Posts tonen met het label TECHNOLOGIE. Alle posts tonen
Posts tonen met het label TECHNOLOGIE. Alle posts tonen

maandag 17 augustus 2026

FO**ING WARM

Lang, lang geleden hoorde ik iemand op TV zeggen: “Als de Chinezen wc-papier gaan gebruiken is het over met de menselijke soort”. Zo’n zin zou nu als etnisch profileren worden beschouwd. Zo was dat destijds zeker niet bedoeld. De lontjes waren toen nog niet zo kort en de etnische ego's niet zo groot. Nee, het was een goedbedoelde waarschuwing en een metafoor. Onze planeet kan heel wat mensen huisvesten en voeden, maar geen 8,3 miljard stuks die met zijn allen grote roofbouw plegen op de aarde. Dat is gewoon te veel en dat was de waarschuwing. Dat gebruik van wc-papier was een metafoor. Een metafoor voor de apocalyps als we geen actie nemen.

Four Horsemen of the Apocalypse, 1887, Viktor Vasnetsov.

Een beetje drama is wel op zijn plaats in de bijna profetische context van dit blog. Het schilderij toont De Vier Ruiters van de Apocalyps. Het zijn Bijbelse figuren uit het Nieuwe Testament (Openbaring van Johannes, ca. 95 n.Chr., met meer verwijzingen in het Oude Testament) die verpersoonlijkingen zijn van Verovering, Oorlog, Hongersnood en de Dood. Het schilderij vind ik erg indringend en beklijft, denk ik, en daardoor ook dit blog.

Een dergelijke waarschuwing, ik bedoel die van het WC-papier in de eerste alinea, is niet de eerste keer. De ouderen onder ons herinneren zich vast 'De Club van Rome'. Deze werd in 1968 opgericht als een internationale denktank van wetenschappers, economen en ondernemers. Zij publiceerden het rapport Grenzen aan de groei (The Limits to Growth) in 1972. De belangrijkste voorspelling uit het rapport was dat onbelemmerde economische en bevolkingsgroei binnen honderd jaar zou leiden tot een plotselinge en onbeheersbare ineenstorting van de wereldwijde beschaving. Wat is er met het rapport gebeurd? Vast een heleboel, maar in ieder geval onvoldoende. We zijn ruim halverwege de rit naar het einde en de planeet bloedt...



Foto: Nansen Ice Sheet, Antarctica - NASA

De conclusies van het rapport zijn nog steeds van toepassing, meer dan ooit. De belangrijkste oorzaak van de opwarming van de aarde is de ongeremde bevolkingsgroei van de mens.


Door die groei is de toename van het verbranden van fossiele brandstoffen, intensieve landbouw, ontbossing en andere kwalijke activiteiten alleen maar erger geworden. Het zijn de belangrijkste oorzaken van toename van het broeikaseffect en de opwarming van de atmosfeer, de belangrijkste oorzaak van alle ellende. Het grootste probleem is dat de urgentie nog steeds ontbreekt bij de mensen die invloed hebben of de daadkracht of lef of het IQ missen. De urgentie wordt wél gevoeld door, bijvoorbeeld, bergwandelaars die één van de meest schitterende natuurverschijnselen onder hun voeten zien wegsmelten, de gletsjers. Ik hoorde ook bij die groep en ik kan gewoon niet meer kijken naar de beelden van de verdwijnende ijsmassa's in de alpen en elders. Het doet gewoon pijn. Maar is het ook te laat?

Wat is mijn boodschap nu eigenlijk? Beetje wijs doen over dit onderwerp? Nee. Ik weet eerlijk gezegd niet waarom ik het opschrijf. Het komt, net als bijna al mijn verhaaltjes, in mijn hoofd op en vloeit vervolgens automatisch uit de pen (toetsenbord). Misschien is de blog een waarschuwing, een laatse poging om mensen wakker te schudden, bewuster te maken. Maar daar is mijn bereik helaas te klein voor.

Maar ja, wat moet je er mee als individu? Wat te doen? Boter hebben we sowieso allemaal op ons hoofd. Wie heeft er dit jaar niet gevlogen? Wij wel en het geeft mij echt wel een gevoel van ‘flight shaming’, maar met die nepschaamte schieten we ook niets op. Wij rijden nu bijna een jaar een 100% elektrisch autootje, dat voelt dan toch een beetje beter. Het is mischien een begin, maar, beter iets dan niets en beter laat dan nooit 😊. Dooddoeners, ik weet het.



De werkelijk drijvende kracht om dit stukje te schrijven is, denk ik, dat ik mij dagelijks verbaas over de waanzinnig hoge temperaturen in Europa en ook in Nederland deze zomer. Als het vroeger 30 graden was, nou, nou, dan was het fo**ing warm ('vroeger' is trouwens niet zo heel lang geleden). De berichten en filmpjes van smeltende gletsjers, bosbranden en dergelijke doen er nog eens een schep bovenop! Over centraal Europa ontstond gewoon een hittekoepel die weken duurde. Aardwetenschappen en in het bijzonder klimatologie, hebben mijn bijzondere aandacht. Mijn PC staat vol met snelkoppelingen naar allerlei relevante websites, zoals NASA, NOAA, KNMI, enzovoort. Maar ook onze stedelijke weerdienst. Deze is onderdeel van een wereldwijd netwerk van amateur weerstations, ‘Wunderground’ genaamd (Weather Underground). Dat is een enorm netwerk van meer dan 250.000 particuliere weerstations van hobbyisten over de hele wereld. Deze stations zijn doorgaans voorzien van professionele meetapparatuur en in essentie uitstekend geëquipeerd. De plaatsing van de amateurstations is echter zelden optimaal en niet conform de officiële internationale richtlijnen. De reden daarvan is dat amateurs meestal (=bijna altijd) geen beschikking hebben over open vrije ruimte. Die is noodzakelijk voor een officiële meting want bebouwing beïnvloedt de meting. Maar door de fijnmazigheid van het Wunderground netwerk is de informatie per gebied veel gedetailleerder en is daardoor wel van belang voor de volledige beeldvorming van het weer en ons klimaat. 

Sinds enige tijd kijk ik soms meerdere keren per dag op ons lokaal Wunderground-weerstation, die zit bij ons in de straat nota bene. Dit jaar kijk ik echt met stijgende verbazing en de nodige verontrusting. Op 23 mei dit jaar was het de eerste dag dat de 30 graden werd gehaald en, in dit geval, overschreden in onze regio. Tussen genoemde datum en vandaag is dat 24 keer gebeurd. Op 26 juni werd de 40 graden grens op 0,3 graden na gehaald. Ronduit bizar en enkele jaren geleden, nogmaals, was zo’n rijtje totaal ondenkbaar. Het zijn gewoon intimiderende cijfers.


Wat nu? Minder mensen uiteraard (hoe dan?), inzetten op kernenergie, AI en andere technologische oplossingen vinden. Het lijkt al na twaalven en actie is geboden. Als we nog wat willen doen, dan graag met zijn allen. Dus minder vliegen, met de trein gaan, groene stroom opwekken, elektrisch rijden, enzovoort. Misschien worden we gered door de voorzienigheid zoals het verzwakken van de Atlantische oceaanstroming (AMOC, Atlantische Meridionale Omwentelingscirculatie), zie mijn blog van 26 maart jl.. Uiteraard stemmen op democratische partijen die een passend beleid hebben en, nogmaals, kappen met die populisten. Maar, als ik dit verhaal teruglees... dan weet ik het allemaal nog niet. Ik zie trouwens een oud boek in mijn kast staan... Gekocht toen ik op de HAVO zat.



maandag 15 september 2025

FOTOGRAFIE & SONY DSC HX-60

We weten allemaal hoe snel software steeds beter en intelligenter wordt. Kijk maar naar allerlei AI-applicaties die we tegenwoordig gebruiken. ‘Embedded’ software in de meest uiteenlopende apparatuur maakt het leven steeds makkelijker. Embedded software is ingebouwd in industriële en consumentenproducten die draagbaar zijn of ‘stand alone’ functioneren. Bijvoorbeeld smartphones, laptops, wasmachines, koffiezetapparaten, auto's, enzovoort. Eigenlijk bijna alles wat niet met keilbouten ergens aan vastgeschroefd is. De smartphone is natuurlijk het grootste embedded wonder van deze tijd. Die kan nog net niet het gras maaien en de luiers verschonen, maar dat is een kwestie van tijd. Allemaal bij wijze van spreken he?

Afgezien van de eindeloze hoeveelheid functionaliteiten, verbaas ik mij steeds meer over de fotografische capaciteiten van de modernste smartphones. J. heeft onlangs zowel een nieuwe Samsung als een nieuwe Apple in gebruik genomen. De eerste als onderdeel van haar KPN abonnement en de tweede van de baas. De kwaliteit van de foto's van beide toestellen zijn niet normaal. Bovenstaande foto maakte J. vorig jaar met haar vorige Samsung. Het is in slot Schönbrunn in Wenen. Gemaakt met met haar vorige toestel, een Galaxy A52s! Het toestel stelde scherp, corrigeerde de witbalans, de belichting, de kleur, eigenlijk alles in een 'split second'. Ook dat toestel was al een technisch wondertje. De A52 was uitgerust met het z.g. quad-camera systeem (4 camera's). Zelfs bij weinig licht zorgde de 64 MP hoofdcamera voor een zeer goede kwaliteit. Het toestel had daarnaast een ultra-groothoekcamera 12MP, een macrocamera 5MP en een dieptesensor 5MP.  Het toestel is uit de handel en wordt inmiddels fotografisch in de schaduw gezet door haar nieuwe smartphones. 

Als we samen op pad zijn en ik heb mijn Nikon SLR bij mij dan raak ik bijna gefrustreerd. Uiteindelijk haal ik met nabewerking ook wel prima resultaten, maar dat is gewoon veel werk, terwijl de smartphones met ‘point & shoot’ instant minimaal hetzelfde resultaat bereiken, zo niet beter! Nabewerken vind ik leuk en het hoort bij serieuze digitale fotografie en ik doe het al meer dan twintig jaar. Maar wie  doet en wie wil dat nog? Met de technische resultaten van de moderne smartphone lijkt nabewerking bovendien overbodig. Ik moet wel benadrukken dat nabewerken met een smartphone ook kan door allerlei ingebouwde tools of zelfs met 'third party' applicaties. Is er dus eigenlijk geen bestaansrecht meer voor de ‘gewone’ fotocamera’s? Dat is een interessant onderwerp waar ik nog een keer induik. 

Hoe goed zijn de beste smartphones als fototoestel vergeleken met de SLR van weleer en de systeemcamera's van nu? Waarom zou je die laatste twee nog overwegen om aan te schaffen? Ik som eerst maar eens de sterktes en zwaktes op.

SMARTPHONE

Sterktes

  • Licht, compact, volledig automatisch en altijd bij de hand.
  • Point & shoot dus en er kan eigenlijk bijna niets mis gaan.
  • Vanwege de steeds betere software werkelijk fenomenale resultaten.

Zwaktes

  • Kleine sensor waardoor, theoretisch, er minder dynamisch bereik is dan met een grotere sensor. Ik merk er eerlijk gezegd niets van. Foto’s midden in de nacht genomen zijn nog best goed en zonder ruis van betekenis.
  • Zoom. Ondanks een hele rits cameraatjes en lenzen in de meest geavanceerde moderne smartphones, blijft dit dé achilleshiel van de smartphone. Inzoomen moet digitaal of met een beperkt lensje. Hier verliest voor mij de smartphone het voor 100% van de camera's met een echte, dus optische, zoomlens. Als je niet optisch kunt inzoomen ben je gewoon een groot deel van de creatieve mogelijkheden kwijt. Killing...
  • Geen zoeker en dat is uitermate nadelig bij zonnig weer.

SPIEGELREFLEX & SYSTEEMCAMERA’S

De moderne systeemcamera is een doorontwikkeling van de Digital Single-Lens Reflex (DSLR), de spiegelreflex. De spiegel zit er niet meer in maar verder zijn ze conceptueel vergelijkbaar en op beide kun je andere lenzen zetten. De systeemcamera is uiteraard weer een aantal flinke stappen verder op het gebied van software en elektronica. Het aanbod DSLR's loopt vlot terug, dus de systeemcamera heeft het binnenkort volledig voor het zeggen!

Sterktes

  • Grote sensoren (tot full frame) geven erg veel detail en heel goede prestaties bij weinig licht.
  • Heldere zoeker die zorgt dat je ook met veel licht kunt zien wat je fotografeert. Bij een DSLR via de spiegel en bij een systeemcamera elektronisch via de sensor.
  • Uiteraard de mogelijkheid lenzen te kunnen verwisselen en andere lenzen te gebruiken zoals tele- en zoomlenzen. Dit is echt het grootste verschil met de smartphone die dit niet kan en voor mij dus een knock-out criterium in dit vergelijk. Knock-out voor de smartphone bedoel ik dan, voor de duidelijkheid.
  • Degelijk en robuust gebouwd.
  • De camera's van de topmerken zijn geschikt voor professioneel gebruik.

 Zwaktes

  • Groter, zwaarder en het is echt een last om met camera en lenzen onderweg te zijn. Als je geen professional bent of wat ouder wordt en het gesleep gewoon zat bent, dan kan het een doorslaggevende reden zijn of worden om van de aanschaf van dit soort camera's af te zien.
  • De nieuwe systeemcamera’s zijn erg duur, maar de prijzen beginnen gelukkig wat te zakken. De DSLR’s verdwijnen langzaam maar zeker van de markt. Jammer...
     


SAMENVATTING

Als ik het bovenstaande samenvat en conclusies trek dan kom ik op het volgende:

  • Voor dagelijkse foto’s, vakanties, social media, herinneringen maar ook serieuze fotografie zijn smartphones zó goed dat je er bijna alles mee kan. Behalve spelen met lange brandpuntafstanden (lees: telefoto’s maken) en dan haken serieuze hobbyisten en (professionele) fotografen gewoon af, daar bestaat geen twijfel over. Maar voor bijna iedereen zijn ze echt geweldig.
  • Voor meer serieuze, artistieke, technische en professionele fotografie blijven systeemcamera’s en ook de oudere DSLR’s onovertroffen. Maar dat gesleep he? Dat blijft een keuze.

MAAR...

Maar... dit is niet het hele verhaal! De aanleiding om weer eens wat over fotografische hardware te schrijven was de ontdekking van mijn Sony DSC HX-60. Zie mijn Sail-blog. De Sony is een zogenaamde compactcamera. Deze waren tot ongeveer 15 jaar geleden buitengewoon populair. Het was een apart camera-segment en heb ik hierboven niet benoemd. Het waren uitstekende camera's en alle bekende merken verkochten ze. Nadeel was dat ze soms wel erg klein waren voor mensen met grote handen. De vraag naar de compactcamera stortte in met de komst van de smartphone. Ze worden niet meer gemaakt behoudens een paar peperdure modellen. 

Een ander niche product is de bridgecamera. Die zijn wat kleiner dan de systeemcamera's en spotgoedkoop. De bridgecamera heeft een vaste zoomlens, soms soms wel met een bereik van 1000 mm+. Dat is echt wel vet. Wie geen kilo’s glaswerk wil meesjouwen en niet zijn of haar hypotheek wil verhogen, kan eigenlijk alleen bij bridgecamera’s terecht. Ik denk aan vogelaars met een wat kleinere beurs bijvoorbeeld. Ik heb er diverse gehad van Fuiji. Het aanbod is echter uiterst minimaal en ik vrees ook voor de toekomst van dit type camera.

Wij hadden destijds dus geluk met onze impulsaankoop van de Sony DSC HX-60 compactcamera. Dat is inmiddels een paar jaar terug. Hij beviel erg goed toen ik hem voor heerst gebruikte tijdens Sail. Ik beloofde terug te komen op deze camera. Kon hij het een beetje opnemen tegen mijn Nikon DSLR? Ik heb de kleine Sony inmiddels getest en de conclusie is dat het mijn ‘daily’ camera wordt. Deze Sony biedt gemak, creativiteit op allerlei vlakken, een heerlijke compactheid en prima resultaten. Hij kan zeker in de schaduw staan van mijn Nikon en op creatief vlak laat mijn Sony een smartphone in het stof bijten. Maar de instant resultaten van de modernste (en erg dure) smartphones zijn zo ongelofelijk goed, dat redt de Sony niet. Maar met nabewerking, het is mijn hobby tenslotte, loop ik dat grotendeels weer in. De fenomenale zoomlens is voor mij echter een niet te verslaan voordeel en de reden om de Sony ‘daily’ te maken. Ik ben verder tevreden over de prestaties, ook bij weinig licht. Ik heb in een paar dagen een kleine hoeveelheid testfoto's gemaakt. Met name om de resultaten te zien bij schaars licht. Klik op de hyperlink hierna om de resultaten te zien van mijn 'zakjapanner':

HYPERLINK: SONY DSC HX-60 | PORTFOLIOLIO

Tsja… erg blij dus met mijn kleine Sony. Maar, eerlijk? Ik denk dat het een kwestie van tijd is dat smartphones op de een of andere manier ook zoom en telelens mogelijkheden gaan krijgen. Dat wordt misschien het einde van de ‘echte’ camera’s. Software en AI bepalen nu en straks ons leven, meer dan welke science fiction schrijver ooit kon vermoeden. We gaan het zien. Voor nu ben ik heppie de peppie met mijn kleine Japanse vriend en nabewerken blijf ik toch wel doen 😄


zaterdag 6 september 2025

CHIP WICKHAM – THE ETERNAL NOW

Iedere vrijdag vraag ik Spotify naar ‘new releases’ gebaseerd op mijn voorkeuren. Op zich werkt het algoritme uitstekend en krijg ik passende suggesties. Maar dat ik helemaal blij ben met een nieuwe release komt niet vaak voor. De afgelopen twee jaar was dat onder andere het geval met muziek van Paolo Fresu, Muriel Grossmann en Charles Lloyd, voor zover ik dat kan terughalen. Deze week eindelijk weer eens een prachtig album: 'The Eternal Now' van Chip Wickham. Saxofonist en fluitist Wickham is een rijzende ster in het Britse jazzlandschap. Hij heeft een paar prachtige albums op zijn naam staan die variëren van enigszins traditionele jazz en hard bop tot meer groovy en spirituele jazz. Ik volg hem al geruime tijd want zijn werk spreekt mij steeds meer aan. Het is Wickham blijkbaar nog niet goed gelukt om zich internationaal op de kaart te zetten. Ik kom nog maar weinig over hem tegen in de muziekpers en sociale media, de Engelse platforms uitgezonderd. The Eternal Now is van dusdanige kwaliteit dat het echt wel hoog tijd is dat ik hier bij Chip en zijn muziek stil te sta.

Chip Wickham (1975) is een Britse fluitist en saxofonist die begon in hip-hop en drum & bass maar zich ontwikkelde naar jazzmuzikant. Jazz is waar zijn hart ligt, zoals hij op zijn website zegt. Hij maakte voor Gondwana Records een reeks spirituele en soulvolle jazzalbums, waaronder Cloud 10 (2022) en Blue to Red (2023) en nu zijn meest recente werk The Eternal Now. Chip combineert traditionele jazz, met sfeervolle en spirituele muziek en invloeden van, onder andere, Lonnie Liston Smith. Hij werkt tegenwoordig veel samen met Matthew Halsall, oprichter en de grote man van Gondwana Records. Zij speelden op elkaars wederzijdse albums. Ik ben ook van Matthew een groot bewonderaar, ik mag wel zeggen van het eerste uur. Matthew's muziek en spel staat, ook internationaal, zeer hoog aangeschreven. Chip is dus in uitstekend gezelschap.

‘The Eternal Now’ is Chips vierde release voor Gondwana Records en wat mij betreft de beste. Deze nieuwe release heeft iets meer eigens dan Chip's voorgaande albums. Ik vind het erg aangename muziek met een heerlijke flow waarbij mijn meeste punten gaan naar drummer Luke Flowers. Maar alle muzikanten verdienen de credits voor het afleveren van dit prachtige album. Onderaan dit blog heb ik hun namen opgesomd.
 


In het recente verleden fulmineerde ik regelmatig tegen de nieuwe stijl van jazz-drummen. Met name de Engelse drummers lijken met elkaar te hebben afgesproken dat ze zo druk en onrustig mogelijk te keer moeten gaan op hun trommeltjes. Vooral geen groove! Daar ben ik het echt totaal niet mee eens. In mijn beleving is een jazzdrummer de motor en sfeermaker die met groove, dynamiek en interactie zowel de timing bewaakt als de muziek vooruit stuwt. Dat gaat niet als je de drumkit als expressief instrument gebruikt en de pulse loslaat zoals bij meer vrije stijlen. Flowers begrijpt dit als geen ander; geen gekloot op trommeltjes. Hij heeft niet voor niets een muzikaal CV dat er niet om liegt. Als die man een groove neerlegt ga ik bijna zweven. Luister maar eens naar ‘Nara Black’. 

 

Geweldig toch? Het klinkt warm maar ook een beetje vertrouwd. Ik zie op het filmpje ook de aloude Fender Rhodes, wat een geweldig instrument. Ik moet ook denken aan 'Return to Forever' met onder andere Flora Purim. Het was ooit één van de belangrijkste en meest succesvolle jazz-fusion bands. Maar ja, wie weet dat nog? Hun eerste en meest succesvolle album is van 1972 en Chick Corea overleed inmiddels alweer bijna vijf jaar geleden...

Zoals alle Gondwana producten klinkt dit album excellent. Halsall en zijn recording engineers slagen er doorgaans in om een warme, rijke en gedetailleerde sound neer te zetten die overtuigt zonder klinisch te zijn. Ondanks de veronderstelde inferieure kwaliteit van de Spotify stream*) klinkt deze muziek serieus goed in mijn 'Mancave'. De vintage en refurbished Luxman versterker en idem B&W speakers zijn uiteraard essentieel daarbij, want die staan hun audiofiele mannetje nog altijd met verve. Deze muziek komt overtuigend binnen, maar met High End audio apparatuur zal het zeker nog briljanter klinken, mits de akoestiek ok is. Chip beveelt overigens de vinyl versie aan van zijn album. Maar dat is een muzikant en die hebben veel verstand van muziek maar weinig van audio 😂😂😂

*) Audiofiele statusretoriek noem ik het. 'Presbyacusis' heet het natuurlijke gehoorverlies vanaf ons twintigste levensjaar. Dat gaat heel geleidelijk maar het neemt ons gewoon te grazen. De teruggang zorgt er voor dat het verschil tussen lossless en lossy (mits hoogste compressie-kwaliteit) vanaf een bepaalde leeftijd, ongeveer vijftig, vijfenvijftig jaar, niet meer waarneembaar is. Het verschilt uiteraard per individu. Ook 24 bits/44,1 kHz audio ligt trouwens buiten de waarneming van het volwassen menselijk gehoor. Het bestaansrecht daarvan is technisch en ligt bij de extra speelruimte die het biedt bij mixing, mastering en nabewerking.
 


Spotify streamt overigens vanaf deze maand lossless tot 24 bits/44,1 kHz. Het wordt stapsgewijze uitgerold en vanaf vandaag (!) bij mij. Sterker, vanaf nu! Het is de audiofiele aardverschuiving waar men al jaren op zit te wachten. Voor mij minstens tien jaar te laat ben ik bang. Ik kan het nu niet testen want mijn Yamaha streamer ondersteunt het niet. Bovendien weet ik voor 99% zeker dat ik het verschil niet ga horen. Maar ik ben toch wel nieuwsgierig, ondanks mijn leeftijd. Bovendien, 'The proof of the pudding', enzovoort... Spotify vraagt (nog) geen etxra geld. Dat kan wel eens lastig worden voor veel andere aanbieders. Ik ga eerst maar eens een nieuwe streamer kopen voor in de huiskamer. Dit wordt zeker vervolgd!



Sorry, ik dwaal af, het ging over Chip Wickham's nieuwe album. De muziekstijl op deze studioset van Wickham wisselt met natuurlijk gemak van groovy modale hardbop naar rustiger of soulvollere songs. Maar, jemig, elke noot is 100% raak. Waanzinnig goed gewoon en, zo lijkt dat, moeiteloos gespeeld. Al met al, dit album is niet grensverleggend, maar de muzikaliteit, het vakmanschap en de sfeer van Wickham's muziek is subliem. Ik voorspel dat deze man een artiest van grote betekenis kan gaan worden. De tijd zal het uitwijzen. Absoluut aanbevolen, maar dat zal geen verrassing zijn.

Chip Wickham – altofluit, fluit, sopraan- en tenorsaxofoon
PEACH. – vocals
Eoin Grace – trompet & flugelhorn
George Cooper – Fender Rhodes
Simon ‘Sneaky’ Houghton – contrabas
Luke Flowers – drums
Christophe Leroux – cello
Snowboy – conga’s & percussie
Mohamed Oweda – viool
Lia Wickham – vocals

vrijdag 30 mei 2025

ADVANCED SEMICONDUCTOR MATERIALS LITHOGRAPHY - UPDATE

In mijn blog van 6 mei jl. vertel ik over mijn vroegere ervaringen met ASML en hoe het bedrijf zich sindsdien heeft ontwikkeld. Ik verwijs daarin naar een aflevering van het VPRO-programma 'Tegenlicht', die inmiddels alweer tweeënhalf jaar oud is. Vandaag stuitte ik op YouTube op een documentaire van de CNBC over ASML. Deze is inhoudelijk sterker en gaat bovendien dieper in op de actuele en geopolitieke aspecten. Een waardevolle en essentiële aanvulling op mijn blog. Ik plaats geen hyperlink want ik wil geen gezeik met 'copyright infringement'. Dus zoek in YouTube op <How ASML Makes Chips Faster> en je weet alles. Er is nog veel meer over het onderwerp te vinden.


Afgezien van wat oerstomme commentaren (uit de U.S. natuurlijk) zijn sommige reacties zeker constructief of interessant. Een mijnheer Louis is wat mij betreft de grootste baas in dezen:

More than 5,000 suppliers in 15 countries are contributing to the development of this one EUV machine. No country could build something like this alone. It is one of the most complex feats of collaborative engineering on Earth. It proves that humanity achieves its greatest breakthroughs when we work together. We need to start thinking as one planet, one human race – not as countries competing with each other. Unfortunately, the world has not yet embraced this mindset… but maybe it should.

AMEN!

dinsdag 6 mei 2025

ADVANCED SEMICONDUCTOR MATERIALS LITHOGRAPHY

In 1989 werkte ik bij een ingenieursbureau in Gouda waar ik mijn eerste bescheiden stappen zette als accountmanager in de detacheringsbusiness. Het bedrijf had meerdere vestigingen in Nederland. Willem Keyer was de algemeen directeur. Hij was in 1949 ook één van de oprichters van het huidige KH Engineering, een bekend ingenieursbureau in Schiedam. Dit voor de kenners. De directeur in Gouda was Joop. Een goed uitziende senior met golvend grijs haar die van nature autoriteit uitstraalde. Ook wel een beetje een boefje volgens mij. Maar dat was onderbuikgevoel. Op een goeie dag zei Joop dat we samen naar een klant gingen in Veldhoven. Ik moest rijden in zijn Mercedes want hij was onlangs door de politie van de weg geplukt met 200+. Hij zat dus zonder rijbewijs. Ik zat er blijkbaar met mijn onderbuikgevoel niet zo ver naast, want het was niet de eerste keer dat de hermandad hem in de kraag had gevat voor 'speeding'. We gingen dus met zijn Benz want mijn oude Ford Taunus vond Joop niet representatief genoeg.


Na ons bedrijfsbezoek, zo meteen meer daarover, zei Joop dat mijn ouwe Taunus, die ik geweldig vond, maar eens het veld moest ruimen voor een passender voertuig. Ik kreeg een paar maanden een Ford Sierra ‘van de zaak’. De Ford liep echter uit de lease en op enig moment zei Joop dat ik een andere auto op kon ophalen. Bij Willem Keyer thuis, onze grote baas... Met de trein toog ik naar Woerden en vervolgens met de taxi naar het opgegeven adres richting Harmelen. Ik arriveerde bij een prachtig vrijstaand huis en belde aan. Een keurige dame deed open, Keyer's echtgenote. Ik stelde mij voor en informeerde haar dat ik ‘de auto’ kwam ophalen. Zij keek mij vragend aan. Ik legde uit dat Joop mij instructies had gegeven. She was not amused, om het zachtjes uit te drukken. Ze ging in de huiskamer bellen met Joop en vervolgens met haar man terwijl ik in de hal stond te wachten. Ik hoorde een verhitte discussie zich voltrekken, als dat maar goed ging… Na een minuut of tien kwam ze met een verbeten gezicht aanlopen en overhandigde de sleutels van een nagelnieuwe Honda Civic. Die had ik al zien staan naast het huis. Het was haar auto die ze de week ervoor had gekregen van haar man. Dat was toch wel een heel erg ongemakkelijk momentje voor ons beiden… De Honda was een fijne auto trouwens. Hij reed als een kart. Dat dan weer wel 😉

De klant zat in Veldhoven. ASML, ik had er nog nooit van gehoord. Iets met Philips, elektronica en dergelijke. Ik had werkelijk geen idee. Er stond daar een techneut van ons gedetacheerd. We werden ontvangen door de manager en onze man. Tijdens het bezoek werd verteld wat ASML deed en wat de werkzaamheden van onze medewerker inhielden. Ondanks de uitgebreide uitleg vielen de kwartjes niet echt bij mij. Joop snapte er natuurlijk ook geen zak van maar wist de schijn op te houden en knikte steeds instemmend met de uitleg mee. 'Tuurlijk, tuurlijk, ja, vanzelf" Hij zei nog net niet "Dat weet een kind" 😂. 

ASML ontwierp en bouwde machines waarmee je microchips kon maken, ‘chips’ in de volksmond. Je gooide wat silicium, plastic en koper aan de ene kant de machine in en aan de andere kant rolde er ‘chips’ uit. AI: “Een microchip, ook wel een geïntegreerde schakeling (IC) genoemd, is een heel klein stukje silicium (een soort steenachtig materiaal uit zand) waarop duizenden tot miljarden piepkleine elektronische schakelingen staan. Door heel veel van deze schakelingen slim te combineren, kan een chip rekenen, informatie onthouden of signalen versterken. Chips zitten in bijna alle moderne apparaten, zoals computers, telefoons, auto’s enzovoort.”



Naar verloop van tijd begon het toch een beetje te dagen tijdens ons bezoek. We bekeken de nieuwste machine, de PAS 5000/50. De ASML machines konden chips maken met gebruik van licht om de elektronische verbindingen op het silicium te printen. Dit heet lithografie. De machine zag eruit als een flinke koelkast en er was aan de buitenkant niet veel bijzonders te zien. Ik vroeg hoeveel bedrijven in Nederland dit soort machines maakten. Onze gastheer zei droogjes dat er nog één bedrijf in de wereld bestond die iets vergelijkbaars probeerde te doen, in Taiwan. Ok… af door de zijdeur zoals dat heet. Lesson learned: bereid je voor! Achteraf begreep ik dat het heel bijzonder was dat we überhaupt bij ASML naar binnen mochten. Joop verklapte later dat onze antecedenten door de BVD ruimschoots voor ons bezoek waren onderzocht. Ik had wellicht nog een valide MID security level vanuit mijn rol die ik als dienstplichtig soldaat had. Ik denk dat ik daarom niets van deze check gemerkt had.


De alinea’s hiervoor zijn in de verleden tijd geschreven, maar zijn grotendeels nog steeds van toepassing op vandaag. ASML is nog steeds een Nederlands bedrijf en wereldwijd absoluut marktleider in het ontwerpen en produceren van lithografiemachines (de ‘koelkast’ van hierboven) voor de halfgeleiderindustrie. Deze uiterst geavanceerde machines worden gebruikt door grote fabrikanten zoals TSMC, Samsung en NVIDIA voor de productie van hun microchips voor consumententoepassingen zoals smartphones en computers, maar ook ten behoeve van de defensie-industrie.

HYPERLINK: HOW ARE MICROCHIPS MADE?


ASML maakt dus zelf géén chips he? Dit even voor de duidelijkheid 😉. De machines van ASML zijn extreem complex en kostbaar. De nieuwste chipmachine van het bedrijf, de high-NA-EUV kost 350 miljoen euro per stuk en weegt evenveel als twee Airbus passagierstoestellen.

Vanuit een samenwerking van Advanced Semiconductor Materials International (ASMI) met Philips, werd ASML in 1984 opgericht. Het Hoofdkantoor staat in Veldhoven. ASML heeft inmiddels wereldwijd ongeveer 28.000 medewerkers en 60 locaties in 16 landen. De omzet voor dit jaar zal ongeveer 35 miljard euro gaan bedragen. Wie meer wil zien van dit zeer fascinerende bedrijf, kijk dan zeker naar deze documentaire: 

HYPERLINK: VPRO TEGENLICHT - ASML

Er is de laatste tijd de nodige controverse rond ASML. Het bedrijf is de centrale pion van een complex spel van geopolitiek, economische belangen en technologische rivaliteit. De spelers zijn voornamelijk de VS, China, Nederland en de EU. De VS eist exportrestricties zodat China geen toegang krijgt tot de nieuwste machines en  de unieke ASML-technologie. Iedereen vindt er wat van en wil er wat mee. Nederland heeft de exportrestricties voor ASML verder aangescherpt en gestroomlijnd met de visie van de VS. Vanaf 1 april 2025 geldt er in Nederland een strengere vergunningplicht voor het exporteren van specifieke meet- en inspectieapparatuur die gebruikt wordt bij de productie van geavanceerde halfgeleiders. Het laatste is hier nog niet over gezegd. Voor zover mijn 'Peppie & Kokkie' toelichting in zake de actualiteit van ASML.

Jarenlang vertelde ik, als dat zo te pas kwam, over mijn bijzondere bezoek aan ASML in hun beginfase. Ik vond het gewoon een leuke en stoere anecdote om te delen met, bijvoorbeeld, collega's. Zeker toen de laatste jaren het bedrijf de nodige bekendheid kreeg. Wat wisten die paupers en dat canaille nou helemaal? Ik was al bij ASML binnen geweest toen zij nog op hun driewielers rondreden, hahaha. Zesendertig jaar geleden!

Waarom ik dit verhaal schrijf? Ik ben, zoals al vaker door mij aangehaald, ooit gestart met een boek over ‘werk’, mijn werk welteverstaan. Met deze blog en diverse andere heb ik dan alvast de nodige ‘kopij’ én, niet onbelangrijk, ik wil in het boek ook aandacht besteden aan de vaderlandse industrie. Niet alleen Shell, Philips en dergelijke maar dus ook ASML. Ik vind het beschamend hoeveel Nederlanders, zeker jonge mensen, echt geen flauw benul van die materie hebben, Meer stimulerend beleid, meer bekendheid en meer trots is echt wel op zijn plaats. ‘VOC-mentaliteit’ zal ik niet in mijn mond nemen, maar u begrijpt mij vast wel. 



Mijn boek? Wanneer het dan komt? Het schrijven ligt al een tijdje stil. Het gaat nog wel even duren voor ik weer verder ga. Er zit op dit moment en de komende tijd wat te veel in mijn weg om voldoende concentratie en tijd te vinden. Niets is zeker in het leven, maar ik hoop in de loop van dit jaar het schrijven weer op te kunnen pakken. Dan zien we na verloop wel of de wereld op zo'n boek zit te wachten. Tot die tijd ben ik in ieder geval weer een tijdje van de straat.


maandag 25 oktober 2021

ROB VAN BAVEL TRIO – DE TERP, OUDORP – 10 OKTOBER 2021

Covid-19 heeft wereldwijd de meest vreselijke gevolgen teweeggebracht, dat hoeft natuurlijk geen nader betoog. Maar, zo hebben ook velen ervaren, de uitbraak bracht ook de nodige rust in natuur en de samenleving. Ik heb het er hier al vaker over gehad. Elk nadeel, enzovoort… Wat de meesten van ons erg hebben gemist is uitgaan. Restaurantje, terrasje, culturele activiteiten, dat soort zaken. Gelukkig is dat allemaal weer een beetje opgestart. De vraag is echter voor hoe lang… In ieder geval zijn J. en ik weer een beetje op pad geweest. Dagjes uit, op vakantie zelfs, maar ook uit eten, naar de film en de eerste concerten hebben we ook weer in de pocket. Ik doe hier verslag van het eerste concert dit jaar, althans waar ik ben geweest, J. heeft haar eigen ‘platform’.

Zoon Stijn is inmiddels al jaren actief als pianoadviseur en verkoper en is daardoor bekend geraakt met veel bekende en minder bekende musici uit de Nederlandse muziekwereld. Eén daarvan is Sebastiaan van Bavel, de zoon van Rob van Bavel, een prominente pianist uit de Nederlandse jazz ‘scene’. Sebastiaan is trouwens ook een geweldige pianist. Stijn werd door Sebastiaan geattendeerd op een concert van zijn vader dat ook opgenomen zou worden.

Rob van Bavel had eerder met het kwintet van de beroemde drummer John Engels in het oude kerkje 'de Terp' in Oudorp, bij Alkmaar, op een ‘Chris Maene Straight Strung Grand’ gespeeld. Dat smaakte voor Rob naar meer en hij besloot op dat specifieke instrument met zijn trio een live-CD op te nemen. 'Time for Ballads - The Maene Sessions' gaat de CD trouwens heten. Het hele project is gefinancierd met crowd funding. Wij mochten bij het concert en de live opname aanwezig zijn, samen met een collega van Stijn en wat andere genodigden en bezoekers. Beetje rare foto hieronder maar tijdens de opname moesten we ons gedeisd houden van de geluidstechnici...

Om eerlijk te zijn kende ik Rob van Bavel’s naam wel, maar zijn werk niet. Hij is een belangrijke vertegenwoordiger van jazz in Nederland en o.a. docent aan de Conservatoriums van Amsterdam en Den Haag. Van Bavel werd ooit tweede bij de Thelonious Monk Jazzpiano Competition in Washington DC en speelde met allerlei grootheden. Je kan hem dus wel om een muzikale boodschap sturen. De andere bandleden van zijn trio zijn drummer Marcel Serierse en bassist Frans van Geest. Ook geen onbekenden, althans voor de insiders.

We zaten aardig vooraan en waren getuige van het mooie spel van het trio. Rob speelt loepzuiver, dat zal niemand verbazen. De stijl van de muziek was voor mij soms net wat aan de lichte kant, maar dat is persoonlijk natuurlijk. Na het concert nog nagepraat met Rob en de andere muzikanten. Dat was ontzettend leuk. Rob is een buitengewoon vriendelijke, bescheiden en toegankelijke man. Hij vertelde wat over het spelen op de Maene en nog wat anecdotes uit zijn muzikale verleden. Ik maakte nog een praatje met de drummer. Zijn vader was Koos Serierse, ook een drummer. Ik vertelde dat ik zijn vader vroeger meerdere malen heb zien optreden en ik refereerde aan de LP 'Basic Train' met Herman Schoonderwalt op sax. Dat vond hij echt bijzonder, hij had nog nooit iemand ontmoet die de LP kende. Goeie plaat trouwens.


De Maene vleugel dan, dat was de andere held van de avond. De Chris Maene Straight Strung Concert Grand is een rechtsnarige vleugel ontworpen en gebouwd door de Belg Chris Maene op verzoek van Daniel Barenboim. Het instrument past het 19de-eeuwse principe van parallelle besnaring of rechtsnarigheid toe. Vleugels die na, ongeveer, 1880 zijn gebouwd hebben de snaren gekruist. Dat was een ontwerp van Steinway wat massaal werd nagevolgd. Niemand bouwde daarna nog piano's met rechte snaren. Barenboim wilde toch graag een vleugel met die oude en bewezen techniek. Maene bleek de enige die de uitdaging aan wilde gaan en in 2015 was de eerste gereed. Vanaf 2017 worden ze in serie gebouwd, enkele tientallen per jaar. De vleugels van Maene worden bespeeld door de wereldtop. Daniel Barenboim natuurlijk, maar ook Martha Argerich en Hannes Minnaar zijn klinkende namen. Iedereen verdrong zich rondom het indrukwekkende gevaarte. Met name Stijn's collega was er helemaal opgewonden van. Volgens Van Bavel is het een geweldig instrument om te bespelen en heeft het een rijke klank met veel ‘lucht’.


We vonden de vleugel natuurlijk prachtig klinken, maar, eerlijk gezegd, mijn oren en luisterervaring schieten te kort om het verschil met een andere vleugel vast te stellen zolang ze niet naast elkaar worden bespeeld. Maar, het was interessant en indrukwekkend om dit unieke instrument gezien én gehoord te hebben. Een schitterend gebouwde vleugel, dat ziet zelfs een leek. De verkoopprijs wordt per klant onderhandeld. Maar denk aan minimaal € 300.000, -, lees ik ergens. Maar hang me er niet aan op 😉

Nog een paar foto’s gemaakt (zie de foto hiervoor met Rob van Bavel in het midden), wat gedronken en vervolgens laagvliegend in Stijn’s Ford (Flitsmeister aan natuurlijk) weer richting huis. Geweldige avond.

Rob van Bavel - Chris Maene Straight Strung Grand Piano
Marcel Serierse - Drums
Frans van Geest - Bas

dinsdag 3 augustus 2021

PETROLHEAD

Mijn moeder was werkelijk ongelofelijk a-technisch. Niet te bevatten gewoon. Vanzelfsprekend had ze geen enkele interesse in iets wat ook maar een beetje met techniek te maken had. Het was dan ook opmerkelijk dat ze haar oog had laten vallen op de nieuwste vinding van onze vrienden uit Eindhoven, de Videorecorder! Dat leek haar wel wat. Ze had als echte ‘early adapter’ zo’n machine gekocht zodat ze nooit meer een TV programma hoefde te missen. De taaie opdracht voor mij en mijn zuster was om haar aan het verstand te brengen hoe ze haar nieuwe Philips apparaat moest bedienen. Zonder dat het apparaat vlam zou vatten, bij wijze van spreken dan. Die eerste recorders, we hebben het over het midden van de jaren zeventig, waren draken van apparaten die nog wel eens vastliepen. Een spaghetti van magnetische tape die uit de recorder hing was dan het resultaat. Maar, met onze aanhoudende support en haar vasthoudendheid, kreeg ze het uiteindelijk toch onder de knie. Respect!

Vele jaren geleden, het was een mooie zaterdag, kwam mijn zus op bezoek bij mijn moeder. Zusterlief had er eens flink wat pegels tegenaan gegooid en zichzelf getrakteerd op een prachtige nieuwe spiegelreflexcamera. Een Minolta, dat weet ik nog goed. Vol trots liet ze haar glimmende aanwinst aan mijn moeder zien. Die keek wat glazig naar het amorfe brok plastic met een blik die boekdelen sprak. Het duurde een paar tellen. Ze keek vervolgens naar mijn zus en zei toen: “… en dat vind je leuk?” Mijn lieve zus was even ontdaan van zoveel gebrek aan inleving. Maar ze herstelde zich snel en begreep ook wel dat ze onze moeke net zo goed een drol met een kaasvlaggetje erin had kunnen laten zien. Had ze ook niets van begrepen. Achteraf hebben we ons de tranen gelachen natuurlijk. “En dat vind je leuk?” is een uitdrukking die voortleeft tot op de dag van vandaag als iemand in onze kringen iets bijzonders heeft aangeschaft en we willen het slachtoffer een beetje plagen.

Waar wil ik heen met deze anekdote? Let maar eens op. Hiervoor schreef ik twee blogs over elektrische auto’s. Interessant wellicht, maar ook wel erg correct en ‘verstandig’. Toch? Beetje stout mag af en toe ook wel, vind ik. Daarom, om nog even een tegengeluid te laten horen, letterlijk, hieronder een filmpje van het opstarten van een Porsche 917K uit 1971. Zet maar goede oortjes op en luister maar eens lekker KEIHARD, anders werkt het niet. Yeahhh... Wat een waanzinnig geluid uit deze roffelende en gorgelende ‘flat twelve’. Intimiderend bijna. “En dat vind je leuk?” Ja, dat vind ik nou leuk… ik vind het zelfs geweldig!


De Porsche 917 is de meest legendarische raceauto uit de historie en de enige die in Le Mans bijna 400 kilometer per uur wist aan te tikken op 'Hunaudières', het lange rechte stuk. Een leuk opgeknapt exemplaar verwisselt voor vele miljoenen van eigenaar. Ik heb ooit een blog geschreven over deze auto. Staat hier: PORSCHE 917  Voor de echte petrolheads 😊

woensdag 28 juli 2021

ELECTRICHEAD

In de korte blog hiervoor schreef ik dat de toekomst voor de deur staat te trappelen. Een paar dagen later bleek dat onze deur daar ook bij hoort! Ja, ja, sinds vorige week rijd ik namelijk een Volkswagen e-Golf. Dat is een 100% elektrische auto (EV) en een nieuwe en onverwachte bijschrijving op het curriculum van mijn autohistorie. 

Ik laat het hier wel uit mijn hoofd om mijn avonturen van de afgelopen maanden met betrekking tot werk nader uit de doeken te doen. Ik kon het zelf amper volgen. Het was een lange reeks sollicitaties, interviews, online tests én, nota bene, banen. Ondanks mijn 64-jarige leeftijd werd ik de laatste tijd door meerdere werkgevers benaderd voor een job. Echt ongelofelijk. Ik ben er bij twee gestart én weer gestopt. Waardeloze clubs. Sinds vorige week ben ik in Rijswijk werkzaam en de start daarvan is goed en veel belovend. Dat is op zich al een redelijk bijzondere ervaring. Het contract duurt zeven maanden en daarna zie ik wel weer. Ik ga in ieder geval weer mijn best doen om er wat van te maken. Natuurlijk kreeg ik ook deze reis weer een leaseauto ter beschikking, de e-Golf dus. OMG, de buren…


Ons (auto-) mobiele bestaan is dit jaar net zo’n gekkenhuis als mijn gedoe met werk. Als iedereen thuis is dan zijn vrouw, zoon, schoondochter en ondergetekende verantwoordelijk voor twee zakelijke leaseauto’s, een privé leaseauto, twee eigen auto’s, een scooter, twee e-bikes en twee gewone fietsen. We voelen ons wel behoorlijk ongemakkelijk ten opzichte van de buurt met de beperkte parkeerruimte die er is. Gelukkig hebben we twee laadplekken in de straat op 50 meter van ons huis en ik ben meestal de enige die daar staat te laden en dat scheelt weer met de overlast. De nieuwe baan vervult mij uiteraard met enige trots, maar de uit de hand gelopen mobiliteit met enige schaamte. 

De overlast ten spijt, de e-Golf is wel een hele gave kar. Het is een traditionele Golf die achteraf elektrisch is gemaakt. Dat is wat anders dan, bijvoorbeeld, Tesla's of de nieuwe Volkswagens ID.3 en ID.4. Die zijn vanaf ‘scratch’ ontworpen en gebouwd om als elektrische auto’s door het leven te gaan. Het achteraf aanpassen van conventioneel naar elektrisch doet, op één ding na, niets af aan de intrinsieke kwaliteit van de VW. Een Volkswagen Golf wordt al jaren beschouwd als de ‘benchmark’ in zijn klasse. Een Golf doet eigenlijk alles goed. De elektrische versie voegt daar nog een dimensie aan toe.



De e-Golf is heerlijk stil, zeer comfortabel en heeft een geweldige trekkracht en dat laatste is erg leuk bij het verkeerslicht 😂. Bovendien staat de auto werkelijk bol van de luxe zoals Adaptive Cruise Control, verwarmbare stoelen, sensoren ‘all over the place’ en zelfs programmeerbare standverwarming. Heel gaaf is DAB, digitale radio. Vooral bij Radio 4 is het kwaliteitsverschil met FM ongelofelijk.

‘Op één ding na’ schreef ik zojuist toen het ging over de algehele kwaliteiten van de e-Golf… Dat is dus de actieradius, want die is waardeloos. Na maximaal 200 kilometer moet-ie weer aan de laadpaal. De e-Golf is wat dat betreft oud nieuws en is links en rechts ingehaald door de 'new kids on the block'. Vooral de competitie uit Korea doet het in dit segment verrassend goed.

Mercedes heeft de lat onlangs weer hoger gelegd. Hun nagelnieuwe EQS haalt in de praktijk ruim 700 kilometer en kan in een kwartier voor 300 kilometer bijladen. Het is een kwestie van tijd totdat de techniek van deze auto afzakt naar meer betaalbare voertuigen. De beperkte actieradius van de EV is over een paar jaar echt gewoon opgelost. Afgezien van het gehannes met laadkabels, is elektrisch autorijden echt wel ‘next level’. Lineair, schokvrij, comfortabel, stil en heel rustgevend. Als je eraan  gewend bent, dan wil je niet meer terug. Nu nog wat aan de prijs doen, s'il vous plait...


Maar, er was toch gedoe rondom de productie? Ik heb even wat huiswerk gedaan. Het blijkt inderdaad dat de productie van een elektrische auto nog steeds meer energie kost dan een conventionele auto. Met name vanwege de toepassing van lithium-ion batterijen. Meer dan een derde van de vervuiling die een EV tijdens zijn levensduur veroorzaakt, geschiedt tijdens de fabricage. Maar, als je de onderzoeken mag geloven en naar de hele levenscyclus van het voertuig kijkt, heeft een elektrische auto uiteindelijk een 50% schonere ‘footprint’ dan een auto met een verbrandingsmotor. Conventionele auto's en energiecentrales zijn de twee grootste bronnen van broeikasgassen. Het is duidelijk dat als we klimaatverandering serieus willen bestrijden, het gebruik van elektrische voertuigen een substantieel deel van de oplossing is. Natuurlijk moet de stroom 'groen' zijn geproduceerd of op basis van schoon geproduceerde waterstof.

Er zijn echter wel wat uitdagingen te overwinnen voordat het gebruik van de EV volledig praktisch is en een schone en verantwoorde levenscyclus zal kennen. Denk daarbij aan de infrastructuur van elektrische netwerken en waterstof tankstations, het omgevingsbewust delven van zeldzame grondstoffen in arme landen, het vinden van alternatieven voor die zeldzame stoffen, de optimale recycling van accu’s, enzovoort. Er zijn er vast nog veel meer. Maar de industrie zit gelukkig niet stil en, zeker onder druk van overheden, gaan de ontwikkelingen snel. Ik lees toevallig net dat wordt getest met het opwekken van energie uit zeewater op de Noordzee op ’s werelds eerste offshore waterstoffabriek. Interessant toch?

Het begin van een grote ecologische omslag in mobiliteit is er, dankzij Elon Musk, dat moet worden gezegd. Zonder zijn volharding was de elektrische auto waarschijnlijk nooit wat geworden. Of daar al dan niet nobele motieven aan ten grondslag lagen zijn is nu niet meer belangrijk. We gaan langzaam maar zeker stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen en dat zal op termijn hopelijk zijn positieve weerslag hebben op ons milieu. Leve de EV zal ik maar zeggen. Alleen, hoe noemen we straks een liefhebber van de elektrische auto? Een ‘Electric Head’?

 

dinsdag 6 juli 2021

THE FUTURE

Top Gear. Genoten heb ik van dat programma. Af en toe totale onzin (soms té), vaak vermakelijk, soms interessant, altijd briljant geproduceerd en vol met geweldige Britse humor. In 2015 verlengde de BBC het contract met Jeremy Clarkson niet meer omdat er blijkbaar ‘gedoe’ was geweest. Iets met een handgemeen met een BBC medewerker. Na 13 jaar het gezicht te zijn geweest van het programma waarmee de BBC wereldwijd succes oogstte en bakken geld verdiende, was het einde oefening voor Jeremy. James May en Richard Hammond, de andere presentatoren, besloten toen ook te stoppen. BBC Top Gear bestaat nog steeds met andere gastheren, maar de magie is weg. O ja, voor de leken, Top Gear is een Engels autoprogramma dat zelfs mensen die geen bal om auto's geven aan de buis gekluisterd hield. Maar, dat lijkt mij duidelijk, dan heb ik het over de oude versie met Jeremy, Richard en James.


Het fameuze oorspronkelijke trio presenteert sinds 2016 voor Prime Video het programma ‘The Grand Tour’. Erg leuk weer. De aflevering in Schotland, bijvoorbeeld, staat ook op YT en is ronduit fantastisch. Clarkson is nog steeds het enfant terrible, Hammond de kwajongen en James May, ‘Captain Slow’, de serieuzere en verstandigste. James is ook wel de meest Britse van het stel. Erg gevat, intelligent en de enige met écht verstand van techniek en auto’s. Hij spreekt mij misschien wel het meeste aan van de drie. Youtube staat vol met allerlei leuke ‘footage’ van hem, vooral zijn reis door Japan, ‘Our Man in Japan’, ook voor Prime Video, is een regelrechte aanrader. De heren hebben tegenwoordig ook een ‘community’: www.drivetribe.com, kijk maar eens. Ik kwam er een filmpje op tegen van James May wat ik hieronder heb geplaatst.

Omdat er af en toe wat content van mijn blog is verdwenen vanwege copyright schending ben ik er even goed ingedoken. Ik wil geen gezeik. Het blijkt dat je wel gewoon mag ‘embedden’. Je mag in je blog of op je website een ‘embedded’ hyperlink plaatsen naar auteursrechtelijk beschermd werk als die content sowieso voor iedereen vrij toegankelijk is. Het verschil met een 'gewone' hyperlink is dat een embedded link de content opent op jouw webpagina, maar de bron komt nog steeds van een andere server. Vreemd verhaal. Nou ja, het zal wel. Het filmpje:



Ik ben gek op dit soort elegante ‘saloon’ modellen, maar daar gaat het in dit filmpje niet om. Waar gaat het dan wel om? De fenomenale techniek natuurlijk! Allemachtig wat een briljante wagen is dit. Deze Toyota reinigt zijn ingeademde lucht en laat nota bene schonere lucht achter. Briljant! Een waterstofauto is, voor de duidelijkheid, ook een elektrische auto. Een brandstofcel in de auto zet waterstof om in elektrische energie waarmee de elektromotor wordt aangedreven. De enige uitstoot is waterdamp. Het grote verschil met de 'gewone'  elektrische auto is dat de waterstofauto zijn elektriciteit zelf maakt. De eerste 'tankt' stroom, de tweede waterstof en dat gaat net zo snel als benzine tanken. Het is natuurlijk nog maar de vraag of waterstof in auto's gemeengoed gaat worden of dat de huidige elektrische auto deze race gaat winnen. Waterstof produceren kost veel energie en dat moet 'groen' gebeuren anders schieten we er nog niks mee op. Het is wel jammer dat, net als in Engeland, er in Nederland ook nog maar een paar plekken zijn waar je waterstof kunt tanken. Maar, links of rechtsom, beide elektrische oplossingen zijn een grote stap in de goede richting. James May’s filmpje bevat volgens mij een mega-belangrijke boodschap voor beleidsmakers, want de toekomst is gearriveerd en staat voor de deur te trappelen. Het is hoogtijd voor actie want we hebben niet zo heel veel tijd meer…


zondag 29 november 2020

VINYL

Vinyl? De meeste mensen denken dan waarschijnlijk aan goedkope vloerbedekking. In het jargon van muziekliefhebbers wordt er echter de grammofoonplaat mee bedoeld. Vinyl is kort voor Polyvinylchloride (nog korter: PVC), het materiaal waaruit de platen werden en worden gemaakt. Vroeger noemden we de platen elpees (Long Plays), maar sinds de revival van de zwarte schijven is de Engelse term overgewaaid en is de verzamelterm ‘vinyl’ geworden. Met de komst van een andere platenspeler in mijn mancave is het onderwerp voor mij weer een beetje gaan leven. Dit blog gaat daarom over vinyl, maar dat was al duidelijk denk ik. 

Productie & Mastering van Vinyl
Het opnemen van muziek gebeurt met microfoons die het geluid registreren en omzetten in een elektrisch signaal. Het signaal wordt wordt vastgelegd op een magnetische band of digitaal medium en daarna bewerkt in de studio. Voor de fabricage van een grammofoonplaat wordt de nabewerkte en definitieve opname, de ‘master’, met een snijnaald op een lakschijf gesneden. Het snijden geschiedt in de vorm van een spiraalvormige groef. De groef bevat de opgenomen geluidsinformatie in de vorm van kleine uitslagen, horizontale golfjes in feite, naar links en rechts. Vervolgens wordt er een ‘direct metal’ afdruk gemaakt van de lakschijf. Deze wordt op zijn beurt gebruikt om een matrijs te maken waarmee de langspeelplaten in grote hoeveelheden kunnen worden geperst. Zo gaat dat al sinds de jaren veertig. 

Bij het afspelen van de plaat wordt het proces eigenlijk omgedraaid. De naald in het element volgt de groeven van de elpee. Die bewegingen worden weer omgezet naar een elektrisch signaal. Dat signaal wordt versterkt en naar de luidsprekers gestuurd en, voilà, daar klinkt de opgenomen muziek uit de speakers. 

Het digitale proces verloopt in principe ook zo, maar dan wordt er uiteraard geen lakschijf gemaakt. Dat proces gaat van analoge opname via digitale bewerking en productie uiteindelijk weer als analoog signaal naar de luidsprekers. Een luidspreker kan niets met een digitaal signaal, vandaar. De omzettingen van analoog naar digitaal en andersom vinden plaats in een ADC (Analog-to-Digital Converter) respectievelijk een DAC (Digital-to-Analog Converter), in de CD speler bijvoorbeeld. 

Voordat alles klaar is voor productie, wordt de opname onderworpen aan een ‘mixing en mastering’ proces. Mixen is het combineren en aanpassen van  de individuele tracks, het masteren is het definitief maken van het product voor fabricage. Voor het gemak noem ik het het hele proces maar mastering. Voor analoog (vinyl) of digitaal is het zeer wenselijk om voor elke formaat een eigen master te maken. De praktijk is tegenwoordig blijkbaar anders. Het doel van de mastering is om de opgenomen informatie te bewerken tot het gewenste en optimale eindproduct, een goed klinkend stuk muziek. Een audio engineer is hiervoor verantwoordelijk en dat gebeurt allemaal in een geluidsstudio. Voor elke stijl van muziek en elke doelgroep worden andere instellingen toegepast. Hieronder Studio One met de mastering room en daarachter de grootste opnamestudio ter wereld bij Abbey Road studios in Londen (Google Interactive). 


So far so good. Maar… sinds de komst van digitale geluidsdragers zoals de compact disc en, later, streaming diensten, is er iets veranderd met de mastering. Helaas niet altijd ten goede.

Mijn HiFi & vinyl
In mijn familie- en vriendenkring wordt er veel naar muziek geluisterd, een mooie verbindende factor. Men luistert naar bluetooth speakertjes vanaf de smartphone tot en met de meest fantastische High End Audio die men zich kan voorstellen. Het maakt niet uit, want voor de echte liefhebbers staat de muziek voorop. Dat is mooi en zo moet het ook zijn vind ik. Sommigen van de vrienden zoeken steeds naar verbetering van hun apparatuur en dat is voor hun een belangrijk deel van de muziekhobby. Helemaal goed, ik luister en leef altijd geboeid mee, alhoewel ik het technische spoor soms echt helemaal bijster ben 😕. Het jaarlijkse uitje naar de X-Fi show in Veldhoven vind ik ook altijd een topper. Dat is een HiFi show vol met luisterruimtes waar oudere heren zwijgend op stoeltjes vreselijk serieus zitten te luisteren naar allerlei muziekapparaten. Van enigszins normaal tot volkomen onbetaalbaar en obscuur spul die vrouwlief echt niet in de huiskamer wil zien. De obligate broodjes kroket als lunch én het diner bij de Chinees, na afloop van de show, zijn natuurlijk de echte hoogtepunten, haha. Helaas gooide COVID-19 dit jaar roet in de babi pangang. Ik hoop dat we volgend jaar weer kunnen.

Ik was tot voor kort helemaal tevreden met mijn audio apparaten. Zowel in de huiskamer als mijn mancave. Niet erg bijzonder allemaal, maar degelijk en heel goed klinkend spul, althans, dat vind ik 😂.Toch begon het de laatste tijd een beetje te schuren tussen mij en mijn platenverzameling. Ik luister vooral muziek in mijn mancave. De oude Thorens platenspeler die daar staat gebruikte ik bijna nooit meer. Van die meer dan duizend werkeloze PVC-schijven kreeg ik bijna een schuldgevoel. Ik besloot de Thorens te vervangen. Ik had hem gekocht rond 1980 en ik vond het wel mooi geweest. De Sansui SR-222 platenspeler die ik van vriend JK een paar jaar terug had gekocht wilde ik in de woonkamer laten staan. Hij had de speler helemaal opgeknapt en ik was vanaf het begin onder de indruk van de prestaties van de Sansui. Maar, wat een mooi toeval, JK bleek nóg zo'n identieke Sansui speler te hebben! Ook helemaal door hem opgeknapt, nog mooier én met een veel beter element. De Sansui zag er werkelijk uit als nieuw en over de koop hoefde ik geen seconde na te denken. Mijn Luxman versterker was ook aan een beurt toe en kreeg tegelijkertijd een ‘overhaul’ van een techneut uit de professionele audio-industrie, een bekende van JK. De versterker onderging behalve onderhoud ook wat technische aanpassingen. Van de techneut kreeg de Luxman het predikaat ‘uitstekende versterker en weer als nieuw’. Voordat ik het goed en wel wist stond er een serieus goeie upgrade van mijn vintage set in de mancave te spelen. Ik stream overigens met een Yamaha DAC-netwerkspeler (t/m 24bit/192kHz) die aan de Luxman is geknoopt. Oud en nieuw dus volledig geïntegreerd.



Het was een verrassing om te horen dat veel van mijn elpees nog zo goed klinken. De betere technologie zorgt dat de naald de groef bovenin aftast en de diepere vuile of beschadigde delen niet raakt. Het resultaat is echt geweldig. Ik val van de ene verbazing in de andere. Ik hoor sommige elpees als nooit te voren. Na de aanschaf van een CD speler in 1985 heb ik nooit meer een plaat gekocht. Geen een. Met mijn ‘nieuwe’ Sansui vind ik de elpees soms zo goed klinken dat ik het idee kreeg een onderzoekje te doen. Titels waarvan ik zowel de elpee als de, later uitgegeven, CD-versie in de kast heb staan, heb ik met elkaar vergeleken. Wat blijkt? De elpees klinken regelmatig beter dan de digitale versies. Hoe kan dat nou?

Vinyl & digitaal
De opmars van vinyl van de laatste jaren wordt vooral verklaard doordat mensen de activiteit en het ritueel ontzettend leuk vinden. Er hangt, zeker voor ouderen, een bepaalde romantiek en nostalgie rondom het fenomeen van een plaatje draaien. Daarnaast hebben de mooie en zichtbare techniek van platenspelers en de vaak prachtige elpeehoezen een charme op zich. Zo zijn er wellicht nog andere redenen te bedenken. Maar er zijn ook liefhebbers die beweren dat vinyl geluidstechnisch beter is dan digitaal. Dat is een twijfelachtige stelling en een discussie die al vele jaren voort duurt. Ik ga een poging doen dat onderwerp te rationaliseren.

Het digitale formaat is technisch superieur aan vinyl. Laat ik de CD even als vergelijking gebruiken. Het dynamisch bereik, het verschil tussen de luidste en zachtste passages, is veel groter dan dat van vinyl. Het betekent dat stille en luide elementen genuanceerder en beter ten opzichte van elkaar kunnen worden weergegeven. De signaal-ruisverhouding (de mate van aanwezigheid van ruis) en het frequentiebereik zijn veel beter. Bovendien, vinyl slijt, kan beschadigen en heeft last van ‘wow & flutter’ (ongewenste bewegingen van de naald in de groef). Vinyl legt het dus volledig af tegen de CD, en eigenlijk elke digitaal formaat? Ja, 100%. Maar dat is de theorie. 


Loudness
Met de komst van de digitale technieken in de eerste helft van de jaren tachtig werden de grenzen van mastering enorm verlegd. De mogelijkheden van het nieuwe formaat waren bijna eindeloos. Maar na een aantal jaren begon een nieuwe tendens de kop op te steken. Bazen van platenlabels hadden blijkbaar vastgesteld dat het publiek luidere, hardere muziek wilde. Men begon geleidelijk aan tegemoet te komen aan de wens van de consument en de subjectieve geluidsdruk te verhogen door middel van het aanpassen van 'loudness'. Ik kan mij nu in allerlei bochten wringen om uit te leggen wat loudness precies is, maar ik vond een filmpje waarin het glashelder en eenvoudig wordt uitgelegd. Een beetje typische jongen, dat zie je wel vaker in deze tak van 'sport', maar ik kan het verhaal beslist niet beter uiteenzetten.


Het afregelen van een gewenst niveau van input (gain) en output (loudness) is dus, net als toonregeling (EQ), echo (reverb), presence (nadruk midden en hoge tonen voor zang en spraak) en dergelijke, een standaard procedure van het masteringproces. Het resultaat van het opschroeven van loudness was dat muziek steeds harder en 'platter' ging klinken vanwege de dynamische beperkingen. Naar mate de jaren verstreken ging het van kwaad tot erger. De ‘loudness war’ tussen producenten was een feit. Uitgaven van CD’s van na 1995 begonnen zelfs vervormd te klinken door digitale clipping, zoals onze Zweedse vriend ook uitlegt. Overcompressie (een anglicisme van mijn hand) werd en wordt vooral toegepast bij mainstream muziek. 

Het is redelijk om te stellen dat veel digitale opnamen én remasters uit de periode vanaf begin jaren negentig tot heden soms niet om aan te horen zijn vanwege de toepassing van overcompressie. Het kan vergeleken worden met koken. Zout is een essentieel onderdeel in de keuken, maar te veel zout verpest ieder gerecht. Overcompressie is het ‘te veel aan zout’ van de muziek-mastering. Nou komt-ie: overcompressie is met vinyl maar zeer beperkt mogelijk vanwege de materiaalkundige beperkingen van de lakschijf. Bovendien, als het al zou lukken een extreme ‘loudness-elpee’ te snijden zou de naald van de platenspeler uit de groeven springen. Het probleem beperkt zich dus grotendeels tot de CD of digitale stream.

Een flink aantal vinyl albums die opgenomen en geproduceerd zijn tot 1985 (ongeveer) klinken vanwege het bovenstaande verhaal beter dan hun latere digitale remasters met dezelfde titel die dateren vanaf begin jaren negentig en daarna. Op kleine schaal heb ik het zelf empirisch vastgesteld, zoals hierboven aangehaald. Maar het is allemaal ook gewoon terug te vinden op internet. Op de ‘Dynamic Range Database’ staan meer dan 150.000 albums benoemd met hun dynamisch bereik in diverse formaten. Het bereik wordt per titel weergegeven in de vorm van een een kleurcodering. Alles vanaf 11 (lichtgroen) klinkt voldoende tot uitstekend. Alles daaronder scoort onvoldoende tot zeer slecht. Hieronder een screenshot van 16 versies van het beroemde ‘Sticky Fingers’ albums van de Stones uit 1971 (ja, ik heb het origineel mét rits 😃). Het is duidelijk wanneer het mis ging. De remaster van 2009 is helemaal rampzalig blijkbaar. Het is de bevestiging dat vinyl in in voorkomende gevallen dus (veel) beter kan klinken dan de digitale evenknie.



Hieronder nog een voorbeeld. Een audio spectogram van Abba’s Super Trouper album van 1980 geanalyseerd met Audacity. De bovenste analyse is van de LP uit 1980 en geeft aan hoeveel dyamische ruimte er is. De remaster van 2005 daaronder laat zien dat het volume volledig is opgepompt.

Milde tonale 'afwijkingen' op een muziekdrager kunnen met de toon controle of EQ van de versterker, indien aanwezig, nog enigszins naar smaak worden gecorrigeerd. Maar, net als met het door zout verpeste gerecht, de effecten van overcompressie in het eindproduct laten zich beslist niet meer wegpoetsen tijdens de weergave. Ook niet door de beste High End audio die er bestaat. 

Terug naar de discussie digitaal versus vinyl met betrekking tot de geluidskwaliteit. Wie zijn dat, de vinyl liefhebbers? DJ's natuurlijk, jongeren ook, maar vooral ouderen die opgroeiden met de rock-, blues-, fusie, soul en vergelijkbare muziek uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. Dat is hun muzikale ‘window’. 


Die ouwe knakkers, ik ben er zelf ook een, pakken een elpee uit hun verzameling van die tijd en met een redelijk grote zekerheid klinken die elpees beter dan de bedoelde digitale remasters. Niet omdat het analoge formaat beter is maar omdat de originele opnames digitaal volledig naar de kloten zijn geholpen ten gevolge van excessieve toepassing van loudness. Excuse my French. De senioren die overtuigd zijn dat hun platen beter klinken dan een CD, hebben het in bepaalde gevallen dus gewoon bij het rechte eind! Ze zijn door technische corruptie en de tijdmachine op het verkeerde been gezet. Het is eigenlijk een vergelijking met appels en peren geworden. Een recente kwaliteitsopname op CD of stream degradeert, in geluidstechnisch opzicht, vinyl met gemak. Dat sommigen, in weerwil van dit alles, een elpee prefereren, heeft vermoedelijk te maken met intrinsieke technische beperkingen van vinyl. Het zou de reden kunnen zijn dat sommigen de klank van een elpee toch ervaren als aangenamer. 'Warmer' is een veel gehoorde term. Dat is prima, maar dat is dus niet 'beter'.

Een paar opmerkingen wil ik nog wel toevoegen:

  • De meer serieuze muziek, laat ik zeggen, klassiek, jazz en wat ‘zwaardere’ contemporaine stijlen, worden doorgaans door de kwaliteitslabels uitgebracht. Voor zover ik weet, hebben die labels  zelden of nooit excessieve compressie toegepast.
  • De mate van luidheid is natuurlijk niet het enige aspect wat invloed heeft op de geluidskwaliteit. Zelfs een te luid product kan nog heel behoorlijk klinken. Maar dat zijn echt de uitzonderingen.
  • Het schijnt dat het loudness-tij aan het keren is. Dat zeg ik niet op basis van eigen ervaring maar dan praat ik derden na. De meeste streaming services passen sinds enige tijd standaard loudness normalisatie toe. In hoeverre dat goed gebeurt is een ander chapiter. In ons muziekklupje komen we toch nog regelmatig veel te luid en te 'plat' geproduceerde albums tegen bij de streamingdiensten.
  • De perceptie van wat wel of niet goed klinkt is en blijft een individuele aangelegenheid die een combinatie is van objectieve en subjectieve aspecten. Het gaat allemaal om de eigen beleving en daarbij spelen ook fysiologische aspecten (lees: beperkingen) een rol. Een ander kan je echt niet vertellen wat goed klinkt, dat bepaal je zelf.

Vinyl, Compact Disc of Streamen?
In eerdere blogs heb ik uitgebreid kond gedaan van mijn geschiedenis met elpees. Tussen 1970 en 1985 heb ik ongeveer duizend albums gekocht. Af en toe haalde ik er nog eens een uit de kast, maar de CD had, wat mij betreft, de elpee links en rechts ingehaald. Na verloop van tijd ook wat betreft de geluidskwaliteit. De doosjes met boekjes met liner notes vond ik ook leuk. Niet zo gaaf als een elpeehoes, maar voor mij een acceptabel alternatief. Tot op de dag van vandaag beschouw ik de CD als een geweldige geluidsdrager. De superieure kwaliteit, (mits goede opname en label) gecombineerd met gemak en het ritueel van een ‘plaatje draaien’, is mij altijd zeer goed bevallen. Ik heb bijna 1100 Compact Discs. Bij elkaar zijn dat ongeveer 2100 geluidsdragers. Eén per dag en zeven dagen per week luisteren en ik ben bijna zes jaar bezig om alles de revue te laten passeren.

Het streamen van muziek heb ik uitgesteld tot ik het rationeel niet meer kon negeren. Mocht er nog iemand zijn die dit leest en niet goed weet wat streamen van muziek behelst, dan even in het kort nog een uitleg. Een streamingdienst biedt muziek aan via internet. Je neemt een abonnement en via je router en wifi, stream je de muziek naar smartphone of ander netwerkapparaat. Via de DAC van één van die apparaten kan het signaal dan worden omgezet naar analoog en versterkt voor weergave via de luidsprekers. Muziek kiezen en afspelen gaat met de app van de streamingdienst. Bijna alle muziek die je kunt verzinnen is beschikbaar. Er zijn meerdere aanbieders. Spotify, Apple Music, Qobuz, Deezer en Tidal om maar een paar bekende namen te noemen. Spotify is de grootste van allemaal en biedt gecomprimeerde (lossy) formaten aan, Qobuz, Deezer en Tidal bieden ook een ongecomprimeerd formaat aan (lossless) én Hi-Res (beter dan CD) kwaliteit. Alle muziek die je maar wilt is vanaf een tientje tot twintig euro per maand per direct beschikbaar en toegankelijk via een app. De streamingdiensten hebben elpees en CD’s in feite overbodig gemaakt. Ik ga in dit artikel steeds uit van home-audio, maar je kunt uiteraard ook buitenshuis via 4G of 5G streamen naar je smartphone of auto.

Ik kan wel verschil waarnemen tussen lossy of lossless muziek, maar alleen met aandachtig vergelijken en luisteren. Binnen het consumptieve domein waarin ik doorgaans muziek luister, valt het verschil me echt zelden op. Met consumptief bedoel ik dat ik naast aandachtig luisteren tegelijkertijd ook wat anders aan het doen ben. Bovendien, veel aanbod is kwalitatief gemiddeld en dan is het allemaal niet zo spannend. Het lossy formaat had bestaansrecht vanwege de besparing in opslag en de beperkte bandbreedte van weleer. Die aspecten spelen niet meer, dus het advies is gewoon lossless streamen met de geit. Dan zit je altijd goed. De keuze voor een bepaalde streamingdienst zou nog wel kunnen worden beïnvloed door het muzikale aanbod, de kwaliteit van de interface of de interactie met andere apparaten of applicaties. Ik heb op dit moment abonnementen op Qobuz (CD en Hi-Res) en Spotify Premium (Ogg Vorbis) en een Deezer (CD) proefabonnement. 


Het gemak van streamen is ongeëvenaard en het is uitgesproken goedkoop. Voor de prijs van maximaal een CD per maand kun je er misschien wel honderd in dat tijdsbestek beluisteren. Alles wat je zoekt is meestal en direct beschikbaar. Wat wil een mens nog meer? Nou... eh, streamen vind ik eigenlijk gewoon niet zo leuk. Ik luister 95% van de tijd uit gemakzucht naar een streamingdienst, maar ik ervaar het gemis iets in handen te hebben echt als een tekortkoming. Waar zijn mijn liner notes, de foto's, en allerlei andere info? Bovendien, kasten met boeken, platen en CD’s vind ik prachtig. Het hoort gewoon bij de mancave zoals ik die al heel mijn leven koester. Een ruimte die reflecteert wie ik ben en daar is de platenspeler altijd een onderdeel van geweest. Hieronder mijn mancave in 1988. De personal computer, internet, mobiele telefonie en de CD speler, het liet allemaal nog jaren op zich wachten. Maar de platenspeler stond er altijd als continue baken en trotse vaandeldrager van mijn muziekwereld.


Met het gebruik van een streamingservice ervaar ik ook dat ik soms de focus verlies en te makkelijk ‘zap’ van muziek naar muziek. Grote stappen snel thuis dus. Die oppervlakkigheid heeft als gevolg dat ik nog wel eens goede muziek te weinig kans geef om in te dalen. Maar, toch, de laatste tijd gaat het wel wat beter met de focus. Alles went blijkbaar. Maar goed, iedereen heeft natuurlijk zijn eigen voorkeuren en ervaringen en het onderwerp legitimeert wat mij betreft geen discussie. Lekker doen wat je zelf het beste bevalt en blieft.

Coda
Vroeger was muziek luisteren toch wel beetje een ‘experience’, een leuk geheel van handelingen en, soms, emoties. Een plaatje draaien was de verwezenlijking van die ervaring in optima forma. Zeker als je een nieuwe glanzende plaat uit zijn hoes haalde, knetterend van de statische elektriciteit, en dan de naald voor het eerst in de groef liet zakken. Wat een mooi ritueel! De komst van mijn Sansui platenspeler heeft dat gevoel van ooit weer een beetje terug gebracht. Hoe leuk is het niet om af en toe weer eens een elpee op te zetten? Of zelfs een Compact Disc? Maar, eerlijk is eerlijk, de techniek staat niet stil en muziek streamen is een comfortabele en kwalitatief prima keuze om naar muziek te luisteren. Amen.