donderdag 22 oktober 2020

AUTOS, SCHNITZELS & HAARNADELKURVEN

Ruim vier jaar geleden bezochten we de Harz, het Duitse middelgebergte op de voormalige grens van Oost en West-Duitsland. Ik heb daar toen een enthousiaste blog over geschreven want het was echt een geweldig weekje. Voor degenen die dat nog eens terug willen lezen is '19 september 2016' invoeren in het witte zoekschermpje linksboven voldoende om bij het blog te komen. Vanwege Corona vielen al onze vakantieplannen dit jaar in het water. Zoals bij vele wereldburgers. Wachten op betere tijden was en is het motto. Maar, soms zit het mee. Deze zomer maakte ik samen met vriend P. een aantal fietstochten met onze e-bikes. Goed voor lichaam en geest en vooral gezellig. Tijdens één van die ritten vertelde hij dat er sinds kort een Peugeot RCZ voor zijn deur stond. Hij had de auto onlangs als mooie occasion gekocht. P. is niet echt een ‘petrolhead’ maar houdt wel van mooie en authentieke auto’s. Zo had hij voor de Peugeot een stoere BMW 3-serie cabriolet en reed hij ooit een Porsche 928. Oei, die had hij beter ergens kunnen stallen ergens in een schuur, als appeltje voor de dorst. Tsja, als een mens alles van te voren zou weten.

Ik was zeer enthousiast over zijn keuze. Als echte autoliefhebber en gewezen ‘car designer’ sprak en spreekt deze Peugeot mij bijzonder aan. ‘Car designer’? Wat is dat nou weer voor bull%^&t? Nou, dat zit zo. Als tiener tekende en ontwierp ik auto’s. Ik kon dat best goed. Sterker, een ontwerp van mij verscheen in de Duitse uitgave van ‘Mercedes Benz In Aller Welt’ toen ik 15 was. De diverse tekenleraren op mijn school drongen erop aan dat ik echt naar de kunstacademie zou moeten vanwege mijn tekentalent. Het zat ook in de familie, denk aan oom Ad, waar ik eerder over schreef. Maar het liep helaas anders, jammer. Auto’s en design bleven als passie in andere hoedanigheden altijd wel een rol betekenen. Ik vertelde zoon Stijn over mijn ontwerp-aspiraties van weleer. Hij vroeg of ik nu nog steeds de vaardigheid zou hebben om een autootje te ontwerpen. Goeie vraag en mooie uitdaging. Ik pakte een stuk papier en een potlood en, na 40 jaar niet te hebben getekend, fantaseerde ik onderstaand model in een paar minuten. Het achterwiel staat iets te scheef, maar ik vond het resultaat niet slecht na al die jaren, al zeg ik het zelf.


Maar een Peugeot RCZ? Dat vond ik écht een gave keuze. Ik feliciteerde P. en zei graag de auto snel te willen zien. Ik voegde er nog aan toe: “Eigenlijk moet je die auto naar de bergen nemen, daar komt-ie pas goed tot zijn recht”. Hij keek mij even aan. “Zullen we samen naar de Harz gaan?”. Dat vond ik nog eens een super idee! Corona leek op zijn retour en er waren geen reisbeperkingen. Hij stelde voor dat we met zijn drieën gingen. Zijn vrouw had de Harz wel eerder gezien en geloofde het wel. J. was gelijk enthousiast. Zo reden we in augustus in een kolonne van twee naar Duitsland. Wij in onze lease-Mercedes (nog een paar weken...) en P. alleen met zijn RCZ. Uiteraard reden we naar Pension Der Tourstop, zie de blog uit 2016.

Der Tourstop wordt geëxploiteerd door vrienden van P., Peter en Jacqueline. Helaas speelde dit jaar een terugval in omzet vanwege COVID-19 maatregelen én andere besognes hun parten. Maar ze slaan zich er zeker doorheen, want het is een hard werkend een zeer beraden stel. Respect! Ondanks al het Corona-gedoe was het heel gezellig. We werden weer fantastisch verzorgd en we hebben zelfs Peter’s verjaardag gevierd, met 'Kuchen' en al. Verder veel plaatsjes bezocht, rondgereden en uiteraard bij ‘Der Harzer Schnitzelkönig XXL’ gegeten. Geweldig leuk allemaal. Het was een beetje een herhaling van onze trip van vier jaar geleden, maar dat vonden we totaal niet erg. In tegendeel. Opmerkelijk was het vele gebruik van mondkapjes in winkels en openbare gelegenheden, dat vonden we toen in Nederland nog wat overdreven…

Ik was in de verwachting dat P. niet uit zijn RCZ was te slaan, maar hij was volledig op de relax-tour. Terwijl J. en ik de streek afschuimden naar leuke plaatsjes om te bezoeken zat P. ‘thuis’ in de tuin lekker te relaxen en te lezen. Op een gegeven moment vroeg ik hem wanneer we samen eens de Peugeot de sporen gingen geven op de bergwegen in de buurt. “Je mag zelf wel gaan rijden hoor, geen probleem, het is maar blik.” Ik keek hem wat glazig aan… “Meen je dat nou?” Ja, hij meende dat echt. Een paar mooie foto’s was de enige tegenprestatie die ik moest leveren. Het was allemaal niet tegen dovemansoren gezegd en aan het eind van de middag reden we met de witte sportwagen naar het bergdorpje Hahnenklee. De weg er naartoe zit vol heerlijke bochten en dus ideaal om met zo’n auto op en af te boenderen. Wat wilden we nog meer?

De grens tussen de BRD en de DDR liep ooit dwars door de Harz. Het IJzeren Gordijn werd van 1949 tot oktober 1990 gevormd door muren, landmijnen en prikkeldraad en scheidde decennialang families en vrienden. Het gebied was levensgevaarlijk voor mensen, maar voor planten en dieren ontstond er een gebied waar vele soorten ongehinderd konden leven of zelfs overleven. Denk daarbij aan lynxen, wilde katten, zwarte ooievaars (ooit van gehoord?) en allerlei andere zeldzame soorten dieren en planten.

Nadat de muur in 1989 'viel' en in 1990 de grens tussen de twee Duitslanden ophield te bestaan, werd er een kostbaar stuk wildernis toegankelijk. Een gebied zonder bewoning wat later een onderdeel werd van de European Green Belt, 'Das Grünes Band’. Als je door de Harz rijdt valt het op hoe schaars het gebied bevolkt is en dat je heerlijk kunt rijden over de vele verlaten bergwegen. Een genot, zeker met een lekker voertuig onder je achterwerk. Uiteraard beter met een 'zero emission' voertuig, maar dat is een kwestie van tijd.

Ik heb tijdens mijn auto-loopbaan meerdere Peugeots mogen rijden en was nooit erg enthousiast, de Franse slag zal ik als hoofdreden maar noemen. Maar naar mate de jaren vorderden werd het steeds beter. De 207 en de 308 die ik niet zo erg lang geleden reed waren echt prima auto's. Hoe ik die waardeerde is ook wel ergens terug te vinden in één van mijn verhaaltjes of op de pagina's van Autoweek. Het is duidelijk, Peugeot heeft de laatste jaren een enorme inhaalslag gemaakt wat betreft bouwkwaliteit en ook de RCZ is een zeer degelijke auto gebleken.


De Peugeot RCZ vond ik van meet af aan een smaakvolle en origineel vormgegeven sportwagen. Van binnen en van buiten. Waar die letters RCZ vandaan komen schijnt niemand met zekerheid te kunnen zeggen, veel verder dan speculaties komt men niet. De RCZ werd gebouwd bij Magna Steyr in Oostenrijk en sleepte een hele reeks designprijzen in de wacht. Onder de motorkap huisden 4-cilinder benzinemotoren van 156 tot 270 pk. In Nederland liep men niet warm voor deze auto, opmerkelijk en onterecht. 'Tikkeltje te wild amigo?' De RCZ is uiteraard geen Ferrari of Lamborghini, maar het is opmerkelijk hoeveel mensen de auto nakijken. Geen auto voor introverte muurbloempjes dus. De RCZ heeft een 'cab forward' design met een langgerekt profiel, stoere en brede heupen en een schitterende gewelfde dakconstructie. De proporties en detaillering zijn prachtig. Het dak met het golvende glas is een kunststuk op zich, een sculptuur als door een beeldhouwer gemaakt. 


We hebben al met al toch wel een uurtje of twee lekker door berg en dal getoerd. Ik heb me qua rijstijl wel een beetje ingehouden want het is toch de auto van iemand anders niet waar? P.’s RCZ heeft de lichtste motorisering maar je komt er niets mee te kort, in tegendeel! De RCZ rijdt super strak en is toch nog verrassend comfortabel, echt een heerlijke auto. De Franse bolide stuurt met gevoel, reageert lekker spontaan op het gas en gaat vanwege het lage zwaartepunt uitstekend door de bocht. Vooral haarspeldbochten naar boven zijn echt een genot om te 'nemen'. Terug schakelen tot het optimale koppel-toerental, dan voor de bocht uitwijken naar de as van de weg en dan in de bocht naar binnen sturen en dan vol op het gas. Hahaha, dat is zó leuk. De auto is alweer tien jaar oud, maar uit niets blijkt die ervaring, alles functioneert of het nieuw is en ik heb geen rammeltje gehoord. Ik heb echt ontzettend genoten van die twee uurtjes en het was voor mij het hoogtepunt van onze dagen in de Harz. Bij dezen: nogmaals bedankt P. Zeer gewaardeerd!

Ik heb voor de geïnteresseerden een paar (verkleinde) foto's geplaatst. Ze staan hier: HARZ 2020


dinsdag 20 oktober 2020

BLUE NOTE RE: IMAGINED

Onlangs heb ik een afspeellijst aangemaakt in mijn Spotify player met de naam: CD &VINYL COLLECTION. Ik luister het meest naar mijn muziek in mijn mancave. Op mijn desktop staat Spotify en via een iPhone stuur ik de stream naar een draadloze Yamaha DAC, respectievelijk mijn Luxman versterker en B&W luidsprekers. Op de desktop heb ik een snelkoppeling gemaakt naar een Excel bestand met daarin mijn elpee en CD verzameling. Zo zoek ik regelmatig in die oude meuk naar een leuk schijfje of plaatje van vroeger, zoek het album op Spotify en speel het dan streaming af. Ik kan natuurlijk ook een CD of LP uit de kast halen, maar gemak(zucht) dient de mens he? Veel muziek is inmiddels toch wel bejaard geraakt, merk ik. Leuk om weer eens te luisteren, maar dan geloof ik het vaak wel weer. Maar er zijn albums die tijdloos goed zijn of zelfs beter binnen komen dan destijds. De ‘platen’ die mij dan weer goed bevallen zet ik dan in de genoemde playlist. 

Zo viel het mij op dat ik het afgelopen jaar weinig bezig ben geweest met nieuwe releases. Niet zo heel gek want ik vind dat er weinig écht interessante muziek van mijn gading is bijgekomen. Het zal ook wel met Corona te maken hebben. Weinig reden om iets te schrijven over muziek dus, want mijn muziek-anekdotes zijn al lang op. Ik heb dit jaar best mooie nieuwe muziek gehoord binnen allerlei muzikale stijlen, maar ik was zelden echt ondersteboven. Dat was wel het geval met Nubya Garcia’s ‘Source’ album, Christian Scott’s ‘Axiom’ project en nog een nieuw album, het lijdend voorwerp van dit korte verhaaltje. Maar dat komt zo. Nubya’s album luister ik af en toe, erg jammer van de zware bas in de eind mix (thank god voor een versterker met toon controle). Het album van Scott luister ik wat vaker. Christian Scott’s live project is opgenomen in de Blue Note club en het was zijn laatste optreden voordat de COVID-19 pandemie uitbrak in New York. Gewéldige muziek met respect voor traditie én zin voor vernieuwing. Niet voor iedereen, maar voor de echte jazzliefhebbers zeker de moeite waard om eens te luisteren. De audiofiele kwaliteit van Axiom is redelijk maar niet bijzonder. Een hoofdtelefoon en hard afspelen scheelt trouwens een heleboel…

Het derde en nieuwste album wat ik echt bijzonder goed vind is ‘Blue Note Re: imagined’ (Blue Note/Decca). Het is vorige week vrijdag beschikbaar gekomen en stond in mijn ‘Discover Weekly’ speellijst. Die speellijst wordt wekelijks aangeboden met suggesties op basis van mijn luistergedrag. Big Spotify is watching me... Sinds de eerste luistersessie heb ik het album veel geluisterd en ik vind het de moeite waard om er een paar regels aan te wijden.

Blue Note’s discografie omvat veel van de belangrijkste jazzmuziek die ooit binnen het genre is opgenomen. Tot op de dag vandaag. Vorige week brachten zij het genoemde album uit. ‘Blue Note Re: imagined’ bestaat uit een compilatie van covers van Blue Note-klassiekers door jonge muzikanten uit, grotendeels, de hedendaagse Londense Jazz scene. Verwacht geen traditionele invalshoek, want nagenoeg alle nummers zijn geboetseerd naar de huidige muzikale tijdsgeest en soms onherkenbaar. Het is eigenlijk een ratjetoe van stijlen die toch op de een of andere manier een samenhangend geheel vormen. We horen jazz, soul, R&B, hiphop en meer. Van alles een beetje door elkaar heen. Soms dansbaar, soms helemaal niet. Elk nummer is een muzikaal statement op zich. De originele nummers zijn onder andere van Wayne Shorter, Herbie Hancock en Joe Henderson. De uitvoerende artiesten zijn inmiddels bekende muzikanten, zoals Nubya Garcia, Ezra Collective en Alfa Mist maar er doen ook nieuwe rijzende sterren mee. O ja, veel nummers zijn met zang en dat is op zich al bijzonder in de Blue Note discotheek maar ook in die van mij. De geluidskwaliteit lijkt goed maar dat kan ik pas goed beoordelen als ik beneden in onze huiskamer heb geluisterd.

Ik ga verder geen opsomming van nummers en artiesten doen. Luister zelf maar om een eigen mening te vormen.  Al met al behoort Blue Note Re: imagined tot het beste wat ik dit jaar heb gehoord, dat durf ik nu al te zeggen. Een geweldig album en het Blue Note label wat mij betreft volledig waardig. Het album is ook te koop als dubbelelpee. Gaaf toch? Als ik er goed over nadenk is zo’n plaat, of zelfs CD, eigenlijk veel leuker dan dat stomme streamen…


Naschrift 21 oktober 2020. Ga ik vandaag een bakkie doen bij mijn goeie vriend F. en waar valt mijn oog op? Precies. Naar aanleiding van zeer lovende kritieken in de Nederlandse kwaliteitskranten had hij de vinyl versie van 'Blue Note Re: imagined' aangeschaft! Wat een pracht, zo'n zware kartonnen hoes met twee van die ouderwetse schijven er in. Het is een emotie van weleer, het is nostalgie en het voelt goed. F. is het met mij eens, dit is echt een klasse album. De foto hieronder laat de binnenkant van het album zien, leuk met al die foto's. De beide platen zitten elk in een eigen hoes die weer volop lezenswaardige tekst en andere foto's bevatten. Wat kan ik er nog meer van zeggen? Geweldig allemaal.

Naschrift 25 oktober 2020. Na beluistering op mijn beter gekwalificeerde installatie in de woonkamer beoordeel ik de geluidskwaliteit als voldoende en niet veel meer dan dat. Ik mis het sprankelende van, bijvoorbeeld, een ECM album. Maar ja, dat is een benchmark die vaak onbereikbaar blijkt. De muziek van het album wordt er niet minder om en een beetje equalizing scheelt al snel een boel.




vrijdag 2 oktober 2020

THE EDGE

Werk, Corona, Trump, klimaat, milieu, het komt mij allemaal behoorlijk mijn neus uit. Tijd voor een wat luchtiger onderwerp. Letterlijk, maar dat wordt verderop in dit verhaal wel duidelijk. Wat dat luchtige aspect betreft is het goed dat we, ondanks of dankzij Corona, tijd hebben gehad om meer naar buiten te gaan en de zinnen wat te verzetten. Voor sommigen was het misschien een schrale troost, maar ik vond het geweldig. In mijn geval betekende dat natuurlijk fietsen wat de klok sloeg. Daar heb ik hier inmiddels genoeg over geschreven. Maar, toch nog even, wil ik met enige trots mijn huidige kilometrage delen. 


Als ik een stad bezoek waar ik niet eerder ben geweest probeer ik altijd het hoogste punt te bezoeken. Meestal is het een of ander bouwwerk, maar het kan ook een heuvel zijn met een mooi uitzicht. In dit blog deel ik wat van die 'luchtige' ervaringen en wellicht inspireert het lezers ook eens een keer een wolkenkrabber of kerktorentje te pakken.

De uitzichten bezoeken we doorgaans met zijn tweeën, maar, als dat zo uitkomt, ga ik ook alleen. Ik ben gek van die hoog gelegen panorama's, dat zal duidelijk zijn. De foto’s van de uitzichten zijn mijn trofeeën zonder welke een bezoek aan een stad voor mij niet compleet is. Van San Francisco tot Sydney. Europa spant de kroon waar een ontelbaar aantal torens, kastelen en andere hoge bouwwerken te bezichtigen zijn. Zo waren we onlangs in Amsterdam. We zouden eigenlijk een week naar Oostenrijk gaan maar vanwege allerlei redenen hebben we dat geannuleerd. In plaats daarvan hebben we ons in Nederland vermaakt in de vorm van 'dagjes uit' in eigen land. Zodoende was onze hoofdstad ook een keer aan de beurt mét bezoek aan een hoog panorama. Amsterdam heeft een paar mooie uitzichtpunten. De bekendste is ongetwijfeld de bar en het dakterras van ‘DoubleTree by Hilton’ naast het Centraal Station. Daar waren we al eens eerder geweest en iets nieuws trekt ons dan toch net iets meer. 


Sinds mei 2016 heeft de hoofdstad een nieuwe attractie en dat is het observatiedek op de A’DAM Toren aan het IJ, ooit de thuisbasis van Shell. Het gebouw herbergt nu kantoren, horeca en een hotel. Het gebouw heeft 22 verdiepingen en biedt vanaf het 'Sky Deck' een uitzicht van 360° over de stad en wijde omgeving. Vanwege het zeer matige weer vonden we het risico te groot om te reserveren en veel geld te betalen met de kans op beperkt zicht. We besloten naar een andere, voor ons onbekende, locatie te gaan. Floor17 is een bar en restaurant op de, niet geheel verrassend, 17e verdieping van het Leonardo Hotel bij het Rembrandtpark. Voor € 3,50 kun je een uurtje parkeren in hun parkeergarage. Het dak ligt op de 19e verdieping en biedt een weids uitzicht, maar is voor het mooie eigenlijk net te ver van de binnenstad. Volgende keer de A'DAM Toren, als het helder weer is.


Een lijst van hoge bouwwerken die ik nog graag wil bezoeken heb ik uiteraard ook. Vanwege de COVID-19 reisbeperkingen en mijn onzekere werksituatie zit het er allemaal voorlopig niet in, 'if ever'. Maar, dergelijke gedachten buiten beschouwing gelaten, heb ik wel een ‘bucketlist’. Hieronder mijn lijstje. Alle foto's op deze blog zijn trouwens met een muisklik te vergroten.

1. Burj Khalifa – Dubai - 830 meter
Waarschijnlijk moet ik die volgend jaar gaan vervangen voor de Dubai Creek Tower die dan het stokje over neemt als hoogste gebouw ter wereld. Hoe dan ook, de hoogste is natuurlijk een ‘must’. Wie weet maken we nog een keer een leuk tripje naar Dubai...

2. Edge Hudson Yards Observation Deck – New York City – 325 meter
Helemaal nieuw. Ik kom er verderop in dit blog uitgebreid op terug. Voorlopig niet mogelijk om te bezoeken helaas. 

3. The Shard – Londen – 310 meter
'Om de hoek’ en waarschijnlijk de eerste van mijn lijst buiten de Nederlandse grens die ik af kan tikken.

4. Eiffeltoren – Parijs – 300 meter
Lastig verhaal, dat wilde tot nog toe maar niet lukken. Hier kom ik zo ook nog even op terug.

5. Zalmhaventoren – Rotterdam – 215 meter
Dit is een hoogbouwcomplex met appartementen in aanbouw en zal, naar verwachting, medio 2022 worden opgeleverd. Het gebouw staat min of meer naast de Erasmusbrug op de noordoeverzijde van de Maas. Een uitzichtpunt met glazen wanden komt op 180 meter hoogte. Dat is qua hoogte vergelijkbaar met het hoogste punt van de ‘Euroscoop’ op de Euromast. Maar in dat claustrofobische en draaiende broeikastje kun je maar een paar minuten genieten op het hoogste punt want dan gaat het apparaat weer naar beneden. Op de Zalmhaventoren krijg je straks gewoon de tijd om op je gemak naar het uitzicht te kijken. Het wordt trouwens de hoogste wolkenkrabber van Nederland én de Benelux. 


Voor de volledigheid, de hoogste constructie van Nederland is de 372 meter hoge Gerbrandytoren. In de volksmond de 'zendmast van Lopik' en helaas niet toegankelijk voor het publiek.

Heel Azië, en met name China, stampt de ene waanzinnig hoge wolkenkrabber na de andere uit de grond. Mocht ik ook in een stad komen waar zo'n monster staat (dat zit er niet in), dan ga ik die zeker bezoeken maar ze komen niet op mijn bucketlist. Onbegonnen werk.

Heb ik een favoriet? Het Empire State Building is beslist één van de meest spectaculaire en beroemdste van allemaal. Toch, als ik er goed over nadenk, heb ik een andere favoriet en dat is de Tour Mont Parnasse in Parijs. Ik heb daar in 2015 een heel blog aan gewijd en daar verwijs ik graag naar. Mijn relatie met de Eiffeltoren wordt dan ook duidelijk: Parijs 2015 (hyperlink aanklikken en dan <Control> en <F> tegelijkertijd ingedrukt houden en daarna in het kader ‘1 feb' intikken. De juiste blog komt dan te voorschijn.

Ter illustratie heb ik een kleine compilatie gemaakt van uitzichten die ik in de loop der jaren heb gemaakt. Ik ben best trots op de verzameling en dankbaar dat ik dat allemaal heb mogen zien. Hieronder een overzichtje van de foto's op alfabetische volgorde per plaats. De hoogte van het bouwwerk staat er ook bij vermeld, als ik die info had. Dat is niet altijd de hoogte van waarvan ik de foto's heb gemaakt want dat was bijna in alle gevallen lager. 

Barcelona (Spanje) - Sagrada Familia - onbekend; nog steeds in aanbouw
Decin (Tsjechië) - Vyhlídková věž - hoogte onbekend
Gouda (NL) - Gouwekerk – 80 meter
Kathmandu (Nepal) - Swayambhunath (Monkey Temple) - onbekend
Madurai (India) – Shri Minakshi – 50 meter
New York (Verenigde Staten) - Empire State Building - 381 meter
Parijs (Frankrijk) - Tour Montparnasse - 209 meter
Rome (Italië) Complesso del Vittoriano (Victor Emmanuel II) - 81 meter
Rotterdam (NL) - Euromast/Euroscoop - 185 meter
San Francisco (Verenigde Staten) - Transamerica Pyramid - 260 meter
Singapore - Westin Stamford - 226 meter
Sint Petersburg (Rusland) - Izaakijevskije Sobor (Izaäkkathedraal) - 102 meter
Sydney (Australië) - Sydney Tower – 309 meter
Tel Avivdisctrict (Israël) - Rosh’ha-Ayin - 85 meter (altitude)
Venetië – (Italië) – Campanile di San Marco – 99 meter
Verona – (Italië) – Torre dei Lamberti – 84 meter

De (verkleinde) uitzichtfoto's staan hier: Vistas

Hoe kom je boven? Er zijn maar twee opties, de lift of de trap. De lift is natuurlijk heerlijk. Op zijn slechtst krijg je in een hoge joekel even last van druk op je trommelvliezen, maar dat is snel weer weg. In de oude bouwwerken ben je bijna altijd overgeleverd aan een stenen wenteltrap die steeds nauwer wordt naar mate je hoger komt. Zeker als er veel toeristen zijn is dat soms een gedring dat het een aard heeft en uitermate vervelend. Vroeger was het beklimmen van al die torens geen probleem maar met het klimmen der jaren en gewicht is dat voor mij toch wel een dingetje aan het worden. Met mijn lieve zuster ben ik niet zo heel lang geleden op de Domtoren geweest met zo'n steeds krapper wordende opgang. Ik bezwoer mij dat het de laatste keer was. Zwetend en vloekend kwam ik boven. Allemachtig, dat viel echt tegen. Dat moet voortaan echt anders en vooral rustig aan is het devies. Die domtoren ben ik trouwens ooit op geweest toen er een NASA raket tegenaan ‘gebouwd’ stond. Serieus!


In 1986 werd, ter promotie van de ruimtevaartmanifestatie Space '86, een geschilderde Saturnus V-raket op ware grootte tegen de Utrechtse Domtoren aangebracht. De raket en toren waren even hoog. Waanzinnig project natuurlijk, maar, dat is waar, men kon wel zien hoe gigantisch groot zo’n raket in werkelijkheid was. De Saturnus V was de grootste raket ooit gebouwd en het geesteskind van Wernher von Braun. De Saturnus werd gebruikt voor het Apollo-programma om mensen naar de Maan te schieten. Toen wij er waren kon je naar boven met een wankel bouwliftje aan de buitenzijde van de toren. Zie mijn foto hierboven. Ik veronderstel dat we om de een of andere reden niet met de trap konden en daarom het het liftje namen, dat weet ik niet meer. We waren er met Australische vrienden en met de wiebelende en rammelende constructie stegen we naar de top van de Domtoren. We vonden het maar een hachelijke onderneming. Niet onterecht want de volgende dag bleef het liftje halverwege de rit steken. Het duurde een paar uur voor de passagiers weer vaste grond onder de voeten hadden. Het was 'all over the news', haha.

De inspiratie voor dit blog kwam door een nieuw spectaculair uitzichtpunt. Het ‘Edge Hudson Yards Observation Deck’ in New York, in het kort ‘The Edge’ of 'Edge'. Ik zag wat gave plaatjes passeren op mijn Instagram en toevallig op dezelfde dag een item hierover op het nieuws. Ik was gelijk verkocht: “Daar moeten we naar toe!”. De ‘Edge’ werd op 11 maart dit jaar voor het publiek geopend. Het wordt nu al beschouwd als één van de mooiste stedelijke uitzichtpunten ter wereld. De Edge is een observatiedek op de 100ste verdieping van de ‘30 Hudson Yards’ wolkenkrabber in New York en is daarmee officieel het hoogste observatiedek in de open lucht op het westelijk halfrond. Wikipedia: 'Hudson Yards is een stedenbouwkundig project in de wijken Chelsea en Hudson Yards van Manhattan, New York. Het is de grootste private vastgoedontwikkeling van de Verenigde Staten naar oppervlakte.’ De wijk is hot & trending en kent onder andere ook het nieuwe en bizarre bouwwerk de ‘Vessel’.


The Edge is een uitkijkpunt waar je een fenomenaal uitzicht krijgt op de wereldberoemde skyline van New York. Het uitkijkplatform bevindt zich op de 100e verdieping en is in feite een 25 meter uitstekende punt in de vorm van een driehoek. Een deel van de driehoek bestaat uit glas waardoor je tussen je voeten 325 meter naar beneden op de straat kunt kijken. Wat mij natuurlijk bijzonder aanspreekt is dat het uitzichtpunt volledig in de open lucht is. De glazen wanden aan de rand van het platform wijken onder een hoek naar buiten waardoor je beter naar beneden kunt kijken en reflecties worden voorkomen. Op de grote trap naar het uitzichtpunt kun je over de glaswanden heen kijken en heb je vrij zicht op een werkelijk fantastisch panorama. De foto hieronder spreekt boekdelen.

© Courtesy of Related-Oxford

Helaas, de Verenigde Staten zijn, tot nader order, sinds 12 maart van dit jaar niet toegankelijk voor bewoners van de Schengenzone. Dankzij Corona. Nou begrijp ik van Nederlanders die in Amerika wonen dat het land de laatste jaren aan het afzakken is naar een steeds deplorabel wordende staat van onderhoud, polarisatie en armoede. De mooie herinneringen die wij aan eerdere bezoeken hebben moeten we maar koesteren zo lijkt het. Het land is gewoon niet meer wat het geweest is en dat schijn je ook als bezoeker goed te merken. Met ‘dank’ aan Donald Trump… New York is altijd een democraten-bolwerk geweest waar de republikeinen gelukkig weinig invloed hebben. In The Big Apple zal het met de teloorgang misschien dan nog meevallen, hoop ik... Maar voorlopig kunnen we The Edge sowieso wel op onze te goed gevulde buiken schrijven. Het zal de The Shard of de Zalmhaventoren wel worden die ik als eerste af kan vinken. Ook leuk.

zaterdag 12 september 2020

SIC FACTUM EST - HET IS ZOALS HET IS

Het was onvermijdelijk. Wat mij betreft was de vraag niet óf het zou gebeuren maar wanneer. Ik heb het over het einde van mijn dienstverband. Ik voelde het al in het voorjaar aankomen. Corona had toen de wereld volledig in zijn greep en het is sindsdien alleen maar erger geworden. De lockdowns, hoe noodzakelijk dan ook, resulteerden in een economische crisis die wij sinds de tweede wereldoorlog niet meer hebben gezien. Zo lang er geen vaccin is zijn we er nog lang niet van af, daar is geen twijfel aan. 

Ik werk al jaren in de olie- en gassector waarin ik techneuten detacheer naar projecten van producenten en ingenieursbureaus. Van werkvoorbereiders tot projectleiders. Het zijn allemaal tijdelijke projecten en van de ingehuurde specialisten wordt afscheid genomen zodra ze niet meer nodig zijn. Net als uitzendkrachten. Onze business, ‘staffing & recruiting’, is dus zeer gevoelig voor elke economische beweging. In positieve maar ook in negatieve zien. De vraag naar olie en gas is dramatisch afgenomen en de grote oliereuzen hebben hun investeringen geminimaliseerd. Misschien goed voor het milieu maar niet voor mijn baan. Met name Shell heeft ons de duimschroeven aangedraaid en zonder rigoureuze maatregelen bestaat het bedrijf waar ik nu werk volgend jaar misschien niet meer. Er waren eigenlijk geen andere opties meer voor mijn werkgever dan afscheid te nemen van een deel van haar personeel.

© Shell

Vorige week maandag belde ik J. “Ik voel dat er iets staat te gebeuren”. Ik had geen aanleiding om dat juist op dat moment te voelen. Een uur later belt er een directielid of ik morgen op kantoor wilde komen… Er is beslist meer tussen hemel en aarde. Het komt erop neer dat ik tot 1 november vrijgesteld ben van werk en dat op die datum mijn dienstverband eindigt. Ik treed verder niet in details, dit is tenslotte een publiek platform. De basis waarop de ontbinding tot stand gaat komen moet in principe een WW-uitkering veiligstellen. Eind oktober moet ik dan bij het UWV aankloppen.

Er spelen wel een aantal aspecten rondom deze situatie die mij bezig zullen gaan houden: 

1. Een nieuwe baan. Dat is wel even iets in deze tijd en op mijn leeftijd. Ik geef er de voorkeur aan om mij daardoor niet uit het veld te laten slaan. In tegendeel, het maakt mij strijdvaardig en ik ervaar toch ook wel weer als een prikkelende uitdaging. In ons gezinnetje hebben we wel een zeker talent, de nodige ervaring én geluk op dat gebied. Dat helpt en zonder (zelf-) vertrouwen kom je nergens.

2. Sociaal vangnet. Godzijdank hebben we dat in Nederland goed voor elkaar. Met een WW-uitkering van twee jaar is goed te leven. Alleen zit er dan nog een gat van 1,5 jaar tot de AOW leeftijd. Nou ja, dat duurt nog even. 

3. Pensioen. Het sociaal vangnet geeft natuurlijk rust, maar je bouwt geen pensioen meer op en dat is toch wel een punt van zorg en aandacht. 

4. Vrij. Mijn eerste dienstverband, bij de PTT, dateert van 1974 en mijn arbeidsverleden op de UWV-teller staat op 45 jaar. Het is wel even tijd voor een adempauze dunkt me.

Ik ben nu vrij tot 1 november. Dat zijn meer dan zeven weken volledig betaald mét gebruik van de auto. Ik vind het geweldig en geniet er vanaf de eerste dag al van. Fantastisch om de tijd voor alles en nog wat te hebben. 'Always Look on the Bright Side of Life' nietwaar?

5. Auto. Die moet ik inleveren en dat doet pijn. Gelukkig heeft J. een mooie nieuwe Opel Karl met alles erop en eraan en dat compenseert die pijn weer een beetje. Fijn wagentje en voor twee personen helemaal prima. Ik bedacht eigenlijk zojuist dat ik voor de ‘fun’ af en toe eens een vette auto kan huren voor een dagje ofzo. Om mijn petrolhead-behoeften te bevredigen. Goed idee eigenlijk, al zeg ik het zelf.

6. Collega’s. Ik vind dat ik best collegiaal ingesteld ben maar ik heb zoveel banen gehad dat ik weinig persoonlijke band meer met hen ontwikkel. Dat gaat onbewust en ik denk dat het een beschermingsmechanisme is. Voor de meeste mensen is het afscheid moeten nemen van collega's echt wel ingrijpend. Ik benoem dit aspect maar even omdat het de lezer misschien op zou vallen als ik er niets over zou zeggen.

Mijn moeder zei altijd "Huis nieuws is geen straatnieuws". Ik hoef niet uit te leggen wat ze daarmee bedoelde. Het bovenstaande is wellicht huisnieuws, maar dit is een plek waarin ik belangrijke momenten in de tijd én mijn leven wil vastleggen en reflecties wil delen. Het einde van mijn dienstverband is tenslotte wederom een scharnierpunt in de tijd. De zoveelste weliswaar, maar ik ben niet van plan daar op een negatieve manier in te zitten en zeker niet onder de pet te houden. Ik ben niet iemand die met zijn broodtrommel 's ochtends de deur uit gaat en dan tot vijf uur in een park gaat zitten, haha. Nee, dit soort ontwikkelingen moet je juist aan de grote klok hangen. 'Netwerken' heet dat tegenwoordig. Nou ja, we gaan het allemaal zien. Spannend is het natuurlijk weer wel…


donderdag 10 september 2020

HERBIE HANCOCK – RIVER: THE JONI LETTERS

Onze zoon Stijn is inmiddels een goede maar bescheiden pianist en treedt niet vaak op de voorgrond. Toen hij nog op school zat speelde hij regelmatig op allerlei podia. Op de diverse scholen maar ook daarbuiten. Meestal omdat hij gevraagd werd voor begeleiding of aangemoedigd door, vooral, zijn moeder. Inmiddels werkt hij alweer een aantal jaren als piano adviseur/verkoper. Het spelen voor publiek is sindsdien een stuk minder en dat komt vooral omdat dat zijn eigen keuze is. Het piano spelen ‘an sich’ is voor hem het belangrijkst. Tot aan ‘Corona’ had hij nog wel regelmatig allerlei schnabbels, maar sindsdien is het stil. Helaas geldt dat voor bijna de hele culturele sector. Laten we hopen dat die situatie snel voorbij gaat. Ik denk dat het ook goed voor hem is om af en toe een podium op te zoeken. Maar ja, dat is vooral aan hem natuurlijk.

Muzikaal zit Stijn allerminst stil en oefent, speelt, luistert en kijkt iedere dag. Bovendien is hij in de gelegenheid om tijdens verloren momenten of na sluitingstijd eens lekker achter een mooie Blüthner, Yamaha of zelfs een Fazioli vleugel te gaan zitten. Fazioli vleugels worden beschouwd als het beste wat er op dit gebied te koop is. Onlangs had zijn werkgever een gebruikte F308 in de zaak. De grootste concertvleugel die er bestaat en uitgerust met vier pedalen. Een nieuw exemplaar wisselt voor ongeveer drie ton van eigenaar. Onder andere Herbie Hancock speelt op een Fazioli en is een ambassadeur van het merk en in het licht van dit blog een leuk weetje.

Oefening baart kunst. Ik merk dat Stijn's kennis van muziek, techniek en theorie steeds beter wordt. Regelmatig, als ik in mijn 'mancave' zit en hij op zijn kamer, wipt hij even langs om muziek te delen. Muziek is in ons gezin iets waar we dagelijks mee in de weer zijn. J. met zingen en haar koor, ik met luisteren en schrijven en Stijn met piano spelen, luisteren en kijken (Youtube). Stijn's nieuwe vondsten luisteren en bekijken wij vooral samen. Hij wijst mij dan ook regelmatig op de technische aspecten van uitvoering of compositie. Zo steek ik ook er nog eens wat van op, als ik het begrijp... De nadruk ligt op jazz, maar ook gospel, pop, klassiek en dergelijke komen aan de orde. Zo tipte hij mij onlangs op de ‘Sunday Services’ van Kanye West. Pardon? Jazeker. West is tegenwoordig in de Heer en geeft concerten met een enorm koor. Hieronder een opname van Youtube van een volledig concert in The Forum, een indoorarena in Inglewood nabij Los Angeles. Luister eens naar de opening tot ongeveer de 14e minuut. De kwaliteit van meerstemmigheid en het feilloze gevoel van al die mensen voor ritme en timing is echt schitterend. Tussen de 35 en 45e minuut kun je horen wat groove is, echt te gek. Het stukje vanaf 36:00, daar mochten ze van mij wel een uurtje mee doorgaan... Het klinkt overigens alleen maar redelijk goed via een eerste klas koptelefoon en liefst keihard. Als je niet in de Here bent moet je over dat aspect maar even heen stappen. Ik vond het authentiek en indrukwekkend. Na een keer luisteren weet je het wel, maar het deed mij wel wat. 


Vorig week liep hij weer even bij mij binnen en vroeg of ik Herbie Hancock’s ‘River’ album kende. “Eh.. Ik ken het wel, maar ik weet het eigenlijk niet meer zo goed.” Ik moest dan maar weer eens opnieuw gaan luisteren zei hij. Zijn adviezen negeer ik nooit.

Herbie Hancock, het aantal keren dat ik zijn naam heb genoemd in mijn blogs is ontelbaar. Ik heb echter nooit een blog aan Herbie specifiek gewijd, dus dat moet ik nog maar eens een keer doen. Zoon Stijn en ondergetekende zijn grote fans, maar wel met wat restricties. Herbie's discografie waaiert qua stijlen namelijk nogal wat kanten op en niet altijd die van ons. Het maakt dat ik niet per se helemaal opgewonden ben als hij een nieuw album uitbrengt. We hebben hem ooit live mogen zien spelen, zie mijn blog Muziek 2008-2014; even zoeken naar 10 juli 2011. Dat was wel een mooie ervaring.  

Toen Herbie Hancock's Joni Mitchell-tribute-album in 2007 uitkwam met de titel ‘River: The Joni Letters’, heb ik er weinig tijd aan besteed. Zangeressen all over the place en daar ging ik blijkbaar niet helemaal voor. In dit specifieke geval wel vreemd omdat ik Joni Mitchell hoog heb zitten. In mijn platenkast prijken o.a. haar legendarische (jazz-) albums 'Don Juan's Reckless Daughter' uit 1977 en 'Mingus' uit 1979. Eerlijk gezegd heb ik destijds dus nooit de tijd genomen om echt goed naar River te luisteren. My loss.

River is een eerbetoon aan Joni Mitchell’s muziek en vol met mooie vertolkingen door een scala aan zangeressen, Joni incluis. Opmerkelijk is de gave uitvoering van Tina Turner; zo kennen we haar niet. Dat ik River niet eerder goed had geluisterd was weer eens een flinke misser. Ik heb er wat reviews van opgezocht en grappig is dat meerdere recensenten hetzelfde hadden; ze kwamen er pas jaren later achter wat een mooi album het is. De muzikale chemie is prachtig, maar, hoe mooi de dames ook zingen en Leonard Cohen zijn vers voorleest, de muzikanten stelen wat mij betreft de show. Zie de buitengewone opsomming van klinkende namen hieronder. De opnamekwaliteit is daarnaast ook nog eens prachtig. Vol, tikje warm en geen compressie of overdreven reverb toegepast. Al met al denk ik dat ‘River: The Joni Letters’ een klassieker in de maak is en daarom een plaats op mijn blog verdient. Hieronder een aardig filmpje van de ‘making of'. Heel vreemd is dat er geen zangeres in het filmpje te bekennen is. 


  • Herbie Hancock: piano; 
  • Wayne Shorter: soprano and tenor saxophones; 
  • Dave Holland: bass; 
  • Vinnie Colaiuta: drums; 
  • Lionel Loueke: guitar; 
  • Norah Jones: vocal; 
  • Tina Turner: vocal; 
  • Corinne Bailey Rae: vocal; 
  • Joni Mitchell: vocal; 
  • Luciana Souza: vocal; 
  • Leonard Cohen: vocal;


STONEAGEIMAGES OUDE BLOGS

Stoneageimages. Stoere titel vond ik het. Door J. verzonnen. Het was bedoeld als een werknaam voor al mijn fotografische uitingen. Hoe ze aan die naam en analogieën kwam heb ik al eens eerder uit de doeken gedaan. Het blog wat ik vanaf 2008 van plan was bij te gaan houden zou voornamelijk over fotografie gaan en dus was die naam wel passend. Het werd allemaal heel anders met het blog, zoals mijn lezers weten, maar de naam Stoneageimages heb ik gehandhaafd. Vanaf het begin heb ik, om moverende redenen, drie verschillende platforms gebruikt voor mijn blogs zoals ik pas nog aanhaalde. Hieronder de voorpagina's van de twee verschillende platforms.



Naar mate ik meer publiceerde werd het steeds lastiger om iets specifieks te zoeken in de verschillende blogs. Het is zoveel dat ik niet meer weet wat ik heb geschreven... In de loop van 2016 ben ik overgeschakeld naar Blogger van Google. Dat zag er beter uit, had meer mogelijkheden en was bovendien gratis. De hosting van de twee oudere platforms zou per augustus opeens heel veel geld gaan kosten en dat vond ik het niet meer waard. Van de andere kant, het zou ook zonde zijn als al die webpagina's uit de cloud verdwenen. Maar, hoera, hoera, ik ontdekte onlangs dat ik de content van de oude blogs met knippen en plakken gewoon in Blogger konden onderbrengen. Alles bij elkaar op één plek. Super. Inmiddels heb ik alles overgezet. De oude blogs zijn terug te vinden in het blogarchief aan de rechterzijde van pagina onder '2014 december' (blogs 2014-2016) en '2008 december' (blogs 2008-2014). Of even in het blogarchief naar het label 'ZZ OUDE BLOGS' gaan. Daar staan ze allemaal onder elkaar per onderwerp. Veel hyperlinks bestaan of werken niet meer. Meestal is de verwijzing naar een website nog wel te herleiden aan de hand van de tekst. Ik zal de blogs nog nalopen en kijken of wat 'herstelwerk' doen als ik dat zinvol acht.


Bij de vorige host had ik ook een fotopagina (url) met een selectie per onderwerp en per jaar van mijn gemaakte foto’s. Die heb ik ook laten vervallen. Daar kijkt toch geen mens meer naar en bovendien heb ik al mijn fotowerk elders in de cloud en kan daar in de toekomst ook nog van alles mee doen. Als ik per se een kleine fotoserie wil delen gaat dat heel makkelijk, snel en gratis via een hyperlink naar Flickr. Als ik de relevantie van zo’n Flickr serie niet meer zie, dan haal ik die er gewoon weer af. Makkelijk zat.

Deze kleine portfolio heb ik in twee minuten gemaakt: PORTFOLIO

Nou ja, ik ben weer helemaal bij en up to date. Ik vind het van belang om mijn schrijverij en fotografie  in stand en toegankelijk te houden. Het gaat tenslotte om duizenden pagina's tekst en meer dan 100.000 foto's. Dat is niets niks.

woensdag 1 juli 2020

ADAM ROSKAM – EEN RECTIFICATIE

Het geheugen kan rare trucs met een mens uithalen. Soms kunnen herinneringen in de loop der jaren geleidelijk een andere gedaante aannemen. Zo kreeg ik van mijn nicht Annet een mailtje dat de anekdote over mijn oom Ad en het speelgoedeendje ten tijde van zijn militaire keuring niet klopte. Zie mijn blog van 27 juni jl. Ik had het verhaal ooit meegekregen van mijn moeder, de zus van oom Ad. Door de mist van de tijd heeft de herinnering het verhaal blijkbaar volledig gemuteerd. Hoe het wél was gegaan heeft mijn nicht opgeschreven. Ik citeer haar onderaan dit blog.

Nu het zo aan de orde komt is het wel leuk en eervol om wat regels aan mijn oom Ad te wijden. Ad Roskam was de middelste van drie kinderen. Mijn oom Huib was de jongste en Pieta, mijn moeder, de oudste. Van mijn moeder begreep ik dat Ad altijd al een authentieke en kunstzinnige jongen was. Zo liep hij regelmatig rond met met een lange kuif en een cape. Ad bleek creatieve talenten en ambities te hebben en wilde graag naar de kunstacademie. Met een stapel tekeningen rijdt hij, middenin in de oorlog, op een fiets met houten banden naar de academie in Den Haag. Men is zeer onder de indruk van zijn werk en in 1944, hij is dan vijftien jaar, wordt hij toegelaten. Waarschijnlijk hun jongste student ooit. Ad studeert af bij de academie in 1949. Hij werkt daarna onder andere als leraar tekenen aan de Grafische School in Amsterdam en in 1957 wordt hij benoemd tot docent reclametekenen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. In 1975 overlijdt Ad, veel te vroeg, aan de gevolgen van een agressieve vorm van Multiple Sclerose. 

Mijn persoonlijke herinneringen aan oom Ad stammen vooral uit de tijd dat ik zelf nog een kind was die ook heel graag tekende. Ik vond het werk van mijn oom als klein ventje al prachtig. Vooral de bijna abstracte en geometrische interpretaties van de Nederlandse polder- en cultuurlandschappen spraken mij zeer aan. 



Als we op bezoek gingen bij oom Ad, zijn vrouw Henny en dochter Annet, was ik in de eerste plaats onder de indruk hoe liefdevol mijn tante zorgde voor haar zieke man. Dat moet ontzettend zwaar zijn geweest, voor hen alle drie trouwens. Daar kan een mens zich bijna niets bij voorstellen. Ik nam ook altijd tekeningen mee voor oom Ad. Ter beoordeling. Ik herinner mij dan dat hij, na ons eerste kopje koffie of glas limonade zei: “Zo, laat maar eens zien wat je bij je hebt”, wijzend op mijn stapel tekeningen. Hij prees mijn werk altijd de hemel in. Ik was dan zo trots als een pauw, want ik had hem hoog zitten als mens én als kunstenaar.

Mijn nicht Annet heeft een website aan haar vader gewijd: Adam Roskam

Zij heeft ook een schitterend en fascinerend boek geschreven over het leven en werk van haar vader: ‘Adam Roskam – polderjongen in een verdwijnend landschap’. Goed geschreven en fraai geïllustreerd.  Een boeiend boek voor iedereen die oprechte interesse heeft in het leven en werk van een zeer authentieke kunstenaar die helaas toch een beetje in de vergetelheid is geraakt.


Ad Roskam’s kunstuitingen zijn in mijn ogen volledig uniek en onderscheidend. Het is eigenlijk hoog tijd dat zijn werk de aandacht krijgt die het altijd al verdiend heeft. Ik fiets elke avond door ‘zijn’ landschappen, die er gelukkig nog steeds zijn, en denk dan nog regelmatig aan hem.

Dit is de rectificatie van mijn nicht Annet:

“… Hij werd opgeroepen en zijn vrienden uit de kunstenaarswereld aasden allemaal op S5. Maar hij niet. S5 kon namelijk altijd aan je broek blijven kleven, zeker als je een baan bij de (semi)overheid zou willen. En het kunstonderwijs leek hem wel wat. En hij had een voorbeeld gezien van een vriend van hem, die geestelijke instabiliteit fakete. Hij werd niet geloofd, en dus een paar weken in een psychiatrische inrichting opgenomen om te zien of het echt was. Het scheelde niet veel, of hij was daar echt doorgedraaid. 
Mijn vader was dus niet uit op S5 en heeft dat ook niet gekregen. Toen hij werd opgeroepen heeft hij een gedichtenbundel in zijn achterzak gestopt ‘dichters van nu’, heette het. Het waren gedichten van dichters die in die tijd als communistenvriendelijk werden bestempeld. Alle opgeroepenen moesten in een zaal komen. Hij ging bewust vooraan zitten. De dichtbundel goed in het zicht. Toen er een hoge ome binnenkwam werd iedereen gemaand om op te staan. Ad bleef echter zitten in het volle zicht van de hoge ome (generaal, kolonel, geen idee). Die liep naar hem toe en maakte een gebaar dat hij moest opstaan. Mijn vader schudde van nee. ‘Ik sta voor niemand op’. Er volgde een gesprek waarin de gedichtenbundel ter sprake kwam en de vraag wat hij vond van het communisme. Mijn vader was absoluut geen communist, maar gaf bij deze gelegenheid te kennen het communisme een warm hart toe te dragen. Waren het niet vooral de communisten die in het verzet hadden gezeten? Nou dan. In de jaren vijftig stond men zeer huiverig ten opzichte van het communisme, zeker in het leger. Men was er dan ook snel van overtuigd dat ze Ad beter kwijt dan rijk konden zijn. En hij werd heengezonden. Zonder S5.”