Posts tonen met het label KUNST. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KUNST. Alle posts tonen

woensdag 7 oktober 2026

FOTOGRAFIE – UPDATE 2026

Vroeger, als familie, vrienden of kennissen op vakantie waren geweest, dan werden we vergast op ‘de vakantiefoto’s’. Soms een losse stapel, meestal een paar fotoboekjes en af en toe een lijvig album met ingeplakte foto’s. Of erger… dia-avondjes. Ik was degene die zich daar vooral schuldig aan maakte. Maar, hulde, ik beperkte mij en binnen een uur was ik meestal wel klaar. Op de keper beschouwd had bijna iedereen een pesthekel aan die vakantiefoto’s en dia’s. Als echte naoorlogse kids waren we goed opgevoed en bekeken al die foto’s met beleefd en geveinsd enthousiasme. “Ohhhh, aaah, wat mooi!”. Maar onze bijzondere vriend P., van heel lang geleden, ging daar heel anders mee om. Ik was er ooit bij dat hij van iemand een fotoboekje in zijn handen kreeg gedrukt. “Vakantie Spanje” zei die persoon erbij. P. bladerde een paar seconden door het boekje en gaf het direct terug. “Leuk”, was zijn commentaar. Ik kon mijn lachen echt niet inhouden 😂.

Behalve P., uiteraard, bezochten we vroeger braaf alle dia-avondjes en we bekeken gedwee de fotoboekjes. Met de komst van digitale fotografie en internet werd het delen van foto’s allemaal stukken makkelijker. Ik deed dat aanvankelijk ook via mijn weblog. Beter dan dat analoge gehannes. Maar daar ben ik na verloop van tijd ook mee gestopt om dezelfde redenen. Geen of weinig respons. Ik begreep dat ook wel. We werden en worden overspoeld door digitale content en maak dan nog maar eens een selectie waar je wel of niet kennis van wilt nemen. Foto’s delen op andere social media heb ik nooit gedaan, bij uitzondering soms een paar plaatjes die J. had geschoten met haar smartphone. Ze is trouwens een uitstekend fotografe geworden met een fantastisch oog voor details en waar ik niet zelden aan voorbij loop.

Tussen 2008 en 2011 heb ik een aantal uitgebreide blogs geschreven over fotografie. Vorig jaar nog een keer een verhaal over mijn SONY DSC HX-60 maar verder heb ik het onderwerp fotografie gelaten voor wat het was. Maar… ik ga dat weer een beetje oppakken in de vorm van publiceren van mijn foto’s. Voor mijzelf. Net als mijn blogs. Omdat ik het leuk vind en het eigenlijk één van mijn belangrijkste hobbies. Fuck it. 

Op dit moment staat mijn fototeller op ruim 83.000 foto’s, waarvan ongeveer 12.000 diascans. Allemaal gerubriceerd, geen één uitgezonderd! De fotovoorraad groeit nog, de diavoorraad niet, maar het scannen is nog lang niet klaar. Dat is een hobby voor de rest van mijn leven. Ik heb meerdere plekken waar ik al die plaatjes voor een deel of volledig heb opgeslagen. Mijn fotobestanden zijn redundant opgeslagen zoals dat heet. De dia's donker en droog op zolder. De digitale bestanden lokaal op mijn PC maar ook op diverse externe back-ups en twee locaties in the cloud.

Er bestaan legio bekende websites en clouddiensten om foto's online op te slaan en te delen. Bijvoorbeeld Google Photos, Microsoft OneDrive en Apple iCloud. De dominantie van deze diensten bevallen mij helemaal niet. Ik ga er verder niet op in. Er zijn natuurlijk nog eindeloos veel andere toepassingen zoals Facebook (achterhaald IMHO)  en de bekendste van allemaal, Instagram. Dat is wereldwijd het meest gebruikt om foto's en verhalen snel te delen met vrienden of volgers. Ik kijk ook dagelijks. Echt superleuk maar ongeschikt voor serieuze fotografen vanwege technische beperkingen met betrekking tot compressie, beeldformaat, EXIF-data, enzovoort.

Ik heb gekozen voor Smugmug en Flickr, twee Amerikaanse clouddiensten. Fantastisch en wereldwijd toegankelijk. Stel dat ik even een fotootje uit 1984 wil opzoeken, dan heb ik die binnen een paar tellen op mijn telefoon. Smugmug is een betaalde host voor professionals. Dat ben ik niet, maar SmugMug biedt mij wel de mogelijkheden die ik zoek. Vooral het hosten van een onbeperkt aantal foto’s en totale vrijheid van inrichten van de webomgeving. Smugmug is niet toegankelijk voor derden. Flickr is een online platform voor het delen en hosten van foto's en video's, dat populair is onder zowel amateurfotografen als professionals. Het werd gelanceerd in 2004 en functioneert als een combinatie van een opslagdienst, een portfolio-website en een sociale media-gemeenschap. Ik heb een gratis account tot 1000 foto's. Beide clouddiensten zijn Amerikaans. Mocht het totalitaire Trump-regime de stekker voor Europa uit de Hyperscalers, Cloud Giants en Big Tech bedrijven halen, dan zit ik daarom nog steeds goed en verhuis ik de hele handel naar een Europees platform. Lekker puh.

Een andere toepassing, Polarsteps, wil en moet ik hier beslist ook noemen, vind ik. Polarsteps is een populair Nederlands (!) reisplatform. Met hun ronduit briljante app kun je je reizen in real-time bijhouden en delen. De app houdt de route, locaties en foto's van de gebruiker bij op een interactieve wereldkaart. Je kunt tijdens je reis periodiek je foto’s uploaden en er een klein (of groot) verhaaltje bij schrijven. Daar moet je dan wel zin in hebben… Achteraf kun je van dat alles een fysiek fotoboek maken. De kwaliteit van die boeken staat niet ter discussie, geweldig gewoon. Onze vriend M. is met zijn fietsmaat van Nederland naar Palermo gefietst in twee ‘legs’. Twee jaar geleden de eerste van Nederland naar Rome dit jaar van Rome naar Palermo. Respect, die mannen zijn ook tegen de zeventig... M.'s Polarsteps-boek is echt om van te watertanden! Je kunt je reizen ook met terugwerkende kracht verwerken in Polarsteps, maar daar ga ik echt niet meer aan beginnen om 50 jaar reizen en vakanties te verwerken. Maar... een prachtige toepassing!


Flickr heeft een mooie website en is tot 1000 foto’s gratis en slaat originele bestanden (inclusief RAW en grote JPEG's) in volle resolutie op. Op mijn Flickr account staan op dit moment vijf albums en 666 foto's. Twee albums zijn portfolio’s. De eerste portfolio bevat diascans uit de periode 1978 tot 2006. De tweede bevat digitale foto’s uit de periode 2006 tot heden. De content van de andere albums spreekt voor zich. De bedoeling is dat Flickr een beetje representatief is voor mijn fotografische kunsten. Met bijna 100k aan foto's is daar eigenlijk geen beginnen aan, maar ik heb een poging gedaan. Het is een dynamisch project en de verzameling portfolios en albums zal ik zeker uitbreiden, aanpassen, opschonen, aanvullen of zelfs verwijderen. ‘Werk in uitvoering’ dus.


Mijn Flickr beschouw ik uitsluitend als een showcase van mijn foto’s, een soort fotografische etalage. Het zijn dus geen vakantiefoto’s met selfies, familie of vrienden. Ik weet dat veel mensen dat juist leuk vinden en dat begrijp ik en is ook terecht. Die vorm is zeker leuk, maar ik heb voor Flickr andere keuzes gemaakt want ik wil daar presenteren als serieuze fotograaf. Daarnaast heb ik gekozen om foto’s niet altijd op onderwerp of chronologisch te ordenen. Misschien heeft dat ook niet ieders voorkeur, maar ik vind het heel goed werken. Op Flickr schrijf ik:

“Welcome to my Flickr account. I am an amateur photographer with a passion for travel and nature photography. All images were shot as positives (slides) and, later, as digital photos. I used Nikon SLR’s most of the time and nowadays also a Sony compact. Photos in my Flickr albums are arranged chronologically or randomly. The latter for a varied and dynamic viewing experience. My albums are not static and may be edited or deleted. © STONEAGEIMAGES - stoneageimages@gmail.com"

Ja, wat kan ik nog zeggen? Kijk maar eens (hyperlink): stoneageimages albums

[Bovenaan ieder individueel album staat op de eerste pagina boven de rechter foto een icoontje van een beeldschermpje. Dat is het icoontje om een slideshow full screen te kunnen kijken. Het is een diashow en de foto's komen vanzelf voorbij, maar met de pijltjes kunnen de foto's ook handmatig verplaatst worden. Uiteraard heeft het de voorkeur te kijken met een PC of een laptop. Tablets zijn suboptimaal en smartphones uit den boze wat mij betreft. Die doen mijn werk geen eer aan.]




zaterdag 7 maart 2026

CONCERTEN – EEN UPDATE

In 2011 werden wij geïnspireerd door vriend R. om eens te inventariseren welke concerten wij zo door de jaren heen hadden bezocht. Dat was een erg leuk idee en dat project hebben we handen en voeten gegeven en onderling afgestemd. Uiteindelijk kwam ik op ongeveer 100 concerten die ik had bezocht vanaf 1973. Het werd hoog tijd om de lijst weer eens bij te werken. Vanaf 2008 werd ik daarbij voornamelijk geholpen door mijn eigen weblog met recensies van concerten of korte referenties daaraan. Uiteraard ook mijn agenda, apps. mailtjes, internet en AI. Ik zit nu op ± 150 concerten. Voor een beetje concertganger een lachertje: drie keer per jaar is eigenlijk bijna niks… maar wel overzichtelijk 😊

Nik Bärtsch Ronin - Lantarenvenster, Rotterdam - 2017

Net als bij de eerste versie staan de klassieke muziekconcerten, op een paar na, nog steeds niet op de lijst. Dat zijn er sowieso niet zo heel veel en ik weet de details niet meer. Jammer eigenlijk. Ook de vele optredens van ‘soosbandjes’ en stukjes van North Sea Jazz optredens heb ik genegeerd. Te weinig info en te fragmentarisch. Ik heb gekozen voor complete concerten door, meestal, professionele muzikanten. Uitzonderingen zijn er wel. Zo staan er een paar concerten van ‘Flexible Sound’ in de lijst, het koor waar mijn vrouw in zingt. Zij hebben met professionele muzikanten een paar keer de grote zaal van de Goudse Schouwburg en Theater Zuidplein gevuld. Een logistieke en muzikale prestatie van formaat. Ook mijn schoonzus heeft twee keer meegedaan aan het groot Meezingconcert in Tivoli en dat waren ook serieuze evenementen en die staan ook op het overzicht.


Flexible Sound & Maartje & Kine - Goudse Schouwburg - 2024

Zoon Stijn heeft ook veel opgetreden achter de piano. Maar altijd als amateur bij wijze van hobby of muziekstudent, nooit als vaste pianist. Pech, hij staat dus niet op mijn lijstje. Helaas liggen zijn muzikale activiteiten op dit moment stil vanwege het faillissement van zijn werkgever. De passie voor muziek is er gelukkig niet minder om en ik verwacht dat hij het piano spelen later weer oppakt. 


Stijn - Kunstbende - Grounds, Rotterdam - 2016

De laatste jaren werd onze passie en liefde voor muziek opgeschud en aangejaagd door Jaap. Wij hadden hem leren kennen in 2017. Hij bleek een erudiete gentleman en bevlogen door muziek en HiFi. Jaap werd een fijne vriend en was vaak initiator van luisteravonden maar zeker ook concerten. Jaap is er helaas niet meer en we missen hem natuurlijk enorm als persoon, maar ook als muzikale stimulans en spil. Na zijn overlijden kwam dat allemaal stil te liggen. Maar we gaan de draad weer oppakken. De eerste luisteravond hebben we achter de rug en over twee weken gaan we weer naar een concert!

Ik heb echter nog een vraag aan mijn lezers: tussen 1995 en 2003 heb ik maar één concert op mijn lijstje. Dat was het briljante concert van Gino Vanelli met het Metropole orkest tijdens North Sea Jazz in 2002. Verder niets… Dat Stijn in 1997 is geboren zal de reden wel zijn van deze minimale ‘score’. Maar dat ik in bijna zes jaar maar één liveoptreden heb bezocht, kan ik mij gewoon niet voorstellen. Mocht iemand zich een concert herinneren waar ik ben geweest in die periode, dan hoor ik het graag! 

Naschrift: mijn vrouw J. las mijn blog en zei dat wij samen met vrienden ooit naar Santana waren geweest. Ik kon mij daar niets van herinneren. Ze liep even naar onze zolder en kwam terug met een shirt van de Santana Milagro World Tour uit 1992. Gekocht destijds na het overeenkomstige concert in de Ahoy. Totaal vergeten. Het concert staat nota bene op YouTube; twee uur en drie kwartier non-stop muziek. Kom daar nog maar eens om.

Overigens, wie mijn concertlijstje wil hebben, laat het maar weten. Vanwege privacy publiceer ik het niet hier want (voor-) namen van vrienden en kennissen staan er op. Ik sta uiteraard open voor aanvullingen op de lijst, maar ook correcties, commentaar enzovoort. op. Omdat ik eigenlijk al die Amerikaanse ICT en cloud-dominantie zat ben, heb ik voor dit doel een nieuwe mailaccount gemaakt: stoneageimages@proton.me  

maandag 2 maart 2026

MIKE RATLEDGE – R.I.P.

Weliswaar zijn wij geen muzikanten, maar we hebben ons wel degelijk een muzikale identiteit eigen gemaakt. Met 'wij' bedoel ik heel nadrukkelijk vrienden H. en R., ondergetekende en een paar vrienden die helaas niet meer onder ons zijn. Wat wil je, meer dan een halve eeuw naar muziek luisteren en vele uren daarvan samen? Vooral toen we jong waren. In die beginjaren was luisteren naar bepaalde muziek bijna een dekmantel voor een veel 'ruimere' ervaring. We dompelden onze geesten regelmatig onder in een spirituele waas van fantastische en soms waanzinnige muziek. Een psychoactieve, bijna ayahuasca-achtige trip, maar dan zonder rare substanties. Ik durf de stelling wel aan dat de legendarische Britse band Soft Machine wat dat betreft onze muzikale en spirituele top vertegenwoordigde.

Soft Machine was een baanbrekende band, opgericht in 1966. Hun werk was totaal uniek met invloeden uit jazz, rock, klassiek en andere contemporaine stijlen. Soft Machine kende in de loop der tijd talloze bezettingen, met een indrukwekkende rij van, doorgaans, zeer begaafde muzikanten. De oprichters van de eerste incarnatie in 1966, waren Robert Wyatt, Kevin Ayers en Mike Ratledge. Wyatt is 81 jaar en al jaren niet meer muzikaal actief. Ayers is in 2013 overleden en ik lees juist dat Mike Ratledge ons op 5 februari jl. is ontvallen. Hij werd 81. Wij, de vrienden, hebben de oude garde én Ratledge nooit zien spelen, maar ik vind het niet meer dan gepast, uit dank en respect, om hier bij het heengaan van een belangrijke held uit onze jeugd stil te staan. Wat hebben deze mensen ons leven verrijkt! Luisteren naar Soft Machine is nog steeds genieten, maar soms moet ik ook een brok melancholie wegslikken. 


Soft Machine bestaat nog steeds, zij het dat de huidige muzikanten over het algemeen substantieel jonger zijn dan de oprichters. De band heette een tijdje Soft Machine Legacy maar sinds 2015 weer gewoon Soft Machine. Zoals gezegd hebben we de oorspronkelijke mannen nooit zien spelen. Maar de latere leden waren niet zelden ook legendarisch en we hebben het geluk gehad bij een optreden van 'Legacy' te zijn geweest in De Boerderij in Zoetermeer in 2011. Dat was hoog tijd én onwijs leuk. Goede muziek gespeeld door inmiddels best wel ouwe mannekes 👴😄.

Voor wie meer wil weten over Soft Machine is internet geduldig, maar ook mijn eigen brouwsel in zake deze Britse muzikanten is de moeite waard. Het plaatst de band en onze ervaringen in context: Soft Machine

dinsdag 13 januari 2026

FRANKENSTEIN

Ben ik een filmliefhebber? Ik denk het wel, maar niet monomaan want er zijn ook andere dingen in het leven. Maar zeker sinds de komst van Netflix is het kijken naar films of series voor mij bijna dagelijkse kost. Het is een echte hobby geworden. Als vrouwlief naar bed gaat pak ik mijn cinematografisch uurtje. In het verleden plaatste ik op mijn blog af en toe een recensie van een film of serie waar ik wat van vond. Niet vaak, want de media staan vol met recensies en wat zou ik daaraan toe moeten voegen? Voor mijzelf, voor later? Echt niet. Op een lijstje houd ik bij wat ik allemaal heb gezien in de bioscoop en op de streamingdiensten. Dat is voldoende voor mij. Het lijstje voorkomt vooral dat ik per ongeluk twee keer hetzelfde zie. Overigens, met ‘Film’ bedoel ik films én series. Beide volop te zien op de diverse streamingdiensten. 

Maar af en toe voel ik een besliste drang om een kijkervaring te delen. De laatste film waar ik wat over te melden had was ‘The Irishman’ uit 2020. Duidelijk dat het weer eens tijd werd voor een nieuwe recensie. Vriend K. is ook een filmliefhebber en wij geven elkaar vaak tips over films en series. Onlangs adviseerde hij mij ‘Voor de meisjes’ te kijken van Mike van Diem. Als tweede tip noemde hij de film ‘Frankenstein’ van regisseur Guillermo del Toro. Beide staan op Netflix. Uitzonderingen daargelaten, zitten we meestal op één lijn ten aanzien van de waardering van films en series. Zijn tips neem ik dus zeer serieus. De eerste film sprak mij qua verhaal aan en heb ik direct gekeken. Een juweel. Maar het gaat hier om die tweede film. Daar had ik eigenlijk weinig vertrouwen in. Een 'monsterfilm' leek mij wat te platvoers en ik heb echt helemaal niets met ‘fantasy’. Maar ik had K. beloofd een poging te wagen en dat legitimeerde mijn gewaagde kijkavontuur. Als ik het niets vond kon ik altijd nog uitwijken naar Lou Grant (inside running gag).


In de afgelopen jaren ben ik op enig moment begonnen recensies ‘in mijn hoofd’ te maken. Alsof ik ze zou opschrijven voor een filmtijdschrift. Het diende geen enkel doel anders dan mijzelf te vermaken als ik even niets te doen had. Bijvoorbeeld tijdens een fietstochtje, echt heel leuk. Ik verzon al doende een structurele manier zodat ik snel voor mijzelf inzichtelijk kreeg hoe goed ik de film of serie vond. Ik kwam uiteindelijk tot zeven onderwerpen waar ik wat van moest en moet vinden ten einde een compleet beeld te krijgen van een film of serie:

1. Verhaal / plot / authenticiteit / coherentie
2. Cast / acteren
3. Scene progressie (pacing) / ritme / timing
4. Camerawerk / fotografie
5. Score / soundtrack
6. Locaties
7. Special effects & overige

Regie en productie benoem ik nooit specifiek want de weerslag daarvan wordt weergegeven in de zeven punten. Ik doe deze ‘breinrecensies’ nu al een paar jaar. Erg leuk en bovendien goede hersengymnastiek. Hieronder probeer ik voor het eerst mijn systeem te gebruiken door een recensie op die manier uit te schrijven.  

Het verhaal van Frankenstein zou een klassieker moeten zijn. ‘Het monster van Frankenstein' kennen de meeste mensen als fenomeen of begrip wel, maar veel verder gaat die kennis meestal niet. De ouderen onder ons verwarren het soms met de Amerikaanse sitcom 'The Munsters' uit de jaren zestig met de goedaardige Herman Munster. Ik herinner mij zelfs een jongetje op de lagere school die zijn uiterlijk niet mee had en 'Herman Monster' werd genoemd; dus niet 'Munster'. Voor de duidelijkheid, ik hoor(de) bij de groep 'de meeste mensen'.

Ik heb eerst wat huiswerk gedaan. Mijn hemel, Frankenstein blijkt een van de meest bewerkte verhalen uit de filmgeschiedenis! Er zijn honderden versies van verschenen vanaf 1931 waarbij de laatste zo'n beetje het best gewaardeerd wordt. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Britse schrijfster Mary Shelley uit 1861. Het verhaal gaat over Dr. Victor Frankenstein, een briljante chirurg die de dood wil overwinnen door nieuw leven te creëren. In de verte is het verhaal blijkbaar gebaseerd op Prometheus, een figuur uit de Griekse mythologie. Ik moet dat eens nalezen. Het is een prikkelende fantasie. In het boek wordt beschreven dat Victor Frankenstein naar begraafplaatsen gaat en plekken waar lichamen worden ontleed om "onderdelen" te verzamelen voor zijn experimenten. Best wel bizar en er is veel meer over het verhaal te zeggen ‘than meets the eye’. Maar het gaat hier vooral om de film. Toen ik de trailer had bekeken was ik overtuigd van de fotografische briljantie, maar hoe zou ik omgaan met de geloofwaardigheid? Ik ging uiteraard kijken en dat pakte onverwacht anders uit…

  1. Verhaal. De film is een bijna (!) geloofwaardige fantasie en doet me in zekere zin denken aan ‘2001: A Space Odyssey’. In dat meesterwerk scheert de fantasie rakelings langs de werkelijkheid. Schitterend gedaan destijds en dat lukt 'Frankenstein' tot op zekere hoogte ook. Het ‘format’ prikkelt in die zin de fantasie én de geest, ook de mijne. Het creëren van leven, we zitten er in deze tijdspanne niet ver vandaan denk ik, zeker technisch gezien. Het maakt Frankenstein ethisch relevant. Wat is dus de boodschap van deze film? Best lastig. Het spelen voor god lijkt altijd verkeerd uit te pakken en dat is blijkbaar ook de overeenkomst met het verhaal van Prometheus. In die zin is de film een waarschuwing. Denk in dat verband ook aan de film Oppenheimer maar zeker ook aan Artificial Intelligence… Meer mag ik nu niet delen en vertellen want er zijn vast lezers die de film nog willen zien. Ik geef het ronduit geweldige verhaal een 9,0.
  2. Cast. Prachtig acteerwerk van Oscar Isaac die Dr. Frankenstein speelt en Jacob Elordi als 'het wezen'. Oscar Isaac is een echte ‘Mad Hatter’ en speelt een tikkie over de top, maar dat past heel goed bij het gehanteerde format. Charles Dance, de über Brit, speelt de vader van Victor met verve. Ook de vele andere acteurs vertolken hun rollen uitstekend. De jonge Frankenstein, gespeeld door Christian Convery is ook zo'n topper. De Deense acteur Lars Mikkelsen, de kapitein, zie ik altijd heel graag, maar hij schitterde hier niet bijzonder. Dat lag niet aan hem maar aan zijn wat magere rol. De diverse karakters vertonen verder weinig diepgang, zeg maar gerust geen. Het is inherent aan de keuze voor een spectaculaire visuele en flamboyante filmische stijl waardoor er weinig ruimte is voor gezever. Het is niet erg, in tegendeel... Een 8,5
  3. Scene progressie. Ik bedoel daar mee het gekozen tempo en hoe dat tempo wordt uitgerold door de film. Dit onderdeel is voor mij essentieel en de film laat hier en daar wat schieten. Ik houd van een lineaire flow, een vloeiende verhaallijn. Liefst chronologisch. Flash backs? Rampzalig. Zeker als dat vaak en thematisch wordt toegepast... Het frustreert voor mij die natuurlijke flow en verpest de spanningsboog van elk narratief. Dan raak ik de draad kwijt of val ik in slaap. Onlangs zag ik ‘One Battle after Another’, een waanzinnig goeie film van 2 uur en 41 minuten. Ondanks dat de opening van de film een lange flashback is, heb ik daarna geen seconde gemist! Zo hoort het. Maar het zijn natuurlijk ook keuzes van scenarioschrijvers en regisseurs en niet iedereen zit hetzelfde in deze race. Terug naar onze film. Het middelste deel van Frankenstein had echt wat vlotter gekund. Dat verliep wat stroperig vond ik. Het gedoe met Lady Elisabeth Harlander ontging mij en daar zat ook weinig vaart in. Ik was even bang dat er een romantische 'tweak' aan het verhaal werd toegevoegd. Maar dat gebeurde gelukkig niet en zij bleek wel degelijk een inhoudelijke en symbolische rol te spelen door de menselijke maat in te brengen. Dat las ik elders en had ik toch even gemist, mijn fout😬. De ontknoping aan het einde van de film was, na 2,5 uur, wel wat abrupt vond ik. Dat had ik echt wat anders gedaan als ik het voor het zeggen had gehad. Een 6,5.
  4. Camerawerk en fotografie. Ge-wel-dig! Een kunstwerk, niets aan toe te voegen. Een 10!
  5. Score. Dat is dus niet de soundtrack maar uitsluitend de voor de film geschreven en gecomponeerde muziek. Soms minimalistisch, soms wat bombastisch, maar dat hoort ook bij het genre denk ik. Over de soundtrack verder niet veel te melden. De soundtrack is overigens alle muziek, de liedjes, soms gesproken tekst en dergelijke. Een 7,0. 
  6. Locaties. Al dan niet met AI (CGI) geproduceerd, maar prachtig gedaan. Regelmatig moest ik aan 'Het Parfum' denken en dat is een groot compliment. De Gotische sfeer en grote landschappen werden gevonden in Engeland, Schotland en Canada. De straatbeelden van Edinburgh, het vastgevroren schip in het Arctische ijs, de interieurs van de huizen en paleizen, het zag er allemaal schitterend uit. Top. Een 9,0.
  7. Special effects. Helemaal goed. Het tot leven gewekte wezen en alle 'medische' viezigheid, het gebouw wat in vlammen op gaat, enzovoort, prachtig. Kostuums en make-up, idem dito. Een 8,5.


Het ongewogen gemiddelde komt uit op 8,4 en dat vind ik een onverwacht hoge score. Mijn disclaimer is, en dat wil ik benadrukken, dat deze recensie 100% subjectief is. Er valt dus niet over te discussiëren. Er is geen waarheid, ja de mijne 😂. Stel dat ik een recensie zou publiceren in een of ander medium, dan zou ik de zeven punten uitschrijven in één verhaal voor de leesbaarheid en om te veel zakelijkheid te vermijden. Het moet wel leuk blijven en geen wetenschap.

Frankenstein is best een intelligente film en kent meer gezichten en lagen dan de vertelling 'an sich' en verdient zijn eigen exegese. Maar dat kan natuurlijk niet in een korte recensie en daar mogen andere cultuuranalisten hun best op gaan doen. Wellicht is dat in het verleden volop gedaan; misschien zijn er wel sociologen op het verhaal afgestudeerd. Ik had in ieder geval content genoeg voor deze recensie.

Met de film Frankenstein heb ik mogen ervaren dat het genre fantasy op een bepaalde manier nog nét kan voor mij. Het bruggetje van fantasie naar voorstelbare werkelijkheid moet wel stevig zijn, anders trek ik het niet. Volgens sommigen is deze film geen fantasy maar Science Fiction. Ook goed. Maar, hoe je het ook bekijkt, Frankenstein is absoluut concreter en inhoudelijker dan ik dacht en gewoon de moeite waard. Alleen de plaatjes bieden al ruimschoots voldoende reden om de film te gaan bekijken.


dinsdag 28 oktober 2025

JACK DEJOHNETTE – R.I.P.

Het zijn er makkelijk meer dan honderd. Meer dan honderd albums die ik ‘heb’ waar Jack DeJohnette als drummer en, af en toe, als pianist en zelfs als saxofonist op speelde. Soms als leider maar nog vaker als sideman. Jack is eergisteren overleden en daarmee verliest de jazzwereld één van zijn allergrootste iconen. Ooit!

Dat ‘hebben’ is een dingetje. Maar daar kom ik straks nog even op terug. Het is in ieder geval zo dat Jack DeJohnette meespeelt op heel veel van mijn  LP's, CD's en streaming albums. Ik denk dat hij in mijn verzameling daarmee wel één van de koplopers is. Zonder dat ik mij daar erg nadrukkelijk bewust van was heb ik dus ontzettend vaak naar hem geluisterd. Meer dan genoeg reden om bij zijn persoon en werk stil te staan. Helaas hebben we hem nooit live op zien treden, volgens mij. AI geeft aan dat DeJohnette tien keer op NSJ speelde. Niet waar ik bij was, voor zover ik mij kan herinneren. Ik laat mij echter graag corrigeren.

Jack DeJohnette, geboren op 9 augustus 1942 in Chicago, was een van de meest invloedrijke drummers en componisten in de moderne jazz. 'Hij stond bekend om zijn technische beheersing en zijn vermogen om traditie en vernieuwing te verenigen', praat ik een website na. 'Oorspronkelijk opgeleid als pianist, stapte hij over op drums en ontwikkelde al vroeg een zeer muzikale benadering van zijn instrument: hij behandelde het drumstel niet alleen ritmisch, maar ook melodisch en klankmatig', van dezelfde website. Zijn doorbraak kwam eind jaren zestig als lid van Miles Davis’ ‘electric’ band, zoals onder andere te horen op Bitches Brew en Miles Davis at Fillmore.

Vanaf de jaren zeventig bouwde hij verder aan zijn reputatie in eigen groepen (zoals Special Edition) en als vaste drummer in Keith Jarrett’s Standards Trio. Dat was een van de langstlopende en meest geliefde formaties in de jazzgeschiedenis die ik relatief recent heb ontdekt. Nou ja, ontdekt, getipt door (wijlen) vriend J. Dat was een onbegrijpelijke ‘erreur importante’ van formaat. Maar ik heb mij gerevancheerd want het Standards Trio luister ik bijna dagelijks en ontroert mij soms tot tranen. Echt waar. 'Geen dag zonder Bach’ zeggen de liefhebbers. Ik zeg ‘no standard without Jarrett’. Geen perfect rijm, maar ik kon geen betere verzinnen.

Voor de volledigheid, het trio bestond uit Keith Jarrett op piano, Jack DeJohnette op drums en Gary Peacock op bas. Gary is in 2020 overleden en Keith is er nog, zij het gedeeltelijk verlamd aan zijn linkerzijde vanwege twee beroertes. Het is onwaarschijnlijk dat hij ooit nog in het openbaar zal optreden. Voor de leken, Jarrett wordt beschouwd als één van de beste pianisten uit de geschiedenis. Zowel in jazz als klassiek. Zijn 'Köln Concert' is het best verkochte jazz album aller tijden.


Maar vele, vele jaren voor mijn late trio-ontdekking luisterde ik al volop naar albums waar DeJohnette zijn kunsten op had verricht. Zoals Bitches Brew en meerdere andere albums van Miles Davis. Mijn eerste LP van Jack als leider was ‘UNTITLED’ op ECM, gekocht op 24 april 1979. Allemachtig, dat is bijna 47 jaar geleden. De mechanische- en audio-kwaliteiten van de LP zijn nog steeds ongelofelijk. De muziek vind ik, nou ja, niet mijn smaak, laat ik het zo maar zeggen. Dat kan (dus) ook. Ik denk dat ik het album destijds kocht in de veronderstelling een mooie Miles-achtige funkplaat op de draaitafel kon leggen. Niets van dat alles. 


Daarna schafte ik andere albums onder zijn naam (allemaal op ECM) aan die ik wél goed vond. Uiteraard ook samenwerkingen met anderen als gastmuzikant. Jack speelde mee op albums van artiesten met klinkende namen, zoals Carlos Santana, John Abercrombie, Pat Metheny, Herbie Hancock en vele anderen. Relatief recent, heb ik nog twee briljante albums aangeschaft: ‘In Movement’ met Ravi Coltrane (de zoon van) en ‘Blue Maqams’ van Anouar Brahem.

Drummers hebben een vitale rol in Jazz, dat is geen nieuws. Misschien is het wel zo dat als hun spel je niet nadrukkelijk opvalt dat het juist goed is. Er zijn drummers die mij wél opvallen door hun eigen stijl. Daar hoort Jack De Johnette niet bij. Ik zie, of zag, hem als een zeer ondersteunende, interactieve en zeer maatvaste drummer met een perfecte groove en timing, maar geen ‘lead’ drummer. Ik heb het aan AI gevraagd en dit was het antwoord: “De perceptie dat Jack DeJohnette meer een interactieve en ondersteunende drummer was dan een klassieke “lead”-drummer sluit goed aan bij hoe muzikanten en critici hem zien: als een uitzonderlijk creatieve, veelzijdige en subtiele drummer, die het collectieve spel naar een hoger niveau tilt, en zich zelden op de voorgrond dringt tenzij de muziek dat vraagt.” Nou, niet slecht voor een leek, toch?

DeJohnette wordt algemeen beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de bop-, fusion- en hedendaagse jazz. Hij is een van die musici die de jazz mede heeft vernieuwd zonder de traditie los te laten. Bovendien werd hij gezien als een warme, bescheiden en inspirerende figuur, die geliefd was bij collega’s en jongere generaties muzikanten.

Ik zou het nog even over muziek ‘hebben’. Dat was vroeger wel iets. We bouwden prachtige verzamelingen op van LP’s, casettebandjes en later CD’s. Maar ja, wat moeten we er nu mee? Alles wat we bezitten, materieel of immaterieel, is intrinsiek vergankelijk. Bezit bestaat in universeel opzicht dus eigenlijk niet. Met het ouder worden raken we geleidelijk letterlijk alles kwijt inclusief onze fysieke integriteit en tenslotte meldt Magere Hein zich. Heftige beschouwingen wellicht, maar van tijd tot tijd voel ik dat zo als ik door mijn study kijk en al die honderden boeken, platen en CD’s zie. Wat moet men er straks mee? Misschien vinden een paar exemplaren nog een goeie plek. Maar de rest...


Toch beschouw ik dat ‘bezit’ nog steeds als waardevol, net als vroeger. Dat streamen is technisch geweldig, maar dat tijdelijke bezit van een LP of een boek of een CD bevat schoonheid die bytes en bits niet bieden. Het bezit is vanuit die visie dan toch waardevol. Net als ons leven een waardevol bezit is en een onderdeel van de cyclus van het leven. Moraal van het verhaal? Ik moet eigenlijk de volledige ‘Standards Trio’ collectie op vinyl aanschaffen. Een mooiere ode aan Jack DeJohnette kan ik niet bedenken.

donderdag 23 oktober 2025

KLAUS DOLDINGER - R.I.P.

Klaus Doldinger, de componist van de muziek van 'Das Boot', is afgelopen 16 oktober overleden op 89-jarige leeftijd. Ik lees het nu pas bij toeval op internet. Ik heb geen anekdotes die wat met Klaus hebben uit te staan, maar wel hele mooie herinneringen aan de tijd waarin wij naar zijn muziek luisterden. Juist nu mijn goede vriend F. in het ziekenhuis aan het vechten is voor zijn leven, herinner ik mij Klaus Doldinger en zijn band Passport als nooit tevoren. F. woonde decennia in een mooi maisonnette appartement. Hij was daar vele, vele jaren een geweldige gastheer voor ons, zijn vrienden. Bijna ieder weekend, soms meerdere dagen, vierden wij bij hem het leven in al zijn kleurrijke facetten 😂😛😫. Maar muziek ontbrak nooit. Wij luisterden vooral naar onze helden uit de jaren zeventig en tachtig zoals Santana, Frank Zappa, Led Zeppelin, Eric Burdon en vele anderen. Klaus Doldinger’s Passport was ook regelmatig van de partij tussen dat illustere en iconische muziekgezelschap.


Klaus Doldinger werd geboren op 12 mei 1936 in Berlijn. Hij studeerde klassiek piano en klarinet. Maar hij voelde zich meer aangetrokken tot de jazz die Amerikaanse soldaten na de oorlog in Duitsland hadden geïntroduceerd. Hij bekwaamde zich als saxofonist, werd wereldberoemd in Duitsland en een beetje in West-Europa. Maar hij reisde toch maar mooi met zijn muzikanten de hele wereld over. Marokko en Brazilië hadden zijn voorkeur. De muziek die hij maakte én mij aansprak getuigde van een feilloos gevoel voor timing en ‘groove’ die voor Europeanen zeldzaam is.

Klaus had in 1971 ‘Passport’ opgericht, een langlopende jazz-fusion formatie die internationaal toerde en in vijf decennia tientallen albums uitbracht. Het was de enige ‘Doldinger' waar we naar luisterden.  Wellicht vanwege die groove. Dat hij muzikaal veel meer deed, zoals het schrijven van de titelmuziek van Tatort en de ’score’ van Das Boot, dat wist ik niet. Shame on me. Het laatste album wat bij mij (ons) de aandacht trok was ‘To Morocco’, een uitstekende fusie van Marokkaanse muziek en jazz uit 2006.

Ik ken Klaus Doldinger’s en Passport’s oeuvre duidelijk onvoldoende en heb toevallig onlangs ontdekt dat er echt geweldige albums tussen zitten. Luister eens naar het eerste deel van het live album uit 2008 ‘On Stage’ en het prachtige 'Inner Blue' uit 2011. Zulke goede muziek maar er zijn geen eens, of nauwelijks, recensies van te vinden. Jammer. 

Mijn mooie herinneringen aan ‘ooit’, zoals boven genoemd, én de muziek van Passport, motiveerden mij om wat regels te wijden aan het overlijden van Klaus Doldinger. Uit respect voor een erg goede muzikant waar buiten Duitsland te weinig mensen aandacht aan gaven. Ach, weer iemand uit ons collectief muzikaal geheugen die er niet meer is...

zaterdag 9 augustus 2025

DAILY DRIVER

‘Daily driver’ is een anglicisme voor de auto die iemand voor zijn of haar dagelijks vervoer gebruikt. Bijvoorbeeld woon-werk, zakelijke ritten, de boodschappen, noem maar op. De term vond zijn oorsprong in de naoorlogse autocultuur van de Verenigde Staten. Het waren de jaren dat de Amerikaanse Droom geleefd werd. De Verenigde Staten kende een ongekende jaarlijkse economische groei vanaf 1945 tot in de jaren zeventig. De (geld-) bomen groeide tot in de hemel en de meeste gezinnen hadden twee of zelfs meer auto's in hun bezit. Echte ‘petrol heads’ reden er minimaal één voor de hobby en één voor het dagelijkse werk. De daily driver 😊. De afbeelding hieronder komt uit een reclame van Chevrolet. De illustratie is handwerk, gemaakt met potlood en acryl, een kunstwerkje in mijn beleving. De groene auto is een Corvette, de rode een Bel Air, de daily driver. Beide auto's zijn van modeljaar 1955. In de reclame wordt de fluisterzachte V8 van de Bel Air aangeprezen. Die motor klinkt blijkbaar zo lekker als een kat die tevreden licht te snorren in het zonnetje. Een goed exemplaar van een Corvette met V8 en automaat vertegenwoordigt nu een veilingwaarde ergens tussen de 100.000 en 150.000 dollar! 



De tekenstijl heet 'Narrative Realism'. Ik ben daar helemaal gek van. De schilder Norman Rockwell was de bekendste beoefenaar van deze stijl. Deze artiesten gaven een geromantiseerde (autoreclames) of realistische en soms kritische weergave van de moderne Amerikaanse samenleving. Het waren zeer begaafde ambachtslieden, de Amerikaanse Caravaggios en Rembrandts van hun tijd. Nog één gave tekening, om het af te leren, een Pontiac Firebird Transam uit 1970, getekend door Art Fitzpatrick.



EEN INTRODUCTIE

Een daily driver dus, daar begon ik hierboven mee. In Europa komt de term dus ook steeds vaker voor. Ik heb in de vorige blogs aan mijn pensioen gerefereerd en mijn laatste daily driver, een mooie rode Opel Corsa, heb ik alweer ingeleverd. Het is, tot nader order, mijn laatste auto geworden want voor het eerst sinds 1975 heb ik geen daily driver ter beschikking meer. Dat klinkt voor sommigen als een gewone vaststelling. Boeien… Maar het is voor mij een soort amputatie die mij wel wat doet. Dit blog zie ik eigenlijk als een symbolische, maar voorlopige (!), afsluiting van mijn leven als praktiserend dagelijks automobilist. Gelukkig staat er nog een Peugeot 1007 van J. op onze oprit, in geval van nood. Een totaal unieke en iconische auto die bovendien ook erg fijn rijdt. De enige auto in de historie met twee schuifdeuren voor chauffeur en bijrijder😀en elektronisch op afstand bedienbaar. Bovendien, in uitzonderlijk goede staat, bijna fabrieksnieuw!


Interesse voor iets platvloers als een auto is low culture en menigeen durft daar niet voor uit te komen. Maarten van Rossem en Rowan Atkinson zijn bijvoorbeeld ook grote autoliefhebbers en hebben in het verleden daar het nodige over geschreven. Met name over een soort schuldgevoel vanwege de enorme milieubelasting die de auto al meer dan een eeuw veroorzaakt. Het staat haaks op hun verantwoordelijkheidsgevoel voor milieu- en omgevingsbewustzijn. Maar ja... Dat een samenleving ook niet denkbaar is zonder de auto en de onmiskenbare zegeningen die de heilige koe ook heeft gebracht maakt het er niet makkelijker op. Best lastig en geef daar maar eens een goeie draai aan. Een Catch 22 situatie en voor mij ook zeer herkenbaar. Ik heb ook een tijd gekend dat ik mijn interesse in de automobiel maar beter voor mij hield. Dat ligt tegenwoordig niet meer zo gevoelig, bovendien heb ik geen enkele behoefte meer het fenomeen te verdedigen of uit te leggen. Degenen die dit autovirus ook hebben weten precies wat ik bedoel, de anderen zullen het nooit begrijpen en kunnen dit blog dan beter laten voor wat het is. Sowieso, als je niets hebt met het stalen ros, dan is het meeste wat nu volgt inhoudsloos geleuter. U bent gewaarschuwd!

Ik heb een onwaarschijnlijk aantal auto’s gereden. Elders in dit verhaal zal ik de merken en aantallen benoemen. Hoeveel kilometertjes? Mmm… educated guess? Minimaal 1,5 miljoen kilometer, 25 keer de aarde rond. In dit blog ga ik bij een aantal van mijn auto’s inhoudelijk stilstaan, een soort in memoriam. Ik heb dat eerder gedaan maar minder uitgebreid. Mogelijk val ik hier en daar in herhaling, alvast excuses daarvoor. Ik begin met wat historie alvorens ik de diverse heilige koeien uit mijn verleden ga voorstellen. Er zijn vast wel lezers die dat interessant vinden en ik vind het relevant.

WAT  VOORAF GING 

Mijn vriendje Derk Gerlof van de lagere school stak mij aan met het autovirus. De ‘lagere school’ was tot 1985 de voorganger van de huidige basisschool. Je begon op de kleuterschool als je 4 jaar oud was. Na twee klasjes ging je dan naar de lagere school, zes klassen, van 6 tot en met 12 jaar. Daarna begon het serieuze werk en dan ging je naar de ‘middelbare school’. MAVO, HAVO, VWO of Gymnasium. Gerlof’s ouders beheerden samen een goed lopend taleninstituut en waren ronduit bemiddeld. Zij gingen in de zomer met de auto naar de Italiaanse meren en in de winter skiën in Sankt Anton. Dat laatste zei mij niets, maar ik vond het indrukwekkend klinken als Gerlof er over vertelde. 'Derk' in zijn naam werd met het ouder worden overigens achterwege gelaten. Ik kwam regelmatig bij Gerlof thuis en vergaapte mij aan hun huis, spullen en auto’s. Ze hadden meerdere BMW’s, wat een prachtige auto’s! Zijn vader had er een, maar zijn moeder ook, een rode! Gerlof kon ook heel mooi auto’s tekenen en die kunst nam ik van hem over en zo ontstond mijn passie voor auto’s. Ik schreef er hier eerder over. Gerlof was een intelligente jongen. Ik kon niet aan hem tippen en hij verdween na de zesde klas naar het Gymnasium. Met vlag en wimpel. Gerlof leeft niet meer. Ik lees op internet dat hij een zeer geliefde huisarts was. Ach, triest, hij was echt een superaardige, opgewekte en beschaafde jongen. Zijn broer werd dealer van BMW-auto’s in Hilversum. 

Het leren autorijden ging bij mij niet zonder slag of stoot. Mijn vader overleed in 1974 toen ik nog geen drie maanden zeventien was. Kort daarna nam papa H., de vader van boezemvriend RH, het initiatief om mij auto te leren rijden in de auto van zijn vrouw, 'moeder Ank' in de volksmond. Dat lesgeven had hij bij zijn zoons ook gedaan en het was natuurlijk geweldig dat ik ook die gelegenheid kreeg. Maar ik was geen snelle leerling. De VW Kever van Ank hielp ook niet met zijn hoog aangrijpende koppeling, een versnellingspook van een halve meter lang en een rampzalige besturing. Bij een Kever kon je het stuur makkelijk 20 centimeter van links naar rechts sturen, dan bleef hij gewoon rechtuitrijden, haha. Ik ben nooit snel met leren geweest, ik moest de kunstjes van het leven conditioneren. Maar, al zeg ik het zelf, dan bekwaamde ik mij wel gedegen. Practice makes perfect! Dankzij de training van Pa H. haalde ik mijn rijbewijs na tien officiële lessen.

De eerste dag dat ik mijn rijbewijs had kwam vriend CH langs en overhandigde mij de sleutels van zijn Ford 12M. Ik keek hem vragend aan. “We gaan naar Utrecht”. Ik durfde eigenlijk niet, maar ik had niets te vertellen. Ik moest even aan de stuurversnelling van de Ford wennen en toen ging het eigenlijk prima en stuurde ik na een klein uurtje trots door het centrum van Utrecht! Vanaf dat moment kon ik vaak mijn moeders auto gebruiken. Zij reed liever niet dan wel. Dat had vooral te maken met haar totaal ontbrekende talent voor het besturen van een auto. Veel respect voor haar, want zij pakte de draad van het leven na het vroege overlijden van mijn vader snel op. Daar hoorde onafhankelijkheid bij en dus een rijbewijs. Dat haalde zij na een flink aantal keren afrijden, maar ze was gewoon een gevaar op de weg. Niet erg aardig om te zeggen, maar het was zoals het was. Samen met mijn zus hielden we echt iedere keer ons hart vast als ze achter het stuur kroop. Het is ook een paar keer flink misgegaan.  Maar gelukkig besloot ze na enkele jaren te stoppen met autorijden. Ik woonde nog thuis en ik had het auto-rijk min of meer alleen. Ik mocht mijn moeders auto gebruiken zo vaak ik wilde, dat was natuurlijk ontzettend lief. Ik gebruikte haar auto’s, opeenvolgend twee Opel Kadetten, voor mijn werk maar ook voor vakanties met vrienden naar Frankrijk, Zwitserland en dergelijke. Geweldig toch? Ik had daardoor al vroeg best wat rijervaring. 

In 1979 haalde ik mijn vrachtwagenrijbewijs in Militaire Dienst en eenmaal ‘paraat’ werd ik chauffeur in mijn eigen VW bus met 100 pk en ploegde regelmatig door militair oefenterrein. Tot aan de dag van vandaag sta ik vaak klaar om J. en anderen ergens naar toe te brengen met de auto. Het leverde mij bij sommigen de titel ‘de chauffeur’ op. Tijdens een reis door het westen van de Verenigde Staten met H. en R., tikten we 7.500 kilometer af. We begonnen in L.A. en verdwenen daarna voor een wekenlange tocht door de woeste landschappen in het wilde westen. Dat alles met een Plymouth Volare station met 6 cilinders en een automaat. H. en ik wisselden elkaar achter het stuur af en deden zo een mooi stuk ervaring op. 


Eenmaal terug in Nederland had ik genoeg autokilometers achter de kiezen en ik was helemaal klaar voor een automobiel bestaan. In 1981 kocht ik mijn eerste eigen auto!

MIJN HEILIGE KOEIEN

Ik heb, geheel in mijn licht autistische stijl, de auto’s met bijbehorende gegevens keurig bijgehouden in een database. Allemaal. Vanaf 1975, geen een uitgezonderd! De auto’s van mijn moeder waar ik ook in reed laat ik in dit blog buiten beschouwing, evenals de auto’s die ik deelde met J. Het gaat hier dus voor 100% om mijn auto’s, degene die ik reed. De auto’s waren eigendom, private lease of ‘van de zaak’. In dat laatste geval was de auto meestal van een leasemaatschappij of soms daadwerkelijk eigendom van de werkgever. Een enkele keer had ik even geen auto en dan deelden J. en ik er een, die noem ik hier ook niet. Ik laat hierna een beperkt aantal van die auto’s de revue passeren, ter lering ende vermaak. Van die selectie heb ik bij elke auto een (heel) kort profiel opgesteld met, uiteraard, een klein verhaaltje erbij. Daar gaat dit blog tenslotte om. Maar ik denk dat de tekst hierna vooral leuk is voor generatiegenoten (Babyboomers, Generatie X-ers) en lezers die geïnteresseerd zijn in auto's.

OPEL KADETT 1.3S | 2D HATCHBACK | 1981
4 cilinder benzine – 4 versnellingen - 1300 CC – 75 pk
Vmax: 158 km/uur – 0-100: 13,5 seconden



Mijn eerste echte auto! Ik had geld geërfd en het brandde in mijn zak om mijn eigen wielen aan te schaffen. Ik was 24 en kocht gelijk een nieuwe auto. Tweedehands zat niet in onze familiecultuur. Was dit slim? Mmm… nee. Maar, de Kadett die ik bestelde was een hele mooie, dat dan weer wel. Heel Nederland reed een Kadett, maar niemand had er één met deze specs: lichtmetalen wielen met ‘brede’ Michelins, groen getint glas met ‘rookband’, prachtige blauwe metallic lak met transparante toplaag, zilveren striping, verchroomde uitlaat, leren driespaaks sportstuur, toerenteller, speciale bekleding, hoofdsteunen op de voorstoelen, stereoset met cassettespeler, enzovoort. De Kadett van mijn moeder moest het met 55 pk doen. Mijn Kadett had er 20 meer en voelde ronduit snel aan. 170 op de teller was geen probleem. 0-100 deed de Kadett twee seconden sneller dan de fabrieksopgave volgens een test in Auto Motor und Sport. Ronduit een snelle auto voor die tijd. Ik was echt trots op mijn aanwinst. Toch verkocht ik hem een jaar later. Uiteraard met het nodige verlies. Het deed wel pijn, maar er moesten keuzes worden gemaakt. Ik had namelijk een nieuw project voor ogen: een (halve) wereldreis! De opbrengsten van de Kadett moesten garant staan voor de financiering. Het bleek de beste investering van mijn leven. 


Ik vind deze Kadett nog steeds mooi en de herinneringen zijn zeer levendig. Natuurlijk ook vanwege de associatie met mijn grote reis. Ik vond het design van veel Opels in de basis meestal goed en mooi geproportioneerd. Ook de Kadett. Weinigen waren dat destijds met mij eens tot ze mijn auto zagen, “Wat? Is dat een Kadett? Serieus? Mooie auto!” 😊 Dan was ik zo trots als een pauw.

 
FORD TAUNUS 1.6 TURNIER | STATION | 1980
4 cilinder benzine – automaat – 1600 cc – 73 pk
Vmax: 152 km/uur – 0-100: 14,5 seconden


Na mijn eerste leaseauto van de baas en het wisselen van baan zat ik even ‘in between cars’. Ik kocht van een ex-collega deze Ford. Het werd een favoriet. Het was eigenlijk een soort gekrompen versie van onze Plymouth die we in de States hadden gereden en reed vergelijkbaar. Eigenlijk best een soort grote bak voor Europese begrippen. Een bank voorin met plastic nepleer, een automaat met keuzehendel aan het stuur en een laadbak van hier tot Tokyo. Vette bak gewoon, heerlijke auto en reed net zo makkelijk als de Volare.


FORD SIERRA 1.8 LASER | 5D HATCHBACK |1986
4 cilinder benzine – 4 versnellingen – 1800 cc – 90 pk
Vmax: 178 km/uur – 0-100: 11,2 seconden





Mijn eerste grote middenklasser van ‘de zaak’. Een auto waar échte zakenmensen mee reden. Ik voelde me heel wat. Serieus. De Sierra zag er best wel goed uit en was een comfortabele auto, maar verder vond ik het geen auto die excelleerde op andere gebieden. Maar je kwam er wel leuk mee voor de dag!




CITROEN BX 16 TRS | 5D HATCHBACK | 1988
4 cilinder benzine – 4 versnellingen – 1600 cc – 94 pk
Vmax: 170 km/uur – 0-100: 13,8 seconden




Citroën was nooit een lieveling van het autojournaille, de fenomenale historie en technologische vernieuwingen van het merk ten spijt. Houtje-touwtje auto’s en op de Franse slag in elkaar geschroefd, dat was de algemene teneur. Ik heb twee BX-en gereden, allebei waren ze eigendom. De eerste was inderdaad een beetje een flut auto, maar de knalrode was van de tweede BX-generatie en vond ik geweldig. Veel betere bouwkwaliteit, vernieuwd en moderner uiterlijk, een stuk krachtiger en veel strakker en mooier interieur. Ik vond het best een fijne en authentieke auto. Het onderstel van de BX-en was geweldig en zeer comfortabel. In de winter ploegden deze auto's overal doorheen. Na de BX nam ik weer een leaseauto in gebruik. Met stalen veren. Bij de eerste de beste diepe kuil werd ik bijna gelanceerd. Ik schrok me wezenloos. Zo jammer dat Citroën de hydropneumatische technologie niet meer toepast. Deze tweede generatie BX was echt een hele fijne kar waarvan in de praktijk bleek dat ze best betrouwbaar waren.


FORD MONDEO 1.8 BUSINESS EDITION | 5D HATCHBACK | 1996
 
4 cilinder benzine – 4 versnellingen – 1800 cc – 116 pk
Vmax: 179 km/uur – 0-100: 13,8 seconden



Nog maar vier jaar van de eeuwwisseling te gaan en de nieuwe Mondeo ademde al de toekomst. Ik had nog geen seconde in mijn nieuwe baan gewerkt en ik kreeg deze hele vette bak al onder mijn kont. Mét alle denkbare opties én handsfree telefoon ingebouwd. Mooie auto, met schitterend interieur, daar mankeerde niets aan. Onvoorstelbaar: ik kan geen goeie foto van mijn Ford Mondeo vinden in mijn eigen archief. Nog onvoorstelbaarder: van 'mijn' model Mondeo (1996, eerste generatie) staan er nul op Gaspedaal.nl, de grootste occasion website in Nederland. Ik heb met AI uitgezocht dat er van dit model Mondeo, de eerste generatie, er ongeveer 48.000 zijn verkocht in Nederland. Ze zijn blijkbaar allemaal in de schrootpers verdwenen. Zelfs Google vind geen afbeeldingen van dit specifieke model (5 deurs hatchback van 1996). Zeer, zeer vreemd. Ik heb dus de enige en nog acceptabele foto uit mijn archief van destijds hieronder geplaatst.
Maar ik vond ook deze Ford geen uitblinker, hoe mooi en luxe dan ook. Na een paar maanden had ik op mijn werk een kandidaat gevonden die stantepede aan de slag moest bij ECT in Trieste in Italië. We hadden zo snel geen andere auto voor hem en ik offerde mijn Ford op. Ik mocht daardoor een nieuwe Toyota Avensis bestellen. Wat een tijden he? Wat een luxe! De Avensis was echt een (heel) veel betere auto. Maar de Mondeo had wel een bepaalde chique uitstraling over zich die de Japanner weer niet had.


MITSUBISHI CARISMA 1.8 GDI ELEGANCE | 5D HATCHBACK | 1999
4 cilinder benzine – 5 versnellingen – 1834 cc – 125 pk
Vmax: 200 km/uur – 0-100: 10,4 seconden



De Carisma vond ik ook echt een heel fijne en goede auto. Deze Mitsubishi werd in Nederland gebouwd bij NedCar in Born. Journalisten waren niet erg enthousiast over deze auto en het grote publiek vond hem oubollig. Maar ook de eerste versie verkocht best goed in Nederland, want niet duur 😅. Dan heb je ons volkje bij de taas. Ik reed de vernieuwde tweede versie en dat was toch andere koek. Een strakkere jas en eigenlijk best een elegante auto. Bij car design gaat het vooral om juiste verhoudingen, proporties en kleur. Vanuit dat licht bezien moesten er nog een paar aanpassingen worden gedaan op mijn verzoek. Bij de typegoedkeuring waren 16 inch wielen officieel niet toegestaan. Maar met een lagere wang van de banden pasten die wielen wél. Dat lukte! De wielkasten waren zo beter gevuld en het stond echt super. De policy van de werkgever was dat alle 'company' auto's grijs metallic waren, de bedrijfskleur. Mitsubishi had een prachtige en speciale zilveren kleur. Die bleek lastig te krijgen, maar dat lukte ook. Het was dus formeel geen grijs metallic! Ik vind het allemaal essentiële basiszaken: een auto heeft gewoon een goeie kleur nodig en de juiste wielen, zoals een mens groeit met mooie kleding en stijlvolle schoenen. Wij gaan dus NIET rondlopen op sandalen of badslippers he?  Gloeiende, gloeiende 😡.


De Mitsubishi reed heerlijk soepel en makkelijk. De motor liep veel mooier en stiller dan al die enigszins achterhaalde en rumoerige Europese 4-cilinders. Het interieur was mooi afgewerkt met (nep) hout, zacht leer en een schitterend Nardo sportstuur van (echt) hout en leer. Gewoon een dikke auto met prachtige proporties. Zie de foto hieronder. Dit was en is toch nog steeds een hele mooie auto? Destijds was ik echt de enige met zo'n gelikte versie van de Carisma. Gewoon een vette bak. Ook deze auto is volledig verdwenen van onze wegen.

Zoals wel vaker worden sommige auto’s na jaren door de autojournalisten nog eens aan de tand gevoeld. In het geval van de Carisma merkte men pas achteraf dat het eigenlijke een hele fijne auto was. Nou ja, ‘merken’. Ik vroeg mij wel eens af wat de lobby-kracht was van de grote automerken om hun auto’s beter uit testen te doen komen dan de rest. Zo'n dwerg als Mitsubishi in Nederland stond qua marketing budget achteraan denk ik en die visten dan naast het net. Maar misschien ben ik nu te 'wappie'.


SEAT TOLEDO 1.9 TDI 81 kW SIGNO | 4D SEDAN | 2000
4 cilinder diesel – 5 versnellingen – 1900 cc – 145 pk
Vmax: 205 km/uur – 0-100: 8,2 seconden


 

Wauw, een andere favoriet. Wat mij betreft een super ontwerp van de wereldberoemde Giorgetto Giugiaro. Net als de Mitsubishi perfect geproportioneerd. Ik had een nieuwe baan en ik mocht gelijk een nieuwe auto uitzoeken. Het werd de Seat Toledo. Grote verbazing bij de nieuwe collega’s. ”Je kunt gewoon een Audi bestellen he?”. De 2e generatie van de Toledo was net uit en geen mens had hem nog gezien. De collega’s piepten wel even anders toen ze mijn supermooie Seat zagen. Voor veel minder bijtelling per maand reed ik een technisch identieke en belangrijk mooiere auto als mijn collega’s. Mijn Seat was nota bene bij Volkswagen gebouwd. Een collega reed een VW Bora en die was in Bratislava bij Skoda in elkaar gezet. Baalde die van, hahaha. Ik had een jonge-hond collega, ‘Ed’, die net een nieuwe lease-VW Golf TDI had besteld met 150 pk. Een onvoorstelbaar snelle auto. Wij ‘teamden’ heel goed. We besloten onze auto’s te laten tunen met VAG goedgekeurde software. Mijn auto kreeg 145 pk en die van Ed 180 pk. De voorwielen van mijn auto sloegen zelfs in de derde versnelling nog door. De Toledo reed als een jonge hond die steeds wild aan de lijn trekt. We lieten ook nog ieder een Becker navigatiesysteem installeren, met pijltjes. Ik had een geweldige baan en een geweldige auto. Vanwege terugval van opdrachten moest ik vertrekken en de auto na drie jaar inleveren. Oei, dat deed pijn. Ik vind het nog steeds onbegrijpelijk dat Volkswagen destijds koos om één van hun budgetmerken de 'by far' mooiste auto van het concern in het programma te laten nemen. Heel erg vreemd.


BMW 530D [E39] | 4D SEDAN | 1998
6 cilinder diesel – automaat – 2926 cc – 184 pk
Vmax: 225 km/uur – 0-100: 8,4 seconden



Nieuwe job, maar geen nieuwe ‘wielen’. Mijn ex-collega en nieuwe werkgever had twee BMW 5-series. Eén op zijn oprit om de bijtelling te omzeilen en één als daily driver. Hij reed een nieuwe 535D [E60] en ik kreeg de oudere 530D [E39]. We verzonnen een slimme huurconstructie zodat ik fiscaal niet aanspreekbaar was. Deze 5-serie was echt een heerlijke auto. Uitgerust met misschien wel één van de beste 6-cilinder dieselmotoren ooit. Wat een comfort en wat een superieure prestaties. Ik had al ervaring met een BMW 520i [E34] van J.’s oom waar ik in Nederland en Italië diverse keren mee had gereden. Die had een 6-cilinder benzinemotor en reed ook heerlijk. Maar ‘mijn’ diesel had een koppel waarmee je een volwassen eik uit de grond kon trekken en waardoor je altijd kracht over had. Dat rijdt heel ontspannen. Na een jaar besloot A. dat ik een nieuwe auto mocht bestellen. De BMW was geen lang leven beschoren, baasje A. reed hem zelf kort. Zijn schuld. Zonde.



SKODA OCTAVIA 2.0 TDI ELEGANCE | 5D HATCHBACK | 2006
4 cilinder diesel – 6 versnellingen – 2000 cc – 140 pk
Vmax: 209 km/uur – 0-100: 9,6 seconden



De Skoda was ook een kanjer. Nog meer dan bij de Seat vroeg men zich af waarom ik geen VW of Audi koos. Een Skoda, dat was toch een voormalige Oostblok auto? Wist men veel, met name de tweede serie Octavia's waren de eerste 100% VAG-producten. Lees: Volkswagens. Ze werden gebouwd bij VAG/Skoda in Mladá Boleslav in Tsjechië. Ik vond deze auto mooier dan een VW en hij was substantieel goedkoper en toch met alles er op en er aan. Ik overwoog nog te chippen maar deze Skoda was los, niet normaal. Net als de Seat een woeste baas. De enige ‘eigen’ auto waarvan ik ooit 230 op de teller zag verschijnen. Mijn werkgever reed een BMW 535D die gechipt was. Geloof het of niet, bij het stoplicht reed ik tot ± 80 km/uur de Beamer er uit, hahaha. De oersterke VAG diesels met  pompverstuiverinjectie stonden garant voor grote prestaties maar ook een bak herrie. Vooral met koude motor. De buren hebben het er nog over. Op de snelweg verdween dat geluid gelukkig als je wat harder reed. De tweede dag dat ik de Octavia had reden we in in Oostenrijk lek op de Autobahn. Daarna kreeg ik tijdens de looptijd nog drie lekke banden. Ook een turbocompressor gaf een keer de geest, een bodemplaat scheurde af bij 200+ en een voorruit barstte. De Octavia kwam dus niet helemaal zonder kleerscheuren uit de strijd, maar het was toch één van mijn favoriete auto's. Behalve de geluidproductie, deed deze 'Volkswagen' eigenlijk alles bizar goed.


RENAULT CLIO ESTATE 1.5 DCI NIGHT & DAY | STATION | 2015
4 cilinder diesel – 5 versnellingen – 1461 cc – 90 pk
Vmax: 189 km/uur – 0-100: 12,1 seconden 




Ik ben niet van de MPV’s, SUV’s en dergelijke. Ook niet van de stationwagens, uitzonderingen daargelaten. Ik doel alleen op de vormgeving dan. Voor mij is een ‘mooie’ auto gewoon een sedan, een hatchback, een cabriolet of een echte sportwagen. De zoon van één van mijn beste vrienden is ook van mijn 'school'. Hij plaagt zijn vader altijd met zijn stationwagen. 'Ben je met je busje' zegt hij als pa met zijn station aan komt rijden. Hahaha. Maar er zijn uitzonderlingen. Zo heb ik ooit een uitgebreide review in Autoweek geschreven over de Renault Clio Estate. Ik prijs daarin onder andere zijn briljante vormgeving. De combinatie van design met de praktische inzetbaarheid van de Clio Estate maakte het tot een unieke auto. Geen 'gewone' auto met een vierkante klomp achterop dus, maar een super vloeiend en elegant getekend model. 

Het is verleden tijd, de Clio Estate is niet meer. Er is sowieso geen stationwagen meer in het B-segment. U zult het moeten doen met een B-SUV en dan mag u de portemonnee trekken die zijn gewoon 10.000,- duurder dan de Clio Estate. Maar dan rijdt u in een 'busje'. Nee, dat is wel duidelijk, de Clio Estate krijgt van mij de hoogste prijs voor design. O ja, hij reed ook nog eens ronduit fantastisch. Deze eerste versie van generatie Clio Phase IV was een stuurmansauto van de eerste orde, een echte 'rijdersauto' zoals de journalisten dat noemden. 100% mee eens. Geen auto die zo geweldig reed door de Eifel, Ardennen of Alpen. Als kers op de taart was de dieselmotor ook nog eens een staaltje van rust en prestatiedrang zoals geen andere auto in deze klasse. De hierboven genoemde cijfers voor acceleratie slaan dus echt nergens op.


VOLVO V60 D6 AWD PLUGIN-HYBRID R-DESIGN | STATION | 2014
5 cilinder diesel + elektromotor – automaat – 2400 cc – 280 pk
Vmax: 230 km/uur – 0-100: 6,1 seconden



Dit was ‘m wel, het summum, één van de hoogtepunten van mijn automobiele bestaan. Ik schreef eerder in een blog en in een review in Autoweek over deze auto: 

HYPERLINK: VOLVO V60 D6 

Eigenlijk staat alles daar wel in wat ik over deze auto te zeggen had en heb. Vooral in het Autoweek artikel. Ik laat het daarom hierbij. Maar, wat een superbak! Bedankt Andy (R.I.P.)

VOLKSWAGEN e-GOLF | 5D HATCHBACK | 2019
100 kW elektromotor
Vmax: 150 km/uur – 0-100: 9,6 seconden


 

 
Met deze Golf was voor mij de nieuwe tijd van autorijden gearriveerd. Next level. Wat een fantastische auto. Verguisd werden ze, die elektrische auto’s, net als de e-bikes. Nog steeds trouwens en ik vind dat niet terecht. Het zijn natuurlijk de echte liefhebbers die uitlaten willen horen knallen. Begrijp ik, maar ik was toch wel héél snel ‘om’. Dat ongelofelijke comfort, de stilte, de onwaarschijnlijke acceleratie, het was echt fantastisch. Tijdens de eerste woon-werk rit stond ik bij een verkeerslicht en ik hoorde links van mij het donkere uitlaatgebrom van een AMG Mercedes. Mét fout ventje. Het laat zich raden natuurlijk: voordat ventje zijn gaspedaal had gevonden had de elektronica mijn Golf al uit zicht gelanceerd. Ik zat echt te gieren van de lach. Leuk! Kinderachtig? Ja, reken maar van yes 😁😂

De Golf had een uitrusting zoals ik nooit had meegemaakt. Alles wat een mens kan verzinnen zat erop. Thuis op de bank in de avond alvast de airco of verwarming voor de volgende ochtend op de app programmeren? Geen probleem. Doe ook de verwarming van stoelen en het stuur maar, hahaha. Dit was bovendien een Golf van de ouderwetse soort. Schitterend afgewerkt en onverwoestbare kwaliteit. Onderstel heel erg comfortabel, sturen super en ergonomie absolute wereldtop. Jammer van de verkeerde wielen en kleur. J. was er ook helemaal gek van “wat rijdt dat ongelofelijk lekker”. Nadelen? In lange bochten, zoals op- en afritten bij de snelweg, is de e-Golf wat te veel onderstuurd. Dat is uiteraard vanwege de zware accu's. Een actieradius van 200 kilometer is natuurlijk waardeloos. De praktijk is minder want je rijdt natuurlijk nooit 'leeg'. Voor woon-werk en boodschapjes prima, maar verder... Voor onze vakantie naar Zwitserland en Italië namen we J.’s Opel Karl want dat was met de e-Golf niet te doen. Dan had ik onderweg tien keer moeten laden. Ik zag er een beetje tegenop, maar het ging van een leien dakje trouwens met ‘Kareltje’...


OPEL KARL 120 1.0 EDITION | 5D HATCHBACK | 2019
3 cilinder benzine – 5 versnellingen – 999 cc – 75 pk
Vmax: 170 km/uur – 0-100: 13,9 seconden




Het is heel even J.’s auto geweest maar vanwege een nieuwe baan zonder leaseauto nam ik hem al snel onder mijn hoede en de Opel Karl werd voor jaren mijn daily driver. Sterker, ik heb nooit langer gereden met een auto als dit Opeltje. Voor J. hadden we een Peugeot 1007 mét automaat gekocht want ze kon vanwege heupproblemen geen koppeling meer bedienen. Het was haar tweede 1007 trouwens. De Opel Karl werd door GM geassembleerd in Changwon, Zuid-Korea. In de UK en Ierland werd het wagentje verkocht als Vauxhall Viva en in Azië als Chevrolet Spark. De Karl is met groot gemak de winnaar van de prijs-kwaliteit wedstrijd van al mijn 52 auto's. Ik heb in 5 jaar en 85.000 kilometer geen rammeltje gehoord en twee halogeenlampjes moeten vervangen. Dat was alles. Een autootje met de kwaliteiten van een middenklasse auto: stil, comfortabel en ronduit snel. De Karl scoorde op een rollenbanktest bijna 95 pk, bijna 25% meer dan de fabrieksopgave! Het zat dus wederom weer goed met de prestaties. Wat dat betreft had ik vaak geluk. Ik heb er met buitengewoon veel plezier in gereden. Bovendien vond ik het oprecht een mooie auto; het oog wil tenslotte ook wat. Het deed mij pijn om mijn maatje weer in te leveren.


OVERIGE OPMERKINGEN & TOELICHTINGEN

  • Samen met J., heb ik 65 auto’s gereden/in beheer gehad. Als ik kijk naar de auto’s waarin ik alleen reed dan kom ik op 53 stuks.
  • Welke merken heb ik gereden? BMW, Citroen, Fiat, Ford, Honda, Mazda, Mercedes, Mitsubishi, Opel, Peugeot, Renault, Seat, Skoda, Suzuki, Toyota, Volvo, Volkswagen. Het zijn de merken die ik heb gereden in mijn rol als lease-rijder of als  (mede-) eigenaar.
  • Opels hebben we het vaakst gereden, vijftien keer. Ik heb één keer een Mazda gereden en slechts één maand. Dat was een CX-3. Een zogenaamde voorloopwagen, maar een erg fijne auto.
  • Opvallend afwezige merken zijn Alfa Romeo en Audi, echte liefhebbers automobielen en bijna pijnlijk dat we die nooit hebben mogen rijden.
  • Ik heb ooit met een Alfa Romeo proefgereden. Een 155. Dat reed echt fantastisch. Maar op de snelweg ging het mis want daar begon de auto plotseling een bak herrie te maken, niet normaal. Ik was met J. en die keek mij aan met d’r hand voor d’r mond. “Heb je ‘m nou kapotgereden? Nee toch?” De verkoper zei dat er niks aan de hand was. “Dat is de Alfa sound mijnheer”. Dusss… Ik bestelde een paar dagen later een Volvo 440 1.8 DL. Een fijne en vooral stille (..) auto.

  • Audi, het is er ook nooit van gekomen. Opmerkelijk, mooie auto’s die mij wel passen, vind ik. Erg jammer dat 'de grote Duitse drie' (Audi, BMW, Mercedes) meer en meer worden bevolkt door mensen van twijfelachtig allooi.
  • Voor degenen die het proces leaseauto van de zaak niet goed kennen: een leaseauto uitzoeken is geweldig maar dat lukt niet altijd. Zeker als het een grote werkgever is dan hebben die een leasevloot, zoals dat heet, en dan staat er altijd wel ergens een auto stil omdat de berijder uit dienst is gegaan. Of om andere redenen. Procedure is dat je dan eerst zo'n stilstaande auto naar het einde van zijn contractduur rijdt en dan mag je pas daarna een auto van je voorkeur kiezen. Meestal zijn er dan een aantal merken en types waaruit je een keuze mag maken. Van de leasewagens die ik in dit blog presenteer heb ik er drie zelf uit mogen kiezen.
  • Ik heb in de meeste Europese landen gereden, inclusief Madeira, de Canarische eilanden en de Britse Eilanden. Daarnaast in de Verenigde Staten van Amerika, Israël en Australië. De 'overzeese' auto's waren huurauto's of van vrienden. Daar kan ik ook een blog over schrijven. Doe ik niet, wees maar niet bang. Ik vind het wel leuk de meest unieke auto aan te halen die ik ooit reed. Ik vermoed dat niemand die dit blog leest ooit van de auto heeft gehoord. Laat staan gereden. De auto was van vriend Keith Shepard. Ik had Keith ergens gedurende mijn reis door Down Under ontmoet en het klikte gelijk tussen ons. Jammer dat ik geen 'selfie' heb of een andere leuke foto van ons in die auto. Het is een Holden HR Premier van 1967 waar Keith een jaar mee door Australië reed en overal een tijdje bleef wonen. Ik mocht een paar keer in zijn Holden rijden, erg leuk. Ik heb de auto gelukkig nog wel een beetje op de gevoelige plaat. Op de foto is de auto rood omcirkeld. Hij staat voor ons hostel in Cairns, 123 Esplanade. Cairns licht in het Noorden van Queensland. Die sfeervolle koloniale bouw is er niet meer. Holden was een Australische autobouwer onder het GM concern en bestaat helaas niet meer.



  • De technische gegevens van mijn auto’s zijn fabrieksgegevens zoals die op de website van Autoweek staan. Met name het opgegeven prestatieniveau van de auto’s is vaak niet conform de werkelijkheid. Dat heeft niet altijd met mijn zware voeten te maken maar de voorzichtige, lees te lage, opgaves van de fabrikanten. Die willen geen gezeur achteraf dat ze onvoldoende paardenkrachten of newtonmeters zouden 'leveren'. Ik zag onlangs een rollenbanktest van een Alfa (Stellantis versie; dus Opel-Peugeot-techniek) die vanuit de fabriek 101 pk zou moeten opleveren. Het werden er 122, een ongelofelijk verschil. 
  • Beste jongetje van de klas? Als ik nu een auto mocht kiezen uit die 53 stuks en gratis gaan rijden? Dan zijn dat er twee. De Volvo V60 vanwege het comfort, het ontspannen karakter, de prestaties, correcte status en uitstraling en de algehele en tijdloze styling, nog steeds. O ja, en de stoelen natuurlijk, geweldig! De andere is de e-Golf omdat gewoon de beste auto is van allemaal. Behalve de actieradius dan...

EN NU?

Ja, met de fiets he? Een daily driver zit er voor mij tot nader order niet meer in. Ja, mijn QWIC E-bike uiteraard. Maar op vier wielen, als het nodig is, hebben we uiteraard J.’s auto nog, de wonderlijke en briljante Peugeot 1007. Misschien huur ik af en toe eens een aardige auto, omdat het kan. Wie zal het zeggen? Maar voor nu is het goed. Ik heb genoten van al die heilige koeien.