donderdag 11 maart 2021

AFRIKA

Op de fiets naar Kaapstad? Zuid-Afrika? Dat zou pas écht een waanzinnige onderneming zijn. Maar toch, ik ben er aan begonnen. Niet in 'real life', ik zou het wel uit mijn hoofd laten, maar in de virtuele wereld. Hoe ik daarop ben gekomen en hoe dat er in de praktijk uit ziet zal ik verderop in dit blog uitgebreid uit de doeken doen. Maar, ter ondersteuning van dat verhaal, ben ik maar eens in het onderwerp 'Afrika' gedoken... 



1. INTRODUCTIE
In de wereld van de ‘global backpackers’ had je vroeger altijd twee kampen. De ene reisde liever door Zuid-Amerika en de andere had de voorkeur voor Azië. In hostels en dergelijke, waar de rugzakkers elkaar ontmoetten, was het een graag besproken onderwerp. Nooit verhit, want in mijn tijd waren wereldreizigers meestal goed ontwikkelde mensen waar je goed mee kon discussiëren. Over het reizen door de andere werelddelen was altijd wel consensus, maar het Afrikaanse continent kwam eigenlijk zelden ter sprake. Ik wil niet zeggen dat Afrika werd gemeden, maar het was zeker niet populair. Als er dan toch Afrika-alumni aanschoven dan kwamen er soms ongelofelijke verhalen uit de hoge hoed. Ik herinner mij heel goed de avonturen van twee Engelse backpackers die ik had ontmoet ergens in het zuiden van India. Ze waren ooit samen door Zaïre gereisd. Tegenwoordig heet dat land Congo-Kinshasa. Een gigantisch land, ruim vier keer zo groot als Frankrijk. Het ligt midden in het Afrikaanse continent met een slurf land naar de kust aan de Atlantische oceaan. Een groot deel van Congo-Kinshasa is bedekt met tropisch regenwoud en het hete en vochtige equatoriale klimaat maakt het leven er zeer oncomfortabel. Zeker voor westerlingen. De Engelse vrienden hadden bedacht dat ze de bijna 4.000 kilometer (!) lange reis vanaf de kust naar de grens van Oeganda wel in een week konden afleggen. Het werden drie maanden… Die gasten zaten ’s avonds bij een kampvuur uren te vertellen over hectische bus- en boottochten, berovingen, corrupte agenten, omkoping, buikloop, malaria, overstromingen en nog heel veel andere rampspoed. Iedereen hing aan hun lippen. Reizen in India was veertig jaar geleden al geen sinecure, maar backpacken in donker Afrika was wel van een andere orde, dat was wel duidelijk.

Afrika is ook in mijn reisverleden onontgonnen gebied gebleven. Nagenoeg dan, ik kom er straks nog op terug. Ik weet ook te weinig van het werelddeel en, met name in het licht van dit blog, vond ik het de moeite waard om aandacht aan het werelddeel te besteden en de opgedane bevindingen hier te delen. Wat volgt is het resultaat van het nodige zoek- en leeswerk gecombineerd met eigen ervaringen en herinneringen. Af en toe lijkt het wel tekst uit een schoolboek maar dat vond ik dan op zijn plaats. 'Sic factum est' zegt men dan.


2. HET CONTINENT
Afrika is de bakermat van de moderne mens die daar ongeveer 300.000 jaar geleden ontstond. Het continent is het tweede werelddeel wat betreft omvang en waarvan bijna een derde wordt ingenomen door de Sahara. Afrika kent zo goed als alle denkbare landschappen en klimaten en rond de evenaar ligt het op één na grootste aaneengesloten tropisch regenwoud op aarde. Het continent wordt bewoond door ongeveer een miljard Afrikanen. In grote lijnen kan men zeggen dat de Noord-Afrikaanse landen Islamitisch zijn en ten zuiden van de Sahara is het Christendom de leidende religie. Maar dat is een grove verdeling die er per regio heel anders uit kan zien. De oorspronkelijke bewoners van Afrika hebben een donkere tot zwarte huid terwijl Noord-Afrikanen genetisch verwant zijn met Europeanen en bewoners uit het Midden-Oosten. Nagenoeg alle landen van Afrika behoren tot wat we de 'Derde Wereld' noemen. Staatskundig en economisch bezien is het werelddeel te divers en gecompliceerd voor deze zeer compacte samenvatting. Daarvoor verwijs ik graag naar Google of een mooie bibliotheek.

Het Afrikaans continent kent een historie van zeer oude en verdwenen culturen waarvan nauwelijks nalatenschappen zijn achtergebleven, behalve die van Egypte. De geschreven geschiedenis van het Afrikaanse continent is 'turbulent' om het voorzichtig uit te drukken. Afrika ging met name de laatste eeuwen gebukt onder slavenhandel, oorlogen, burgeroorlogen, kolonisatie, uitbuiting, onderdrukking, hongersnoden en aandoeningen als malaria en, meer recent, HIV. Ik herinner mij dat op mijn lagere school de juffrouw af en toe een collectebeeldje bij zich had. Volgens mij stelde het beeldje een zittend zwart jongetje voor. In de sokkel zat een gleuf of een laatje waar je geld in kon doen. De juffrouw had dan de dag van tevoren gevraagd of we onze mama's wilde vragen om wat geld mee te geven. Om in het beeldje te deponeren uiteraard. Het geld was bedoeld voor de missie en, dus, de arme kindertjes in Afrika, destijds Biafra bijvoorbeeld. Als je wat geld gaf dan knikte het beeldje met zijn hoofdje bij wijze van dank. Dat is meer dan een halve eeuw geleden en tot op de dag van vandaag halen ontvangt Afrika nog steeds substantiële hulp.

Al schrijvende herinner ik mij nu mijn vriendje Luuk van genoemde school. Het was geen officiële 'School met den Bijbel' en ook niet gereformeerd, wat voor dat soort scholen meestal het geval was. Maar godsdienst en de bijbel speelde wel een hele grote rol. Bijbelse geschiedenis, bidden en danken en stichtelijke liederen zingen met zijn allen was aan de orde van de dag. Het ergste vond ik het leren van psalmversjes of gezangen. Je kreeg er dan één om uit je hoofd te leren en, als je er uit gepikt werd, dan moest je dat psalm of gezang voor de klas op maandagmorgen uit je hoofd voordragen. Ik leerde de tekst meestal vlak voordat ik naar school ging uit mijn hoofd. Maar als het te lang duurde voordat ik naar voren werd geroepen, was ik de tekst weer vergeten. Dan stond je gewoon voor Jan-met-de-korte-achternaam ten overstaan van je gniffelende klasgenootjes... Vreselijk. Luuk was een erg aardige en beschaafde jongen. Zijn vader was zendeling. Missionaris is volgens mij hetzelfde, maar dan bij de Katholieken. Wij waren van de Nederlands Hervormde kerk, maar dat wist ik toen niet. Luuk's vader was vaak maanden weg, altijd naar Afrika. Ik vond dat reuze fascinerend. Afrika was voor mij het equivalent van leeuwen, olifanten en inboorlingen. De zendeling had als doel het christelijk geloof te verkondigen en de inheemsen van hun bijgelovigheden af te helpen. Ik was een kind en zag er geen kwaad in. Wist ik veel. Ik kwam regelmatig bij Luuk thuis. Afrikanen bekeren was blijkbaar een lucratieve business want het ouderlijk huis van Luuk was niet bepaald armoedig. Mooi vrijstaand en in een lommerrijke en schaduwrijke buurt met grote bomen. Niks mis mee. Binnen was het huis weelderig en exotisch ingericht. Donkere houten meubels, volle boekenkasten tot aan het plafond en overal maskers, speren, messen, pijlen en bogen en andere exotische dingen. Eigenlijk een klein museum vol Afrikaanse artefacten. Luuk's vader kreeg ik nooit te zien maar hij vertelde vaak mooie en spannende verhalen die zijn vader had meegemaakt. Die verhalen gecombineerd met de exotische sfeer in dat mooie huis deed mij wel verlangen om ooit eens naar dat fascinerende werelddeel te gaan. Nooit wat van gekomen.


In de 19e en 20e eeuw kreeg Afrika te maken met een enorme kolonisatiegolf. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was 90% van het continent gekoloniseerd. De Europese machthebbers hielden bij het bepalen van grenzen weinig rekening met etniciteit, talen, sociologische en religieuze verschillen. De grenzen werden vaak bepaald door met een liniaal een paar rechte strepen op de kaart te trekken. Het betekende in veel gevallen een enorme ontwrichting van de lokale samenleving. Na de Tweede Wereldoorlog kwam de dekolonisatie op gang. Soms vreedzaam, in andere gevallen ging het proces gepaard met bloedige conflicten. Wat er achterbleef was een continent dat bijna van de ene dag op de andere aan haar lot werd overgelaten. Landen moesten op zoek naar een nieuwe identiteit en een plaats in de lokale, internationale en economische wereldorde. Bovendien bleef de afhankelijkheid van de westerse wereld nog lang bestaan. Het werd een moeizaam proces van vallen en opstaan wat tot op de dag van vandaag voortduurt. De astronomische hoeveelheid geld die er na de dekolonisatie naar dat continent is gebracht, is niet in woorden uit te drukken. De meeste economen en instituten (zoals de Wereldbank en de OESO) schatten dat er sinds 1960, het jaar waarin veel Afrikaanse landen onafhankelijk werden, in totaal tussen de $1 biljoen en $2 biljoen (1.000 tot 2.000 miljard dollar) aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) naar Afrika is gegaan. Het heeft onvoldoende mogen baten want Afrika verkeert in veel landen helaas in miserabele politieke, economische en humanitaire staat. Dat het werelddeel langdurig door het westen is geëxploiteerd en bestuurd, is mijns inziens de belangrijkste reden van de huidige stand van zaken. Het is ook duidelijk dat er al vele decennia ontwikkelingsgeld vanwege onvoorstelbare corruptie in verkeerde zakken is verdwenen. Niet alleen in Westerse, maar ook Arabische en vooral Afrikaanse zakken. Hieronder drie actuele wereldkaarten met daarop de ‘poverty index’, daaronder de ‘armed conflicts index’ en daar weer onder de 'Corruption Perceptions Index (CPI)'. De kaarten spreken voor zich.



3. SLAVERNIJ
Dan was en is er natuurlijk het probleem van de slavernij waar tegenwoordig niemand meer wat van durft te vinden als het niet over excuses en betalingen gaat. Ik heb me er toch eens goed in verdiept want de beeldvorming vind ik niet compleet. De definitie van slavernij is volgens Amnesty International: "Onvrije arbeid, waarvan het resultaat geheel of gedeeltelijk moet worden afgestaan en waarbij de werker lijfelijk eigendom is van de meester."

Mensenhandel en slavernij bestaat op alle continenten sinds historische tijden. De handel in zwarte Afrikaanse slaven dateert van zeker 2500 voor Christus en was historisch gezien met name in handen van Afrikanen, Arabieren en Mediterrane Europese heersers zoals de Romeinen. Afrikaanse handelaren haalden met dwang en geweld bewoners uit 'donker' Afrika naar het noorden voor verkoop aan hun afnemers rond de middellandse Zee, het Midden-Oosten en zelfs het Indische subcontinent (India dus). De meest recente periode van deze massale diaspora duurde vanaf het begin van de 16e eeuw tot halverwege de 19e eeuw en wordt aangeduid als de 'Trans-Atlantische slavenhandel'. Deze was in handen van Britten, Fransen, Nederlanders, Spanjaarden, Portugezen en Denen. Er werden in die periode naar schatting 12 miljoen Afrikanen in mensonterende omstandigheden verscheept naar het Amerikaanse continent, waarvan ongeveer 15% het niet kon navertellen.

Het logistieke proces was een driehoekshandel, waarbij schepen met allerlei goederen vanuit havens in Europa naar Afrika voeren. Denk aan wapens, munitie, kleding en alcohol. Dat was de eerste zijde van de driehoek, 'The First Passage'. Op de markten in  West-Afrika werden die spullen verhandeld voor slaven die door Afrikaanse handelaren, slavenjagers eigenlijk, gevangen waren genomen voor de verkoop. Vervolgens werden de slaven verscheept naar 'The Americas'. Deze etappe noemde men 'The Middle Passage'. Berucht om zijn wreedheid. Het betrof het transport van tot slaaf gemaakte Afrikanen over de Atlantische Oceaan van Afrika naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied, een reis die doorgaans 6 tot 8 weken duurde. Aan de andere kant van de oceaan werden de  slaven verkocht. Nadat de tot slaaf gemaakten waren verkocht, werden de schepen geladen met plantageproducten, zoals suiker, melasse, rum, katoen en tabak. Allemaal met slavenarbeid geproduceerd. Zo keerden ze terug naar Europa om deze goederen te verkopen, 'The Third Passage' waarmee de driehoek compleet was. Een volledige 'driehoek' duurde ongeveer anderhalf jaar. Zo ging dat verdienmodel eeuwenlang door.


Net zoals in de vele eeuwen voorafgaand aan de komst van de Europeanen, verkochten inheemse (tussen-) handelaren gevangen genomen slaven aan hun klanten. Zij waren met name actief in West- en Centraal-Afrika. De witte mannen waagden zich doorgaans niet in ‘The White Man’s Grave’, het Afrikaanse binnenland, om slaven te kopen. Ze lieten het wel uit hun hoofd want een blanke Europeaan legde meestal binnen een jaar het loodje vanwege malaria of een andere tropische ziekte. Afrikaanse bewoners van de kuststroken werden aanvankelijk gevangen genomen door Portugezen maar al snel werd de 'business' door lokale collaborateurs overgenomen. Nietsontziende militante heersers en boevenvolk (Afrikanen) roofden hun nieuwe handel (Afrikanen) tijdens bloedige strooptochten uit de kuststreken maar ook uit het binnenland. De menselijk buit werd vervolgens verkocht aan tussenhandelaren die ze op hun beurt met de Europeanen ruilden voor goederen, geld, wapens, alcohol en andere zaken. De organisatie van de slavenhandel ontwikkelde zich zodanig dat de Europeanen langs de kust bleven en vertrouwden op de Afrikaanse tussenpersonen en kooplieden die de slaven naar hen toe brachten voor verdere handel en transport. Het werd eeuwenlang 'common practice' in een groot deel van West-Afrika. 

Naar schatting werden tussen 1500 en 1900 ongeveer 18 miljoen Afrikanen verhandeld. Daarvan werden er 12 miljoen naar Noord- en Zuid-Amerika getransporteerd. De andere 6 miljoen slaven werden, zoals dat al eeuwen ging, verscheept door Afrikaanse handelaren naar het Indisch Subcontinent of via de Sahara naar slavenmarkten in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Deze 'traditionele' handel leefde weer helemaal op nadat de Trans-Atlantische slavenhandel eindigde in 1867. Nederland schafte op 1 juli 1863 de slavernij af in Suriname en de Antillen. Voor de duidelijkheid, Nederland was verantwoordelijk voor 5% van de transporten. Engeland en Frankrijk waren veruit de grootste 'transporteurs'. Daarna volgden de Fransen en Portugezen. De Spanjaarden en Denen speelden een kleinere rol in dit geheel.

© historytoday.com

De weerzinwekkende details van de Trans-Atlantische slavenhandel zijn natuurlijk alom bekend. Met name het transport over zee was hels voor de slaven en velen stierven, zoals gezegd, tijdens de oversteek, 'The Middle Passage'. Europeanen kochten de meeste tot slaaf gemaakte Afrikanen via ruilhandel met lokale Afrikaanse heersers en handelaren aan de kust, die mensen buitmaakten tijdens oorlogen, plundertochten of ontvoeringen. Zwarte Afrikanen, 'eigen volk' dus, speelden een primaire en essentiële sleutelrol in de 'supply chain' van de slavenhandel. Het is vaak nauwelijks bekend. Ik wist dat eigenlijk ook niet. Met name voor nakomelingen van slaven en activisten is dat moeilijk te accepteren. Op zich is het gegeven niets bijzonders, ook op de andere continenten werden en worden mensen vervolgd of gedood door zogenaamd 'eigen volk'. De geschiedenisboeken staan er vol mee. Maar, al met al, na het nodige leeswerk voor dit blog, kijk ik toch wel op een wat andere manier naar deze materie. De vaak onvolledige informatie over slavernij is sowieso opmerkelijk. Het is uiteraard heel goed dat er in het westen niets (meer) onder de tafel wordt geveegd aangaande het slavernijverleden van de Europeanen en dat het onderwerp steeds beter bespreekbaar wordt. Erkenning, excuses, financiële gebaren, het is natuurlijk allemaal prima want de Trans-Atlantische slavernijhandel heeft diepe littekens achtergelaten Zij zijn tot op de dag van vandaag voelbaar. Veel zwarte mensen voelen vanwege de slavernijgeschiedenis nog steeds een pijn door verlies van identiteit en achtergrond, verlies van hun 'roots' als het ware. Alle begrip daarvoor. Voor nakomelingen van slaven zijn er overigens volop bronnen om te zoeken naar historische- en familiegegevens  zoals:

  • Akyem Abuakwa State Archive (Ghana)
  • De Surinaamse Slavenregisters (NL)
  • Slave Voyages Database (VS)

Maar dat onze generatie Europeanen op verontwaardigde toon een schuldgevoel in de schoot krijgt geworpen, voor iets wat eeuwen geleden is gepasseerd, vind ik belachelijk. Doe even normaal zeg. De slavenhandel is halverwege de 19e eeuw opgeheven. Dat is 163 jaar, ongeveer zes generaties, geleden. Ik voel mij dan ook totaal niet aangesproken, dat zou helemaal een mooie boel zijn zeg. De toon die mij opvalt in gesprekken over het onderwerp hebben vaak een sfeer van 'us and them' en 'boete en schuld'. Dat is een toon die partijen uit elkaar drijft en daar zit niemand op te wachten. Dat bevalt mij helemaal niet en vooral omdat er vaak gebrek aan kennis van de materie is of erger, weg kijken van de feiten. Ik las een interview op internet met Toyin Falola, een Nigeriaanse professor en hoogleraar Afrikaanse studies. Hij zegt: “Het debat over slavernij zwijgt vaak over de rol die (zwarte) Afrikanen zelf speelden. Die stilte vindt weerklank in veel Afrikaanse landen, waar er nauwelijks sprake is van nationale discussie of erkenning van de kwestie. Van de kleuterschool tot de universiteit in Nigeria leerde ik over grote Afrikaanse culturen en veroveraars uit het verleden, maar niet over Afrikaanse betrokkenheid bij de slavenhandel.” Historici daar kennen de nuances rondom de historie van de Trans-Atlantische slavenhandel maar al te goed. De druk op het Westen om excuses aan te bieden en nabetalingen te doen worden in Afrika als zeer ongemakkelijk ervaren en roept eerder verlegenheid op. Hush, hush... men doet er daar liever het zwijgen toe dan de slavernijgeschiedenis weer op te rakelen want men weet donders goed hoe de rolverdeling was. Het bloed kleefde bepaald niet alleen aan Europese handen maar net zoveel aan Afrikaanse handen. Men realiseert zich dat buitengewoon goed. Het gaat mij niet aan om het aandeel van de Europese slavenhandel goed te praten of te verzachten. Geen sprake van. Maar hé, er was nog een partij betrokken. Laten we wel bij de feiten blijven. Eigenlijk was het verdienmodel geen driehoek maar een kwadrant. Vier zijden. Wit-Zwart-Wit-Wit. Denk daar maar eens over na.

Alles weten is alles begrijpen zegt mijn lieve en verstandige zuster altijd, en zo is het maar net... Ik zou er nog een tegeltjeswijsheid aan toe willen voegen: "Leer van het verleden, richt je op de toekomst en leef in het heden". Helaas woekert de slavernij gewoon door, met name in Afrika...

4. STAND VAN ZAKEN
Ik ga hier geen analyse geven over wat de redenen zouden kunnen zijn voor het ‘verlies’ van Afrika. Uiteraard schiet mijn kennis daarvoor hopeloos tekort. Bovendien zijn er over het onderwerp boekenkasten vol geschreven door historici, politici, antropologen, sociaalgeografen, politicologen, schrijvers en nog heel veel meer wijze mannen en vrouwen. Ik heb geprobeerd wat grip te krijgen op de recente Afrikaanse historie, maar het is een onontwarbare kluwen samengesteld uit slavernij, corruptie, onderdrukking, wapen- en drugshandel, terreur, kindsoldaten, massamoorden, dictaturen, uitbuiting, discriminatie, ziektes en andere ellende. Afrika is het enige werelddeel wat armer en zieker is geworden de laatste vijftig jaar. De vooroordelen die er bestaan over Afrika en haar bewoners zijn ook niet mis en de emotie bij velen dat het hele werelddeel sowieso een verloren zaak is helpt ook niet. Dat is erg jammer, want Afrika is goed bedeeld met grondstoffen, vruchtbare grond (ten zuiden van de Sahara) en een overweldigende variëteit aan landschappen en flora en fauna. De potentie op alle terreinen is enorm. Toeristisch, economisch, ecologisch noem het maar op. De Chinezen weten dat ook en die gooien geen geld in Afrika over de schutting maar investeren strategisch in, onder andere, wegen en andere infrastructurele projecten. Sluwe jongens die Chinezen en we zullen zien waar dit heen gaat. Ik vind er allemaal best wel wat van, maar populisme ligt op de loer, dus ik laat het hierbij.

Voor de volledigheid vind ik het wel belangrijk te benoemen dat een aantal Afrikaanse landen relatief (!) beter gaat. Het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) stelt jaarlijks een Human Development Index (HDI) van 189 landen op. De index beschouwt gezondheid, onderwijs en inkomen van een land als een primaire maatstaf. De best scorende Afrikaanse landen zijn: Mauritius, Seychellen, Algerije, Tunesië, Botswana, Libië, Zuid-Afrika, Egypte, Gabon en Marokko. Om een en ander in perspectief te plaatsen: Mauritius, het beste Afrikaanse jongetje van de klas, staat op de 69e plaats, Noorwegen op de eerste en Nederland op achtste plaats. Zoals gezegd, alles is relatief. Wat helaas geen goed nieuws is: met uitzondering van Afghanistan worden op de HDI-lijst de plekken van 157 tot en met 189 door Afrikaanse landen ingenomen (bron: United Nations Development Programme). Daar zijn dus nog wat meters te maken.


Ter afsluiting van dit hoofdstuk nog een tip. In 2011 maakte Lex Harding met zijn twee zoons een mooie reis door Afrika. Hij schreef er een ontzettend leesbaar en leuk boek over, 'De reis van mijn leven'. Het zet Afrika in een ander, luchtiger en hoopvoller daglicht dan we gewend zijn uit de media en de toch wel heftige toon van mijn verhaal hiervoor. Ik denk dat het boek nog steeds actueel is en de lezer interessante inzichten verschaft en op een verfrissende manier tegen Afrika aan laat kijken. Even wat anders dan 'Kuifje in Afrika' (TinTin Au Congo). Ach, Hergé bedoelde het niet slecht. 'Geest van de tijd' noemde hij dat...


5. NIGERIA
Ook in mijn professionele leven werd ik van tijd tot tijd geconfronteerd met situaties in Afrika waar de honden geen brood van lustten. Meestal was Nigeria het lijdend voorwerp. Zoals ik wel eerder heb uitgelegd detacheerde ik techneuten (white collar) in de olie- en gasindustrie. ‘Contractors’ in vakjargon. Wat het zwarte continent betrof ging dat meestal om Nigeria, Libië (tijdens Khadaffi) of Algerije. Shell speelde altijd een grote rol. Eén van onze mensen, Eugene uit Ierland, een E&I Engineer, ‘mocht’ een paar weken naar Bonny Island in Nigeria voor een inspectie en start-up klus aan een FPSO (zoek dat maar op). Op verzoek van de klant sloot ik voor hem een 'Special Coverage Insurance' af voor € 2.500 euro per week om hem tegen molest en dergelijke te verzekeren. Het leek mij wat overdreven. Hoe gevaarlijk zou het daar nou helemaal kunnen zijn?


Bonny Island ligt voor de kust van Nigeria in de Bocht van Bonny, voorheen Bocht van Biafra, niet ver van Port Harcourt. Bonny was een belangrijke handelspost en 'hub' voor de trans-Atlantische slavenhandel. Van de 16e tot en met de 19e eeuw werden er 1,6 miljoen slaven verscheept vanuit de haven van Calabar naar het Amerikaans continent. De havenstad Calabar ligt ongeveer 150 kilometer naar het oosten. De meeste slaven die via Bonny naar Amerika werden vervoerd, behoorden tot het Igbo-volk, nog steeds een van de belangrijkste bevolkingsgroepen van Nigeria.

Tussen 1967 en 1970 behoorde het eiland tot Biafra, een onafhankelijke staat in het zuiden van het huidige Nigeria. De dood van meer dan een miljoen mensen in Nigeria als gevolg van de wrede burgeroorlog en hongersnood vormt één van de ontelbare littekens op de geschiedenis van Afrika. Het was een onafhankelijkheidstrijd tussen de Igbo-bevolking die de republiek Biafra hadden opgericht en Nigeria. De Nigeriaanse regering verklaarde de oorlog en na dertig maanden vechten gaf Biafra zich over. Op 15 januari 1970 eindigde het conflict officieel en werd Bonny weer Nigeriaans. Het ligt nu in de deelstaat 'Rivers State'. Shell heeft al sinds 1958 activiteiten en belangen in Nigeria en tegenwoordig staat er op Bonny Island een grote LNG-processing unit. De rol van Shell in Nigeria is al vele jaren aanleiding voor discussie. Er worden sinds decennia miljarden verdiend in het land, maar de rol van de Nigeriaanse regering, Shell en andere grote oliemaatschappijen zijn op zijn minst twijfelachtig. Milieurampen in de Nigerdelta en een schrijnende armoede onder de bevolking maken duidelijk dat hier iets niet in orde is. Verder spreek ik mij er niet over uit, of beter, kán ik mij er niet over uitspreken. De materie is, net als alles in dit continent, veel te gecompliceerd en ik ga mijn handen daar niet aan branden. Bonny Island is overigens het rijkste en meest welvarende deel van Nigeria, in schril contrast met de Nigerdelta op het vaste land.

In de week dat onze Eugene er aan de slag was liep hij op enig moment met een paar mannen  op een loopplank over water naar de installatie waar zij werkten. Hij hoort een fluitend geluid, een doffe klap en een seconde later valt de man voor hem het water in. De pechvogel was van de loopplank afgeschoten en op slag ‘dead as a doornail’. Het was voor Eugene de laatste opdracht in Nigeria wat hem betreft. Hieronder een nieuwsberichtje van 25 februari jl. en daaronder een een stuk van de kaart met het reisadvies voor Nigeria. Let op de kust waar Bonny Island ligt. De oranje kleur wordt overigens voor alle landen van de wereld toegepast vanwege COVID-19.



Interessant kijkvoer is de documentaire van Louis Theroux ‘Law and Disorder in Lagos’. Louis is de zoon van de legendarisch Paul Theroux, de beroemde schrijver van onder andere 'The Great Railway Bazaar'. Het grootstedelijk gebied van Lagos heeft 21,3 miljoen inwoners en is daarmee, na Caïro, de grootste metropool én grootste economie van Afrika. Het is een samenleving die volledig buiten de wet lijkt te staan. Louis laat het allemaal zien. Een paar jaar oud inmiddels, maar volgens mij nog steeds actueel.

Hier staat de documentaire: Louis Theroux Law and Disorder in Lagos

Als muziekliefhebber mag ik in een stuk over Afrika en Nigeria natuurlijk niet vergeten Fela Kuti te noemen. Ik heb ooit al eens een blog aan hem gewijd, maar dat is lang geleden. In het verband van dit blog is Fela misschien niet zo relevant, maar dat zal mij worst zijn want ik ben hier de baas 😀😂. Fela Anikulapo Kuti (1938-1997) was een Nigeriaanse multi-instrumentalist, bandleider, componist, politiek activist en controversieel figuur die het niet zo nauw nam met eigenlijk alles. Maar, wat mij betreft, was hij vooral muzikant. Fela Kuti wordt beschouwd als de pionier van Afrobeat, een combinatie van Afrikaanse muziek, funk en jazz. Het was een bijzondere en charismatische  figuur en, vermoed ik, het belangrijkste muzikale exportproduct van Afrika. Zijn concerten duurden van uren tot etmalen en gingen non-stop door. Tijdens zo'n etmaalconcert met wel tientallen muzikanten en danseressen, meestal ergens in in een achterbuurt in Lagos, werd er op het toneel gemusiceerd, gezongen en gedanst. De artiesten wisselden elkaar on stage en backstage  voortdurend af. Backstage was voor de ontspanning en daar werden alcohol, 'rookwaren', voedsel en vleselijke zaken 'geconsummeerd' (ja, met twee 'm's!), terwijl de muziek gewoon doorging! Het klinkt behoorlijk ranzig allemaal, maar Fela's muziek deugde echt en was van een andere orde. NME schreef vorige maand: 'Why Fela Kuti’s Afrobeat is still shaking the planet'. Dat is het precies en daarom luister ik nog graag en zeer regelmatig naar zijn muziek. Ik heb hem helaas nooit live zien spelen. Eind 1983 zouden we naar zijn concert in Paradiso gaan maar dat ging om de een of andere reden voor mij niet door. Waarom weet ik niet meer. Fela trad daarna in Nederland nog op in 1986 in Parkzicht in Rotterdam en tijdens het NSJ festival van 1997. Mijn schoonzus en haar man zijn wel naar één van die concerten geweest. Sterker nog, na het concert liepen ze de voltallige Fela-ploeg tegen het lijf. Fela himself nodigde hen nota bene uit om mee te gaan feesten en drinken. Ze bedankten beleefd voor de eer, want er moest de volgende dag gewerkt worden. Ze heeft er nog spijt van. Fela overleed in 1997 op 58-jarige leeftijd aan de gevolgen van Aids. Zijn uitvaart werd bezocht door meer dan een miljoen mensen. Onvoorstelbaar.



6. ZUID-AFRIKA
Vroeger, in de tijd van mijn jeugd, vierden Nederlanders in de zomer hooguit hun vakantie aan de Italiaanse meren of de Franse Riviera. Dat was al behoorlijk exotisch. Maar Zuid-Afrika, dát was pas een vakantiebestemming. Ik kan mij nog goed herinneren dat vrienden en ooms en tantes van mijn ouders daarvan droomden. Het land stond bij die generatie gewoon vaak op de bucketlist. Als ze geld zouden erven of winnen, nou, dan wisten ze het wel. In 1806 trapten de Britten de VOC van Kaap de Goede Hoop af en namen de zaken over. Dat is toch wel even geleden en het is opmerkelijk dat er met Zuid-Afrika blijkbaar een affiniteit is blijven bestaan bij de Nederlander. De laatste tijd hoor ik overigens niet zoveel meer over Zuid-Afrika, maar misschien ligt dat aan mij. In het licht van dit blog vond ik het ook relevant wat te schrijven. 

Ik begin met een citaat van Wikipedia: 'De Nederlandse Kaapkolonie (officieel: Tussenstation Kaap de Goede Hoop) was een verversing- of tussenstation van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) rond Kaapstad in het huidige Zuid-Afrika. Het gebied was in Nederlandse handen van 6 april 1652 tot 7 augustus 1795. Deze kolonie bij de Kaap de Goede Hoop had eigenlijk alleen een verversingstation voor VOC-schepen moeten worden om de reis naar Indië te vergemakkelijken.' Het bleek de start van wat later de republiek van Zuid-Afrika werd.

De Zuid-Afrikaanse bevolking is een ongemakkelijke mix van oorspronkelijke bewoners, kolonisten ('Afrikaners') en geïmporteerde slaven uit andere delen van Afrika. De komst van vele Aziaten en andere bevolkingsgroepen in de 20e eeuw maakte het er niet eenvoudiger op. Ik lees dat sinds het einde van apartheid, dertig jaar geleden, de economische ongelijkheid in Zuid-Afrika alleen maar verder is toegenomen. Geïnstitutionaliseerde rassenscheiding is verleden tijd maar de spanningen onder verschillende groepen zijn er niet minder op geworden. Zuid-Afrika kent een zeer hoog criminaliteitsniveau. De meeste gewelddadige misdrijven vinden doorgaans plaats in townships, de buitenwijken van grote steden en soms in geïsoleerde gebieden. Alle grote steden van Zuid-Afrika staan in de top-20 van gevaarlijkste steden ter wereld. Pretoria heeft de twijfelachtige eer de op één na crimineelste stad van de planeet te zijn, achter Caracas, Venezuela. Het risico om met gewelddadige criminaliteit in aanraking te komen is gelukkig laag in de belangrijkste toeristische bestemmingen van het land.

De welvaart waar Zuid-Afrika haar relatieve rijkdom mee verkreeg was in de eerste plaats door mijnbouw. Het waren voornamelijk kolen en goud waar het land een leidende wereldpositie mee wist te verwerven. Tot vrij recent werd er in de mijnen onder mensonterende omstandigheden gewerkt door de armen die uit heel het zuiden van Afrika werden gerekruteerd. De  beroemde Zuid-Afrikaanse jazz muzikant Hugh Masekela nam ooit een song op over de wantoestanden in de mijnen: 'Stimela' (Cole Train). De haren rijzen je te bergen als je naar zijn tekst luistert, het komt echt binnen. Een monumentaal nummer en, overigens, van een onvergelijkbaar goed opnamekwaliteit. Het nummer is een 'benchmark' in de wereld van audio-liefhebbers. 


[NB: Luister het nummer maar eens via een streamingdienst. Ik plaats geen hyperlinks meer naar Youtube om copyright inbreuk te voorkomen; er is recent al eens wat verwijderd uit mijn blogs 😕]

De mijnbouw heeft de laatste jaren wat van haar prominentie verloren. Hoewel de aantrekkingskracht van Zuid-Afrika voor mijnbouwinvesteringen weliswaar is afgenomen, heeft het land heeft nog steeds 's werelds rijkste reserves aan kolen en kostbare mineralen. Tegenwoordig zijn industrie (productie) en diensten minstens zulke belangrijkste pijlers van de Zuid-Afrikaanse economie geworden. Interne onrust en misdaad blijven redenen voor buitenlandse partijen terughoudend te zijn met investeren.

Een andere belangrijke bron van inkomsten is toerisme. Uiteraard allemaal totdat COVID-19 zijn lelijke tronie liet zien. Zuid-Afrika biedt haar bezoekers fantastisch landschappelijk schoon, indrukwekkende wildreservaten, prachtige wijnstreken en enkele fraai gelegen steden met Kaapstad fier aan kop. Zoals gezegd, een toerist zal weinig merken van de ‘donkere’ kanten van het land als ze in hun touringcar door het schitterende Kaapse Wynland koersen. Dat is het land van Afrikaners, wijnboerderijen van wereldfaam en schilderachtige plaatsjes als Stellenbosch, Paarl en Franschhoek. Het geweldige klimaat en mooie transparante licht vormen de kersen op de taart. Zeker de package tour reizigers zullen na thuiskomst vertellen dat ze weinig hebben meegekregen van onveiligheid en dat het allemaal wel meevalt in Zuid-Afrika. De wervende regels hierboven heb ik niet op basis van eigen ervaring maar van vrienden en bekenden die zonder uitzondering zeer enthousiast waren over hun bezoek aan Zuid-Afrika.


Vriend KvV ken ik al 40 jaar. Hij is een ex-collega en we zijn nog steeds bevriend. Een buitengewoon gedreven man die er helemaal voor gaat als hij een nieuwe liefhebberij oppakt. Zo fietste hij bijna veertig jaar geleden al heen en weer naar de Noordkaap. Alleen! Hij is ook een groot wijnliefhebber, handelaar en kenner en al diverse malen in Zuid-Afrika op wijnreis geweest. Zijn vriendenkring hield hij via social media dagelijks op de hoogte en de begeleidende foto’s waren ronduit schitterend. Geen  vervelende berichten van zijn kant, eigenlijk alleen maar goed nieuws. Ik betrapte mij erop dat ik regelmatig dacht, bij het zien van zijn foto’s, “daar moeten we toch ook eens naar toe, wat een adembenemend land…”. Of dat ooit gaat gebeuren betwijfel ik. Dan maar virtueel naar Kaapstad 😉

7. OP REIS
De vraag zal rijzen of ik het Afrikaans continent überhaupt al eens heb bezocht, met mijn grote mond. Laat ik zeggen ‘een blauwe maandag’, of beter, een blauwe dinsdag. In april en mei 1984 reisden we met vriend K.'s rode Citroën GS door Frankrijk en Spanje. Een 'tour de force' van meer dan zevenduizend kilometer. De auto was uitgerust met Citroën's beroemde hydropneumatische veersysteem. Je kon desgewenst het onderstel hoger zetten om meer bodemvrijheid te verkrijgen. In de hoogste stand reden we gewoon door de Sierra Nevada op onverharde wegen. Leve de hydropneumatiek, kom er nog maar eens om. 

Het werd een monstertocht in een tijd dat er maar één vierbaansweg liep door Spanje. Die liep van de Franse grens tot Valencia. O ja, ook nog een stukje van Cadiz naar Sevilla. De miljarden aan Europees geld voor de ontwikkeling van Zuid-Europa waren nog niet gearriveerd en het binnenland van het Iberisch continent was nog een armoedige boel. Zeker de infrastructuur was huilen met de pet op. Reizen door Spanje met de auto betekende vooral getob over slecht onderhouden secundaire wegen en vaak achter trage en zwarte rook brakende vrachtauto’s. Spanje doorsteken duurde met de auto in die tijd minimaal twee tot drie dagen. Airco, navigatie, cruise control, mobiele telefonie, het liet nog vele jaren op zich wachten. We waren niet anders gewend en onze trip werd een ronduit fantastisch avontuur. We zagen Maradonna voetballen in Camp Nou, we belandden zelfs, min of meer toevallig, op de wereldberoemde Feria van Sevilla, in een sneeuwstorm in de Pyreneeën en uiteindelijk aan de Franse C'ote d'Azur. Mooie avonturen, maar er was nog meer.

We hadden thuis het plan opgevat de auto te parkeren in Algeciras, een havenplaats recht tegenover Gibraltar. Vandaar zouden we overvaren naar Marokko om er een weekje ofzo te gaan backpacken. Mooi plan. We hadden onze visa in Nederland tijdig geregeld, dus wat kon er nog misgaan? Eerst twee dagen Tanger, daarna de Koningssteden en dan vanuit Marrakesh weer terug. Misschien zelfs nog een tripje de Sahara in. Geweldig vooruitzicht.

Algeciras bleek een onaangename plek met veel rondhangende ongure types. In het budgethotel was het benauwd en de hele nacht onrustig door gepraat, geschreeuw, slaande deuren en blaffende honden. We waren blij dat we de volgende dag aan boord konden. Maar het weer was omgeslagen. Ondanks de zuidelijke ligging voelde het guur aan. Het was dinsdag 1 mei 1984, het waaide hard en zon en regen wisselden elkaar af. Geen lekkere mini-cruise dus maar een kille en stormachtige oversteek van ruim twee uur. Ik herinner mij dat we de haven van Tanger invoeren. Het zag er van de verte al ‘run down’ en gruizig uit en in het vieze water zag ik tussen het drijvende vuil een haai heen en weer hoeken. Het ‘off boarden’ was een geduw en getrek van jewelste. Mannen en vrouwen in djebellahs lieten zich niet intimideren door de twee grote witte mannen, we werden gewoon aan de kant geduwd. Uiteindelijk stapten we van de loopplank af en zetten voet aan wal in Marokko. We moesten door een haag van opdringerige mannekes die ons taxi’s of bustickets wilden aansmeren. Ik herinner me dat er eentje mij toesiste: “Take care mister… you are in Africa now”. Dat begon al lekker. De douaneprocedure verliep gelukkig soepel en met een ‘tout’, die ons had aangeklampt, liepen we naar het busstation en kochten buskaartjes naar Fès, de eerste Koningsstad van onze trip. De tout kreeg een paar dirham voor de moeite. Tanger was een grauwe en morsige stad en de armoede was ronduit schrijnend. Dat hadden we totaal niet verwacht. We werden steeds belaagd door allerlei irritante jonge gasten. “You want to buy hashish?”. Nee, dat wilden we niet. We konden echt geen tien stappen zetten of de volgende diende zich weer aan. Eén van hen bood zich aan als gids en week niet meer van onze zijde. “I’ll stay with you all day”. Om van het gezeik af te zijn liepen we naar het hotel en vroegen de baas of ‘Ali’ een betrouwbare gids was. “Absolument monsieur”. Ok, we besloten met Ali een toer door de Medina en Kasbah te maken. Een doolhof waar je sowieso in je eentje de weg niet kan vinden. Dan maar een gids. We hadden eerst een opmerkelijke lekkere lunch ergens bij een ‘restaurant’ in een steegje in de Medina. Op de foto hieronder, die ik pas weer na 37 jaar zie, valt op dat Ali, aan de rechterkant, zijn gezicht afschermt voor mijn camera. Dat had een ‘red flag’ moeten zijn…

Na de lunch startten we onze zogenaamde tour door de Medina. Het werd een tocht langs allerlei winkels waar Ali ons op het hart drukte toch vooral wat te kopen. Ene Hassan ontving ons in zijn tapijtenfabriek. We kregen mierzoete thee en waren vooral zijn ‘best friends’. Toen we niets kochten schold hij ons helemaal de tyfus. Ali begon ons ook flink zat te worden en begon te dreigen dat het tijd werd dat we hashish bij hem kochten. “If you buy, I will protect you”. Zo niet dan zou hij wel wat vriendjes optrommelen. De sfeer werd bedreigend en intimiderend.  In een stille steeg hield Ali ons staande en zag ik een ander mannetje aankomen die er blijkbaar bij hoorde. Ali liet zijn hand in de zak van zijn jasje zakken en liet mij de vorm van een groot mes zien. We moesten onze portemonnees leeg maken. K. was zo wit als een doek. Ik blijkbaar ook. Grote ervaren reizigers maar we stonden te trillen op onze benen. We hadden geen keus en Ali ging er vandoor met 160 Dirham, zo’n 64 gulden volgens mijn dagboek. Hij verdween in een paar tellen. We hadden uiteraard nog een probleem om uit het doolhof van straten en stegen te komen maar dat lukte uiteindelijk. Al vloekend stoven we op de hoteleigenaar af die Ali had aanbevolen. De man sprak opeens geen woord Frans meer. Godgloeiende… Wat een ratten allemaal… We besloten maar op straat ergens thee te gaan drinken. Ik lees in mijn dagboek: “1 kwartier buiten met een kop thee en aangesproken door 4 schoenpoetsers, 3 pindaverkopers, 1 cakeverkoper en onafgebroken door vervelende opdringerige gasten met hashish in de aanbieding”. In de Medina vonden we een goed restaurant en hebben toch nog heerlijk couscous gegeten. Het lekkere eten ten spijt, besloten we toch de volgende dag de boot terug te nemen. Het was allemaal zo ontzettend niet leuk in dit land en dat gezeik van al die rotjochies over hashish waren we spuugzat. ’s Nachts brak noodweer los en de volgende ochtend bleek het hele hotel onder water te staan. Ook in onze kamer op de eerste verdieping stond een paar centimeter water. Het stroomde letterlijk van de trap af de hotellobby in. Haha, we konden ons leedvermaak niet op. ٱلْحَمْدُ لِلَّٰهِ (Alhamdulillah, dank aan God). ’s Middags zetten we weer voet op Spaanse bodem. Dat was het dan, Afrika.

Egypte behoort natuurlijk ook tot Afrika en daar heb ik tot tweemaal toe gepland naar toe te gaan maar dat strandde steeds om redenen die ik niet meer weet. Het toeval wil dat J. precies hetzelfde had toen ze in Israël woonde. Het leek haar toch wel ontzettend interessant om de piramides en dergelijke eens te zien. Ze woonde tenslotte min of meer ‘om de hoek’. Ook haar plannen gingen tweemaal niet door. Enkele jaren later waren we samen op reis door Israël. We verbleven onder andere in Eilat. We hadden een auto en na ons snorkelbezoek aan het ‘Eilat Coral Beach Nature Reserve’ aan de Rode Zee leek het ons wel leuk naar de Egyptische grens te rijden bij het dorp Taba. Men zei dat je gewoon de grens over kon. Mooi niet, we hadden toch echt een permit nodig. We besloten toen dat Egypte voor ons voortaan een ‘no go area’ zou blijven. Verkeerde vibes. Hieronder de grenspost met Egypte en ik aan het strand met uitzicht op de bergen van de Sinaï. 


O ja, de Canarische Eilanden. Meerdere malen geweest. De eilanden zijn Spaans territorium en behoren uiteraard niet tot Afrika, maar geologisch en geografisch wel degelijk. Vergelijk het met Aruba, een 'land' binnen het Koninkrijk der Nederlanden dat op het continentaal plat van Zuid-Amerika ligt. Natuurlijk, de Canarische eilanden 'tellen' niet, daar kan geen misverstand over bestaan, maar ik wilde het toch even benoemd hebben 😉


8. OP DE FIETS
Hoe zit dat nou met mijn virtuele fietstocht naar Kaapstad? Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Lezers van mijn blogs weten dat ik nu bijna twee jaar met enige gedrevenheid aan het fietsen ben geslagen. Elektrisch, maar daar heb ik het al vaak genoeg over gehad. Ik hoop deze maand de 5.000 kilometer te mogen aantikken. Niet verkeerd vind ik. Maar die kilometerstand is een abstract gegeven. Om het wat tastbaarder te maken besloot ik een tijdje geleden eens op de kaart te projecteren hoe ver ik op dat moment zou zijn geweest als ik over de weg naar het zuiden was gereden. Naar Algeciras, daar zijn we weer, is het volgens Google 2.418 kilometer. De teller op mijn fiets stond op dat moment op 4.000 kilometer. Dus virtueel de Straat van Gibraltar overvaren en dan 1.582 kilometer erbij. Eens kijken waar ik dan uitkwam. Iets voorbij Al-Ajoun in de Westelijke Sahara (pijltje op de kaart) en al voorbij de geografische breedte van de Canarische Eilanden. Als ik naar de wereldkaart keek viel mij op dat ik al een heel eind op weg was richting Kaapstad. Bijna de helft, niet helemaal, maar het scheelde niet heel veel. Toen kreeg ik een idee 💡


Kaapstad als virtueel doel! Ik vond het wel een hele leuke vondst van mijzelf. Ik zou mijn kilometers die ik had gereden op de fiets in de polder, projecteren op de route naar Kaapstad. Met behulp van Google Maps en Google Earth kon ik de voortgang dan tastbaar en inzichtelijk maken. Het geeft zo'n tocht een gezicht en ik zou mij ‘onderweg’ af en toe kunnen verdiepen in de landen en streken waar ik doorheen fiets. Leuk toch? De route zou wel langs de kust lopen want op de fiets dwars door de Sahara van Algerije en Mali zou natuurlijk gekkenwerk zijn. Het moet wel realistisch blijven, haha. Al met al zou ik dan nog anderhalf jaar moeten fietsen voordat ik bij mijn virtuele doel zou aankomen: Kaapstad. Maar toen ging ik eens beter naar de wereldkaart kijken.

Als er iemand is die zich niet had moeten vergissen in het ‘lezen’ van de wereldkaart, dan ben ik het wel. Ik ben mijn hele leven een fanatiek liefhebber van geografie, kaarten en atlassen. Als kind maakte ik zelf atlassen nota bene. Ze liggen nog ergens op zolder. Ik kon de contouren van de werelddelen uit mijn hoofd tekenen. Ik wist al vroeg dat een wereldkaart een foutieve weergave is van de werkelijkheid, met name de ‘Mercatorprojectie’ schiet behoorlijk uit de bocht wat mij betreft. Het is onmogelijk om een bol correct te projecteren op een plat vlak, dus je moet marchanderen. Toch is de Mercator methode nog steeds de meest gebruikte projectietechniek. Hoe verder van de evenaar hoe groter de afwijking. Hieronder een Mercatorprojectie waarop ik Groenland en Algerije rood heb gemarkeerd, zie de pijlen. Ze hebben bijna dezelfde oppervlakte (Algerije is zelfs iets groter) en het is duidelijk wat het effect van Mercator is. 


Die ‘Mercator vergissing’ maakte ik dus ook. Van Westelijke Sahara naar Kaapstad, schatte ik op het oog, zou ongeveer 5.000 kilometer zijn. Iets meer dan ik al gereden had in de afgelopen anderhalf jaar. Toen ging ik Google maar eens raadplegen. Niet te geloven… Het bleek in werkelijkheid nog 11.372 kilometer naar Kaapstad! Waanzinnig, wat had ik mij verkeken op die afstand. Het betekent dat ik nog wel een jaar of drie zoet ben met mijn tempo en frequentie van fietsen. Het maakt natuurlijk niet uit, de werkelijke kilometers rijd ik in de polder en de virtuele in mijn mancave, maar dat gaat dus nog wel even duren.

Hoe is het nu met de voortgang? Op dit moment ben ik virtueel aangeland bij Chami in Mauritanië langs de N2. Geloof het of niet, het is een nieuwe nederzetting die bewoond wordt door goudzoekers. Er heerst goudkoorts. Het doet mij denken aan Coober Pedy in Australië waar ik ooit was. Opaal-hoofdstad van de wereld. Hele idiote plek waar de woestijn is bezaaid met gaten waar mannetjes in staan te graven op zoek naar opaal en waar ze onder de grond wonen, echt waar. Chami lijkt mij ook zo'n vreemd oord, maar het is wel van alle gemakken voorzien. Van moskee tot apotheek. Voor een overnachting zou ik kiezen voor het schitterende 'Auberge L'Or du Sahara', Herberg Het goud van de Sahara, toepasselijke naam dus. 


De Kreeftskeerkring, in het Engels 'Tropic Of Cancer', ben ik enkele honderden kilometers terug gepasseerd. Het is een denkbeeldige lijn rond de aarde op 23,5 graad noorderbreedte en markeert de noordelijke grens van de tropen. Erg tropisch ziet het er nog niet uit want de Sahara strekt zich nog meerdere honderden kilometers naar het zuiden uit. Het verschil in temperatuur trekt wel een wissel op mijn voorstellingsvermogen. Tijdens mijn laatste fietsrondje in de polder was het een graad of vijf en met een snelheid van 30 kilometer per uur voelt dat als minus twee graden en dat is wel andere koek. Wat betreft de geografische breedte zit ik ongeveer tussen de Canarische en Kaap Verdische eilanden. De volgende grote stop is Nouakchott, de hoofdstad van Mauritanië. Zo'n 240 kilometer nog, dus met een week of twee ben ik daar wel. Daarna moet ik dan een route kiezen die het meest veilig is om het een beetje realistisch te houden. 

Dat was voor nu mijn blog over Afrika. Het idee kwam op als k** *ken, zoals het gezegde gaat. Meestal gaat dat zo met mijn blogs en schrijf ik in één ruk een verhaal. Daarna nog wat redigeren en plaatjes zoeken en klaar is Kees. Deze keer ben ik toch wel flink wat langer zoet geweest. Maar het was leuk en leerzaam. Wellicht dat ik nog een paar keer een update schrijf met betrekking tot mijn virtuele reis door het zwarte continent. Maar misschien ook niet 😊




vrijdag 19 februari 2021

NEDERLAND

Iets meer dan een jaar geleden schreef ik een blog over onze vakanties in Europa in 2018 en 2019. Het was eigenlijk een ode aan ons werelddeel, want Europa is een schatkamer voor elke geïnteresseerde reiziger. Wat je van ver haalt is lekker zegt men, maar, concludeerde ik, je hoeft echt niet per se naar exotische oorden te vliegen, want dichterbij kan het ook. Maar in 2020 was zelfs Europa voor een groot deel van het jaar 'no go'. Wie had ooit kunnen bevroeden dat we zelfs niet meer buiten de eigen grenzen mochten reizen? Corona zat en zit ons op alle fronten dwars en dus ook op dat terrein. Een dagje Brussel en een bescheiden reisje naar de Harz waren onze enige verpozingen in het buitenland in 2020. In december stonden we op het punt eens lekker sneeuw te gaan stampen in de Ardennen, maar toen riep iemand mij tot de orde… 


Dat was ik nou net weer even vergeten... Balen. België kwam je trouwens in december sowieso niet in. Gelukkig kregen wij in onze regionen na een paar weken ook weer eens een portie ouderwetse ijs- en sneeuwpret.

Een schaarse commoditeit die mij in september totaal onverwacht in de schoot werd geworpen, was ‘tijd’. Het ongeplande einde van mijn arbeidsovereenkomst bezorgde mij plotsklaps alle tijd van de wereld en dat was toch wel erg lekker als ik eerlijk ben. Een geluk bij een ongeluk. Ik mocht nog even doorrijden met mijn lease-Benz en daar hebben we goed gebruik van gemaakt. Onder andere voor allerlei uitstapjes in ons eigen landje. Voordat ik de ‘Merc’ moest inleveren deden we dat trouwens ook al, van die dagjes uit in eigen land bedoel ik. Ze waren bedoeld als substituut voor een échte vakantie. Dergelijke uitjes doen we nog steeds af en toe, maar dan in onze eigen Opel Karl. Een erg fijn en capabel karretje die het gemis van de Mercedes opmerkelijk goed weet te verzachten.


Nederland wordt internationaal beschouwd als één van de beste en meest leefbare landen ter wereld. Natuurlijk, overal is er wel eens wat, tot in de beste families zal ik maar zeggen. Maar met de procedures rondom COVID-19, de toeslagenaffaire en nog een flink aantal andere pijnlijke en lopende dossiers, heeft ons land wel een paar beschamende steken op een rij laten vallen. Maar, ga er maar aan staan, het valt echt niet mee om aan het roer te staan in deze tijd. Ondanks fouten en blunders van onze overheid en het geklaag en populistisch geroeptoeter van allerlei gekkies en betweters aan de zijlijn, leven we echt nog in een heel goed land. Bovendien, alles is relatief. Als je, bijvoorbeeld, in de krottenwijken van Dhaka in Bangladesh hebt rondgelopen, zoals ik ooit, dan ga je wel even anders tegen de wereld aankijken en herken je onze zegeningen. Maar dat er wat zaken in Nederland serieus moeten veranderen, dat is zeker. 


Ondanks die relatieve 'perfectie', ben ik altijd van mening geweest dat er in Nederland iets essentieels ontbreekt en dat is ongerepte ruimte. Ik ben er van overtuigd dat een mens af en toe lichaam en geest tot rust moet kunnen brengen in een natuurlijke omgeving. In ons land geen woeste natuur om jezelf eens lekker in te verliezen. Ik heb dat vorig jaar node gemist. Natuurlijk, er zijn beslist mooie natuurgebieden in Nederland, maar die zijn vaak overlopen. Zeker op mooie dagen. Zondag in het bos, langs plassen, op de heide of aan het strand... In Nederland betekent dat parkeerterreinen vol auto’s en paden vergeven van gezinnen met schreeuwende kinderen en rondspringende honden. Het is op zulke momenten best een taaie klus de meute te lossen. Maar in het Corona-jaar zijn J. en ik, toch wel, gestuit op mooie en stille plekken in eigen land. Ongerept zeker niet, maar beslist de moeite waard. Nederland barst daarnaast uit zijn voegen van schitterende steden, dorpen, cultuurlandschappen, industriële hoogstandjes, civiele kunstwerken en wat dies meer zij. Daar kan een mens zijn hart ruimschoots aan ophalen en dat hebben wij in 2020 volop gedaan. 

Het laat zich raden waar ik hier uiteindelijk naar toe wil. Inderdaad, net als van onze Europese avonturen, heb ik van mijn foto’s een chronologische compilatie gemaakt. Deze keer van 2020. Fotografie was tenslotte ooit de aanleiding om een weblog te beginnen. We worden tegenwoordig van alle kanten overvoerd, belaagd bijna, door ontelbare foto's en snapshots via social media. Kom ik ook nog eens aankakken als mosterd naar de maaltijd. Maar ik laat mij er niet door ontmoedigen 😂

Zoals ik hiervoor al aangaf, is het regelmatig gelukt het lager werkvolk met hun luidruchtige addergebroed en neurotische viervoeters achter ons te laten. Dat had ook veel met timing te maken, de periferie van de dag biedt de beste mogelijkheden om rust te vinden. De afwezigheid van vliegverkeer droeg ook enorm bij aan de stilte. Onze uitstapjes resulteerden regelmatig in mooie plaatjes van verrassend fraaie en verlaten plekken. Zelfs op loop- of fietsafstand van ons huis. 

Daarnaast natuurlijk foto's van ‘stenen & staal’, dat kan niet missen. De schier eindeloze hoeveelheden opnamen van zonsondergangen boven polderlandschappen en plassen tijdens mijn fietsavonden, heb ik grotendeels achterwege gelaten. Waanzinnig mooi soms, maar overdaad schaadt. De gekozen selectie vertegenwoordigt, net als die van Europa, slechts 2% van het totaal en doet eigenlijk nauwelijks recht aan mijn fotografische interpretaties van Nederland. Maar, net als vroeger met dia-avondjes, het is al snel te veel en in beperking toont zich de meester.

De foto’s zijn gemaakt met mijn Nikon SLR maar er zitten ook heel wat smartphone plaatjes tussen. Een smartphone, althans die van mij, heeft zijn fotografische beperkingen, zeker als het daglicht al bijna is verdwenen. Soms is dat te zien, maar dan vond ik de foto toch de moeite waard om te selecteren. Ik zou willen adviseren om gewoon eens een keer te kijken naar mijn plaatjes, ze zijn echt wel de moeite waard, al zeg ik het zelf. 

Blogger, de gebruikte blog-applicatie en Flickr, voor de foto's, functioneren het beste op een Personal Computer of een laptop. IOS en Android platforms zijn niet ideaal omdat ze bepaalde instellingen nodig hebben om hyperlinks en 'embedded' foto's te laten zien. Het verschilt ook per type toestel en bouwjaar. Al mijn online foto’s zijn ongeveer 50% verkleind (op pixelniveau) om copyright redenen.

De foto's laten zich het makkelijkst bekijken door op de webpagina van boven naar beneden te scrollen. Voor een fullscreen diashow op een Windows machine is de button rechtsboven bedoeld. Hoe dat er uit zie op een Apple machine weet ik niet.


De foto’s staan hier: NEDERLAND

Voor nu, in afwachting op betere tijden, zou ik willen zeggen: blijf gezond en ga vooral naar buiten met de geit en laat Skype, Facetime en Microsoft Teams maar eens even voor wat ze zijn.





donderdag 11 februari 2021

CHICK COREA - R.I.P.

Dat vermaledijde Corona ook… We zouden maart vorig jaar naar een concert van Chick Corea gaan in Het Concertgebouw in Amsterdam. COVID-19 was de reden dat het niet doorging en nu is het te laat. De beroemde Amerikaanse pianist is drie dagen geleden, op 9 februari, overleden. Ik kreeg net een berichtje via WhatsApp. Eén van de belangrijkste jazzmuzikanten uit de historie is er niet meer. Ik ben een fan van Chick Corea van, bijna, het eerste uur. Zijn platen hoorden bij de eerste jazz LP's die ik aanschafte, dus dit doet mij ook wel weer wat... 😟

Chick Corea behoort tot één van de belangrijkste figuren uit de jazz-historie en was meer dan 50 jaar actief als componist, bandleider en, vooral, pianist. Hij hoort thuis in het rijtje Art Tatum, Bud Powell, Oscar Peterson, Bill Evans, Thelonious Monk, Herbie Hancock en Keith Jarrett. Hieronder het trieste bericht van het overlijden op zijn website met een passende begeleidende tekst en een boodschap van Chick die ik hier graag publiceer.


Ik heb ooit een blog aan Chick gewijd: Chick Corea

zondag 29 november 2020

VINYL

Vinyl? De meeste mensen denken dan waarschijnlijk aan goedkope vloerbedekking. In het jargon van muziekliefhebbers wordt er echter de grammofoonplaat mee bedoeld. Vinyl is kort voor Polyvinylchloride (nog korter: PVC), het materiaal waaruit de platen werden en worden gemaakt. Vroeger noemden we de platen elpees (Long Plays), maar sinds de revival van de zwarte schijven is de Engelse term overgewaaid en is de verzamelterm ‘vinyl’ geworden. Met de komst van een andere platenspeler in mijn mancave is het onderwerp voor mij weer een beetje gaan leven. Dit blog gaat daarom over vinyl, maar dat was al duidelijk denk ik. 

Productie & Mastering van Vinyl
Het opnemen van muziek gebeurt met microfoons die het geluid registreren en omzetten in een elektrisch signaal. Het signaal wordt wordt vastgelegd op een magnetische band of digitaal medium en daarna bewerkt in de studio. Voor de fabricage van een grammofoonplaat wordt de nabewerkte en definitieve opname, de ‘master’, met een snijnaald op een lakschijf gesneden. Het snijden geschiedt in de vorm van een spiraalvormige groef. De groef bevat de opgenomen geluidsinformatie in de vorm van kleine uitslagen, horizontale golfjes in feite, naar links en rechts. Vervolgens wordt er een ‘direct metal’ afdruk gemaakt van de lakschijf. Deze wordt op zijn beurt gebruikt om een matrijs te maken waarmee de langspeelplaten in grote hoeveelheden kunnen worden geperst. Zo gaat dat al sinds de jaren veertig. 

Bij het afspelen van de plaat wordt het proces eigenlijk omgedraaid. De naald in het element volgt de groeven van de elpee. Die bewegingen worden weer omgezet naar een elektrisch signaal. Dat signaal wordt versterkt en naar de luidsprekers gestuurd en, voilà, daar klinkt de opgenomen muziek uit de speakers. 

Het digitale proces verloopt in principe ook zo, maar dan wordt er uiteraard geen lakschijf gemaakt. Dat proces gaat van analoge opname via digitale bewerking en productie uiteindelijk weer als analoog signaal naar de luidsprekers. Een luidspreker kan niets met een digitaal signaal, vandaar. De omzettingen van analoog naar digitaal en andersom vinden plaats in een ADC (Analog-to-Digital Converter) respectievelijk een DAC (Digital-to-Analog Converter), in de CD speler bijvoorbeeld. 

Voordat alles klaar is voor productie, wordt de opname onderworpen aan een ‘mixing en mastering’ proces. Mixen is het combineren en aanpassen van  de individuele tracks, het masteren is het definitief maken van het product voor fabricage. Voor het gemak noem ik het het hele proces maar mastering. Voor analoog (vinyl) of digitaal is het zeer wenselijk om voor elke formaat een eigen master te maken. De praktijk is tegenwoordig blijkbaar anders. Het doel van de mastering is om de opgenomen informatie te bewerken tot het gewenste en optimale eindproduct, een goed klinkend stuk muziek. Een audio engineer is hiervoor verantwoordelijk en dat gebeurt allemaal in een geluidsstudio. Voor elke stijl van muziek en elke doelgroep worden andere instellingen toegepast. Hieronder Studio One met de mastering room en daarachter de grootste opnamestudio ter wereld bij Abbey Road studios in Londen (Google Interactive). 


So far so good. Maar… sinds de komst van digitale geluidsdragers zoals de compact disc en, later, streaming diensten, is er iets veranderd met de mastering. Helaas niet altijd ten goede.

Mijn HiFi & vinyl
In mijn familie- en vriendenkring wordt er veel naar muziek geluisterd, een mooie verbindende factor. Men luistert naar bluetooth speakertjes vanaf de smartphone tot en met de meest fantastische High End Audio die men zich kan voorstellen. Het maakt niet uit, want voor de echte liefhebbers staat de muziek voorop. Dat is mooi en zo moet het ook zijn vind ik. Sommigen van de vrienden zoeken steeds naar verbetering van hun apparatuur en dat is voor hun een belangrijk deel van de muziekhobby. Helemaal goed, ik luister en leef altijd geboeid mee, alhoewel ik het technische spoor soms echt helemaal bijster ben 😕. Het jaarlijkse uitje naar de X-Fi show in Veldhoven vind ik ook altijd een topper. Dat is een HiFi show vol met luisterruimtes waar oudere heren zwijgend op stoeltjes vreselijk serieus zitten te luisteren naar allerlei muziekapparaten. Van enigszins normaal tot volkomen onbetaalbaar en obscuur spul die vrouwlief echt niet in de huiskamer wil zien. De obligate broodjes kroket als lunch én het diner bij de Chinees, na afloop van de show, zijn natuurlijk de echte hoogtepunten, haha. Helaas gooide COVID-19 dit jaar roet in de babi pangang. Ik hoop dat we volgend jaar weer kunnen.

Ik was tot voor kort helemaal tevreden met mijn audio apparaten. Zowel in de huiskamer als mijn mancave. Niet erg bijzonder allemaal, maar degelijk en heel goed klinkend spul, althans, dat vind ik 😂.Toch begon het de laatste tijd een beetje te schuren tussen mij en mijn platenverzameling. Ik luister vooral muziek in mijn mancave. De oude Thorens platenspeler die daar staat gebruikte ik bijna nooit meer. Van die meer dan duizend werkeloze PVC-schijven kreeg ik bijna een schuldgevoel. Ik besloot de Thorens te vervangen. Ik had hem gekocht rond 1980 en ik vond het wel mooi geweest. De Sansui SR-222 platenspeler die ik van vriend JK een paar jaar terug had gekocht wilde ik in de woonkamer laten staan. Hij had de speler helemaal opgeknapt en ik was vanaf het begin onder de indruk van de prestaties van de Sansui. Maar, wat een mooi toeval, JK bleek nóg zo'n identieke Sansui speler te hebben! Ook helemaal door hem opgeknapt, nog mooier én met een veel beter element. De Sansui zag er werkelijk uit als nieuw en over de koop hoefde ik geen seconde na te denken. Mijn Luxman versterker was ook aan een beurt toe en kreeg tegelijkertijd een ‘overhaul’ van een techneut uit de professionele audio-industrie, een bekende van JK. De versterker onderging behalve onderhoud ook wat technische aanpassingen. Van de techneut kreeg de Luxman het predikaat ‘uitstekende versterker en weer als nieuw’. Voordat ik het goed en wel wist stond er een serieus goeie upgrade van mijn vintage set in de mancave te spelen. Ik stream overigens met een Yamaha DAC-netwerkspeler (t/m 24bit/192kHz) die aan de Luxman is geknoopt. Oud en nieuw dus volledig geïntegreerd.



Het was een verrassing om te horen dat veel van mijn elpees nog zo goed klinken. De betere technologie zorgt dat de naald de groef bovenin aftast en de diepere vuile of beschadigde delen niet raakt. Het resultaat is echt geweldig. Ik val van de ene verbazing in de andere. Ik hoor sommige elpees als nooit te voren. Na de aanschaf van een CD speler in 1985 heb ik nooit meer een plaat gekocht. Geen een. Met mijn ‘nieuwe’ Sansui vind ik de elpees soms zo goed klinken dat ik het idee kreeg een onderzoekje te doen. Titels waarvan ik zowel de elpee als de, later uitgegeven, CD-versie in de kast heb staan, heb ik met elkaar vergeleken. Wat blijkt? De elpees klinken regelmatig beter dan de digitale versies. Hoe kan dat nou?

Vinyl & digitaal
De opmars van vinyl van de laatste jaren wordt vooral verklaard doordat mensen de activiteit en het ritueel ontzettend leuk vinden. Er hangt, zeker voor ouderen, een bepaalde romantiek en nostalgie rondom het fenomeen van een plaatje draaien. Daarnaast hebben de mooie en zichtbare techniek van platenspelers en de vaak prachtige elpeehoezen een charme op zich. Zo zijn er wellicht nog andere redenen te bedenken. Maar er zijn ook liefhebbers die beweren dat vinyl geluidstechnisch beter is dan digitaal. Dat is een twijfelachtige stelling en een discussie die al vele jaren voort duurt. Ik ga een poging doen dat onderwerp te rationaliseren.

Het digitale formaat is technisch superieur aan vinyl. Laat ik de CD even als vergelijking gebruiken. Het dynamisch bereik, het verschil tussen de luidste en zachtste passages, is veel groter dan dat van vinyl. Het betekent dat stille en luide elementen genuanceerder en beter ten opzichte van elkaar kunnen worden weergegeven. De signaal-ruisverhouding (de mate van aanwezigheid van ruis) en het frequentiebereik zijn veel beter. Bovendien, vinyl slijt, kan beschadigen en heeft last van ‘wow & flutter’ (ongewenste bewegingen van de naald in de groef). Vinyl legt het dus volledig af tegen de CD, en eigenlijk elke digitaal formaat? Ja, 100%. Maar dat is de theorie. 


Loudness
Met de komst van de digitale technieken in de eerste helft van de jaren tachtig werden de grenzen van mastering enorm verlegd. De mogelijkheden van het nieuwe formaat waren bijna eindeloos. Maar na een aantal jaren begon een nieuwe tendens de kop op te steken. Bazen van platenlabels hadden blijkbaar vastgesteld dat het publiek luidere, hardere muziek wilde. Men begon geleidelijk aan tegemoet te komen aan de wens van de consument en de subjectieve geluidsdruk te verhogen door middel van het aanpassen van 'loudness'. Ik kan mij nu in allerlei bochten wringen om uit te leggen wat loudness precies is, maar ik vond een filmpje waarin het glashelder en eenvoudig wordt uitgelegd. Een beetje typische jongen, dat zie je wel vaker in deze tak van 'sport', maar ik kan het verhaal beslist niet beter uiteenzetten.


Het afregelen van een gewenst niveau van input (gain) en output (loudness) is dus, net als toonregeling (EQ), echo (reverb), presence (nadruk midden en hoge tonen voor zang en spraak) en dergelijke, een standaard procedure van het masteringproces. Het resultaat van het opschroeven van loudness was dat muziek steeds harder en 'platter' ging klinken vanwege de dynamische beperkingen. Naar mate de jaren verstreken ging het van kwaad tot erger. De ‘loudness war’ tussen producenten was een feit. Uitgaven van CD’s van na 1995 begonnen zelfs vervormd te klinken door digitale clipping, zoals onze Zweedse vriend ook uitlegt. Overcompressie (een anglicisme van mijn hand) werd en wordt vooral toegepast bij mainstream muziek. 

Het is redelijk om te stellen dat veel digitale opnamen én remasters uit de periode vanaf begin jaren negentig tot heden soms niet om aan te horen zijn vanwege de toepassing van overcompressie. Het kan vergeleken worden met koken. Zout is een essentieel onderdeel in de keuken, maar te veel zout verpest ieder gerecht. Overcompressie is het ‘te veel aan zout’ van de muziek-mastering. Nou komt-ie: overcompressie is met vinyl maar zeer beperkt mogelijk vanwege de materiaalkundige beperkingen van de lakschijf. Bovendien, als het al zou lukken een extreme ‘loudness-elpee’ te snijden zou de naald van de platenspeler uit de groeven springen. Het probleem beperkt zich dus grotendeels tot de CD of digitale stream.

Een flink aantal vinyl albums die opgenomen en geproduceerd zijn tot 1985 (ongeveer) klinken vanwege het bovenstaande verhaal beter dan hun latere digitale remasters met dezelfde titel die dateren vanaf begin jaren negentig en daarna. Op kleine schaal heb ik het zelf empirisch vastgesteld, zoals hierboven aangehaald. Maar het is allemaal ook gewoon terug te vinden op internet. Op de ‘Dynamic Range Database’ staan meer dan 150.000 albums benoemd met hun dynamisch bereik in diverse formaten. Het bereik wordt per titel weergegeven in de vorm van een een kleurcodering. Alles vanaf 11 (lichtgroen) klinkt voldoende tot uitstekend. Alles daaronder scoort onvoldoende tot zeer slecht. Hieronder een screenshot van 16 versies van het beroemde ‘Sticky Fingers’ albums van de Stones uit 1971 (ja, ik heb het origineel mét rits 😃). Het is duidelijk wanneer het mis ging. De remaster van 2009 is helemaal rampzalig blijkbaar. Het is de bevestiging dat vinyl in in voorkomende gevallen dus (veel) beter kan klinken dan de digitale evenknie.



Hieronder nog een voorbeeld. Een audio spectogram van Abba’s Super Trouper album van 1980 geanalyseerd met Audacity. De bovenste analyse is van de LP uit 1980 en geeft aan hoeveel dyamische ruimte er is. De remaster van 2005 daaronder laat zien dat het volume volledig is opgepompt.

Milde tonale 'afwijkingen' op een muziekdrager kunnen met de toon controle of EQ van de versterker, indien aanwezig, nog enigszins naar smaak worden gecorrigeerd. Maar, net als met het door zout verpeste gerecht, de effecten van overcompressie in het eindproduct laten zich beslist niet meer wegpoetsen tijdens de weergave. Ook niet door de beste High End audio die er bestaat. 

Terug naar de discussie digitaal versus vinyl met betrekking tot de geluidskwaliteit. Wie zijn dat, de vinyl liefhebbers? DJ's natuurlijk, jongeren ook, maar vooral ouderen die opgroeiden met de rock-, blues-, fusie, soul en vergelijkbare muziek uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. Dat is hun muzikale ‘window’. 


Die ouwe knakkers, ik ben er zelf ook een, pakken een elpee uit hun verzameling van die tijd en met een redelijk grote zekerheid klinken die elpees beter dan de bedoelde digitale remasters. Niet omdat het analoge formaat beter is maar omdat de originele opnames digitaal volledig naar de kloten zijn geholpen ten gevolge van excessieve toepassing van loudness. Excuse my French. De senioren die overtuigd zijn dat hun platen beter klinken dan een CD, hebben het in bepaalde gevallen dus gewoon bij het rechte eind! Ze zijn door technische corruptie en de tijdmachine op het verkeerde been gezet. Het is eigenlijk een vergelijking met appels en peren geworden. Een recente kwaliteitsopname op CD of stream degradeert, in geluidstechnisch opzicht, vinyl met gemak. Dat sommigen, in weerwil van dit alles, een elpee prefereren, heeft vermoedelijk te maken met intrinsieke technische beperkingen van vinyl. Het zou de reden kunnen zijn dat sommigen de klank van een elpee toch ervaren als aangenamer. 'Warmer' is een veel gehoorde term. Dat is prima, maar dat is dus niet 'beter'.

Een paar opmerkingen wil ik nog wel toevoegen:

  • De meer serieuze muziek, laat ik zeggen, klassiek, jazz en wat ‘zwaardere’ contemporaine stijlen, worden doorgaans door de kwaliteitslabels uitgebracht. Voor zover ik weet, hebben die labels  zelden of nooit excessieve compressie toegepast.
  • De mate van luidheid is natuurlijk niet het enige aspect wat invloed heeft op de geluidskwaliteit. Zelfs een te luid product kan nog heel behoorlijk klinken. Maar dat zijn echt de uitzonderingen.
  • Het schijnt dat het loudness-tij aan het keren is. Dat zeg ik niet op basis van eigen ervaring maar dan praat ik derden na. De meeste streaming services passen sinds enige tijd standaard loudness normalisatie toe. In hoeverre dat goed gebeurt is een ander chapiter. In ons muziekklupje komen we toch nog regelmatig veel te luid en te 'plat' geproduceerde albums tegen bij de streamingdiensten.
  • De perceptie van wat wel of niet goed klinkt is en blijft een individuele aangelegenheid die een combinatie is van objectieve en subjectieve aspecten. Het gaat allemaal om de eigen beleving en daarbij spelen ook fysiologische aspecten (lees: beperkingen) een rol. Een ander kan je echt niet vertellen wat goed klinkt, dat bepaal je zelf.

Vinyl, Compact Disc of Streamen?
In eerdere blogs heb ik uitgebreid kond gedaan van mijn geschiedenis met elpees. Tussen 1970 en 1985 heb ik ongeveer duizend albums gekocht. Af en toe haalde ik er nog eens een uit de kast, maar de CD had, wat mij betreft, de elpee links en rechts ingehaald. Na verloop van tijd ook wat betreft de geluidskwaliteit. De doosjes met boekjes met liner notes vond ik ook leuk. Niet zo gaaf als een elpeehoes, maar voor mij een acceptabel alternatief. Tot op de dag van vandaag beschouw ik de CD als een geweldige geluidsdrager. De superieure kwaliteit, (mits goede opname en label) gecombineerd met gemak en het ritueel van een ‘plaatje draaien’, is mij altijd zeer goed bevallen. Ik heb bijna 1100 Compact Discs. Bij elkaar zijn dat ongeveer 2100 geluidsdragers. Eén per dag en zeven dagen per week luisteren en ik ben bijna zes jaar bezig om alles de revue te laten passeren.

Het streamen van muziek heb ik uitgesteld tot ik het rationeel niet meer kon negeren. Mocht er nog iemand zijn die dit leest en niet goed weet wat streamen van muziek behelst, dan even in het kort nog een uitleg. Een streamingdienst biedt muziek aan via internet. Je neemt een abonnement en via je router en wifi, stream je de muziek naar smartphone of ander netwerkapparaat. Via de DAC van één van die apparaten kan het signaal dan worden omgezet naar analoog en versterkt voor weergave via de luidsprekers. Muziek kiezen en afspelen gaat met de app van de streamingdienst. Bijna alle muziek die je kunt verzinnen is beschikbaar. Er zijn meerdere aanbieders. Spotify, Apple Music, Qobuz, Deezer en Tidal om maar een paar bekende namen te noemen. Spotify is de grootste van allemaal en biedt gecomprimeerde (lossy) formaten aan, Qobuz, Deezer en Tidal bieden ook een ongecomprimeerd formaat aan (lossless) én Hi-Res (beter dan CD) kwaliteit. Alle muziek die je maar wilt is vanaf een tientje tot twintig euro per maand per direct beschikbaar en toegankelijk via een app. De streamingdiensten hebben elpees en CD’s in feite overbodig gemaakt. Ik ga in dit artikel steeds uit van home-audio, maar je kunt uiteraard ook buitenshuis via 4G of 5G streamen naar je smartphone of auto.

Ik kan wel verschil waarnemen tussen lossy of lossless muziek, maar alleen met aandachtig vergelijken en luisteren. Binnen het consumptieve domein waarin ik doorgaans muziek luister, valt het verschil me echt zelden op. Met consumptief bedoel ik dat ik naast aandachtig luisteren tegelijkertijd ook wat anders aan het doen ben. Bovendien, veel aanbod is kwalitatief gemiddeld en dan is het allemaal niet zo spannend. Het lossy formaat had bestaansrecht vanwege de besparing in opslag en de beperkte bandbreedte van weleer. Die aspecten spelen niet meer, dus het advies is gewoon lossless streamen met de geit. Dan zit je altijd goed. De keuze voor een bepaalde streamingdienst zou nog wel kunnen worden beïnvloed door het muzikale aanbod, de kwaliteit van de interface of de interactie met andere apparaten of applicaties. Ik heb op dit moment abonnementen op Qobuz (CD en Hi-Res) en Spotify Premium (Ogg Vorbis) en een Deezer (CD) proefabonnement. 


Het gemak van streamen is ongeëvenaard en het is uitgesproken goedkoop. Voor de prijs van maximaal een CD per maand kun je er misschien wel honderd in dat tijdsbestek beluisteren. Alles wat je zoekt is meestal en direct beschikbaar. Wat wil een mens nog meer? Nou... eh, streamen vind ik eigenlijk gewoon niet zo leuk. Ik luister 95% van de tijd uit gemakzucht naar een streamingdienst, maar ik ervaar het gemis iets in handen te hebben echt als een tekortkoming. Waar zijn mijn liner notes, de foto's, en allerlei andere info? Bovendien, kasten met boeken, platen en CD’s vind ik prachtig. Het hoort gewoon bij de mancave zoals ik die al heel mijn leven koester. Een ruimte die reflecteert wie ik ben en daar is de platenspeler altijd een onderdeel van geweest. Hieronder mijn mancave in 1988. De personal computer, internet, mobiele telefonie en de CD speler, het liet allemaal nog jaren op zich wachten. Maar de platenspeler stond er altijd als continue baken en trotse vaandeldrager van mijn muziekwereld.


Met het gebruik van een streamingservice ervaar ik ook dat ik soms de focus verlies en te makkelijk ‘zap’ van muziek naar muziek. Grote stappen snel thuis dus. Die oppervlakkigheid heeft als gevolg dat ik nog wel eens goede muziek te weinig kans geef om in te dalen. Maar, toch, de laatste tijd gaat het wel wat beter met de focus. Alles went blijkbaar. Maar goed, iedereen heeft natuurlijk zijn eigen voorkeuren en ervaringen en het onderwerp legitimeert wat mij betreft geen discussie. Lekker doen wat je zelf het beste bevalt en blieft.

Coda
Vroeger was muziek luisteren toch wel beetje een ‘experience’, een leuk geheel van handelingen en, soms, emoties. Een plaatje draaien was de verwezenlijking van die ervaring in optima forma. Zeker als je een nieuwe glanzende plaat uit zijn hoes haalde, knetterend van de statische elektriciteit, en dan de naald voor het eerst in de groef liet zakken. Wat een mooi ritueel! De komst van mijn Sansui platenspeler heeft dat gevoel van ooit weer een beetje terug gebracht. Hoe leuk is het niet om af en toe weer eens een elpee op te zetten? Of zelfs een Compact Disc? Maar, eerlijk is eerlijk, de techniek staat niet stil en muziek streamen is een comfortabele en kwalitatief prima keuze om naar muziek te luisteren. Amen.

donderdag 22 oktober 2020

AUTOS, SCHNITZELS & HAARNADELKURVEN

Ruim vier jaar geleden bezochten we de Harz, het Duitse middelgebergte op de voormalige grens van Oost en West-Duitsland. Ik heb daar toen een enthousiaste blog over geschreven want het was echt een geweldig weekje. Voor degenen die dat nog eens terug willen lezen is '19 september 2016' invoeren in het witte zoekschermpje linksboven voldoende om bij het blog te komen. Vanwege Corona vielen al onze vakantieplannen dit jaar in het water. Zoals bij vele wereldburgers. Wachten op betere tijden was en is het motto. Maar, soms zit het mee. Deze zomer maakte ik samen met vriend P. een aantal fietstochten met onze e-bikes. Goed voor lichaam en geest en vooral gezellig. Tijdens één van die ritten vertelde hij dat er sinds kort een Peugeot RCZ voor zijn deur stond. Hij had de auto onlangs als mooie occasion gekocht. P. is niet echt een ‘petrolhead’ maar houdt wel van mooie en authentieke auto’s. Zo had hij voor de Peugeot een stoere BMW 3-serie cabriolet en reed hij ooit een Porsche 928. Oei, die had hij beter ergens kunnen stallen ergens in een schuur, als appeltje voor de dorst. Tsja, als een mens alles van te voren zou weten.

Ik was zeer enthousiast over zijn keuze. Als echte autoliefhebber en gewezen ‘car designer’ sprak en spreekt deze Peugeot mij bijzonder aan. ‘Car designer’? Wat is dat nou weer voor bull%^&t? Nou, dat zit zo. Als tiener tekende en ontwierp ik auto’s. Ik kon dat best goed. Sterker, een ontwerp van mij verscheen in de Duitse uitgave van ‘Mercedes Benz In Aller Welt’ toen ik 15 was. De diverse tekenleraren op mijn school drongen erop aan dat ik echt naar de kunstacademie zou moeten vanwege mijn tekentalent. Het zat ook in de familie, denk aan oom Ad, waar ik eerder over schreef. Maar het liep helaas anders, jammer. Auto’s en design bleven als passie in andere hoedanigheden altijd wel een rol betekenen. Ik vertelde zoon Stijn over mijn ontwerp-aspiraties van weleer. Hij vroeg of ik nu nog steeds de vaardigheid zou hebben om een autootje te ontwerpen. Goeie vraag en mooie uitdaging. Ik pakte een stuk papier en een potlood en, na 40 jaar niet te hebben getekend, fantaseerde ik onderstaand model in een paar minuten. Het achterwiel staat iets te scheef, maar ik vond het resultaat niet slecht na al die jaren, al zeg ik het zelf.


Maar een Peugeot RCZ? Dat vond ik écht een gave keuze. Ik feliciteerde P. en zei graag de auto snel te willen zien. Ik voegde er nog aan toe: “Eigenlijk moet je die auto naar de bergen nemen, daar komt-ie pas goed tot zijn recht”. Hij keek mij even aan. “Zullen we samen naar de Harz gaan?”. Dat vond ik nog eens een super idee! Corona leek op zijn retour en er waren geen reisbeperkingen. Hij stelde voor dat we met zijn drieën gingen. Zijn vrouw had de Harz wel eerder gezien en geloofde het wel. J. was gelijk enthousiast. Zo reden we in augustus in een kolonne van twee naar Duitsland. Wij in onze lease-Mercedes (nog een paar weken...) en P. alleen met zijn RCZ. Uiteraard reden we naar Pension Der Tourstop, zie de blog uit 2016.

Der Tourstop wordt geëxploiteerd door vrienden van P., Peter en Jacqueline. Helaas speelde dit jaar een terugval in omzet vanwege COVID-19 maatregelen én andere besognes hun parten. Maar ze slaan zich er zeker doorheen, want het is een hard werkend een zeer beraden stel. Respect! Ondanks al het Corona-gedoe was het heel gezellig. We werden weer fantastisch verzorgd en we hebben zelfs Peter’s verjaardag gevierd, met 'Kuchen' en al. Verder veel plaatsjes bezocht, rondgereden en uiteraard bij ‘Der Harzer Schnitzelkönig XXL’ gegeten. Geweldig leuk allemaal. Het was een beetje een herhaling van onze trip van vier jaar geleden, maar dat vonden we totaal niet erg. In tegendeel. Opmerkelijk was het vele gebruik van mondkapjes in winkels en openbare gelegenheden, dat vonden we toen in Nederland nog wat overdreven…

Ik was in de verwachting dat P. niet uit zijn RCZ was te slaan, maar hij was volledig op de relax-tour. Terwijl J. en ik de streek afschuimden naar leuke plaatsjes om te bezoeken zat P. ‘thuis’ in de tuin lekker te relaxen en te lezen. Op een gegeven moment vroeg ik hem wanneer we samen eens de Peugeot de sporen gingen geven op de bergwegen in de buurt. “Je mag zelf wel gaan rijden hoor, geen probleem, het is maar blik.” Ik keek hem wat glazig aan… “Meen je dat nou?” Ja, hij meende dat echt. Een paar mooie foto’s was de enige tegenprestatie die ik moest leveren. Het was allemaal niet tegen dovemansoren gezegd en aan het eind van de middag reden we met de witte sportwagen naar het bergdorpje Hahnenklee. De weg er naartoe zit vol heerlijke bochten en dus ideaal om met zo’n auto op en af te boenderen. Wat wilden we nog meer?

De grens tussen de BRD en de DDR liep ooit dwars door de Harz. Het IJzeren Gordijn werd van 1949 tot oktober 1990 gevormd door muren, landmijnen en prikkeldraad en scheidde decennialang families en vrienden. Het gebied was levensgevaarlijk voor mensen, maar voor planten en dieren ontstond er een gebied waar vele soorten ongehinderd konden leven of zelfs overleven. Denk daarbij aan lynxen, wilde katten, zwarte ooievaars (ooit van gehoord?) en allerlei andere zeldzame soorten dieren en planten.

Nadat de muur in 1989 'viel' en in 1990 de grens tussen de twee Duitslanden ophield te bestaan, werd er een kostbaar stuk wildernis toegankelijk. Een gebied zonder bewoning wat later een onderdeel werd van de European Green Belt, 'Das Grünes Band’. Als je door de Harz rijdt valt het op hoe schaars het gebied bevolkt is en dat je heerlijk kunt rijden over de vele verlaten bergwegen. Een genot, zeker met een lekker voertuig onder je achterwerk. Uiteraard beter met een 'zero emission' voertuig, maar dat is een kwestie van tijd.

Ik heb tijdens mijn auto-loopbaan meerdere Peugeots mogen rijden en was nooit erg enthousiast, de Franse slag zal ik als hoofdreden maar noemen. Maar naar mate de jaren vorderden werd het steeds beter. De 207 en de 308 die ik niet zo erg lang geleden reed waren echt prima auto's. Hoe ik die waardeerde is ook wel ergens terug te vinden in één van mijn verhaaltjes of op de pagina's van Autoweek. Het is duidelijk, Peugeot heeft de laatste jaren een enorme inhaalslag gemaakt wat betreft bouwkwaliteit en ook de RCZ is een zeer degelijke auto gebleken.


De Peugeot RCZ vond ik van meet af aan een smaakvolle en origineel vormgegeven sportwagen. Van binnen en van buiten. Waar die letters RCZ vandaan komen schijnt niemand met zekerheid te kunnen zeggen, veel verder dan speculaties komt men niet. De RCZ werd gebouwd bij Magna Steyr in Oostenrijk en sleepte een hele reeks designprijzen in de wacht. Onder de motorkap huisden 4-cilinder benzinemotoren van 156 tot 270 pk. In Nederland liep men niet warm voor deze auto, opmerkelijk en onterecht. 'Tikkeltje te wild amigo?' De RCZ is uiteraard geen Ferrari of Lamborghini, maar het is opmerkelijk hoeveel mensen de auto nakijken. Geen auto voor introverte muurbloempjes dus. De RCZ heeft een 'cab forward' design met een langgerekt profiel, stoere en brede heupen en een schitterende gewelfde dakconstructie. De proporties en detaillering zijn prachtig. Het dak met het golvende glas is een kunststuk op zich, een sculptuur als door een beeldhouwer gemaakt. 


We hebben al met al toch wel een uurtje of twee lekker door berg en dal getoerd. Ik heb me qua rijstijl wel een beetje ingehouden want het is toch de auto van iemand anders niet waar? P.’s RCZ heeft de lichtste motorisering maar je komt er niets mee te kort, in tegendeel! De RCZ rijdt super strak en is toch nog verrassend comfortabel, echt een heerlijke auto. De Franse bolide stuurt met gevoel, reageert lekker spontaan op het gas en gaat vanwege het lage zwaartepunt uitstekend door de bocht. Vooral haarspeldbochten naar boven zijn echt een genot om te 'nemen'. Terug schakelen tot het optimale koppel-toerental, dan voor de bocht uitwijken naar de as van de weg en dan in de bocht naar binnen sturen en dan vol op het gas. Hahaha, dat is zó leuk. De auto is alweer tien jaar oud, maar uit niets blijkt die ervaring, alles functioneert of het nieuw is en ik heb geen rammeltje gehoord. Ik heb echt ontzettend genoten van die twee uurtjes en het was voor mij het hoogtepunt van onze dagen in de Harz. Bij dezen: nogmaals bedankt P. Zeer gewaardeerd!

Ik heb voor de geïnteresseerden een paar (verkleinde) foto's geplaatst. Ze staan hier: HARZ 2020


dinsdag 20 oktober 2020

BLUE NOTE RE: IMAGINED

Onlangs heb ik een afspeellijst aangemaakt in mijn Spotify player met de naam: CD &VINYL COLLECTION. Ik luister het meest naar mijn muziek in mijn mancave. Op mijn desktop staat Spotify en via een iPhone stuur ik de stream naar een draadloze Yamaha DAC, respectievelijk mijn Luxman versterker en B&W luidsprekers. Op de desktop heb ik een snelkoppeling gemaakt naar een Excel bestand met daarin mijn elpee en CD verzameling. Zo zoek ik regelmatig in die oude meuk naar een leuk schijfje of plaatje van vroeger, zoek het album op Spotify en speel het dan streaming af. Ik kan natuurlijk ook een CD of LP uit de kast halen, maar gemak(zucht) dient de mens he? Veel muziek is inmiddels toch wel bejaard geraakt, merk ik. Leuk om weer eens te luisteren, maar dan geloof ik het vaak wel weer. Maar er zijn albums die tijdloos goed zijn of zelfs beter binnen komen dan destijds. De ‘platen’ die mij dan weer goed bevallen zet ik dan in de genoemde playlist. 

Zo viel het mij op dat ik het afgelopen jaar weinig bezig ben geweest met nieuwe releases. Niet zo heel gek want ik vind dat er weinig écht interessante muziek van mijn gading is bijgekomen. Het zal ook wel met Corona te maken hebben. Weinig reden om iets te schrijven over muziek dus, want mijn muziek-anekdotes zijn al lang op. Ik heb dit jaar best mooie nieuwe muziek gehoord binnen allerlei muzikale stijlen, maar ik was zelden echt ondersteboven. Dat was wel het geval met Nubya Garcia’s ‘Source’ album, Christian Scott’s ‘Axiom’ project en nog een nieuw album, het lijdend voorwerp van dit korte verhaaltje. Maar dat komt zo. Nubya’s album luister ik af en toe, erg jammer van de zware bas in de eind mix (thank god voor een versterker met toon controle). Het album van Scott luister ik wat vaker. Christian Scott’s live project is opgenomen in de Blue Note club en het was zijn laatste optreden voordat de COVID-19 pandemie uitbrak in New York. Gewéldige muziek met respect voor traditie én zin voor vernieuwing. Niet voor iedereen, maar voor de echte jazzliefhebbers zeker de moeite waard om eens te luisteren. De audiofiele kwaliteit van Axiom is redelijk maar niet bijzonder. Een hoofdtelefoon en hard afspelen scheelt trouwens een heleboel…

Het derde en nieuwste album wat ik echt bijzonder goed vind is ‘Blue Note Re: imagined’ (Blue Note/Decca). Het is vorige week vrijdag beschikbaar gekomen en stond in mijn ‘Discover Weekly’ speellijst. Die speellijst wordt wekelijks aangeboden met suggesties op basis van mijn luistergedrag. Big Spotify is watching me... Sinds de eerste luistersessie heb ik het album veel geluisterd en ik vind het de moeite waard om er een paar regels aan te wijden.

Blue Note’s discografie omvat veel van de belangrijkste jazzmuziek die ooit binnen het genre is opgenomen. Tot op de dag vandaag. Vorige week brachten zij het genoemde album uit. ‘Blue Note Re: imagined’ bestaat uit een compilatie van covers van Blue Note-klassiekers door jonge muzikanten uit, grotendeels, de hedendaagse Londense Jazz scene. Verwacht geen traditionele invalshoek, want nagenoeg alle nummers zijn geboetseerd naar de huidige muzikale tijdsgeest en soms onherkenbaar. Het is eigenlijk een ratjetoe van stijlen die toch op de een of andere manier een samenhangend geheel vormen. We horen jazz, soul, R&B, hiphop en meer. Van alles een beetje door elkaar heen. Soms dansbaar, soms helemaal niet. Elk nummer is een muzikaal statement op zich. De originele nummers zijn onder andere van Wayne Shorter, Herbie Hancock en Joe Henderson. De uitvoerende artiesten zijn inmiddels bekende muzikanten, zoals Nubya Garcia, Ezra Collective en Alfa Mist maar er doen ook nieuwe rijzende sterren mee. O ja, veel nummers zijn met zang en dat is op zich al bijzonder in de Blue Note discotheek maar ook in die van mij. De geluidskwaliteit lijkt goed maar dat kan ik pas goed beoordelen als ik beneden in onze huiskamer heb geluisterd.

Ik ga verder geen opsomming van nummers en artiesten doen. Luister zelf maar om een eigen mening te vormen.  Al met al behoort Blue Note Re: imagined tot het beste wat ik dit jaar heb gehoord, dat durf ik nu al te zeggen. Een geweldig album en het Blue Note label wat mij betreft volledig waardig. Het album is ook te koop als dubbelelpee. Gaaf toch? Als ik er goed over nadenk is zo’n plaat, of zelfs CD, eigenlijk veel leuker dan dat stomme streamen…


Naschrift 21 oktober 2020. Ga ik vandaag een bakkie doen bij mijn goeie vriend F. en waar valt mijn oog op? Precies. Naar aanleiding van zeer lovende kritieken in de Nederlandse kwaliteitskranten had hij de vinyl versie van 'Blue Note Re: imagined' aangeschaft! Wat een pracht, zo'n zware kartonnen hoes met twee van die ouderwetse schijven er in. Het is een emotie van weleer, het is nostalgie en het voelt goed. F. is het met mij eens, dit is echt een klasse album. De foto hieronder laat de binnenkant van het album zien, leuk met al die foto's. De beide platen zitten elk in een eigen hoes die weer volop lezenswaardige tekst en andere foto's bevatten. Wat kan ik er nog meer van zeggen? Geweldig allemaal.

Naschrift 25 oktober 2020. Na beluistering op mijn beter gekwalificeerde installatie in de woonkamer beoordeel ik de geluidskwaliteit als voldoende en niet veel meer dan dat. Ik mis het sprankelende van, bijvoorbeeld, een ECM album. Maar ja, dat is een benchmark die vaak onbereikbaar blijkt. De muziek van het album wordt er niet minder om en een beetje equalizing scheelt al snel een boel.