiekennis.

Mijn lieve vrouw J. deelt haar verhaaltjes en wetenswaardigheden natuurlijk ook op Facebook. Niet onbelangrijk is dat ze een meer dan uitstekende fotografe is en dus Facebook (en iCloud) ook als opslagmedium en platform gebruikt voor haar fotografie. Ze plaatst af en toe een foto-albumpje op FB om trots haar plaatjes te delen. Dat heet enthousiasme en getuigt van levenslust. Daarnaast is Facebook een leuk dagboek voor haar om af en toe terug te kijken. In die zin lijkt haar FB gebruik veel op mijn weblog.

Dat Facebook een platform is van ‘kijk mij eens’, is maar zeer beperkt waar.  Ik vermoed dat dat vooral bij de start het geval was. Tussen de vele honderden ‘vrienden’ op J.’s pagina’s zit er slechts een enkeling die wel eens uit zijn of haar opschepperij-slof schiet. Ach, je weet wie het schrijft, haha. Maar mooie vakantiefoto’s vinden wij leuk en zien wij echt niet als uithangbord van ongepaste bravoure of opschepperij. Als iemand ergens lekker heeft gegeten op een mooie plek en daar een gezellig plaatje van plaatst is daar niets mis mee wat ons betreft. Leuke en interessante info! Als je een bericht plaatst dat je kind zijn of haar schooldiploma of iets dergelijks heeft gehaald toon je alleen maar je oudertrots. Een bericht met foto dat je een gaaf museum of concert heb bezocht? Leuk en bedankt voor de tip! 

Hieronder een voorbeeld van een filmpje over '010' waar iemand onlangs naar verwees op de nieuwspagina van Facebook. Onwijs leuk en zo kom je ze iedere dag tegen in alle soorten en sferen.


Social Media | Twitter
Natuurlijk heb ik een account op Twitter. Voor de duidelijkheid: ik heb overal een account (meestal onder andere naam), om er maar over mee te kunnen praten. Twitter heb ik even zakelijk gebruikt maar nu niet meer. Ik volg wel wat accounts, maar die tweets komen vanzelf mijn e-mail binnen. Ik begrijp echt totaal niets van het bestaansrecht van het medium. 140 tekens? Schrijf een Blog, dat ziet ook iedereen als je dat wilt en je kunt het zo lang en mooi en onderscheidend maken als je wilt. Dat populisten als Trump en Wilders fervente Twitteraars zijn vind ik ook geen aanbeveling. Ik heb ooit een vroegtijdig einde van Twitter voorspeld. Ik had het mis. Vooruit, nog 5 tot 10 jaar dan...

Social Media | LinkedIn
Ik ben lid sinds 2006 en dus ver voordat de gemiddelde Nederlander er over had gehoord. Collega J., een knappe jonge vrouw, voegde zich aan mijn werkkring toe en zij adviseerde ons ‘op LinkedIn’ te gaan. Ik was nogal twijfelachtig over de nieuwe applicatie maar ook nieuwsgierig. Het duurde even voor ik er mee vertrouwd was. Niet iedereen zit op LinkedIn. Als je niet druk bezig bent met je loopbaan, of werkzaam bent, zoals ik, in de ‘staffing & recruitment industry’, heb je er weinig te zoeken. Ik heb er heel veel te zoeken en het aantal contacten bedraagt bijna 1400 op dit moment. LinkedIn zorgt dat ik werk heb en houdt en is, bijna letterlijk, voor mij van levensbelang. Ik verdien er min of meer mijn dagelijks brood mee.

Social Media | WhatsApp
De nieuwe hit en een ongelofelijk handige én onwaarschijnlijk irritante ‘app’ is WhatsApp. Voor de leken: ‘app’ staat voor application, hetgeen toepassing betekent. Een bepaalde software toepassing noemen we tegenwoordig een app. Zelfs in de nieuwste Windows omgeving worden programma’s als Word en Excel ‘apps’ genoemd. Het is maar dat u het weet. Eh, waar was ik? O ja, handig. Zeker, het gaat ongelofelijk snel en je hebt in no time je data naar de andere kant. Als je met twee man ben kun je beslist gezellig met elkaar chatten. So far, so good. Maar, inmiddels zijn we verder en hebben we de groepsapp en zijn we bij irritant aangekomen. Inmiddels word ik op sommige dagen leip van dat groene monstertje. Ik moet dan honderden apps na zitten kijken of er iets belangrijks tussen zit en dan mis ik wel eens wat. Voor de jeugd is het een zegening, het is hun manier van communiceren, tot er weer iets anders komt.


Social Media | Enzovoort
Snapchat, Instagram, Pinterest en noem maar op. Het einde zal wel niet of nooit in zicht zijn. Ik heb het allemaal bekeken en vind er niet zo veel van. Ergens moet je ook een streep trekken.

Virtueel vs werkelijkheid
Als ik het bovenstaande terug lees, dan vraag ik mij af in welke werkelijkheid ik mij eigenlijk bevind. Misschien zit ik wel in een transitiefase. Overdag gebruik ik CRM’s, sociale media en de telefoon om contacten te leggen met mijn zakelijke wereld. Afgezien van wat bedrijfsbezoeken zit ik eigenlijk de hele dag tegen een scherm aan te kijken en te praten en te tikken (typen). De meeste vrije avonden stap ik in een virtueel verleden van mijn eigen fotografie of bewegende beelden op Youtube en TV. Ik ben niet de enige. We moeten eigenlijk naar buiten, de paden op de lanen in. 

Over een eeuw is het lichaam misschien nog slechts een entiteit om de essentiële organen draaiende te houden. Onze werkelijkheid is dan wellicht een projectie. Ik denk dat de realiteit van de toekomst nog onvoorstelbaarder is dan dat we kunnen fantaseren. Ik ga maar eens even een blokje om met J. Het is lekker weer en droog, dus de mast is ook stil.

zaterdag 14 januari 2017

PAT METHENY

Gitarist Pat Metheny en ik gaan lang terug. Heel lang. Vriend F. had Metheny’s eerste album ‘Bright Size Life’ uit 1976 gekocht en ik was meteen om. Wat een waanzinnig mooie plaat vond ik dat. Binnen enkele dagen lag de LP op mijn Philips 212 Electronic. Gelikte muziek en geweldig geproduceerd. Ik had juist een serieuze Hifi ‘upgrade’ doorgevoerd. Goedkoop en hard plastic had plaats gemaakt voor staal, hout en duurzame kunststoffen. Met name de platenspeler is legendarisch geworden. Hij is terug te vinden in het museum voor Beeld en Geluid in Hilversum. Metheny’s eersteling kan ik niet luisteren zonder dat die eerste 'echte' stereo op mijn netvlies verschijnt. Net als bruin-oranje interieurs, Joop den Uyl, dikke brilmonturen, vet lang haar en gele Dafjes.


Mijn muzikale bewustzijn werd, net als bij elke liefhebber en muzikant, geïnspireerd door anderen. Daar heb ik hier vaak genoeg over verhaald. Een belangrijke rol in mijn muzikale ontwikkeling speelde vriend F. Ik zie hem niet zo vaak meer. Af en toe voor een bakkie of bij een vriend met een biertje, maar niet meer zo als vroeger. Het is niet erg, zo gaan de dingen. Maar ooit, vroeger dus, was het bij F. een leven van belang. Vooral op de vrijdag- en zaterdagavonden. Eerst in het ouderlijk huis en later in zijn maisonnette waar hij nog steeds woont met zijn vriendin. Zijn gastvrijheid kende geen grenzen en onze vriendenkring maakte daar bij tij en ontij gebruik van. Hij zal daar destijds niet altijd even gecharmeerd van zijn geweest, maar we hebben gelachen en hele mooie tijden meegemaakt. Beetje laat misschien, maar waarvoor bij deze nadrukkelijk bedankt F.! 


Behalve zijn gastvrijheid onderscheidde F. zich ook door een uitstekende neus voor goede muziek. Iets minder hardcore dan mijn smaak, maar een perfecte feeling voor het nieuwe én voor kwaliteit. Goeie rock, mooie jazz, fijn besnaarde pop en blues, F. pikte er heel vaak de mooiste juweeltjes uit. Het was voor mij altijd weer een klein feestje om te zien wat hij ‘deze week’ weer had gekocht want in die frequentie zaten we ongeveer. Iedere week minimaal één mooie nieuwe langspeler die we dan samen, of met anderen, luisterden. Zo kwam ik, mede door F., aan mijn inspiratie en ontwikkelde mijn eigen smaak en zit ik nu, meer dan veertig jaar later, ‘Bright Size Life’ te luisteren.

Patrick Bruce 'Pat' Metheny is een Amerikaanse jazzgitarist en componist. Geboren op 12 augustus 1954 en dus nog maar 22 jaar toen zijn Bright Size Life wereldwijd een hit werd!  Zijn stijl is progressief en hedendaags en een fusie van jazz, latin, rock, klassiek en folk. Hij liet zich door velen inspireren, zelfs door Ornette Coleman, de uitvinder van de Free Jazz. Metheny speelt en speelde met alle groten in de jazz en schuwde uitstapjes naar andere vormen van muziek beslist niet. Bijvoorbeeld 'This is not America' van en door David Bowie en Pat Metheny. 

Pat wordt beschouwd als één van de beste jazzgitaristen ter wereld en speelt voornamelijk op Ibanez en Gibson gitaren. Hij speelt op 6 snaren (akoestisch en elektrisch) en 12 snaren (elektrisch) én de Pikasso (harp-) gitaar met 42 snaren. Zijn typische sound komt vooral door het gebruik van de 'vintage' Roland GR-300 en Synclavier gitaar-synthesizers. Daarnaast gebruikt hij allerlei andere digitale 'trickery' waardoor zijn spel haar herkenbare signatuur krijgt.


Een vaardig mannetje dus die op zijn 19e al les gaf op de Berklee College of Music. Lyle Mays is vanaf Metheny’s tweede album, ‘Watercolors’, zijn vaste toetsenist en muzikale partner. Hij is de componist en arrangeur van de meeste muziek van PMG, de Pat Metheny Group. O ja, Pat's achternaam moet je uitspreken als Muhthienie, de klemtoon in het midden.

Pat Metheny heeft 20 Grammy Awards en is de enige persoon die Grammy’s wist te winnen in tien verschillende categorieën, zo lees ik op Wikipedia. Hij is eigenlijk een beetje de ‘Popie Jopie’ van de serieuze jazz geworden. Waarom kan ik niet helemaal duiden want eigenlijk vind ik zijn muziek lang niet altijd toegankelijk. Het is best vaak wat koele, afstandelijke en technische muziek. Soms zelfs atonaal. Opmerkelijk zijn de songs die dan opeens bijna laid-back en zelfs een beetje braaf zijn en grenzen aan barmuziek. Zoals gezegd is zijn gitaarspel 100% herkenbaar en je moet wel van die specifieke sound houden anders ben je het snel zat. Ik vind lang niet al zijn muziek aansprekend genoeg om aan te schaffen. Maar de muziek van Pat Metheny die ik wél goed vind is in mijn ogen erg goed tot subliem. Metheny heeft ook ‘lekkere’ songs op zijn naam staan die in je hoofd blijven hangen en niet op een verkeerde manier. Als hij van tijd tot tijd de versterkers laat voor wat ze zijn vind ik zijn spel heel mooi en toegankelijk. Twee voorbeelden, elektrisch en akoestisch. Let op het bijzondere tempo en frasering van 'And I Love You'.





Metheny schijnt een bijzondere aardige, goedlachse en geïnteresseerde man te zijn waar je geen hekel aan kunt krijgen. Hij heeft nog steeds zijn jongensachtige voorkomen en het is een actieve baas die meer dan 200 concerten per jaar geeft en sinds 1974 vele tientallen albums heeft uitgebracht. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen. Het fotootje hieronder komt van zijn website (de werkelijkheid is iets volumineuzer, ouder & grijzer). Copyright onbekend.


Tijdens de laatste luistersessie bij vriend J. kwam het album ‘80/81’ tevoorschijn. De originele LP uit 1979 nota bene. Wauw, dat was een openbaring. Vanwege J.’s weergaloze installatie hoorde ik de muziek als nooit eerder. Ook door het rijpen van smaak en luisterervaring was het alsof het allemaal nieuw was. Sowieso een bewijs hoe tijdloos Metheny’s muziek is. Het zorgde voor mijn eigen kleine Pat Metheny-revival die ik hier deel. Het blijkt zeer de moeite waard om eens door de platen- en CD kast te browsen en weer te gaan luisteren naar deze artiest of zelfs een onbekend album te kopen, te streamen of te downloaden.

Ik heb een beperkte discotheek van Pat Metheny, maar ik benoem hier onder een paar albums waarvan ik sommige erg mooi vind. Beschouw het als tips.

Jaco Pastorius - Pat Metheny - Bruce Ditmas - Carla Bley (1974)
Pat is in 1974 nog een soort puber als hij wordt gevraagd mee te spelen op dit album, dat bijna geen mens kent. De LP wordt vol gespeeld door muzikanten die allen legendarisch zouden worden. Jaco Pastorius is dan al een 'pal' van hem. De plaat staat strak van post-hard-bop-free-funk-fusion-jazz. Hahaha, hoe vaag kan ik zijn? Geen verkeerd album om je loopbaan mee af te trappen. Beide jongelingen, Metheny én Pastorius, zijn pas 20 en 24 tijdens de opnamen en in supervorm. Staat ook nu nog als een huis.


Bright Size Life (1976)
Het eerste album uitgebracht onder Pat's eigen naam en wederom met Jaco Pastorius. De drummer was Bob Moses. De heren werden door Manfred Eicher van ECM 'geadopteerd' en in staat gesteld op te nemen in Tonstudio Bauer in Ludwigsburg. Een unicum. Voor mij is de LP natuurlijk een feest der herkenning, de CD was nog overigens nog lang niet in zicht. Het duurde even voordat de verkoop op gang kwam, maar toen... Het album is het resultaat van vriendschap en wederzijds respect van de drie jonge muzikanten, een relatie die jaren in de maak was. Ook Jaco moest nog beroemd worden. Het album gaf fusiemuziek een nieuwe draai door traditie en vernieuwing te combineren. Het wordt beschouwd als een belangrijk album in de jazzhistorie en maakte Pat Metheny in één klap wereldberoemd. Als ik de plaat nu weer luister vind ik het grotendeels erg technische en afstandelijke muziek en valt hij eigenlijk gewoon tegen. Merkwaardig. Knap gespeeld, dat dan weer wel. 'Midwestern Nights Dream' is wat mij betreft het mooiste nummer. By far.



80/81 (1979)
Een topplaat van de eerste orde met een bezetting om van te dromen: Michael Brecker, Charlie Haden, Jack DeJohnette en Dewey Redman. Een beetje Jazzkenner kent dit album wel. Ik was het eerlijk gezegd vergeten. De opening heet ‘Two Folk Songs’. Het is een bekende melodie van Pat en je hebt de neiging door te skippen naar het volgende nummer omdat je het al zo vaak hebt gehoord. Fout, even het melodietje uitzitten en de heren 21 minuten hun gang laten gaan...


Offramp (1981)
Kende ik niet en heb ik net aangeschaft. Staat ook zeer hoog in de top tien PMG lijstjes. Ik heb het zoals gezegd pas net, maar ben er nu al helemaal weg van. Destijds gemist. 


Travels (1983)
Zoek niet verder want dit wordt wel als de beste live registratie beschouwd van de Pat Metheny Group en überhaupt als één van de beste (jazz-) live concerten ‘ever’. Pat en Lyle in hun mid-twenties en ik ook. Dat schept een band. Behalve Metheny, Mays en de (bijna) vaste drummer Danny Gotlieb, speelt de legendarische Naná Vasconcelos op dit album mee. Hij was een Braziliaanse percussionist, vocalist and berimbau speler en draagt bij aan de speciale sfeer. Deze opname won een Grammy voor Best Jazz Fusion Performance in 1984. ECM, dubbel elpee. Gewoon kopen en totaal onder de indruk raken.


The Road To You (1993)
Live in Europa. Goeie plaat en prachtig opgenomen. Een paar songs zijn erg 'veilig' en je hoort bijna het ijs in de glaasjes rinkelen, maar dat wordt gecompenseerd door fenomenaal spel.


In mijn discotheek staan ook nog: American Garage (1980) - moet ik weer eens luisteren want dat weet ik niet meer; Still Life (talking) (1987) - Prima album met veel herkenbare melodiën; Imaginary Day (1997) - spreekt mij minder aan.

Dit lijstje is buitengewoon incompleet en, valt mij op, ook niet erg actueel. Na 2005 houdt PMG min of meer op te bestaan en speelt Pat in andere samenstellingen, zoals met Brad Mehldau. Ik heb wat Quick scans gedaan, maar ik weet niet of die 'andere' muziek mij voldoende aanspreekt. Er zit ook echt experimenteel werk tussen. Er zijn vast recente juwelen te vinden in Pat Metheny’s oeuvre. Daar moet ik maar eens mee aan de slag. Daar moeten we, muziek-liefhebbers, allemaal mee aan de slag want Pat Metheny is een substantiële muzikant en zijn canon behoort tot werelderfgoed.

zaterdag 7 januari 2017

VIISIKYMMENTÄKUUSI

De titel van dit blog is een Fins woord en het betekent nummer 56. Wellicht raadt u het al, het gaat om mijn 56e auto. Ik vond ‘zesenvijftig’ zo’n saaie titel. Misschien was een Zweedse vertaling beter op zijn plaatst geweest, maar deze vond ik leuker. 'Mijn auto' dekt niet helemaal de lading. Het zijn alle auto's waar J. en/of ik in rijden en hebben gereden. Nummer 'Viisikymmentäkuusi' is een Volvo V60 D6 AWD Plugin-Hybrid R-Design uit 2014. Een hele mond vol. Het is tevens de 10e auto waarover ik een review heb geschreven op de website van Autoweek. Voor de geïnteresseerden hierbij de link: Volvo V60 D6 Autoweek




In een eerder weblog heb ik al eens uitgelegd hoe het komt dat ik zo vaak een andere auto rijd. Om eerlijk te zijn weet ik niet meer waar en wanneer. Schrijven en auto's vind ik allebei leuk en die snelle wisselingen komen mij dus wel goed uit. Het is beslist geen manier om mijn ego te boosten, want de wisselingen overkomen mij gewoon. Trouwens, de meeste mensen interesseert het tegenwoordig geen moer in wat voor auto je rijdt.

In de bovengenoemde Autoweek-review schrijf ik dat dit mijn ‘vetste’ auto ever is. Dat is niet helemaal waar. Dat waren er eigenlijk twee, als ik er goed over nadenk. De Volvo staat ex-aequo op de eerste plek, samen met de BMW 530d (E39) die ik in 2005/2006 reed. Dat was ook een geweldig auto.


Als ik de hele lijst langs ga zijn mijn meeste auto’s behoorlijk doorsnee, want het waren in veel gevallen leaseauto’s. Een werkgever ziet de auto als een gereedschap en niet als een ego-booster. Ik heb het nooit tot de ‘board of directors’ van één of andere multinational geschopt, dus A8-en, 7-series of S-klasses staan er niet op. Nee, het wemelt op mijn lijst van de Golfs, Focussen en Clio’s en dergelijke. Niets mis mee en ook daar zaten hele leuke uitvoeringen tussen. Hieronder mijn lijstje (onleesbaar) en daar weer onder een favoriet uit vervlogen tijden: Ford Taunus 1.6 Turnier met automaat, samen met J. poserend in de Limburgse heuvels. Heerlijke auto.



Maar misschien wel de allergaafste was mijn eerste eigen auto. Mijn moeder stelde mij in staat op mijn 23e een nieuwe auto te kopen. Hoe en wat laat ik hier verder buiten beschouwing, maar het in gebruik nemen van mijn nieuwe bolide was één van de mooiste momenten van mijn leven. Een nagelnieuwe auto precies zoals ik hem wilde hebben! Het was 1981 en Opel stond met zijn Kadetten fier op kop in de verkoopstatistieken in Nederland. Tegenwoordig is Opel gewoon een automerk, net als vele andere. Niets mis mee, maar ook niet heel sexy. In de jaren zeventig en tachtig was dat anders en had het merk een zeer burgerlijk imago. De naam 'Kadett' voor Opel's meest verkochte model heeft daar vast niet bij geholpen. 

Ik maak even pas op de autoplaats. Ik zit mijn blogje te redigeren en bedenk mij dat het woord kadet helemaal niet meer wordt gebruikt in de zin zoals ik die bedoel: een bolletje. Zoon Stijn weet echt niet waar ik het over heb. Een kadet is een broodje. Volgens mij ook nog een witte. We aten vroeger trouwens alleen maar wit. Bums dwarsgebakken, King Corn, Japie. We dronken trouwens ook liters volle melk, we  aten drop en snoep met suiker, we deden scheppen basterdsuiker door onze volle yoghurt en verdronken onze aardappels en slavinken in vette jus én we waren allemaal vel over been. Wat was er toen eigenlijk zo anders? Ik zal het u vertellen. We hadden geen computer, geen i-Pad en geen smartphone. O, excuses, ik dwaal af… 



Over de Opel Kadett werd altijd wat plagerig gedaan maar daar trok ik mij niets van aan. Dat 'bread & butter' imago had Opel in Duitsland niet en in Zuid-Europa werd Opel zelfs als één van de betere merken beschouwd. Ik kocht de autoblaadjes van de oosterburen en daar las ik echt heel goede tests. Ik vond toen de Opel Kadett-D bovendien een hele strakke auto en dat vind ik eigenlijk nog steeds. Ik bestelde een Opel Kadett 1.3s in een uitvoering zoals niemand die in Nederland had: prachtig metallic blauw, lichtmetalen wielen en brede banden (dat was echt een unieke combinatie!), getint glas met rookband in de voorruit, ruitenwisser achter, een dik sportstuur en een mooie stereo. Voor de toen nog zeer calvinistische instelling van Nederlanders (doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg...), was het best een spectaculaire kar. Daar hadden die spotvogels in Nederland niet van terug! Ik was de hemel te rijk. Ik reed er relatief kort in want, de onrust sloeg toe. Ik wilde een wereldreis gaan maken. Ik kon de auto gelukkig verkopen met relatief weinig verlies aan een collega. Hij heeft jaren met de auto gedaan en zijn zoon heeft hem ‘op’ gereden. Hieronder staat de auto op de Oberalppass in Zwitserland. Het is oktober 1981 en restaurant Piz Calmot is er nog steeds. Mijn auto is natuurlijk de blauwe. Jemig de pemig, wat waren dat andere en hele mooie tijden…


Met het geld van de Kadett realiseerde ik een andere droom. Ik nam ontslag van mijn vaste baan en reisde alleen zeven maanden door Australië en Azië. Het bleek een investering voor het leven, want ik denk er echt nog dagelijks aan, net als aan mijn Kadettje.



maandag 26 december 2016

GEORGE MICHAEL R.I.P.

Pfff… Het is wel raak dit jaar en het komt allemaal ook erg binnen, zoals dat heet. Alsof alle muzikale herinneringen en referentiekaders uit onze jeugd dit jaar nog onder de zoden moeten. Ik was altijd een groot en ‘un-prejudiced’ liefhebber van de artiest George Michael. Hij overleed vandaag, 25 december 2016, op eerste kerstdag. Aanvankelijk verguisd door zogenaamde kenners, maar in de professionele wereld verkreeg hij al snel de status die hij verdiende: één van de technisch meest begaafde zangers uit de (pop-) historie. Hoe ironisch kan het leven zijn trouwens? 'Last Christmas' was waarschijnlijk (met Wham) zijn best bekende liedje...


Ik citeer mijn blog van een aantal jaren terug: ‘Ik herinner hem als de iets te gladde voorzanger van de zeer succesvolle boyband Wham! Popmuziek die misschien niet eens slecht was, maar wat al te letterlijk ‘pop’ en wel erg gladjes. George ontworstelde zich aan het genre en ontwikkelde een solocarrière die zijn gelijke bijna niet kent. De man werd waanzinnig populair en is gekwordens rijk geworden! Maar helaas was zijn  persoonlijk leven minder succesvol. Google maar eens. Ik ben altijd zeer onder de indruk van zijn soloalbums geweest. Het zijn er maar een paar, maar ze behoren in mijn ogen tot het beste wat er in dat genre is gemaakt in de jaren tachtig en negentig. George schoot met een uitgebalanceerde mix van ballads en post-disco-pop precies in de roos. Tikkie glad misschien maar prachtig geproduceerd. Zijn schitterende stem is absoluut een genot voor het oor. (..) Vooral onder ‘serieuze’ muziekliefhebbers werden zijn CD’s en successen met een schuin oog bekeken. Kon nooit wat wezen. Gelul! Vijf albums, waarvan de eerste vier geweldig zijn. Vier tot vijf sterren (out of five) binnen het popidioom.’

Wat kan ik er verder van zeggen? Wat een geweldige artiest. Wat een gemis. Ik rijd al mijn hele leven rond met cassettebandjes, CD’s en USB sticks in mijn auto’s met mijn eigen ‘best of’ muziekjes. George heeft sinds het midden van de jaren tachtig nooit op die muziekdragers ontbroken. Verder verwijs ik naar de vele necrologieën die vandaag zijn verschenen op internet en natuurlijk naar zijn songs. Er zijn misschien mooiere en fijnzinniger liedjes van George, maar het ‘excerpt’ hieronder van zijn concert in ‘Earls Court’ straalt zoveel plezier uit bij George én publiek. Duizenden mensen die uit volle borst mee zingen. ‘Fastlove’.


Hieronder een documentaire en gedeeltelijke concertregistratie van George tijdens zijn ‘Symphonica’ tour in 2014 in het Palais Garnier-operagebouw in Parijs. Michael stond er als eerste popartiest in de geschiedenis van het gebouw. Geloof me, dan kun je wel wat. Scroll eens bijvoorbeeld even naar 30:45. Wat commentaar van George en daarna ‘Brother can you spare a dime’ van Bing Crosby met het orkest op volle kracht. Of naar de 41e minuut. ‘Roxeanne’ van Sting. Prachtig… 


Eén van mijn favoriete uitvoeringen van George Michael komt van MTV Unplugged uit 1997. Hieronder 'Star People'. Hoe goed kan muziek zijn? Wat een gelikt spel en prachtige samenzang en harmonie. 


Mooi geschreven commentaar door iemand op Youtube onder 'You have been loved': 'Bye George... thanks for writing those edges to frame my memories.'

zaterdag 17 december 2016

ESBJÖRN SVENSSON (TRIO)

Een aspect van ouder worden is het verlies aan scherpte. Althans, zo ervaar en benoem ik dat. Nog een paar maandjes en dan begint mijn leeftijd met een zes. Op allerlei fronten ga je dat toch wel merken. ‘Vroegah’ wist ik bijvoorbeeld altijd wel waar ik was. Letterlijk. Noord, oost, zuid, west, breedte- en lengtegraad bij wijze van spreken. Geen probleem. Maar de laatste jaren verdwaal ik nog wel eens als ik even niet op let. Mijn auto ben ik in parkeergarages om de haverklap kwijt en waar ik vorig jaar met vakantie ben geweest moet ik echt even over nadenken. Niets verontrustends, maar slechts een paar jaar geleden was dat nog ondenkbaar. Met muziek is het niet anders en gaat het crescendo minder (grappige paradox – dat ging per ongeluk). In mijn jonge jaren was ik iemand die er snel bij was met nieuwe muziek en artiesten, maar dat lijkt voorbij. Ik heb anderen en, vooral, mijn zoon nodig om mij te wijzen op nieuwe muziek. Er is gelukkig best veel gaande in de (alternatieve) muziek op dit moment. Natuurlijk, in het verleden ontglipte mij ook wel eens wat, maar dat waren toch wel uitzonderingen. Maar tegenwoordig laat ik mij graag tippen en probeer niet de beter wetende oude heer uit te hangen. In tegendeel. Hoe leuk is het dat vader en zoon, met een leeftijdsverschil van 40 jaar, samen Youtube afstruinen, naar muziek luisteren en concerten bezoeken? Ik denk dat menig vader zo zou willen ‘teamen’ met zijn (nog net niet volwassen) kind.



Een tijdje terug tipte zoon Stijn mij over het Esbjörn Svensson Trio (E.S.T.). Ik luisterde een paar minuten op Youtube en was beslist onder de indruk maar daar bleef het toen bij. Volgens mij hebben mijn vrienden E.S.T. ook wel eens aangehaald, maar daar ben ik niet zeker van. Ik dacht dat Esbjörn Svensson een vertegenwoordiger van de nieuwe garde was. Niet dat dat een diskwalificatie is, maar misschien kijk je er onbewust toch iets anders tegen aan. Deze week kwam ik E.S.T. weer tegen op Youtube. Ik tikte het filmpje aan en binnen een paar tellen zat ik volkomen gebiologeerd te kijken en te luisteren. Ik herkende het weer. Allemachtig wat onwaarschijnlijk goed! Ik besloot maar eens wat te lezen over Esbjörn en het trio met zijn naam.

Ik kwam snel tot de verbijsterende ontdekking dat Esbjörn al in 2008 is overleden tijdens het duiken in de buurt van Stockholm. Hij bleek van 1964 te zijn en dus niet van de nieuwe generatie jazz-musici. Esbjörn was een briljante Zweedse pianist die 15 jaar een trio vormde met bassist Dan Berglund and drummer Magnus Ostrom. Ze ontwikkelde een eclectische stijl met roots die te herleiden zijn naar Deep Purple, Hendrix, Zappa, Monk, Corea, Jarrett, Miles, Bartók, Stravinsky en Radiohead. Om er maar eens een paar te noemen. Jazz is is de preferente stijl, maar andere invloeden zijn herkenbaar. E.S.T. staat, voor zover ik het nu kan beoordelen, vooral voor prachtige muziek en veel vakmanschap. Ik verwijs hier verder naar de uitstekende necrologie in The Guardian van destijds: https://goo.gl/flWtDS

Ik heb wat huiswerk te doen want er is heel wat muziek in de omloop van E.S.T.  Ik ben maar eens begonnen met een live concert. Het trio speelde tijdens de Jazzwoche Burghausen in 2004. Het is de muziek die Stijn aanbeval, alweer een jaar geleden schat ik. De opening van genoemd concert, 'Seven Days Of Falling', is een beauty van de eerste orde.




Ik heb het hele concert van Youtube geript en er een CD van gemaakt (zie het hoesje hierboven). Het concert is, ondanks dat het weer een tijdje terug is opgenomen, van goede audiokwaliteit. Ik heb even wat te luisteren en dan ga ik daarna mij eens verder verdiepen in deze sublieme artiest, band en hun muzikale erfenis.

Het is, verwacht ik, de laatste muzikale tip van 2016 van mijn kant, voor degenen die net zo ‘ignorant’ waren als ik en ook een beetje van jazz en alternatieve muziekstijlen houden. Uiteraard excuses aan diegenen die mij in het verleden tevergeefs attendeerden over Esbjörn en zijn kornuiten. Ach, nobody is perfect.



vrijdag 18 november 2016

ALFA ROMEO GIULIA [QUADRIFOGLIO] 2017

De zwart-wit foto hieronder? Dat klopt, dat is inderdaad niet de Alfa Romeo Giulia uit de titel van dit blog. Was het maar waar. Het is een Renault Clio TCe. De foto heb ik gemaakt in januari 2014 in de Eifel. Ruim 550 meter boven de zeespiegel. Nadat ik het plaatje van het weidse uitzicht had geschoten, stapte ik in voor de mooiste rit sinds lange tijd. Er was geen ziel op de weg, het was ruim boven nul en ik had de ruimte om met een noodgang bijna een halve kilometer in hoogte en vele kilometers in afstand naar beneden te racen. Het kleine leren sportstuur gleed soepel door mijn handen en we dansten stampend en sissend van bocht naar bocht over de glibberige ‘bergweg’ tot we onderaan gekomen in de remmen moesten voor het naderende dorp. Een feest gewoon. Ge-wel-dig. De compacte Clio was er helemaal in zijn element en ik ook! De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik thuis wel een factuurtje ontving wegens overschrijding van de toegestane ‘Geschwindigkeit’ ter plaatse. Maar ‘what the heck’, het was het elke euro waard. Van tijd tot tijd heb ik dat even nodig. Het is een ode aan vrijheid en het begrip ‘automobiel’ in de meeste letterlijke zin van de betekenis.


Er zijn mensen die tegen mij durven te zeggen “ach, als het maar rijdt”. Ze hebben het dan over de auto in zijn algemeenheid. Het is voor mij een volslagen onbegrijpelijke benadering. Iedereen die mij kent begrijpt dat wel. Het zou net zoiets zijn als dat je tegen iemand zegt die altijd tip top in de kleren zit "ach, zolang je maar niet in je blote kont loopt". Velen van ons brengen een belangrijk deel van hun leven in de auto door en alleen al daarom vind ik de uitdrukking zeer merkwaardig. Het lijkt me toch niet zo moeilijk voor te stellen dat de meeste mensen er een beetje representatief en comfortabel bij willen rijden.

In mijn geval is de passie voor auto’s en autorijden enorm. ‘The car is my oyster’. Ik stap ALTIJD met plezier in de auto. Ik noem het mijn ‘natuurlijke habitat’. Uiteraard vind ik het ook balen om in de file te staan, maar daar weet ik meestal wel mijn weg omheen te vinden. Ik geniet van het rijden, de beweging, de dynamiek en het gevoel van vrijheid. Heerlijk om in mijn eigen cocon te zijn met mijn eigen muziek, radio of relatieve stilte. Als we op vakantie gaan met de auto is het ‘onze’ cocon en misschien wel de ultieme manier om op reis zijn. J. denkt er namelijk net zo over als ik. Als we zin hebben dan stappen we in de auto en een paar uur later staan we in de Ardennen of in Parijs of op de White Cliffs of Dover. Bij wijze van voorbeeld natuurlijk. Hoe gaaf is dat?


Afgezien van het rijden en de vrijheid zijn er genoeg auto's, ook hele brave familieversies, niet zelden een rijdend kunstobject. Kijk eens goed naar alle vele designdetails van exterieur en interieur. Ook bij auto’s van ‘alledag’. Gewoon een kwestie van goed kijken. Sommige heilige koeien kun je zo in een museum neer zetten en dat geldt echt niet alleen voor een Ferrari of een Jaguar. Het gave interieur hieronder bijvoorbeeld. Het is van de Citroën DS3. Die staat (bijna) op elke straathoek.


Mijn regelmatige lezers weten het wel: ik ben een liefhebber. Ik rijd graag in het stalen ros, vind weinig activiteiten zo ontspannend als op m'n gemak mijn auto te wassen en te poetsen. Ik lees al vanaf mijn jeugd alles wat los en vast zit over het onderwerp en tegenwoordig zijn er natuurlijk ook allerlei interessante Youtube kanalen die ik volg. Zo zijn ‘wij’ de laatste maanden vergast op mooie filmpjes van, daar komt-ie dan, de nieuwe Alfa Romeo Giulia. De Giulia is de reden van deze blog. Ik ben op dit moment helaas een flink aantal weken zonder eigen ‘wielen’, maar zeer binnenkort komt dat (heel) goed. Ik neem dan mijn 46e auto in gebruik. Ik had geen vrije keus dit keer, maar daar ben ik beslist niet rouwig om. Daar kom ik nog op terug... Had ik wel de keus en het budget gekregen dan was de nieuwe Alfa zeker een serieuze kandidaat geworden. Het zou de eerste keer zijn, want in die lange rij automobielen heeft nooit een Alfa gezeten en dat heeft wel een reden. Ik zal u dat nader toelichten.

Vroeger waren veel volwassen mannen en jongetjes ‘op’ auto’s en ik was dus niet de enige van de mannelijke kunne die droomde van een Duitse vette bak of Italiaans raspaard. Natuurlijk, een Ferrari, Porsche of Lamborghini was ultiem, maar een Alfa Romeo was haalbaar. Althans, de goedkopere modellen. Misschien zijn er lezers die niets met auto’s hebben én nog niet zijn afgehaakt maar geen benul hebben waar ik het over heb. Die moet ik nu even bijpraten.

Alfa Romeo is een heel oude en zeer gerespecteerde Italiaanse autofabrikant. Het merk bouwt vanaf 1910 auto’s met een ‘cuore sportivo’, een sportief hart. Alfa Romeo bouwde in haar rijke historie, ook in de autosport, een grote schare liefhebbers op. Haar vormgeving was vaak fraai en authentiek en het merk onderscheidde zich met ongeëvenaarde rijeigenschappen, Italiaanse flair en, vroeger, een zeer herkenbare ‘Alfa sound’. Alfa Romeo’s worden al sinds jaar en dag in Milaan gebouwd en liefhebbers noemt men ‘Alfisti’. Vele Alfa’s, niet allemaal, waren pure statements van design en deden hun geboorteplaats Milaan, bakermat van ‘hoge’ kunst, cultuur en mode, beslist eer aan. Maar er was ook een probleem. Kwaliteit. Dat een Alfa niet in Beieren werd gebouwd en dus af en toe wat mankeerde werd het merk vergeven. Men noemde dat 'karakter'. Maar in de jaren zeventig ging het mis. De uitdrukking ‘roest al in de folder’ werd geboren tijdens de productie van de Alfasud. Een briljant vormgegeven compacte gezinsauto, maar opgetrokken uit Russisch staal en waardeloos in elkaar geschroefd. De fabriek stond niet in Milaan maar bij Napels en dat bleek echt veel te ver weg van Beieren, als u begrijpt wat ik bedoel. De kans dat u ooit nog een Alfasud in het wild zult zien is nihil. De meeste ‘sudjes’ haalden de tien jaar niet eens. Een imago ‘komt te voet en gaat te paard’ zoals men zegt en het beroerde kwaliteitsimago van Alfa Romeo duurt voort tot op de dag van vandaag.


Ik las vroeger wel over de kwaliteitszorgen van Alfa in mijn autoperiodiekjes, maar ik reed zelf nog niet en die zorg beklijfde niet. Toen ik een jaar of 18 was had ik een vriend van goede afkomst. Hij had een Alfa Romeo 2000 gekregen (..) die van zijn overleden tante was geweest. De donkerblauw metallic auto was een jaar of vijf oud, had een schitterend velours interieur, mooie wielen én een automaat. Het kwijl liep mij uit de mond. Zijn tante had het Italiaanse raspaard altijd keurig in haar garage gestald en de auto was in concoursstaat. Mijn vriend woonde echter in de binnenstad en parkeerde daar zijn Alfa buiten aan een gracht onder de platanen. Na één jaar vielen de gaten in de spatborden en de auto verdween waar je bij stond. Twee jaar later eindigde de auto, totaal doorgerot, op de sloop.
Ooit, bij het uitzoeken van een nieuwe leaseauto, besloot ik een proefrit met een Alfa 155 te maken. J. was er al bij. Wauw, dat reed ronduit fantastisch. Wat een wegligging, wat een besturing! Nu begreep ik wat men bedoelde. Tot dat we boven de 100 kilometer per uur kwamen. Ik schrok me rot. De auto was niet in orde en had beslist motorschade. Ik meldde mij schoorvoetend bij de garage met de boodschap dat er wat ernstig mis was met hun demo-auto. Het bleek de onvolprezen 'Alfa sound’…
Enkele jaren later nam een collega zijn splinternieuwe Alfa leaseauto in ontvangst bij de dealer. De verkoper legde wat details uit over de werking van diverse zaken. Zo moest de tankdop door een hendel naast de bestuurdersstoel van binnenuit worden geopend. Mijn collega probeerde dat en hoorde de tankdop met een luide klap op de showroomvloer vallen.
Een andere collega in die tijd moest een noodstop maken voor een plotseling stilstaande file op de snelweg. Het frame waar zijn stoel op was gemonteerd in zijn Alfa brak af en collega schoot naar voren en werd met stoel en al onder de stuurkolom gevouwen. Hij heeft het gelukkig na kunnen vertellen.
Voor mij dus uiteindelijk geen Alfa. Maar mijn autohart is toch altijd zachtjes blijven tikken voor het merk.  


Alfa scoorde in 1997 nog eenmaal met de 156 en een paar jaar terug met de prachtige 'Mito', maar daarna werd het stil. Te weinig onderscheidende auto’s en niet genoeg interesse bij het publiek. De animo en passie voor auto’s (en veel andere zaken) is de laatste jaren sowieso sterk afgenomen en dat heeft Alfa geen goed gedaan. Maar met de komst van een nieuw management en een paar prachtige nieuwe sportauto’s trekt Alfa opeens weer de aandacht. Men kondigde al een tijd een hele nieuwe reeks (gewone) auto’s aan waarvan de Giulia de eerste zou zijn. Die naam werd vroeger ook gevoerd. Het bleef echter lang stil vanuit Milaan. Maar uiteindelijk was het zover en zag de eerste telg van een vernieuwde generatie Alfa’s het levenslicht. Net als ik hielden de autojournalisten uit de hele wereld hun hart vast. Zou de nieuwe Giulia kwalitatief deugen? Men hoopte het van wel. Het zou wel moeten, anders zou dit prachtige merk ten onder gaan. Het antwoord bleek echter ronduit ‘ja’. Alfa Romeo heeft met afstand de beste Alfa ooit gebouwd. Een geweldig rijdende auto met een uitstekende bouwkwaliteit. De goedkopere modellen zijn zeer sterk en smaakvol vormgegeven. ‘l'Alta cultura’ ten voeten uit. De duurste en sterkste uitvoering, de Quadrifoglio, is misschien wat opzichtig voor sommigen, maar ik vind het een verpletterend gave auto. Een meesterwerk van design en engineering. De Quadrifoglio sterkt mij alleen maar dat ik terecht een aficionado van de Heilige Koe ben. Hoeveel kunst, cultuur, technologie, vormgeving en stijl kun je kwijt binnen een paar kubieke meters? Niet onbelangrijk: onder de kap bevindt zich een 2,9 liter V6, gebouwd bij Ferrari, met 510 Italiaanse raspaarden. La ‘Meccanica Delle Emozioni.’








Waar het nu eigenlijk in dit hele verhaal om draait? Passie! Verwondering! Gedrevenheid! Plezier! We zijn het allemaal een beetje kwijt geraakt in de westerse wereld. Gedreven door angst voor verlies van van alles en nog wat. Veiligheid, identiteit, werk, Trump, IS, gezondheid, vluchtelingen, economie, klimaat en zo kan ik nog even door gaan. Uiteraard zijn die angsten meer of minder terecht, maar we moeten niet blind worden voor de goede kant van Yin en Yang. Het is hoogtijd om de koers van onze ‘mind set’ eens 180 graden te draaien. Goed voor de geest, goed om de toekomst tegemoet te treden en de uitdagingen het hoofd te bieden. Een mooi voorbeeld: Italiaanse 18-jarigen krijgen een cadeautje van hun regering: 500 euro om aan cultuur uit te geven. Geen popconcerten maar wel 'hoge' cultuur. Met ingang van september jl. kunnen ze via een app het geld besteden aan boeken, musea, theater, concerten of bioscoop. Hier in Nederland zouden de azijnpissers er wel weer iets over te zeuren hebben. Ik niet. Ik vind het ronduit een geweldig initiatief. De Italiaanse regering kwam na de aanslagen in Parijs met het plan. Premier Renzi wil met de bonus laten zien dat Italië een land vol culturele rijkdom is. De actie is een antwoord op de vernietigingen door en het terrorisme van IS. Kijk, daar kunnen we wat mee. ‘La vita è bella’. Het mag gewoon.