zondag 8 maart 2026

DERTIENDUIZEND

Dit piepkorte berichtje is voor mijzelf. Een dagboek berichtje. Of beter, een ‘log’ zoals in een logboek voor het bijhouden van acties, gebeurtenissen en dergelijke. Vorige week verscheen, ongeveer na een half jaar, een nieuw duizendtal op mijn fietscomputer. Ondanks de wintermaanden, heb ik er toch weer 1000 kilometer bijgetrapt.
 


Zo, dat heb ik ook weer geregistreerd. Op naar de volgende kilometers.

 

CONCERTEN – EEN UPDATE

In 2011 werden wij geïnspireerd door vriend R. om eens te inventariseren welke concerten zo door de jaren heen hadden bezocht. Dat was een erg leuk idee en dat project hebben we handen en voeten gegeven en onderling afgestemd. Uiteindelijk kwam ik op ongeveer 100 concerten die ik had bezocht vanaf 1973. Het werd hoog tijd om de lijst weer eens bij te werken. Vanaf 2008 werd ik daarbij geholpen door mijn eigen weblog met recensies van concerten of korte referenties daaraan. Uiteraard ook internet en AI. Ik zit nu op ± 150 concerten. Voor echte concertgangers een lachertje: drie keer per jaar is eigenlijk maar karig… Maar wel overzichtelijk, dat dan weer wel.

Nik Bärtsch Ronin - Lantarenvenster, Rotterdam - 2017

Net als bij eerste versie staan de klassieke muziekconcerten, op een paar na, nog steeds niet op de lijst. Dat zijn er sowieso niet zo heel veel en ik weet de details niet meer. Jammer eigenlijk. Ook de vele vage bandjes, ‘soosbandjes’ en stukjes van North Sea Jazz optredens heb ik genegeerd, te fragmentarisch. Ik heb gekozen voor complete concerten door professionele muzikanten. Uitzonderingen zijn een paar concerten door het geweldige koor waar mijn vrouw in zingt, ‘Flexible Sound’. Zij hebben, samen met professionele muzikanten een paar keer de grote zaal van de Goudse Schouwburg en Theater Zuidplein gevuld. Een logistieke en muzikale prestatie van formaat. Ook mijn schoonzus heeft twee keer meegedaan aan het groot Meezingconcert in Tivoli en die waren ook ‘serious business’, maar wel amateurs. 

Flexible Sound & Ernst Daniel Smit & orkest - Goudse Schouwburg - 2016

Zoon Stijn heeft ook veel opgetreden achter de piano. Meestal één of twee nummers, maar, als amateur en nooit een heel concert. Pech, niet op mijn lijstje. Misschien ooit…
 


Stijn - Kunstbende - Grounds, Rotterdam - 2016

De laatste jaren werd de passie en liefde voor muziek flink aangejaagd door Jaap. Wij hadden hem leren kennen in 2017. Hij bleek een erudiete gentleman en bevlogen door muziek en HiFi. Jaap werd een hele goede vriend en was vaak initiator van luisteravonden maar zeker ook concerten. Jaap is er helaas niet meer en we missen hem natuurlijk enorm als persoon, maar ook als muzikale stimulans en spil. Na zijn overlijden kwam dat allemaal stil te liggen. Maar we gaan het ritme weer oppakken. De eerste luisteravond hebben we achter de rug en over twee weken gaan we weer naar een concert!

Ik heb echter nog een vraag aan mijn lezers. Tussen 1995 en 2003 heb ik maar één concert op mijn lijstje: het briljante concert van Gino Vanelli met het Metropole orkest tijdens North Sea Jazz in 2002. Verder niets… Dat Stijn in 1997 is geboren zal de reden wel zijn van deze minimale ‘score’. Maar dat ik in bijna zes jaar geen liveoptreden heb bezocht, kan ik mij gewoon niet voorstellen. Mocht iemand weten van een concert waar ik ben geweest in die periode, dan hoor ik het graag! 

Overigens, wie mijn concertlijstje wil hebben, laat het dan ook weten. Ik sta uiteraard ook open voor aanvullingen, correcties, commentaar enzovoort. Omdat ik eigenlijk al die Amerikaanse ICT en cloud-dominantie zat ben heb ik alvast een nieuwe mailaccount: stoneageimages@proton.me  

maandag 2 maart 2026

MIKE RATLEDGE – R.I.P.

Weliswaar zijn wij geen muzikanten, maar we hebben ons wel degelijk een muzikale identiteit eigen gemaakt. Met 'wij' bedoel ik heel nadrukkelijk vrienden H. en R., ondergetekende en een paar vrienden die helaas niet meer onder ons zijn. Wat wil je, meer dan een halve eeuw naar muziek luisteren en vele uren daarvan samen? Vooral toen we jong waren. In die beginjaren was ‘luisteren’ naar bepaalde muziek bijna een dekmantel voor een heel anders soort ervaring. We dompelden onze geesten regelmatig onder in een spirituele waas van fantastische en soms waanzinnige muziek. Een psychoactieve ayahuasca maar dan zonder rare substanties. Ik durf de stelling wel aan dat de legendarische Britse band Soft Machine wat dat betreft onze muzikale en spirituele top vertegenwoordigde.

Soft Machine was een baanbrekende band, opgericht in 1966. Hun werk was totaal uniek met invloeden uit jazz, rock, klassieke en andere contemporaine stijlen. Soft Machine kende in de loop der tijd talloze bezettingen, met een indrukwekkende rij van, doorgaans, zeer begaafde muzikanten. De oprichters van de eerste incarnatie in 1966, waren Robert Wyatt, Kevin Ayers en Mike Ratledge. Wyatt is 81 jaar en al jaren niet meer muzikaal actief. Ayers is in 2013 overleden en ik lees juist dat Mike Ratledge ons op 5 februari jl. is ontvallen. Hij werd 81. Wij, de vrienden, hebben de oude garde én Ratledge nooit zien spelen, maar ik vind het niet meer dan gepast, uit dank en respect, om hier bij het heengaan van een belangrijke held uit onze jeugd stil te staan. Wat hebben deze mensen ons leven verrijkt! Luisteren naar Soft Machine is nog steeds genieten, maar soms ook een brok melancholie wegslikken. 


Soft Machine bestaat nog steeds, zij het dat de huidige muzikanten over het algemeen substantieel jonger zijn dan de oprichters. De band heette een tijdje Soft Machine Legacy maar sinds 2015 weer gewoon Soft Machine. Zoals gezegd hebben we de oorspronkelijke mannen nooit zien spelen. Maar de latere leden waren niet zelden ook legendarisch en we hebben het geluk gehad bij een optreden van 'Legacy' te zijn geweest in De Boerderij in Zoetermeer in 2011. Dat was hoog tijd én onwijs leuk. Goede muziek gespeeld door inmiddels best wel ouwe mannekes 👴😄.

Voor wie meer wil weten over Soft Machine is internet geduldig, maar ook mijn eigen brouwsel in zake deze Britse muzikanten is de moeite waard. Het plaatst de band en onze ervaringen in context: Soft Machine

dinsdag 13 januari 2026

FRANKENSTEIN

Ben ik een filmliefhebber? Ik denk het wel, maar niet monomaan want er zijn ook andere dingen in het leven. Maar zeker sinds de komst van Netflix is het kijken naar films of series voor mij bijna dagelijkse kost. Het is een echte hobby geworden. Als vrouwlief naar bed gaat pak ik mijn cinematografisch uurtje. In het verleden plaatste ik op mijn blog af en toe een recensie van een film of serie waar ik wat van vond. Niet vaak, want de media staan vol met recensies en wat zou ik daaraan toe moeten voegen? Voor mijzelf, voor later? Echt niet. Op een lijstje houd ik bij wat ik allemaal heb gezien in de bioscoop en op de streamingdiensten. Dat is voldoende voor mij. Het lijstje voorkomt vooral dat ik per ongeluk twee keer hetzelfde zie. Overigens, met ‘Film’ bedoel ik films én series. Beide volop te zien op de diverse streamingdiensten. 

Maar af en toe voel ik een besliste drang om een kijkervaring te delen. De laatste film waar ik wat over te melden had was ‘The Irishman’ uit 2020. Duidelijk dat het weer eens tijd werd voor een nieuwe recensie. Vriend K. is ook een filmliefhebber en wij geven elkaar vaak tips over films en series. Onlangs adviseerde hij mij ‘Voor de meisjes’ te kijken van Mike van Diem. Als tweede tip noemde hij de film ‘Frankenstein’ van regisseur Guillermo del Toro. Beide staan op Netflix. Uitzonderingen daargelaten, zitten we meestal op één lijn ten aanzien van de waardering van films en series. Zijn tips neem ik dus zeer serieus. De eerste film sprak mij qua verhaal aan en heb ik direct gekeken. Een juweel. Maar het gaat hier om die tweede film. Daar had ik eigenlijk weinig vertrouwen in. Een 'monsterfilm' leek mij wat te platvoers en ik heb echt helemaal niets met ‘fantasy’. Maar ik had K. beloofd een poging te wagen en dat legitimeerde mijn gewaagde kijkavontuur. Als ik het niets vond kon ik altijd nog uitwijken naar Lou Grant (inside running gag).


In de afgelopen jaren ben ik op enig moment begonnen recensies ‘in mijn hoofd’ te maken. Alsof ik ze zou opschrijven voor een filmtijdschrift. Het diende geen enkel doel anders dan mijzelf te vermaken als ik even niets te doen had. Bijvoorbeeld tijdens een fietstochtje, echt heel leuk. Ik verzon al doende een structurele manier zodat ik snel voor mijzelf inzichtelijk kreeg hoe goed ik de film of serie vond. Ik kwam uiteindelijk tot zeven onderwerpen waar ik wat van moest en moet vinden ten einde een compleet beeld te krijgen van een film of serie:

1. Verhaal / plot / authenticiteit / coherentie
2. Cast / acteren
3. Scene progressie (pacing) / ritme / timing
4. Camerawerk / fotografie
5. Score / soundtrack
6. Locaties
7. Special effects & overige

Regie en productie benoem ik nooit specifiek want de weerslag daarvan wordt weergegeven in de zeven punten. Ik doe deze ‘breinrecensies’ nu al een paar jaar. Erg leuk en bovendien goede hersengymnastiek. Hieronder probeer ik voor het eerst mijn systeem te gebruiken door een recensie op die manier uit te schrijven.  

Het verhaal van Frankenstein zou een klassieker moeten zijn. ‘Het monster van Frankenstein' kennen de meeste mensen als fenomeen of begrip wel, maar veel verder gaat die kennis meestal niet. De ouderen onder ons verwarren het soms met de Amerikaanse sitcom 'The Munsters' uit de jaren zestig met de goedaardige Herman Munster. Ik herinner mij zelfs een jongetje op de lagere school die zijn uiterlijk niet mee had en 'Herman Monster' werd genoemd; dus niet 'Munster'. Voor de duidelijkheid, ik hoor(de) bij de groep 'de meeste mensen'.

Ik heb eerst wat huiswerk gedaan. Mijn hemel, Frankenstein blijkt een van de meest bewerkte verhalen uit de filmgeschiedenis! Er zijn honderden versies van verschenen vanaf 1931 waarbij de laatste zo'n beetje het best gewaardeerd wordt. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Britse schrijfster Mary Shelley uit 1861. Het verhaal gaat over Dr. Victor Frankenstein, een briljante chirurg die de dood wil overwinnen door nieuw leven te creëren. In de verte is het verhaal blijkbaar gebaseerd op Prometheus, een figuur uit de Griekse mythologie. Ik moet dat eens nalezen. Het is een prikkelende fantasie. In het boek wordt beschreven dat Victor Frankenstein naar begraafplaatsen gaat en plekken waar lichamen worden ontleed om "onderdelen" te verzamelen voor zijn experimenten. Best wel bizar en er is veel meer over het verhaal te zeggen ‘than meets the eye’. Maar het gaat hier vooral om de film. Toen ik de trailer had bekeken was ik overtuigd van de fotografische briljantie, maar hoe zou ik omgaan met de geloofwaardigheid? Ik ging uiteraard kijken en dat pakte onverwacht anders uit…

  1. Verhaal. De film is een bijna (!) geloofwaardige fantasie en doet me in zekere zin denken aan ‘2001: A Space Odyssey’. In dat meesterwerk scheert de fantasie rakelings langs de werkelijkheid. Schitterend gedaan destijds en dat lukt 'Frankenstein' tot op zekere hoogte ook. Het ‘format’ prikkelt in die zin de fantasie én de geest, ook de mijne. Het creëren van leven, we zitten er in deze tijdspanne niet ver vandaan denk ik, zeker technisch gezien. Het maakt Frankenstein ethisch relevant. Wat is dus de boodschap van deze film? Best lastig. Het spelen voor god lijkt altijd verkeerd uit te pakken en dat is blijkbaar ook de overeenkomst met het verhaal van Prometheus. In die zin is de film een waarschuwing. Denk in dat verband ook aan de film Oppenheimer maar zeker ook aan Artificial Intelligence… Meer mag ik nu niet delen en vertellen want er zijn vast lezers die de film nog willen zien. Ik geef het ronduit geweldige verhaal een 9,0.
  2. Cast. Prachtig acteerwerk van Oscar Isaac die Dr. Frankenstein speelt en Jacob Elordi als 'het wezen'. Oscar Isaac is een echte ‘Mad Hatter’ en speelt een tikkie over de top, maar dat past heel goed bij het gehanteerde format. Charles Dance, de über Brit, speelt de vader van Victor met verve. Ook de vele andere acteurs vertolken hun rollen uitstekend. De jonge Frankenstein, gespeeld door Christian Convery is ook zo'n topper. De Deense acteur Lars Mikkelsen, de kapitein, zie ik altijd heel graag, maar hij schitterde hier niet bijzonder. Dat lag niet aan hem maar aan zijn wat magere rol. De diverse karakters vertonen verder weinig diepgang, zeg maar gerust geen. Het is inherent aan de keuze voor een spectaculaire visuele en flamboyante filmische stijl waardoor er weinig ruimte is voor gezever. Het is niet erg, in tegendeel... Een 8,5
  3. Scene progressie. Ik bedoel daar mee het gekozen tempo en hoe dat tempo wordt uitgerold door de film. Dit onderdeel is voor mij essentieel en de film laat hier en daar wat schieten. Ik houd van een lineaire flow, een vloeiende verhaallijn. Liefst chronologisch. Flash backs? Rampzalig. Zeker als dat vaak en thematisch wordt toegepast... Het frustreert voor mij die natuurlijke flow en verpest de spanningsboog van elk narratief. Dan raak ik de draad kwijt of val ik in slaap. Onlangs zag ik ‘One Battle after Another’, een waanzinnig goeie film van 2 uur en 41 minuten. Ondanks dat de opening van de film een lange flashback is, heb ik daarna geen seconde gemist! Zo hoort het. Maar het zijn natuurlijk ook keuzes van scenarioschrijvers en regisseurs en niet iedereen zit hetzelfde in deze race. Terug naar onze film. Het middelste deel van Frankenstein had echt wat vlotter gekund. Dat verliep wat stroperig vond ik. Het gedoe met Lady Elisabeth Harlander ontging mij en daar zat ook weinig vaart in. Ik was even bang dat er een romantische 'tweak' aan het verhaal werd toegevoegd. Maar dat gebeurde gelukkig niet en zij bleek wel degelijk een inhoudelijke en symbolische rol te spelen door de menselijke maat in te brengen. Dat las ik elders en had ik toch even gemist, mijn fout😬. De ontknoping aan het einde van de film was, na 2,5 uur, wel wat abrupt vond ik. Dat had ik echt wat anders gedaan als ik het voor het zeggen had gehad. Een 6,5.
  4. Camerawerk en fotografie. Ge-wel-dig! Een kunstwerk, niets aan toe te voegen. Een 10!
  5. Score. Dat is dus niet de soundtrack maar uitsluitend de voor de film geschreven en gecomponeerde muziek. Soms minimalistisch, soms wat bombastisch, maar dat hoort ook bij het genre denk ik. Over de soundtrack verder niet veel te melden. De soundtrack is overigens alle muziek, de liedjes, soms gesproken tekst en dergelijke. Een 7,0. 
  6. Locaties. Al dan niet met AI (CGI) geproduceerd, maar prachtig gedaan. Regelmatig moest ik aan 'Het Parfum' denken en dat is een groot compliment. De Gotische sfeer en grote landschappen werden gevonden in Engeland, Schotland en Canada. De straatbeelden van Edinburgh, het vastgevroren schip in het Arctische ijs, de interieurs van de huizen en paleizen, het zag er allemaal schitterend uit. Top. Een 9,0.
  7. Special effects. Helemaal goed. Het tot leven gewekte wezen en alle 'medische' viezigheid, het gebouw wat in vlammen op gaat, enzovoort, prachtig. Kostuums en make-up, idem dito. Een 8,5.


Het ongewogen gemiddelde komt uit op 8,4 en dat vind ik een onverwacht hoge score. Mijn disclaimer is, en dat wil ik benadrukken, dat deze recensie 100% subjectief is. Er valt dus niet over te discussiëren. Er is geen waarheid, ja de mijne 😂. Stel dat ik een recensie zou publiceren in een of ander medium, dan zou ik de zeven punten uitschrijven in één verhaal voor de leesbaarheid en om te veel zakelijkheid te vermijden. Het moet wel leuk blijven en geen wetenschap.

Frankenstein is best een intelligente film en kent meer gezichten en lagen dan de vertelling 'an sich' en verdient zijn eigen exegese. Maar dat kan natuurlijk niet in een korte recensie en daar mogen andere cultuuranalisten hun best op gaan doen. Wellicht is dat in het verleden volop gedaan; misschien zijn er wel sociologen op het verhaal afgestudeerd. Ik had in ieder geval content genoeg voor deze recensie.

Met de film Frankenstein heb ik mogen ervaren dat het genre fantasy op een bepaalde manier nog nét kan voor mij. Het bruggetje van fantasie naar voorstelbare werkelijkheid moet wel stevig zijn, anders trek ik het niet. Volgens sommigen is deze film geen fantasy maar Science Fiction. Ook goed. Maar, hoe je het ook bekijkt, Frankenstein is absoluut concreter en inhoudelijker dan ik dacht en gewoon de moeite waard. Alleen de plaatjes bieden al ruimschoots voldoende reden om de film te gaan bekijken.


dinsdag 28 oktober 2025

JACK DEJOHNETTE – R.I.P.

Het zijn er makkelijk meer dan honderd. Meer dan honderd albums die ik ‘heb’ waar Jack DeJohnette als drummer en, af en toe, als pianist en zelfs als saxofonist op speelde. Soms als leider maar nog vaker als sideman. Jack is eergisteren overleden en daarmee verliest de jazzwereld één van zijn allergrootste iconen. Ooit!

Dat ‘hebben’ is een dingetje. Maar daar kom ik straks nog even op terug. Het is in ieder geval zo dat Jack DeJohnette meespeelt op heel veel van mijn  LP's, CD's en streaming albums. Ik denk dat hij in mijn verzameling daarmee wel één van de koplopers is. Zonder dat ik mij daar erg nadrukkelijk bewust van was heb ik dus ontzettend vaak naar hem geluisterd. Meer dan genoeg reden om bij zijn persoon en werk stil te staan. Helaas hebben we hem nooit live op zien treden, volgens mij. AI geeft aan dat DeJohnette tien keer op NSJ speelde. Niet waar ik bij was, voor zover ik mij kan herinneren. Ik laat mij echter graag corrigeren.

Jack DeJohnette, geboren op 9 augustus 1942 in Chicago, was een van de meest invloedrijke drummers en componisten in de moderne jazz. 'Hij stond bekend om zijn technische beheersing en zijn vermogen om traditie en vernieuwing te verenigen', praat ik een website na. 'Oorspronkelijk opgeleid als pianist, stapte hij over op drums en ontwikkelde al vroeg een zeer muzikale benadering van zijn instrument: hij behandelde het drumstel niet alleen ritmisch, maar ook melodisch en klankmatig', van dezelfde website. Zijn doorbraak kwam eind jaren zestig als lid van Miles Davis’ ‘electric’ band, zoals onder andere te horen op Bitches Brew en Miles Davis at Fillmore.

Vanaf de jaren zeventig bouwde hij verder aan zijn reputatie in eigen groepen (zoals Special Edition) en als vaste drummer in Keith Jarrett’s Standards Trio. Dat was een van de langstlopende en meest geliefde formaties in de jazzgeschiedenis die ik relatief recent heb ontdekt. Nou ja, ontdekt, getipt door (wijlen) vriend J. Dat was een onbegrijpelijke ‘erreur importante’ van formaat. Maar ik heb mij gerevancheerd want het Standards Trio luister ik bijna dagelijks en ontroert mij soms tot tranen. Echt waar. 'Geen dag zonder Bach’ zeggen de liefhebbers. Ik zeg ‘no standard without Jarrett’. Geen perfect rijm, maar ik kon geen betere verzinnen.

Voor de volledigheid, het trio bestond uit Keith Jarrett op piano, Jack DeJohnette op drums en Gary Peacock op bas. Gary is in 2020 overleden en Keith is er nog, zij het gedeeltelijk verlamd aan zijn linkerzijde vanwege twee beroertes. Het is onwaarschijnlijk dat hij ooit nog in het openbaar zal optreden. Voor de leken, Jarrett wordt beschouwd als één van de beste pianisten uit de geschiedenis. Zowel in jazz als klassiek. Zijn 'Köln Concert' is het best verkochte jazz album aller tijden.


Maar vele, vele jaren voor mijn late trio-ontdekking luisterde ik al volop naar albums waar DeJohnette zijn kunsten op had verricht. Zoals Bitches Brew en meerdere andere albums van Miles Davis. Mijn eerste LP van Jack als leider was ‘UNTITLED’ op ECM, gekocht op 24 april 1979. Allemachtig, dat is bijna 47 jaar geleden. De mechanische- en audio-kwaliteiten van de LP zijn nog steeds ongelofelijk. De muziek vind ik, nou ja, niet mijn smaak, laat ik het zo maar zeggen. Dat kan (dus) ook. Ik denk dat ik het album destijds kocht in de veronderstelling een mooie Miles-achtige funkplaat op de draaitafel kon leggen. Niets van dat alles. 


Daarna schafte ik andere albums onder zijn naam (allemaal op ECM) aan die ik wél goed vond. Uiteraard ook samenwerkingen met anderen als gastmuzikant. Jack speelde mee op albums van artiesten met klinkende namen, zoals Carlos Santana, John Abercrombie, Pat Metheny, Herbie Hancock en vele anderen. Relatief recent, heb ik nog twee briljante albums aangeschaft: ‘In Movement’ met Ravi Coltrane (de zoon van) en ‘Blue Maqams’ van Anouar Brahem.

Drummers hebben een vitale rol in Jazz, dat is geen nieuws. Misschien is het wel zo dat als hun spel je niet nadrukkelijk opvalt dat het juist goed is. Er zijn drummers die mij wél opvallen door hun eigen stijl. Daar hoort Jack De Johnette niet bij. Ik zie, of zag, hem als een zeer ondersteunende, interactieve en zeer maatvaste drummer met een perfecte groove en timing, maar geen ‘lead’ drummer. Ik heb het aan AI gevraagd en dit was het antwoord: “De perceptie dat Jack DeJohnette meer een interactieve en ondersteunende drummer was dan een klassieke “lead”-drummer sluit goed aan bij hoe muzikanten en critici hem zien: als een uitzonderlijk creatieve, veelzijdige en subtiele drummer, die het collectieve spel naar een hoger niveau tilt, en zich zelden op de voorgrond dringt tenzij de muziek dat vraagt.” Nou, niet slecht voor een leek, toch?

DeJohnette wordt algemeen beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de bop-, fusion- en hedendaagse jazz. Hij is een van die musici die de jazz mede heeft vernieuwd zonder de traditie los te laten. Bovendien werd hij gezien als een warme, bescheiden en inspirerende figuur, die geliefd was bij collega’s en jongere generaties muzikanten.

Ik zou het nog even over muziek ‘hebben’. Dat was vroeger wel iets. We bouwden prachtige verzamelingen op van LP’s, casettebandjes en later CD’s. Maar ja, wat moeten we er nu mee? Alles wat we bezitten, materieel of immaterieel, is intrinsiek vergankelijk. Bezit bestaat in universeel opzicht dus eigenlijk niet. Met het ouder worden raken we geleidelijk letterlijk alles kwijt inclusief onze fysieke integriteit en, tenslotte, het einde. Heftige beschouwingen wellicht, maar van tijd tot tijd voel ik dat zo als ik door mijn study kijk en al die honderden boeken, platen en CD’s zie. Wat moet men er straks mee? Misschien vinden een paar exemplaren nog een goeie plek. Maar de rest...


Toch beschouw ik dat ‘bezit’ nog steeds als waardevol, net als vroeger. Dat streamen is technisch geweldig, maar dat tijdelijke bezit van een LP of een boek of een CD bevat schoonheid die bytes en bits niet bieden. Het bezit is vanuit die visie dan toch waardevol. Net als ons leven een waardevol bezit is en een onderdeel van de cyclus van het leven. Moraal van het verhaal? Ik moet eigenlijk de volledige ‘Standards Trio’ collectie op vinyl aanschaffen. Een mooiere ode aan Jack DeJohnette kan ik niet bedenken.

donderdag 23 oktober 2025

KLAUS DOLDINGER - R.I.P.

Klaus Doldinger, de componist van de muziek van 'Das Boot', is afgelopen 16 oktober overleden op 89-jarige leeftijd. Ik lees het nu pas bij toeval op internet. Ik heb geen anekdotes die wat met Klaus hebben uit te staan, maar wel hele mooie herinneringen aan de tijd waarin wij naar zijn muziek luisterden. Juist nu mijn goede vriend F. in het ziekenhuis aan het vechten is voor zijn leven, herinner ik mij Klaus Doldinger en zijn band Passport als nooit tevoren. F. woonde decennia in een mooi maisonnette appartement. Hij was daar vele, vele jaren een geweldige gastheer voor ons, zijn vrienden. Bijna ieder weekend, soms meerdere dagen, vierden wij bij hem het leven in al zijn kleurrijke facetten 😂😛😫. Maar muziek ontbrak nooit. Wij luisterden vooral naar onze helden uit de jaren zeventig en tachtig zoals Santana, Frank Zappa, Led Zeppelin, Eric Burdon en vele anderen. Klaus Doldinger’s Passport was ook regelmatig van de partij tussen dat illustere en iconische muziekgezelschap.


Klaus Doldinger werd geboren op 12 mei 1936 in Berlijn. Hij studeerde klassiek piano en klarinet. Maar hij voelde zich meer aangetrokken tot de jazz die Amerikaanse soldaten na de oorlog in Duitsland hadden geïntroduceerd. Hij bekwaamde zich als saxofonist, werd wereldberoemd in Duitsland en een beetje in West-Europa. Maar hij reisde toch maar mooi met zijn muzikanten de hele wereld over. Marokko en Brazilië hadden zijn voorkeur. De muziek die hij maakte én mij aansprak getuigde van een feilloos gevoel voor timing en ‘groove’ die voor Europeanen zeldzaam is.

Klaus had in 1971 ‘Passport’ opgericht, een langlopende jazz-fusion formatie die internationaal toerde en in vijf decennia tientallen albums uitbracht. Het was de enige ‘Doldinger' waar we naar luisterden.  Wellicht vanwege die groove. Dat hij muzikaal veel meer deed, zoals het schrijven van de titelmuziek van Tatort en de ’score’ van Das Boot, dat wist ik niet. Shame on me. Het laatste album wat bij mij (ons) de aandacht trok was ‘To Morocco’, een uitstekende fusie van Marokkaanse muziek en jazz uit 2006.

Ik ken Klaus Doldinger’s en Passport’s oeuvre duidelijk onvoldoende en heb toevallig onlangs ontdekt dat er echt geweldige albums tussen zitten. Luister eens naar het eerste deel van het live album uit 2008 ‘On Stage’ en het prachtige 'Inner Blue' uit 2011. Zulke goede muziek maar er zijn geen eens, of nauwelijks, recensies van te vinden. Jammer. 

Mijn mooie herinneringen aan ‘ooit’, zoals boven genoemd, én de muziek van Passport, motiveerden mij om wat regels te wijden aan het overlijden van Klaus Doldinger. Uit respect voor een erg goede muzikant waar buiten Duitsland te weinig mensen aandacht aan gaven. Ach, weer iemand uit ons collectief muzikaal geheugen die er niet meer is...

maandag 15 september 2025

FOTOGRAFIE & SONY DSC HX-60

We weten allemaal hoe snel software steeds beter en intelligenter wordt. Kijk maar naar allerlei AI-applicaties die we tegenwoordig gebruiken. ‘Embedded’ software in de meest uiteenlopende apparatuur maakt het leven steeds makkelijker. Embedded software is ingebouwd in industriële en consumentenproducten die draagbaar zijn of ‘stand alone’ functioneren. Bijvoorbeeld smartphones, laptops, wasmachines, koffiezetapparaten, auto's, enzovoort. Eigenlijk bijna alles wat niet met keilbouten ergens aan vastgeschroefd is. De smartphone is natuurlijk het grootste embedded wonder van deze tijd. Die kan nog net niet het gras maaien en de luiers verschonen, maar dat is een kwestie van tijd. Allemaal bij wijze van spreken he?

Afgezien van de eindeloze hoeveelheid functionaliteiten, verbaas ik mij steeds meer over de fotografische capaciteiten van de modernste smartphones. J. heeft onlangs zowel een nieuwe Samsung als een nieuwe Apple in gebruik genomen. De eerste als onderdeel van haar KPN abonnement en de tweede van de baas. De kwaliteit van de foto's van beide toestellen zijn niet normaal. Bovenstaande foto maakte J. vorig jaar met haar vorige Samsung. Het is in slot Schönbrunn in Wenen. Gemaakt met met haar vorige toestel, een Galaxy A52s! Het toestel stelde scherp, corrigeerde de witbalans, de belichting, de kleur, eigenlijk alles in een 'split second'. Ook dat toestel was al een technisch wondertje. De A52 was uitgerust met het z.g. quad-camera systeem (4 camera's). Zelfs bij weinig licht zorgde de 64 MP hoofdcamera voor een zeer goede kwaliteit. Het toestel had daarnaast een ultra-groothoekcamera 12MP, een macrocamera 5MP en een dieptesensor 5MP.  Het toestel is uit de handel en wordt inmiddels fotografisch in de schaduw gezet door haar nieuwe smartphones. 

Als we samen op pad zijn en ik heb mijn Nikon SLR bij mij dan raak ik bijna gefrustreerd. Uiteindelijk haal ik met nabewerking ook wel prima resultaten, maar dat is gewoon veel werk, terwijl de smartphones met ‘point & shoot’ instant minimaal hetzelfde resultaat bereiken, zo niet beter! Nabewerken vind ik leuk en het hoort bij serieuze digitale fotografie en ik doe het al meer dan twintig jaar. Maar wie  doet en wie wil dat nog? Met de technische resultaten van de moderne smartphone lijkt nabewerking bovendien overbodig. Ik moet wel benadrukken dat nabewerken met een smartphone ook kan door allerlei ingebouwde tools of zelfs met 'third party' applicaties. Is er dus eigenlijk geen bestaansrecht meer voor de ‘gewone’ fotocamera’s? Dat is een interessant onderwerp waar ik nog een keer induik. 

Hoe goed zijn de beste smartphones als fototoestel vergeleken met de SLR van weleer en de systeemcamera's van nu? Waarom zou je die laatste twee nog overwegen om aan te schaffen? Ik som eerst maar eens de sterktes en zwaktes op.

SMARTPHONE

Sterktes

  • Licht, compact, volledig automatisch en altijd bij de hand.
  • Point & shoot dus en er kan eigenlijk bijna niets mis gaan.
  • Vanwege de steeds betere software werkelijk fenomenale resultaten.

Zwaktes

  • Kleine sensor waardoor, theoretisch, er minder dynamisch bereik is dan met een grotere sensor. Ik merk er eerlijk gezegd niets van. Foto’s midden in de nacht genomen zijn nog best goed en zonder ruis van betekenis.
  • Zoom. Ondanks een hele rits cameraatjes en lenzen in de meest geavanceerde moderne smartphones, blijft dit dé achilleshiel van de smartphone. Inzoomen moet digitaal of met een beperkt lensje. Hier verliest voor mij de smartphone het voor 100% van de camera's met een echte, dus optische, zoomlens. Als je niet optisch kunt inzoomen ben je gewoon een groot deel van de creatieve mogelijkheden kwijt. Killing...
  • Geen zoeker en dat is uitermate nadelig bij zonnig weer.

SPIEGELREFLEX & SYSTEEMCAMERA’S

De moderne systeemcamera is een doorontwikkeling van de Digital Single-Lens Reflex (DSLR), de spiegelreflex. De spiegel zit er niet meer in maar verder zijn ze conceptueel vergelijkbaar en op beide kun je andere lenzen zetten. De systeemcamera is uiteraard weer een aantal flinke stappen verder op het gebied van software en elektronica. Het aanbod DSLR's loopt vlot terug, dus de systeemcamera heeft het binnenkort volledig voor het zeggen!

Sterktes

  • Grote sensoren (tot full frame) geven erg veel detail en heel goede prestaties bij weinig licht.
  • Heldere zoeker die zorgt dat je ook met veel licht kunt zien wat je fotografeert. Bij een DSLR via de spiegel en bij een systeemcamera elektronisch via de sensor.
  • Uiteraard de mogelijkheid lenzen te kunnen verwisselen en andere lenzen te gebruiken zoals tele- en zoomlenzen. Dit is echt het grootste verschil met de smartphone die dit niet kan en voor mij dus een knock-out criterium in dit vergelijk. Knock-out voor de smartphone bedoel ik dan, voor de duidelijkheid.
  • Degelijk en robuust gebouwd.
  • De camera's van de topmerken zijn geschikt voor professioneel gebruik.

 Zwaktes

  • Groter, zwaarder en het is echt een last om met camera en lenzen onderweg te zijn. Als je geen professional bent of wat ouder wordt en het gesleep gewoon zat bent, dan kan het een doorslaggevende reden zijn of worden om van de aanschaf van dit soort camera's af te zien.
  • De nieuwe systeemcamera’s zijn erg duur, maar de prijzen beginnen gelukkig wat te zakken. De DSLR’s verdwijnen langzaam maar zeker van de markt. Jammer...
     


SAMENVATTING

Als ik het bovenstaande samenvat en conclusies trek dan kom ik op het volgende:

  • Voor dagelijkse foto’s, vakanties, social media, herinneringen maar ook serieuze fotografie zijn smartphones zó goed dat je er bijna alles mee kan. Behalve spelen met lange brandpuntafstanden (lees: telefoto’s maken) en dan haken serieuze hobbyisten en (professionele) fotografen gewoon af, daar bestaat geen twijfel over. Maar voor bijna iedereen zijn ze echt geweldig.
  • Voor meer serieuze, artistieke, technische en professionele fotografie blijven systeemcamera’s en ook de oudere DSLR’s onovertroffen. Maar dat gesleep he? Dat blijft een keuze.

MAAR...

Maar... dit is niet het hele verhaal! De aanleiding om weer eens wat over fotografische hardware te schrijven was de ontdekking van mijn Sony DSC HX-60. Zie mijn Sail-blog. De Sony is een zogenaamde compactcamera. Deze waren tot ongeveer 15 jaar geleden buitengewoon populair. Het was een apart camera-segment en heb ik hierboven niet benoemd. Het waren uitstekende camera's en alle bekende merken verkochten ze. Nadeel was dat ze soms wel erg klein waren voor mensen met grote handen. De vraag naar de compactcamera stortte in met de komst van de smartphone. Ze worden niet meer gemaakt behoudens een paar peperdure modellen. 

Een ander niche product is de bridgecamera. Die zijn wat kleiner dan de systeemcamera's en spotgoedkoop. De bridgecamera heeft een vaste zoomlens, soms soms wel met een bereik van 1000 mm+. Dat is echt wel vet. Wie geen kilo’s glaswerk wil meesjouwen en niet zijn of haar hypotheek wil verhogen, kan eigenlijk alleen bij bridgecamera’s terecht. Ik denk aan vogelaars met een wat kleinere beurs bijvoorbeeld. Ik heb er diverse gehad van Fuiji. Het aanbod is echter uiterst minimaal en ik vrees ook voor de toekomst van dit type camera.

Wij hadden destijds dus geluk met onze impulsaankoop van de Sony DSC HX-60 compactcamera. Dat is inmiddels een paar jaar terug. Hij beviel erg goed toen ik hem voor heerst gebruikte tijdens Sail. Ik beloofde terug te komen op deze camera. Kon hij het een beetje opnemen tegen mijn Nikon DSLR? Ik heb de kleine Sony inmiddels getest en de conclusie is dat het mijn ‘daily’ camera wordt. Deze Sony biedt gemak, creativiteit op allerlei vlakken, een heerlijke compactheid en prima resultaten. Hij kan zeker in de schaduw staan van mijn Nikon en op creatief vlak laat mijn Sony een smartphone in het stof bijten. Maar de instant resultaten van de modernste (en erg dure) smartphones zijn zo ongelofelijk goed, dat redt de Sony niet. Maar met nabewerking, het is mijn hobby tenslotte, loop ik dat grotendeels weer in. De fenomenale zoomlens is voor mij echter een niet te verslaan voordeel en de reden om de Sony ‘daily’ te maken. Ik ben verder tevreden over de prestaties, ook bij weinig licht. Ik heb in een paar dagen een kleine hoeveelheid testfoto's gemaakt. Met name om de resultaten te zien bij schaars licht. Klik op de hyperlink hierna om de resultaten te zien van mijn 'zakjapanner':

HYPERLINK: SONY DSC HX-60 | PORTFOLIOLIO

Tsja… erg blij dus met mijn kleine Sony. Maar, eerlijk? Ik denk dat het een kwestie van tijd is dat smartphones op de een of andere manier ook zoom en telelens mogelijkheden gaan krijgen. Dat wordt misschien het einde van de ‘echte’ camera’s. Software en AI bepalen nu en straks ons leven, meer dan welke science fiction schrijver ooit kon vermoeden. We gaan het zien. Voor nu ben ik heppie de peppie met mijn kleine Japanse vriend en nabewerken blijf ik toch wel doen 😄