dinsdag 13 januari 2026

FRANKENSTEIN

Ben ik een filmliefhebber? Ik denk het wel, maar niet monomaan want er zijn ook andere dingen in het leven. Maar zeker sinds de komst van Netflix is het kijken naar films of series voor mij bijna dagelijkse kost. Het is een echte hobby geworden. Als vrouwlief naar bed gaat pak ik mijn cinematografisch uurtje. In het verleden plaatste ik op mijn blog af en toe een recensie van een film of serie waar ik wat van vond. Niet vaak, want de media staan vol met recensies en wat zou ik daaraan toe moeten voegen? Voor mijzelf, voor later? Echt niet. Op een lijstje houd ik bij wat ik allemaal heb gezien in de bioscoop en op de streamingdiensten. Dat is voldoende voor mij. Het lijstje voorkomt vooral dat ik per ongeluk twee keer hetzelfde zie. Overigens, met ‘Film’ bedoel ik films én series. Beide volop te zien op de diverse streamingdiensten. 

Maar af en toe voel ik een besliste drang om een kijkervaring te delen. De laatste film waar ik wat over te melden had was ‘The Irishman’ uit 2020. Duidelijk dat het weer eens tijd werd voor een nieuwe recensie. Vriend K. is ook een filmliefhebber en wij geven elkaar vaak tips over films en series. Onlangs adviseerde hij mij ‘Voor de meisjes’ te kijken van Mike van Diem. Als tweede tip noemde hij de film ‘Frankenstein’ van regisseur Guillermo del Toro. Beide staan op Netflix. Uitzonderingen daargelaten, zitten we meestal op één lijn ten aanzien van de waardering van films en series. Zijn tips neem ik dus zeer serieus. De eerste film sprak mij qua verhaal aan en heb ik direct gekeken. Een juweel. Maar het gaat hier om die tweede film. Daar had ik eigenlijk weinig vertrouwen in. Een 'monsterfilm' leek mij wat te platvoers en ik heb echt helemaal niets met ‘fantasy’. Maar ik had K. beloofd een poging te wagen en dat legitimeerde mijn gewaagde kijkavontuur. Als ik het niets vond kon ik altijd nog uitwijken naar Lou Grant (inside running gag).


In de afgelopen jaren ben ik op enig moment begonnen recensies ‘in mijn hoofd’ te maken. Alsof ik ze zou opschrijven voor een filmtijdschrift. Het diende geen enkel doel anders dan mijzelf te vermaken als ik even niets te doen had. Bijvoorbeeld tijdens een fietstochtje, echt heel leuk. Ik verzon al doende een structurele manier zodat ik snel voor mijzelf inzichtelijk kreeg hoe goed ik de film of serie vond. Ik kwam uiteindelijk tot zeven onderwerpen waar ik wat van moest en moet vinden ten einde een compleet beeld te krijgen van een film of serie:

1. Verhaal / plot / authenticiteit / coherentie
2. Cast / acteren
3. Scene progressie (pacing) / ritme / timing
4. Camerawerk / fotografie
5. Score / soundtrack
6. Locaties
7. Special effects & overige

Regie en productie benoem ik nooit specifiek want de weerslag daarvan wordt weergegeven in de zeven punten. Ik doe deze ‘breinrecensies’ nu al een paar jaar. Erg leuk en bovendien goede hersengymnastiek. Hieronder probeer ik voor het eerst mijn systeem te gebruiken door een recensie op die manier uit te schrijven.  

Het verhaal van Frankenstein zou een klassieker moeten zijn. ‘Het monster van Frankenstein' kennen de meeste mensen als fenomeen of begrip wel, maar veel verder gaat die kennis meestal niet. De ouderen onder ons verwarren het soms met de Amerikaanse sitcom 'The Munsters' uit de jaren zestig met de goedaardige Herman Munster. Ik herinner mij zelfs een jongetje op de lagere school die zijn uiterlijk niet mee had en 'Herman Monster' werd genoemd; dus niet 'Munster'. Voor de duidelijkheid, ik hoor(de) bij de groep 'de meeste mensen'.

Ik heb eerst wat huiswerk gedaan. Mijn hemel, Frankenstein blijkt een van de meest bewerkte verhalen uit de filmgeschiedenis! Er zijn honderden versies van verschenen vanaf 1931 waarbij de laatste zo'n beetje het best gewaardeerd wordt. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Britse schrijfster Mary Shelley uit 1861. Het verhaal gaat over Dr. Victor Frankenstein, een briljante chirurg die de dood wil overwinnen door nieuw leven te creëren. In de verte is het verhaal blijkbaar gebaseerd op Prometheus, een figuur uit de Griekse mythologie. Ik moet dat eens nalezen. Het is een prikkelende fantasie. In het boek wordt beschreven dat Victor Frankenstein naar begraafplaatsen gaat en plekken waar lichamen worden ontleed om "onderdelen" te verzamelen voor zijn experimenten. Best wel bizar en er is veel meer over het verhaal te zeggen ‘than meets the eye’. Maar het gaat hier vooral om de film. Toen ik de trailer had bekeken was ik overtuigd van de fotografische briljantie, maar hoe zou ik omgaan met de geloofwaardigheid? Ik ging uiteraard kijken en dat pakte onverwacht anders uit…

  1. Verhaal. De film is een bijna (!) geloofwaardige fantasie en doet me in zekere zin denken aan ‘2001: A Space Odyssey’. In dat meesterwerk scheert de fantasie rakelings langs de werkelijkheid. Schitterend gedaan destijds en dat lukt 'Frankenstein' tot op zekere hoogte ook. Het ‘format’ prikkelt in die zin de fantasie én de geest, ook de mijne. Het creëren van leven, we zitten er in deze tijdspanne niet ver vandaan denk ik, zeker technisch gezien. Het maakt Frankenstein ethisch relevant. Wat is dus de boodschap van deze film? Best lastig. Het spelen voor god lijkt altijd verkeerd uit te pakken en dat is blijkbaar ook de overeenkomst met het verhaal van Prometheus. In die zin is de film een waarschuwing. Denk in dat verband ook aan de film Oppenheimer maar zeker ook aan Artificial Intelligence… Meer mag ik nu niet delen en vertellen want er zijn vast lezers die de film nog willen zien. Ik geef het ronduit geweldige verhaal een 9,0.
  2. Cast. Prachtig acteerwerk van Oscar Isaac die Dr. Frankenstein speelt en Jacob Elordi als 'het wezen'. Oscar Isaac is een echte ‘Mad Hatter’ en speelt een tikkie over de top, maar dat past heel goed bij het gehanteerde format. Charles Dance, de über Brit, speelt de vader van Victor met verve. Ook de vele andere acteurs vertolken hun rollen uitstekend. De jonge Frankenstein, gespeeld door Christian Convery is ook zo'n topper. De Deense acteur Lars Mikkelsen, de kapitein, zie ik altijd heel graag, maar hij schitterde hier niet bijzonder. Dat lag niet aan hem maar aan zijn wat magere rol. De diverse karakters vertonen verder weinig diepgang, zeg maar gerust geen. Het is inherent aan de keuze voor een spectaculaire visuele en flamboyante filmische stijl waardoor er weinig ruimte is voor gezever. Het is niet erg, in tegendeel... Een 8,5
  3. Scene progressie. Ik bedoel daar mee het gekozen tempo en hoe dat tempo wordt uitgerold door de film. Dit onderdeel is voor mij essentieel en de film laat hier en daar wat schieten. Ik houd van een lineaire flow, een vloeiende verhaallijn. Liefst chronologisch. Flash backs? Rampzalig. Zeker als dat vaak en thematisch wordt toegepast... Het frustreert voor mij die natuurlijke flow en verpest de spanningsboog van elk narratief. Dan raak ik de draad kwijt of val ik in slaap. Onlangs zag ik ‘One Battle after Another’, een waanzinnig goeie film van 2 uur en 41 minuten. Ondanks dat de opening van de film een lange flashback is, heb ik daarna geen seconde gemist! Zo hoort het. Maar het zijn natuurlijk ook keuzes van scenarioschrijvers en regisseurs en niet iedereen zit hetzelfde in deze race. Terug naar onze film. Het middelste deel van Frankenstein had echt wat vlotter gekund. Dat verliep wat stroperig vond ik. Het gedoe met Lady Elisabeth Harlander ontging mij en daar zat ook weinig vaart in. Ik was even bang dat er een romantische 'tweak' aan het verhaal werd toegevoegd. Maar dat gebeurde gelukkig niet en zij bleek wel degelijk een inhoudelijke en symbolische rol te spelen door de menselijke maat in te brengen. Dat las ik elders en had ik toch even gemist, mijn fout😬. De ontknoping aan het einde van de film was, na 2,5 uur, wel wat abrupt vond ik. Dat had ik echt wat anders gedaan als ik het voor het zeggen had gehad. Een 6,5.
  4. Camerawerk en fotografie. Ge-wel-dig! Een kunstwerk, niets aan toe te voegen. Een 10!
  5. Score. Dat is dus niet de soundtrack maar uitsluitend de voor de film geschreven en gecomponeerde muziek. Soms minimalistisch, soms wat bombastisch, maar dat hoort ook bij het genre denk ik. Over de soundtrack verder niet veel te melden. De soundtrack is overigens alle muziek, de liedjes, soms gesproken tekst en dergelijke. Een 7,0. 
  6. Locaties. Al dan niet met AI (CGI) geproduceerd, maar prachtig gedaan. Regelmatig moest ik aan 'Het Parfum' denken en dat is een groot compliment. De Gotische sfeer en grote landschappen werden gevonden in Engeland, Schotland en Canada. De straatbeelden van Edinburgh, het vastgevroren schip in het Arctische ijs, de interieurs van de huizen en paleizen, het zag er allemaal schitterend uit. Top. Een 9,0.
  7. Special effects. Helemaal goed. Het tot leven gewekte wezen en alle 'medische' viezigheid, het gebouw wat in vlammen op gaat, enzovoort, prachtig. Kostuums en make-up, idem dito. Een 8,5.


Het ongewogen gemiddelde komt uit op 8,4 en dat vind ik een onverwacht hoge score. Mijn disclaimer is, en dat wil ik benadrukken, dat deze recensie 100% subjectief is. Er valt dus niet over te discussiëren. Er is geen waarheid, ja de mijne 😂. Stel dat ik een recensie zou publiceren in een of ander medium, dan zou ik de zeven punten uitschrijven in één verhaal voor de leesbaarheid en om te veel zakelijkheid te vermijden. Het moet wel leuk blijven en geen wetenschap.

Frankenstein is best een intelligente film en kent meer gezichten en lagen dan de vertelling 'an sich' en verdient zijn eigen exegese. Maar dat kan natuurlijk niet in een korte recensie en daar mogen andere cultuuranalisten hun best op gaan doen. Wellicht is dat in het verleden volop gedaan; misschien zijn er wel sociologen op het verhaal afgestudeerd. Ik had in ieder geval content genoeg voor deze recensie.

Met de film Frankenstein heb ik mogen ervaren dat het genre fantasy op een bepaalde manier nog nét kan voor mij. Het bruggetje van fantasie naar voorstelbare werkelijkheid moet wel stevig zijn, anders trek ik het niet. Volgens sommigen is deze film geen fantasy maar Science Fiction. Ook goed. Maar, hoe je het ook bekijkt, Frankenstein is absoluut concreter en inhoudelijker dan ik dacht en gewoon de moeite waard. Alleen de plaatjes bieden al ruimschoots voldoende reden om de film te gaan bekijken.


dinsdag 28 oktober 2025

JACK DEJOHNETTE – R.I.P.

Het zijn er makkelijk meer dan honderd. Meer dan honderd albums die ik ‘heb’ waar Jack DeJohnette als drummer en, af en toe, als pianist en zelfs als saxofonist op speelde. Soms als leider maar nog vaker als sideman. Jack is eergisteren overleden en daarmee verliest de jazzwereld één van zijn allergrootste iconen. Ooit!

Dat ‘hebben’ is een dingetje. Maar daar kom ik straks nog even op terug. Het is in ieder geval zo dat Jack DeJohnette meespeelt op heel veel van mijn  LP's, CD's en streaming albums. Ik denk dat hij in mijn verzameling daarmee wel één van de koplopers is. Zonder dat ik mij daar erg nadrukkelijk bewust van was heb ik dus ontzettend vaak naar hem geluisterd. Meer dan genoeg reden om bij zijn persoon en werk stil te staan. Helaas hebben we hem nooit live op zien treden, volgens mij. AI geeft aan dat DeJohnette tien keer op NSJ speelde. Niet waar ik bij was, voor zover ik mij kan herinneren. Ik laat mij echter graag corrigeren.

Jack DeJohnette, geboren op 9 augustus 1942 in Chicago, was een van de meest invloedrijke drummers en componisten in de moderne jazz. 'Hij stond bekend om zijn technische beheersing en zijn vermogen om traditie en vernieuwing te verenigen', praat ik een website na. 'Oorspronkelijk opgeleid als pianist, stapte hij over op drums en ontwikkelde al vroeg een zeer muzikale benadering van zijn instrument: hij behandelde het drumstel niet alleen ritmisch, maar ook melodisch en klankmatig', van dezelfde website. Zijn doorbraak kwam eind jaren zestig als lid van Miles Davis’ ‘electric’ band, zoals onder andere te horen op Bitches Brew en Miles Davis at Fillmore.

Vanaf de jaren zeventig bouwde hij verder aan zijn reputatie in eigen groepen (zoals Special Edition) en als vaste drummer in Keith Jarrett’s Standards Trio. Dat was een van de langstlopende en meest geliefde formaties in de jazzgeschiedenis die ik relatief recent heb ontdekt. Nou ja, ontdekt, getipt door (wijlen) vriend J. Dat was een onbegrijpelijke ‘erreur importante’ van formaat. Maar ik heb mij gerevancheerd want het Standards Trio luister ik bijna dagelijks en ontroert mij soms tot tranen. Echt waar. 'Geen dag zonder Bach’ zeggen de liefhebbers. Ik zeg ‘no standard without Jarrett’. Geen perfect rijm, maar ik kon geen betere verzinnen.

Voor de volledigheid, het trio bestond uit Keith Jarrett op piano, Jack DeJohnette op drums en Gary Peacock op bas. Gary is in 2020 overleden en Keith is er nog, zij het gedeeltelijk verlamd aan zijn linkerzijde vanwege twee beroertes. Het is onwaarschijnlijk dat hij ooit nog in het openbaar zal optreden. Voor de leken, Jarrett wordt beschouwd als één van de beste pianisten uit de geschiedenis. Zowel in jazz als klassiek. Zijn 'Köln Concert' is het best verkochte jazz album aller tijden.


Maar vele, vele jaren voor mijn late trio-ontdekking luisterde ik al volop naar albums waar DeJohnette zijn kunsten op had verricht. Zoals Bitches Brew en meerdere andere albums van Miles Davis. Mijn eerste LP van Jack als leider was ‘UNTITLED’ op ECM, gekocht op 24 april 1979. Allemachtig, dat is bijna 47 jaar geleden. De mechanische- en audio-kwaliteiten van de LP zijn nog steeds ongelofelijk. De muziek vind ik, nou ja, niet mijn smaak, laat ik het zo maar zeggen. Dat kan (dus) ook. Ik denk dat ik het album destijds kocht in de veronderstelling een mooie Miles-achtige funkplaat op de draaitafel kon leggen. Niets van dat alles. 


Daarna schafte ik andere albums onder zijn naam (allemaal op ECM) aan die ik wél goed vond. Uiteraard ook samenwerkingen met anderen als gastmuzikant. Jack speelde mee op albums van artiesten met klinkende namen, zoals Carlos Santana, John Abercrombie, Pat Metheny, Herbie Hancock en vele anderen. Relatief recent, heb ik nog twee briljante albums aangeschaft: ‘In Movement’ met Ravi Coltrane (de zoon van) en ‘Blue Maqams’ van Anouar Brahem.

Drummers hebben een vitale rol in Jazz, dat is geen nieuws. Misschien is het wel zo dat als hun spel je niet nadrukkelijk opvalt dat het juist goed is. Er zijn drummers die mij wél opvallen door hun eigen stijl. Daar hoort Jack De Johnette niet bij. Ik zie, of zag, hem als een zeer ondersteunende, interactieve en zeer maatvaste drummer met een perfecte groove en timing, maar geen ‘lead’ drummer. Ik heb het aan AI gevraagd en dit was het antwoord: “De perceptie dat Jack DeJohnette meer een interactieve en ondersteunende drummer was dan een klassieke “lead”-drummer sluit goed aan bij hoe muzikanten en critici hem zien: als een uitzonderlijk creatieve, veelzijdige en subtiele drummer, die het collectieve spel naar een hoger niveau tilt, en zich zelden op de voorgrond dringt tenzij de muziek dat vraagt.” Nou, niet slecht voor een leek, toch?

DeJohnette wordt algemeen beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de bop-, fusion- en hedendaagse jazz. Hij is een van die musici die de jazz mede heeft vernieuwd zonder de traditie los te laten. Bovendien werd hij gezien als een warme, bescheiden en inspirerende figuur, die geliefd was bij collega’s en jongere generaties muzikanten.

Ik zou het nog even over muziek ‘hebben’. Dat was vroeger wel iets. We bouwden prachtige verzamelingen op van LP’s, casettebandjes en later CD’s. Maar ja, wat moeten we er nu mee? Alles wat we bezitten, materieel of immaterieel, is intrinsiek vergankelijk. Bezit bestaat in universeel opzicht dus eigenlijk niet. Met het ouder worden raken we geleidelijk letterlijk alles kwijt inclusief onze fysieke integriteit en, tenslotte, het einde. Heftige beschouwingen wellicht, maar van tijd tot tijd voel ik dat zo als ik door mijn study kijk en al die honderden boeken, platen en CD’s zie. Wat moet men er straks mee? Misschien vinden een paar exemplaren nog een goeie plek. Maar de rest...


Toch beschouw ik dat ‘bezit’ nog steeds als waardevol, net als vroeger. Dat streamen is technisch geweldig, maar dat tijdelijke bezit van een LP of een boek of een CD bevat schoonheid die bytes en bits niet bieden. Het bezit is vanuit die visie dan toch waardevol. Net als ons leven een waardevol bezit is en een onderdeel van de cyclus van het leven. Moraal van het verhaal? Ik moet eigenlijk de volledige ‘Standards Trio’ collectie op vinyl aanschaffen. Een mooiere ode aan Jack DeJohnette kan ik niet bedenken.

donderdag 23 oktober 2025

KLAUS DOLDINGER - R.I.P.

Klaus Doldinger, de componist van de muziek van 'Das Boot', is afgelopen 16 oktober overleden op 89-jarige leeftijd. Ik lees het nu pas bij toeval op internet. Ik heb geen anekdotes die wat met Klaus hebben uit te staan, maar wel hele mooie herinneringen aan de tijd waarin wij naar zijn muziek luisterden. Juist nu mijn goede vriend F. in het ziekenhuis aan het vechten is voor zijn leven, herinner ik mij Klaus Doldinger en zijn band Passport als nooit tevoren. F. woonde decennia in een mooi maisonnette appartement. Hij was daar vele, vele jaren een geweldige gastheer voor ons, zijn vrienden. Bijna ieder weekend, soms meerdere dagen, vierden wij bij hem het leven in al zijn kleurrijke facetten 😂😛😫. Maar muziek ontbrak nooit. Wij luisterden vooral naar onze helden uit de jaren zeventig en tachtig zoals Santana, Frank Zappa, Led Zeppelin, Eric Burdon en vele anderen. Klaus Doldinger’s Passport was ook regelmatig van de partij tussen dat illustere en iconische muziekgezelschap.


Klaus Doldinger werd geboren op 12 mei 1936 in Berlijn. Hij studeerde klassiek piano en klarinet. Maar hij voelde zich meer aangetrokken tot de jazz die Amerikaanse soldaten na de oorlog in Duitsland hadden geïntroduceerd. Hij bekwaamde zich als saxofonist, werd wereldberoemd in Duitsland en een beetje in West-Europa. Maar hij reisde toch maar mooi met zijn muzikanten de hele wereld over. Marokko en Brazilië hadden zijn voorkeur. De muziek die hij maakte én mij aansprak getuigde van een feilloos gevoel voor timing en ‘groove’ die voor Europeanen zeldzaam is.

Klaus had in 1971 ‘Passport’ opgericht, een langlopende jazz-fusion formatie die internationaal toerde en in vijf decennia tientallen albums uitbracht. Het was de enige ‘Doldinger' waar we naar luisterden.  Wellicht vanwege die groove. Dat hij muzikaal veel meer deed, zoals het schrijven van de titelmuziek van Tatort en de ’score’ van Das Boot, dat wist ik niet. Shame on me. Het laatste album wat bij mij (ons) de aandacht trok was ‘To Morocco’, een uitstekende fusie van Marokkaanse muziek en jazz uit 2006.

Ik ken Klaus Doldinger’s en Passport’s oeuvre duidelijk onvoldoende en heb toevallig onlangs ontdekt dat er echt geweldige albums tussen zitten. Luister eens naar het eerste deel van het live album uit 2008 ‘On Stage’ en het prachtige 'Inner Blue' uit 2011. Zulke goede muziek maar er zijn geen eens, of nauwelijks, recensies van te vinden. Jammer. 

Mijn mooie herinneringen aan ‘ooit’, zoals boven genoemd, én de muziek van Passport, motiveerden mij om wat regels te wijden aan het overlijden van Klaus Doldinger. Uit respect voor een erg goede muzikant waar buiten Duitsland te weinig mensen aandacht aan gaven. Ach, weer iemand uit ons collectief muzikaal geheugen die er niet meer is...

maandag 15 september 2025

FOTOGRAFIE & SONY DSC HX-60

We weten allemaal hoe snel software steeds beter en intelligenter wordt. Kijk maar naar allerlei AI-applicaties die we tegenwoordig gebruiken. ‘Embedded’ software in de meest uiteenlopende apparatuur maakt het leven steeds makkelijker. Embedded software is ingebouwd in industriële en consumentenproducten die draagbaar zijn of ‘stand alone’ functioneren. Bijvoorbeeld smartphones, laptops, wasmachines, koffiezetapparaten, auto's, enzovoort. Eigenlijk bijna alles wat niet met keilbouten ergens aan vastgeschroefd is. De smartphone is natuurlijk het grootste embedded wonder van deze tijd. Die kan nog net niet het gras maaien en de luiers verschonen, maar dat is een kwestie van tijd. Allemaal bij wijze van spreken he?

Afgezien van de eindeloze hoeveelheid functionaliteiten, verbaas ik mij steeds meer over de fotografische capaciteiten van de modernste smartphones. J. heeft onlangs zowel een nieuwe Samsung als een nieuwe Apple in gebruik genomen. De eerste als onderdeel van haar KPN abonnement en de tweede van de baas. De kwaliteit van de foto's van beide toestellen zijn niet normaal. Bovenstaande foto maakte J. vorig jaar met haar vorige Samsung. Het is in slot Schönbrunn in Wenen. Gemaakt met met haar vorige toestel, een Galaxy A52s! Het toestel stelde scherp, corrigeerde de witbalans, de belichting, de kleur, eigenlijk alles in een 'split second'. Ook dat toestel was al een technisch wondertje. De A52 was uitgerust met het z.g. quad-camera systeem (4 camera's). Zelfs bij weinig licht zorgde de 64 MP hoofdcamera voor een zeer goede kwaliteit. Het toestel had daarnaast een ultra-groothoekcamera 12MP, een macrocamera 5MP en een dieptesensor 5MP.  Het toestel is uit de handel en wordt inmiddels fotografisch in de schaduw gezet door haar nieuwe smartphones. 

Als we samen op pad zijn en ik heb mijn Nikon SLR bij mij dan raak ik bijna gefrustreerd. Uiteindelijk haal ik met nabewerking ook wel prima resultaten, maar dat is gewoon veel werk, terwijl de smartphones met ‘point & shoot’ instant minimaal hetzelfde resultaat bereiken, zo niet beter! Nabewerken vind ik leuk en het hoort bij serieuze digitale fotografie en ik doe het al meer dan twintig jaar. Maar wie  doet en wie wil dat nog? Met de technische resultaten van de moderne smartphone lijkt nabewerking bovendien overbodig. Ik moet wel benadrukken dat nabewerken met een smartphone ook kan door allerlei ingebouwde tools of zelfs met 'third party' applicaties. Is er dus eigenlijk geen bestaansrecht meer voor de ‘gewone’ fotocamera’s? Dat is een interessant onderwerp waar ik nog een keer induik. 

Hoe goed zijn de beste smartphones als fototoestel vergeleken met de SLR van weleer en de systeemcamera's van nu? Waarom zou je die laatste twee nog overwegen om aan te schaffen? Ik som eerst maar eens de sterktes en zwaktes op.

SMARTPHONE

Sterktes

  • Licht, compact, volledig automatisch en altijd bij de hand.
  • Point & shoot dus en er kan eigenlijk bijna niets mis gaan.
  • Vanwege de steeds betere software werkelijk fenomenale resultaten.

Zwaktes

  • Kleine sensor waardoor, theoretisch, er minder dynamisch bereik is dan met een grotere sensor. Ik merk er eerlijk gezegd niets van. Foto’s midden in de nacht genomen zijn nog best goed en zonder ruis van betekenis.
  • Zoom. Ondanks een hele rits cameraatjes en lenzen in de meest geavanceerde moderne smartphones, blijft dit dé achilleshiel van de smartphone. Inzoomen moet digitaal of met een beperkt lensje. Hier verliest voor mij de smartphone het voor 100% van de camera's met een echte, dus optische, zoomlens. Als je niet optisch kunt inzoomen ben je gewoon een groot deel van de creatieve mogelijkheden kwijt. Killing...
  • Geen zoeker en dat is uitermate nadelig bij zonnig weer.

SPIEGELREFLEX & SYSTEEMCAMERA’S

De moderne systeemcamera is een doorontwikkeling van de Digital Single-Lens Reflex (DSLR), de spiegelreflex. De spiegel zit er niet meer in maar verder zijn ze conceptueel vergelijkbaar en op beide kun je andere lenzen zetten. De systeemcamera is uiteraard weer een aantal flinke stappen verder op het gebied van software en elektronica. Het aanbod DSLR's loopt vlot terug, dus de systeemcamera heeft het binnenkort volledig voor het zeggen!

Sterktes

  • Grote sensoren (tot full frame) geven erg veel detail en heel goede prestaties bij weinig licht.
  • Heldere zoeker die zorgt dat je ook met veel licht kunt zien wat je fotografeert. Bij een DSLR via de spiegel en bij een systeemcamera elektronisch via de sensor.
  • Uiteraard de mogelijkheid lenzen te kunnen verwisselen en andere lenzen te gebruiken zoals tele- en zoomlenzen. Dit is echt het grootste verschil met de smartphone die dit niet kan en voor mij dus een knock-out criterium in dit vergelijk. Knock-out voor de smartphone bedoel ik dan, voor de duidelijkheid.
  • Degelijk en robuust gebouwd.
  • De camera's van de topmerken zijn geschikt voor professioneel gebruik.

 Zwaktes

  • Groter, zwaarder en het is echt een last om met camera en lenzen onderweg te zijn. Als je geen professional bent of wat ouder wordt en het gesleep gewoon zat bent, dan kan het een doorslaggevende reden zijn of worden om van de aanschaf van dit soort camera's af te zien.
  • De nieuwe systeemcamera’s zijn erg duur, maar de prijzen beginnen gelukkig wat te zakken. De DSLR’s verdwijnen langzaam maar zeker van de markt. Jammer...
     


SAMENVATTING

Als ik het bovenstaande samenvat en conclusies trek dan kom ik op het volgende:

  • Voor dagelijkse foto’s, vakanties, social media, herinneringen maar ook serieuze fotografie zijn smartphones zó goed dat je er bijna alles mee kan. Behalve spelen met lange brandpuntafstanden (lees: telefoto’s maken) en dan haken serieuze hobbyisten en (professionele) fotografen gewoon af, daar bestaat geen twijfel over. Maar voor bijna iedereen zijn ze echt geweldig.
  • Voor meer serieuze, artistieke, technische en professionele fotografie blijven systeemcamera’s en ook de oudere DSLR’s onovertroffen. Maar dat gesleep he? Dat blijft een keuze.

MAAR...

Maar... dit is niet het hele verhaal! De aanleiding om weer eens wat over fotografische hardware te schrijven was de ontdekking van mijn Sony DSC HX-60. Zie mijn Sail-blog. De Sony is een zogenaamde compactcamera. Deze waren tot ongeveer 15 jaar geleden buitengewoon populair. Het was een apart camera-segment en heb ik hierboven niet benoemd. Het waren uitstekende camera's en alle bekende merken verkochten ze. Nadeel was dat ze soms wel erg klein waren voor mensen met grote handen. De vraag naar de compactcamera stortte in met de komst van de smartphone. Ze worden niet meer gemaakt behoudens een paar peperdure modellen. 

Een ander niche product is de bridgecamera. Die zijn wat kleiner dan de systeemcamera's en spotgoedkoop. De bridgecamera heeft een vaste zoomlens, soms soms wel met een bereik van 1000 mm+. Dat is echt wel vet. Wie geen kilo’s glaswerk wil meesjouwen en niet zijn of haar hypotheek wil verhogen, kan eigenlijk alleen bij bridgecamera’s terecht. Ik denk aan vogelaars met een wat kleinere beurs bijvoorbeeld. Ik heb er diverse gehad van Fuiji. Het aanbod is echter uiterst minimaal en ik vrees ook voor de toekomst van dit type camera.

Wij hadden destijds dus geluk met onze impulsaankoop van de Sony DSC HX-60 compactcamera. Dat is inmiddels een paar jaar terug. Hij beviel erg goed toen ik hem voor heerst gebruikte tijdens Sail. Ik beloofde terug te komen op deze camera. Kon hij het een beetje opnemen tegen mijn Nikon DSLR? Ik heb de kleine Sony inmiddels getest en de conclusie is dat het mijn ‘daily’ camera wordt. Deze Sony biedt gemak, creativiteit op allerlei vlakken, een heerlijke compactheid en prima resultaten. Hij kan zeker in de schaduw staan van mijn Nikon en op creatief vlak laat mijn Sony een smartphone in het stof bijten. Maar de instant resultaten van de modernste (en erg dure) smartphones zijn zo ongelofelijk goed, dat redt de Sony niet. Maar met nabewerking, het is mijn hobby tenslotte, loop ik dat grotendeels weer in. De fenomenale zoomlens is voor mij echter een niet te verslaan voordeel en de reden om de Sony ‘daily’ te maken. Ik ben verder tevreden over de prestaties, ook bij weinig licht. Ik heb in een paar dagen een kleine hoeveelheid testfoto's gemaakt. Met name om de resultaten te zien bij schaars licht. Klik op de hyperlink hierna om de resultaten te zien van mijn 'zakjapanner':

HYPERLINK: SONY DSC HX-60 | PORTFOLIOLIO

Tsja… erg blij dus met mijn kleine Sony. Maar, eerlijk? Ik denk dat het een kwestie van tijd is dat smartphones op de een of andere manier ook zoom en telelens mogelijkheden gaan krijgen. Dat wordt misschien het einde van de ‘echte’ camera’s. Software en AI bepalen nu en straks ons leven, meer dan welke science fiction schrijver ooit kon vermoeden. We gaan het zien. Voor nu ben ik heppie de peppie met mijn kleine Japanse vriend en nabewerken blijf ik toch wel doen 😄


zaterdag 6 september 2025

CHIP WICKHAM – THE ETERNAL NOW

Iedere vrijdag vraag ik Spotify naar ‘new releases’ gebaseerd op mijn voorkeuren. Op zich werkt het algoritme uitstekend en krijg ik passende suggesties. Maar dat ik helemaal blij ben met een nieuwe release komt niet vaak voor. De afgelopen twee jaar was dat onder andere het geval met muziek van Paolo Fresu, Muriel Grossmann en Charles Lloyd, voor zover ik dat kan terughalen. Deze week eindelijk weer eens een prachtig album: 'The Eternal Now' van Chip Wickham. Saxofonist en fluitist Wickham is een rijzende ster in het Britse jazzlandschap. Hij heeft een paar prachtige albums op zijn naam staan die variëren van enigszins traditionele jazz en hard bop tot meer groovy en spirituele jazz. Ik volg hem al geruime tijd want zijn werk spreekt mij steeds meer aan. Het is Wickham blijkbaar nog niet goed gelukt om zich internationaal op de kaart te zetten. Ik kom nog maar weinig over hem tegen in de muziekpers en sociale media, de Engelse platforms uitgezonderd. The Eternal Now is van dusdanige kwaliteit dat het echt wel hoog tijd is dat ik hier bij Chip en zijn muziek stil te sta.

Chip Wickham (1975) is een Britse fluitist en saxofonist die begon in hip-hop en drum & bass maar zich ontwikkelde naar jazzmuzikant. Jazz is waar zijn hart ligt, zoals hij op zijn website zegt. Hij maakte voor Gondwana Records een reeks spirituele en soulvolle jazzalbums, waaronder Cloud 10 (2022) en Blue to Red (2023) en nu zijn meest recente werk The Eternal Now. Chip combineert traditionele jazz, met sfeervolle en spirituele muziek en invloeden van, onder andere, Lonnie Liston Smith. Hij werkt tegenwoordig veel samen met Matthew Halsall, oprichter en de grote man van Gondwana Records. Zij speelden op elkaars wederzijdse albums. Ik ben ook van Matthew een groot bewonderaar, ik mag wel zeggen van het eerste uur. Matthew's muziek en spel staat, ook internationaal, zeer hoog aangeschreven. Chip is dus in uitstekend gezelschap.

‘The Eternal Now’ is Chips vierde release voor Gondwana Records en wat mij betreft de beste. Deze nieuwe release heeft iets meer eigens dan Chip's voorgaande albums. Ik vind het erg aangename muziek met een heerlijke flow waarbij mijn meeste punten gaan naar drummer Luke Flowers. Maar alle muzikanten verdienen de credits voor het afleveren van dit prachtige album. Onderaan dit blog heb ik hun namen opgesomd.
 


In het recente verleden fulmineerde ik regelmatig tegen de nieuwe stijl van jazz-drummen. Met name de Engelse drummers lijken met elkaar te hebben afgesproken dat ze zo druk en onrustig mogelijk te keer moeten gaan op hun trommeltjes. Vooral geen groove! Daar ben ik het echt totaal niet mee eens. In mijn beleving is een jazzdrummer de motor en sfeermaker die met groove, dynamiek en interactie zowel de timing bewaakt als de muziek vooruit stuwt. Dat gaat niet als je de drumkit als expressief instrument gebruikt en de pulse loslaat zoals bij meer vrije stijlen. Flowers begrijpt dit als geen ander; geen gekloot op trommeltjes. Hij heeft niet voor niets een muzikaal CV dat er niet om liegt. Als die man een groove neerlegt ga ik bijna zweven. Luister maar eens naar ‘Nara Black’. 

 

Geweldig toch? Het klinkt warm maar ook een beetje vertrouwd. Ik zie op het filmpje ook de aloude Fender Rhodes, wat een geweldig instrument. Ik moet ook denken aan 'Return to Forever' met onder andere Flora Purim. Het was ooit één van de belangrijkste en meest succesvolle jazz-fusion bands. Maar ja, wie weet dat nog? Hun eerste en meest succesvolle album is van 1972 en Chick Corea overleed inmiddels alweer bijna vijf jaar geleden...

Zoals alle Gondwana producten klinkt dit album excellent. Halsall en zijn recording engineers slagen er doorgaans in om een warme, rijke en gedetailleerde sound neer te zetten die overtuigt zonder klinisch te zijn. Ondanks de veronderstelde inferieure kwaliteit van de Spotify stream*) klinkt deze muziek serieus goed in mijn 'Mancave'. De vintage en refurbished Luxman versterker en idem B&W speakers zijn uiteraard essentieel daarbij, want die staan hun audiofiele mannetje nog altijd met verve. Deze muziek komt overtuigend binnen, maar met High End audio apparatuur zal het zeker nog briljanter klinken, mits de akoestiek ok is. Chip beveelt overigens de vinyl versie aan van zijn album. Maar dat is een muzikant en die hebben veel verstand van muziek maar weinig van audio 😂😂😂

*) Audiofiele statusretoriek noem ik het. 'Presbyacusisheet het natuurlijke gehoorverlies vanaf ons twintigste levensjaar. Dat gaat heel geleidelijk maar het neemt ons gewoon te grazen. De teruggang zorgt er voor dat het verschil tussen lossless en lossy (mits hoogste compressie-kwaliteit) vanaf een bepaalde leeftijd, ongeveer vijftig, vijfenvijftig jaar, niet meer waarneembaar is. Het verschilt uiteraard per individu. Ook 24 bits/44,1 kHz audio ligt trouwens buiten de waarneming van het volwassen menselijk gehoor. Het bestaansrecht daarvan is technisch en ligt bij de extra speelruimte die het biedt bij mixing, mastering en nabewerking.
 


Spotify streamt overigens vanaf deze maand lossless tot 24 bits/44,1 kHz. Het wordt stapsgewijze uitgerold en vanaf vandaag (!) bij mij. Sterker, vanaf nu! Het is de audiofiele aardverschuiving waar men al jaren op zit te wachten. Voor mij minstens tien jaar te laat ben ik bang. Ik kan het nu niet testen want mijn Yamaha streamer ondersteunt het niet. Bovendien weet ik voor 99% zeker dat ik het verschil niet ga horen. Maar ik ben toch wel nieuwsgierig, ondanks mijn leeftijd. Bovendien, 'The proof of the pudding', enzovoort... Spotify vraagt (nog) geen etxra geld. Dat kan wel eens lastig worden voor veel andere aanbieders. Ik ga eerst maar eens een nieuwe streamer kopen voor in de huiskamer. Dit wordt zeker vervolgd!



Sorry, ik dwaal af, het ging over Chip Wickham's nieuwe album. De muziekstijl op deze studioset van Wickham wisselt met natuurlijk gemak van groovy modale hardbop naar rustiger of soulvollere songs. Maar, jemig, elke noot is 100% raak. Waanzinnig goed gewoon en, zo lijkt dat, moeiteloos gespeeld. Al met al, dit album is niet grensverleggend, maar de muzikaliteit, het vakmanschap en de sfeer van Wickham's muziek is subliem. Ik voorspel dat deze man een artiest van grote betekenis kan gaan worden. De tijd zal het uitwijzen. Absoluut aanbevolen, maar dat zal geen verrassing zijn.

Chip Wickham – altofluit, fluit, sopraan- en tenorsaxofoon
PEACH. – vocals
Eoin Grace – trompet & flugelhorn
George Cooper – Fender Rhodes
Simon ‘Sneaky’ Houghton – contrabas
Luke Flowers – drums
Christophe Leroux – cello
Snowboy – conga’s & percussie
Mohamed Oweda – viool
Lia Wickham – vocals

donderdag 4 september 2025

SAIL 2025

 “Zullen we weer naar SAIL gaan dit jaar?” vroeg J. ‘Tuurlijk, leuk, goed idee!” zei ik. De vorige keer was in 2015 en toen zijn we er ook geweest en dat was een eclatant succes. Het was destijds geweldig mooi weer en we waren er van ‘s ochtends een uur of tien tot en met een prachtige zonsondergang. Een topdag. Niets stond ons dus een nieuw bezoek aan het grootste maritieme evenement ter wereld in de weg. Nou, toch wel... Een beetje rekenen en ik kwam op 200 tot 250 euro voor een half dagje SAIL Amsterdam met zijn tweeën. Dat vond ik gewoon te veel. Ons nieuwe leven, met ondergetekende in de rol van pensionado, vraagt om serieus en enigszins terughoudend financieel beheer. We zochten op Google maps naar een andere locatie dan Amsterdam, dan maar zonder rondvaart. De start van SAIL Amsterdam vanuit IJmuiden heet de SAIL-In Parade. Dat is de officiële intocht waarbij de tall ships en andere deelnemende schepen, na het verlaten van de sluizen van IJmuiden, over het Noordzeekanaal richting de Amsterdamse haven varen.  Start om 10:00 uur. Duidelijk verhaal, we pakken de auto en parkeren ergens langs het kanaal en dan zien we daar de tall ships en andere vaartuigen langskomen. Appeltje-eitje. Ju zag op de kaart een wijk langs het water in Velsen-Zuid met een park. “Dan parkeren we daar de auto en zoeken een bankje langs het kanaal!” Top idee! Koffie en broodjes erbij, kan niet mis gaan. Daarna gaan we dan aan het strand lunchen en dan hebben we voor een fractie van de kosten toch ook een leuke dag? We konden niet wachten, echt zin an.


De volgende dag reden we richting IJmuiden en Velsen om ons slimme en vast wel unieke plan ten uitvoer te brengen. Wat een lekker stel he? Lief maar dom... Al tientallen kilometers voordat er nog maar sprake was van lange schepen of Noordzeekanalen, zagen we links en rechts verstopte wegen, wegomleidingen en afgesloten wijken met verkeersregelaars om al het verkeer in goede banen te geleiden. Echt, alles stond muurvast of was afgesloten. Ons doel, Velsen-Zuid, was totaal onbereikbaar. We kregen echt de slappe lach om ons zelf. "Wat een naïeve sukkels zijn we toch 😂😂😂". Is het op deze planeet überhaupt nog ergens rustig als er iets bijzonders is te zien?

Na enige tijd reden we in een lange file richting IJmuiden. Omdat we gisteren hadden bedacht na het evenement iets te lunchen aan het strand, sukkelden we dus maar wat verder die kant op. Op een gegeven moment reden we vlak langs de dijk van het kanaal die helemaal vol stond met mensen en daarachter kwamen opeens de schepen heel goed in beeld! Helemaal geen gekke plek om te kijken naar de parade. Soort van, bijna, eerste rang eigenlijk!



De file stond even stil en we spraken af dat J. de auto uitging zodat in ieder geval één van ons de schepen zou kunnen zien en fotograferen. Ik zou proberen ergens te parkeren. Ze stapte uit en mengde zich tussen het publiek en ik reed langzaam verder. We zouden elkaar wel weer vinden. Ik sloeg iets verderop een willekeurige straat in en zag na 100 meter een nagenoeg leeg parkeerterrein! Naast het politiebureau. Een minuut of tien later stond ik ook op de dijk tussen het publiek, iets verderop dan waar J. uit de auto was gestapt. Waar ik stond had ik ook een geweldig zicht op de vaartuigen met de schitterende tall ships. Er heerste een opvallend goeie sfeer bij de bezoekers en het voelde ouderwets gezellig. Zo 'van toen was geluk nog heel gewoon'. Na een uur vonden we elkaar weer. We hadden allebei volop genoten en foto’s kunnen maken. 

Het indrukwekkendste tall ship was wat ons betreft de B.A.P. Unión uit Peru. Dat is een viermastbark (zeilschip met vier masten) en het grootste tall ship van 'The Americas'. De B.A.P. Unión dient als opleidingsvaartuig voor marine cadetten en als drijvende ambassadeur voor de cultuur en tradities van Peru. Het schip is pas in 2015 gebouwd! Het hoogtepunt was het moment dat tientallen matrozen op de ra’s klommen bij wijze van zeilvertoon en groet. De hoogste mast is 53,5 meter hoog (lang?).


Ik had vandaag voor het eerst onze Sony DSC-HX60 bij mij, een compacte superzoom camera. Ik ben het gesjouw met zware spiegelreflexcamera’s een beetje zat en had mijn Nikon thuisgelaten. De Sony hadden we jaren geleden als tweedehandsje gekocht. Vanaf dag één waren we de accu’s en de oplader kwijt. Lekker handig, not... Ik kwam de camera onlangs weer tegen en bestelde voor een paar tientjes een oplader en twee accu’s. Een heerlijk makkelijk en stevig gebouwd cameraatje dat inmiddels zelfs geld waard is, zo vertelde de verkoper van Kamera Express. Het zoombereik van 24 tot 720 mm is echt gaaf. Ik denk dat deze camera zo maar eens mijn ‘daily cam’ kan gaan worden. Vandaag een mooie dag om deze kleine Sony aan de tand te voelen. In de kleine fotoselectie, zie hierna, staan een paar vrouwelijke Peruviaanse cadetten boven in de mast van de B.A.P. Unión op meer dan 50 meter hoogte en ongeveer 120 meter ver weg. Geweldig, dat zoombereik, dat gaat de beste smartphone mooi (nog) niet redden en je moet een peperdure lens (2K+) kopen voor een SLR om dit bereik te halen. De camera beviel dus uitstekend. Het werkt allemaal super, weegt bijna niks en verdwijnt zo in een binnenzak, zo makkelijk. Ik ga nog een paar testen doen bij verschillende condities. Als dat goed gaat dan gaat de Nikon met pensioen, net als zijn baasje. Ik laat het later nog weten.


Ik heb een kleine selectie van foto’s gemaakt; hier even klikken: 

HYPERLINK: flickr | SAIL 2025

Na de bootjes hebben we geluncht aan het strand onder de rook van Tata Steel. Heel aparte omgeving. Hoogovens, de grootste zeesluizen ter wereld én een werkelijk prachtig zand. Maffe combinatie. Het was oprecht een leuk en afwisselend dagje. Geen zin in al te veel drukte en kosten? IJmuiden en omgeving is met SAIL dan helemaal niet verkeerd en een prima alternatief. Maar voor de volledige ervaring moet je natuurlijk naar Amsterdam.

 


dinsdag 19 augustus 2025

TWAALFDUIZEND

Het lijkt heel wat, 12.000 kilometer fietsen. Deze kilometerstand verscheen vorige week op het schermpje van mijn fietscomputer. Ik heb er ruim zes jaar over gedaan. Ik ken mensen die hun hand er niet voor om draaien om honderd kilometer of meer te fietsen op een dag. Zonder elektrische ondersteuning... Die lachen zich een hoedje om dat aantal kilometers van mij. Toch ben ik wel tevreden met mijn bescheiden prestatie. Het is vooral de discipline om dagelijks het stalen ros te pakken die het hem voor mij doet. Ik heb mij die discipline zelf aangeleerd en het heeft mij met name gezondheidswinst opgeleverd en ontzettend veel gelukzalige momenten. Beetje overdreven? Om de donder niet, want elektrisch fietsen is gewoon onwijs leuk.



Op 20 april 2019 haalde ik mijn QWIC op bij onze fietsendealer. Vanaf het begin slaagde ik erin om nagenoeg iedere dag te fietsen. Gedurende die eerste twee jaar was het gewoon droog elke keer als ik ging fietsen. Een wonder. Gedurende de Corona-tijd was het werkelijk goddelijk, die fenomenale stilte, ik vergeet dat nooit meer. De twee opeenvolgende winters waren vooral erg nat. Maandenlang. De afgelopen winter ging redelijk, maar dit voorjaar en zomer waren en zijn werkelijk fantastisch. Ik geniet met volle teugen van het heerlijke weer.

Een enorme stoorzender de laatste jaren is wel de toenemende plaag van dat bejaarde gajes op hun peperdure e-bikes. Allemaal naast elkaar, veel te snel of veel te langzaam en geen enkele benul van en met het verkeer om zich heen. Echt rampzalig. Ik vermijd dat fietsende wrakhout door de wat meer verlaten stukken polder op te zoeken. Broodje mee, vers bakkie Nespresso erbij. Niks mis mee. Maar 's avonds en zelfs ’s nachts is fietsen ook geweldig en de beste oplossing voor het ouderen-overlastprobleem. Dan heb je een verlaten en hele stille wereld voor jezelf. 

Ja, ik weet het, ik ben ook een ouwe lul, maar ik wil gewoon geen onderdeel uit maken van die bejaarde fietsende stuntelparade. Ik vind het echt een vreselijk fenomeen en vergelijkbaar met de explosie van toeristen overal. Opzouten allemaal. Een geluk bij een ongeluk is dat fatbikers de polder mijden als de pest. Maarre... ik wilde eigenlijk alleen even bij de 12.000 gereden fietskilometers stilstaan 😊. Toch niet niks.