vrijdag 2 oktober 2020

THE EDGE

Werk, Corona, Trump, klimaat, milieu, het komt mij allemaal behoorlijk mijn neus uit. Tijd voor een wat luchtiger onderwerp. Letterlijk, maar dat wordt verderop in dit verhaal wel duidelijk. Wat dat luchtige aspect betreft is het goed dat we, ondanks of dankzij Corona, tijd hebben gehad om meer naar buiten te gaan en de zinnen wat te verzetten. Voor sommigen was het misschien een schrale troost, maar ik vond het geweldig. In mijn geval betekende dat natuurlijk fietsen wat de klok sloeg. Daar heb ik hier inmiddels genoeg over geschreven. Maar, toch nog even, wil ik met enige trots mijn huidige kilometrage delen. 


Als ik een stad bezoek waar ik niet eerder ben geweest probeer ik altijd het hoogste punt te bezoeken. Meestal is het een of ander bouwwerk, maar het kan ook een heuvel zijn met een mooi uitzicht. In dit blog deel ik wat van die 'luchtige' ervaringen en wellicht inspireert het lezers ook eens een keer een wolkenkrabber of kerktorentje te pakken.

De uitzichten bezoeken we doorgaans met zijn tweeën, maar, als dat zo uitkomt, ga ik ook alleen. Ik ben gek van die hoog gelegen panorama's, dat zal duidelijk zijn. De foto’s van de uitzichten zijn mijn trofeeën zonder welke een bezoek aan een stad voor mij niet compleet is. Van San Francisco tot Sydney. Europa spant de kroon waar een ontelbaar aantal torens, kastelen en andere hoge bouwwerken te bezichtigen zijn. Zo waren we onlangs in Amsterdam. We zouden eigenlijk een week naar Oostenrijk gaan maar vanwege allerlei redenen hebben we dat geannuleerd. In plaats daarvan hebben we ons in Nederland vermaakt in de vorm van 'dagjes uit' in eigen land. Zodoende was onze hoofdstad ook een keer aan de beurt mét bezoek aan een hoog panorama. Amsterdam heeft een paar mooie uitzichtpunten. De bekendste is ongetwijfeld de bar en het dakterras van ‘DoubleTree by Hilton’ naast het Centraal Station. Daar waren we al eens eerder geweest en iets nieuws trekt ons dan toch net iets meer. 


Sinds mei 2016 heeft de hoofdstad een nieuwe attractie en dat is het observatiedek op de A’DAM Toren aan het IJ, ooit de thuisbasis van Shell. Het gebouw herbergt nu kantoren, horeca en een hotel. Het gebouw heeft 22 verdiepingen en biedt vanaf het 'Sky Deck' een uitzicht van 360° over de stad en wijde omgeving. Vanwege het zeer matige weer vonden we het risico te groot om te reserveren en veel geld te betalen met de kans op beperkt zicht. We besloten naar een andere, voor ons onbekende, locatie te gaan. Floor17 is een bar en restaurant op de, niet geheel verrassend, 17e verdieping van het Leonardo Hotel bij het Rembrandtpark. Voor € 3,50 kun je een uurtje parkeren in hun parkeergarage. Het dak ligt op de 19e verdieping en biedt een weids uitzicht, maar is voor het mooie eigenlijk net te ver van de binnenstad. Volgende keer de A'DAM Toren, als het helder weer is.


Een lijst van hoge bouwwerken die ik nog graag wil bezoeken heb ik uiteraard ook. Vanwege de COVID-19 reisbeperkingen en mijn onzekere werksituatie zit het er allemaal voorlopig niet in, 'if ever'. Maar, dergelijke gedachten buiten beschouwing gelaten, heb ik wel een ‘bucketlist’. Hieronder mijn lijstje. Alle foto's op deze blog zijn trouwens met een muisklik te vergroten.

1. Burj Khalifa – Dubai - 830 meter
Waarschijnlijk moet ik die volgend jaar gaan vervangen voor de Dubai Creek Tower die dan het stokje over neemt als hoogste gebouw ter wereld. Hoe dan ook, de hoogste is natuurlijk een ‘must’. Wie weet maken we nog een keer een leuk tripje naar Dubai...

2. Edge Hudson Yards Observation Deck – New York City – 325 meter
Helemaal nieuw. Ik kom er verderop in dit blog uitgebreid op terug. Voorlopig niet mogelijk om te bezoeken helaas. 

3. The Shard – Londen – 310 meter
'Om de hoek’ en waarschijnlijk de eerste van mijn lijst buiten de Nederlandse grens die ik af kan tikken.

4. Eiffeltoren – Parijs – 300 meter
Lastig verhaal, dat wilde tot nog toe maar niet lukken. Hier kom ik zo ook nog even op terug.

5. Zalmhaventoren – Rotterdam – 215 meter
Dit is een hoogbouwcomplex met appartementen in aanbouw en zal, naar verwachting, medio 2022 worden opgeleverd. Het gebouw staat min of meer naast de Erasmusbrug op de noordoeverzijde van de Maas. Een uitzichtpunt met glazen wanden komt op 180 meter hoogte. Dat is qua hoogte vergelijkbaar met het hoogste punt van de ‘Euroscoop’ op de Euromast. Maar in dat claustrofobische en draaiende broeikastje kun je maar een paar minuten genieten op het hoogste punt want dan gaat het apparaat weer naar beneden. Op de Zalmhaventoren krijg je straks gewoon de tijd om op je gemak naar het uitzicht te kijken. Het wordt trouwens de hoogste wolkenkrabber van Nederland én de Benelux. 


Voor de volledigheid, de hoogste constructie van Nederland is de 372 meter hoge Gerbrandytoren. In de volksmond de 'zendmast van Lopik' en helaas niet toegankelijk voor het publiek.

Heel Azië, en met name China, stampt de ene waanzinnig hoge wolkenkrabber na de andere uit de grond. Mocht ik ook in een stad komen waar zo'n monster staat (dat zit er niet in), dan ga ik die zeker bezoeken maar ze komen niet op mijn bucketlist. Onbegonnen werk.

Heb ik een favoriet? Het Empire State Building is beslist één van de meest spectaculaire en beroemdste van allemaal. Toch, als ik er goed over nadenk, heb ik een andere favoriet en dat is de Tour Mont Parnasse in Parijs. Ik heb daar in 2015 een heel blog aan gewijd en daar verwijs ik graag naar. Mijn relatie met de Eiffeltoren wordt dan ook duidelijk: Parijs 2015 (hyperlink aanklikken en dan <Control> en <F> tegelijkertijd ingedrukt houden en daarna in het kader ‘1 feb' intikken. De juiste blog komt dan te voorschijn.

Ter illustratie heb ik een kleine compilatie gemaakt van uitzichten die ik in de loop der jaren heb gemaakt. Ik ben best trots op de verzameling en dankbaar dat ik dat allemaal heb mogen zien. Hieronder een overzichtje van de foto's op alfabetische volgorde per plaats. De hoogte van het bouwwerk staat er ook bij vermeld, als ik die info had. Dat is niet altijd de hoogte van waarvan ik de foto's heb gemaakt want dat was bijna in alle gevallen lager. 

Barcelona (Spanje) - Sagrada Familia - onbekend; nog steeds in aanbouw
Decin (Tsjechië) - Vyhlídková věž - hoogte onbekend
Gouda (NL) - Gouwekerk – 80 meter
Kathmandu (Nepal) - Swayambhunath (Monkey Temple) - onbekend
Madurai (India) – Shri Minakshi – 50 meter
New York (Verenigde Staten) - Empire State Building - 381 meter
Parijs (Frankrijk) - Tour Montparnasse - 209 meter
Rome (Italië) Complesso del Vittoriano (Victor Emmanuel II) - 81 meter
Rotterdam (NL) - Euromast/Euroscoop - 185 meter
San Francisco (Verenigde Staten) - Transamerica Pyramid - 260 meter
Singapore - Westin Stamford - 226 meter
Sint Petersburg (Rusland) - Izaakijevskije Sobor (Izaäkkathedraal) - 102 meter
Sydney (Australië) - Sydney Tower – 309 meter
Tel Avivdisctrict (Israël) - Rosh’ha-Ayin - 85 meter (altitude)
Venetië – (Italië) – Campanile di San Marco – 99 meter
Verona – (Italië) – Torre dei Lamberti – 84 meter

De (verkleinde) uitzichtfoto's staan hier: Vistas

Hoe kom je boven? Er zijn maar twee opties, de lift of de trap. De lift is natuurlijk heerlijk. Op zijn slechtst krijg je in een hoge joekel even last van druk op je trommelvliezen, maar dat is snel weer weg. In de oude bouwwerken ben je bijna altijd overgeleverd aan een stenen wenteltrap die steeds nauwer wordt naar mate je hoger komt. Zeker als er veel toeristen zijn is dat soms een gedring dat het een aard heeft en uitermate vervelend. Vroeger was het beklimmen van al die torens geen probleem maar met het klimmen der jaren en gewicht is dat voor mij toch wel een dingetje aan het worden. Met mijn lieve zuster ben ik niet zo heel lang geleden op de Domtoren geweest met zo'n steeds krapper wordende opgang. Ik bezwoer mij dat het de laatste keer was. Zwetend en vloekend kwam ik boven. Allemachtig, dat viel echt tegen. Dat moet voortaan echt anders en vooral rustig aan is het devies. Die domtoren ben ik trouwens ooit op geweest toen er een NASA raket tegenaan ‘gebouwd’ stond. Serieus!


In 1986 werd, ter promotie van de ruimtevaartmanifestatie Space '86, een geschilderde Saturnus V-raket op ware grootte tegen de Utrechtse Domtoren aangebracht. De raket en toren waren even hoog. Waanzinnig project natuurlijk, maar, dat is waar, men kon wel zien hoe gigantisch groot zo’n raket in werkelijkheid was. De Saturnus V was de grootste raket ooit gebouwd en het geesteskind van Wernher von Braun. De Saturnus werd gebruikt voor het Apollo-programma om mensen naar de Maan te schieten. Toen wij er waren kon je naar boven met een wankel bouwliftje aan de buitenzijde van de toren. Zie mijn foto hierboven. Ik veronderstel dat we om de een of andere reden niet met de trap konden en daarom het het liftje namen, dat weet ik niet meer. We waren er met Australische vrienden en met de wiebelende en rammelende constructie stegen we naar de top van de Domtoren. We vonden het maar een hachelijke onderneming. Niet onterecht want de volgende dag bleef het liftje halverwege de rit steken. Het duurde een paar uur voor de passagiers weer vaste grond onder de voeten hadden. Het was 'all over the news', haha.

De inspiratie voor dit blog kwam door een nieuw spectaculair uitzichtpunt. Het ‘Edge Hudson Yards Observation Deck’ in New York, in het kort ‘The Edge’ of 'Edge'. Ik zag wat gave plaatjes passeren op mijn Instagram en toevallig op dezelfde dag een item hierover op het nieuws. Ik was gelijk verkocht: “Daar moeten we naar toe!”. De ‘Edge’ werd op 11 maart dit jaar voor het publiek geopend. Het wordt nu al beschouwd als één van de mooiste stedelijke uitzichtpunten ter wereld. De Edge is een observatiedek op de 100ste verdieping van de ‘30 Hudson Yards’ wolkenkrabber in New York en is daarmee officieel het hoogste observatiedek in de open lucht op het westelijk halfrond. Wikipedia: 'Hudson Yards is een stedenbouwkundig project in de wijken Chelsea en Hudson Yards van Manhattan, New York. Het is de grootste private vastgoedontwikkeling van de Verenigde Staten naar oppervlakte.’ De wijk is hot & trending en kent onder andere ook het nieuwe en bizarre bouwwerk de ‘Vessel’.


The Edge is een uitkijkpunt waar je een fenomenaal uitzicht krijgt op de wereldberoemde skyline van New York. Het uitkijkplatform bevindt zich op de 100e verdieping en is in feite een 25 meter uitstekende punt in de vorm van een driehoek. Een deel van de driehoek bestaat uit glas waardoor je tussen je voeten 325 meter naar beneden op de straat kunt kijken. Wat mij natuurlijk bijzonder aanspreekt is dat het uitzichtpunt volledig in de open lucht is. De glazen wanden aan de rand van het platform wijken onder een hoek naar buiten waardoor je beter naar beneden kunt kijken en reflecties worden voorkomen. Op de grote trap naar het uitzichtpunt kun je over de glaswanden heen kijken en heb je vrij zicht op een werkelijk fantastisch panorama. De foto hieronder spreekt boekdelen.

© Courtesy of Related-Oxford

Helaas, de Verenigde Staten zijn, tot nader order, sinds 12 maart van dit jaar niet toegankelijk voor bewoners van de Schengenzone. Dankzij Corona. Nou begrijp ik van Nederlanders die in Amerika wonen dat het land de laatste jaren aan het afzakken is naar een steeds deplorabel wordende staat van onderhoud, polarisatie en armoede. De mooie herinneringen die wij aan eerdere bezoeken hebben moeten we maar koesteren zo lijkt het. Het land is gewoon niet meer wat het geweest is en dat schijn je ook als bezoeker goed te merken. Met ‘dank’ aan Donald Trump… New York is altijd een democraten-bolwerk geweest waar de republikeinen gelukkig weinig invloed hebben. In The Big Apple zal het met de teloorgang misschien dan nog meevallen, hoop ik... Maar voorlopig kunnen we The Edge sowieso wel op onze te goed gevulde buiken schrijven. Het zal de The Shard of de Zalmhaventoren wel worden die ik als eerste af kan vinken. Ook leuk.

zaterdag 12 september 2020

SIC FACTUM EST - HET IS ZOALS HET IS

Het was onvermijdelijk. Wat mij betreft was de vraag niet óf het zou gebeuren maar wanneer. Ik heb het over het einde van mijn dienstverband. Ik voelde het al in het voorjaar aankomen. Corona had toen de wereld volledig in zijn greep en het is sindsdien alleen maar erger geworden. De lockdowns, hoe noodzakelijk dan ook, resulteerden in een economische crisis die wij sinds de tweede wereldoorlog niet meer hebben gezien. Zo lang er geen vaccin is zijn we er nog lang niet van af, daar is geen twijfel aan. 

Ik werk al jaren in de olie- en gassector waarin ik techneuten detacheer naar projecten van producenten en ingenieursbureaus. Van werkvoorbereiders tot projectleiders. Het zijn allemaal tijdelijke projecten en van de ingehuurde specialisten wordt afscheid genomen zodra ze niet meer nodig zijn. Net als uitzendkrachten. Onze business, ‘staffing & recruiting’, is dus zeer gevoelig voor elke economische beweging. In positieve maar ook in negatieve zien. De vraag naar olie en gas is dramatisch afgenomen en de grote oliereuzen hebben hun investeringen geminimaliseerd. Misschien goed voor het milieu maar niet voor mijn baan. Met name Shell heeft ons de duimschroeven aangedraaid en zonder rigoureuze maatregelen bestaat het bedrijf waar ik nu werk volgend jaar misschien niet meer. Er waren eigenlijk geen andere opties meer voor mijn werkgever dan afscheid te nemen van een deel van haar personeel.

© Shell

Vorige week maandag belde ik J. “Ik voel dat er iets staat te gebeuren”. Ik had geen aanleiding om dat juist op dat moment te voelen. Een uur later belt er een directielid of ik morgen op kantoor wilde komen… Er is beslist meer tussen hemel en aarde. Het komt erop neer dat ik tot 1 november vrijgesteld ben van werk en dat op die datum mijn dienstverband eindigt. Ik treed verder niet in details, dit is tenslotte een publiek platform. De basis waarop de ontbinding tot stand gaat komen moet in principe een WW-uitkering veiligstellen. Eind oktober moet ik dan bij het UWV aankloppen.

Er spelen wel een aantal aspecten rondom deze situatie die mij bezig zullen gaan houden: 

1. Een nieuwe baan. Dat is wel even iets in deze tijd en op mijn leeftijd. Ik geef er de voorkeur aan om mij daardoor niet uit het veld te laten slaan. In tegendeel, het maakt mij strijdvaardig en ik ervaar toch ook wel weer als een prikkelende uitdaging. In ons gezinnetje hebben we wel een zeker talent, de nodige ervaring én geluk op dat gebied. Dat helpt en zonder (zelf-) vertrouwen kom je nergens.

2. Sociaal vangnet. Godzijdank hebben we dat in Nederland goed voor elkaar. Met een WW-uitkering van twee jaar is goed te leven. Alleen zit er dan nog een gat van 1,5 jaar tot de AOW leeftijd. Nou ja, dat duurt nog even. 

3. Pensioen. Het sociaal vangnet geeft natuurlijk rust, maar je bouwt geen pensioen meer op en dat is toch wel een punt van zorg en aandacht. 

4. Vrij. Mijn eerste dienstverband, bij de PTT, dateert van 1974 en mijn arbeidsverleden op de UWV-teller staat op 45 jaar. Het is wel even tijd voor een adempauze dunkt me.

Ik ben nu vrij tot 1 november. Dat zijn meer dan zeven weken volledig betaald mét gebruik van de auto. Ik vind het geweldig en geniet er vanaf de eerste dag al van. Fantastisch om de tijd voor alles en nog wat te hebben. 'Always Look on the Bright Side of Life' nietwaar?

5. Auto. Die moet ik inleveren en dat doet pijn. Gelukkig heeft J. een mooie nieuwe Opel Karl met alles erop en eraan en dat compenseert die pijn weer een beetje. Fijn wagentje en voor twee personen helemaal prima. Ik bedacht eigenlijk zojuist dat ik voor de ‘fun’ af en toe eens een vette auto kan huren voor een dagje ofzo. Om mijn petrolhead-behoeften te bevredigen. Goed idee eigenlijk, al zeg ik het zelf.

6. Collega’s. Ik vind dat ik best collegiaal ingesteld ben maar ik heb zoveel banen gehad dat ik weinig persoonlijke band meer met hen ontwikkel. Dat gaat onbewust en ik denk dat het een beschermingsmechanisme is. Voor de meeste mensen is het afscheid moeten nemen van collega's echt wel ingrijpend. Ik benoem dit aspect maar even omdat het de lezer misschien op zou vallen als ik er niets over zou zeggen.

Mijn moeder zei altijd "Huis nieuws is geen straatnieuws". Ik hoef niet uit te leggen wat ze daarmee bedoelde. Het bovenstaande is wellicht huisnieuws, maar dit is een plek waarin ik belangrijke momenten in de tijd én mijn leven wil vastleggen en reflecties wil delen. Het einde van mijn dienstverband is tenslotte wederom een scharnierpunt in de tijd. De zoveelste weliswaar, maar ik ben niet van plan daar op een negatieve manier in te zitten en zeker niet onder de pet te houden. Ik ben niet iemand die met zijn broodtrommel 's ochtends de deur uit gaat en dan tot vijf uur in een park gaat zitten, haha. Nee, dit soort ontwikkelingen moet je juist aan de grote klok hangen. 'Netwerken' heet dat tegenwoordig. Nou ja, we gaan het allemaal zien. Spannend is het natuurlijk weer wel…


donderdag 10 september 2020

HERBIE HANCOCK – RIVER: THE JONI LETTERS

Onze zoon Stijn is inmiddels een goede maar bescheiden pianist en treedt niet vaak op de voorgrond. Toen hij nog op school zat speelde hij regelmatig op allerlei podia. Op de diverse scholen maar ook daarbuiten. Meestal omdat hij gevraagd werd voor begeleiding of aangemoedigd door, vooral, zijn moeder. Inmiddels werkt hij alweer een aantal jaren als piano adviseur/verkoper. Het spelen voor publiek is sindsdien een stuk minder en dat komt vooral omdat dat zijn eigen keuze is. Het piano spelen ‘an sich’ is voor hem het belangrijkst. Tot aan ‘Corona’ had hij nog wel regelmatig allerlei schnabbels, maar sindsdien is het stil. Helaas geldt dat voor bijna de hele culturele sector. Laten we hopen dat die situatie snel voorbij gaat. Ik denk dat het ook goed voor hem is om af en toe een podium op te zoeken. Maar ja, dat is vooral aan hem natuurlijk.

Muzikaal zit Stijn allerminst stil en oefent, speelt, luistert en kijkt iedere dag. Bovendien is hij in de gelegenheid om tijdens verloren momenten of na sluitingstijd eens lekker achter een mooie Blüthner, Yamaha of zelfs een Fazioli vleugel te gaan zitten. Fazioli vleugels worden beschouwd als het beste wat er op dit gebied te koop is. Onlangs had zijn werkgever een gebruikte F308 in de zaak. De grootste concertvleugel die er bestaat en uitgerust met vier pedalen. Een nieuw exemplaar wisselt voor ongeveer drie ton van eigenaar. Onder andere Herbie Hancock speelt op een Fazioli en is een ambassadeur van het merk en in het licht van dit blog een leuk weetje.

Oefening baart kunst. Ik merk dat Stijn's kennis van muziek, techniek en theorie steeds beter wordt. Regelmatig, als ik in mijn 'mancave' zit en hij op zijn kamer, wipt hij even langs om muziek te delen. Muziek is in ons gezin iets waar we dagelijks mee in de weer zijn. J. met zingen en haar koor, ik met luisteren en schrijven en Stijn met piano spelen, luisteren en kijken (Youtube). Stijn's nieuwe vondsten luisteren en bekijken wij vooral samen. Hij wijst mij dan ook regelmatig op de technische aspecten van uitvoering of compositie. Zo steek ik ook er nog eens wat van op, als ik het begrijp... De nadruk ligt op jazz, maar ook gospel, pop, klassiek en dergelijke komen aan de orde. Zo tipte hij mij onlangs op de ‘Sunday Services’ van Kanye West. Pardon? Jazeker. West is tegenwoordig in de Heer en geeft concerten met een enorm koor. Hieronder een opname van Youtube van een volledig concert in The Forum, een indoorarena in Inglewood nabij Los Angeles. Luister eens naar de opening tot ongeveer de 14e minuut. De kwaliteit van meerstemmigheid en het feilloze gevoel van al die mensen voor ritme en timing is echt schitterend. Tussen de 35 en 45e minuut kun je horen wat groove is, echt te gek. Het stukje vanaf 36:00, daar mochten ze van mij wel een uurtje mee doorgaan... Het klinkt overigens alleen maar redelijk goed via een eerste klas koptelefoon en liefst keihard. Als je niet in de Here bent moet je over dat aspect maar even heen stappen. Ik vond het authentiek en indrukwekkend. Na een keer luisteren weet je het wel, maar het deed mij wel wat. 


Vorig week liep hij weer even bij mij binnen en vroeg of ik Herbie Hancock’s ‘River’ album kende. “Eh.. Ik ken het wel, maar ik weet het eigenlijk niet meer zo goed.” Ik moest dan maar weer eens opnieuw gaan luisteren zei hij. Zijn adviezen negeer ik nooit.

Herbie Hancock, het aantal keren dat ik zijn naam heb genoemd in mijn blogs is ontelbaar. Ik heb echter nooit een blog aan Herbie specifiek gewijd, dus dat moet ik nog maar eens een keer doen. Zoon Stijn en ondergetekende zijn grote fans, maar wel met wat restricties. Herbie's discografie waaiert qua stijlen namelijk nogal wat kanten op en niet altijd die van ons. Het maakt dat ik niet per se helemaal opgewonden ben als hij een nieuw album uitbrengt. We hebben hem ooit live mogen zien spelen, zie mijn blog Muziek 2008-2014even zoeken naar 10 juli 2011. Dat was wel een mooie ervaring.  

Toen Herbie Hancock's Joni Mitchell-tribute-album in 2007 uitkwam met de titel ‘River: The Joni Letters’, heb ik er weinig tijd aan besteed. Zangeressen all over the place en daar ging ik blijkbaar niet helemaal voor. In dit specifieke geval wel vreemd omdat ik Joni Mitchell hoog heb zitten. In mijn platenkast prijken o.a. haar legendarische (jazz-) albums 'Don Juan's Reckless Daughter' uit 1977 en 'Mingus' uit 1979. Eerlijk gezegd heb ik destijds dus nooit de tijd genomen om echt goed naar River te luisteren. My loss.

River is een eerbetoon aan Joni Mitchell’s muziek en vol met mooie vertolkingen door een scala aan zangeressen, Joni incluis. Opmerkelijk is de gave uitvoering van Tina Turner; zo kennen we haar niet. Dat ik River niet eerder goed had geluisterd was weer eens een flinke misser. Ik heb er wat reviews van opgezocht en grappig is dat meerdere recensenten hetzelfde hadden; ze kwamen er pas jaren later achter wat een mooi album het is. De muzikale chemie is prachtig, maar, hoe mooi de dames ook zingen en Leonard Cohen zijn vers voorleest, de muzikanten stelen wat mij betreft de show. Zie de buitengewone opsomming van klinkende namen hieronder. De opnamekwaliteit is daarnaast ook nog eens prachtig. Vol, tikje warm en geen compressie of overdreven reverb toegepast. Al met al denk ik dat ‘River: The Joni Letters’ een klassieker in de maak is en daarom een plaats op mijn blog verdient. Hieronder een aardig filmpje van de ‘making of'. Heel vreemd is dat er geen zangeres in het filmpje te bekennen is. 


  • Herbie Hancock: piano; 
  • Wayne Shorter: soprano and tenor saxophones; 
  • Dave Holland: bass; 
  • Vinnie Colaiuta: drums; 
  • Lionel Loueke: guitar; 
  • Norah Jones: vocal; 
  • Tina Turner: vocal; 
  • Corinne Bailey Rae: vocal; 
  • Joni Mitchell: vocal; 
  • Luciana Souza: vocal; 
  • Leonard Cohen: vocal;


STONEAGEIMAGES OUDE BLOGS

Stoneageimages. Stoere titel vond ik het. Door J. verzonnen. Het was bedoeld als een werknaam voor al mijn fotografische uitingen. Hoe ze aan die naam en analogieën kwam heb ik al eens eerder uit de doeken gedaan. Het blog wat ik vanaf 2008 van plan was bij te gaan houden zou voornamelijk over fotografie gaan en dus was die naam wel passend. Het werd allemaal heel anders met het blog, zoals mijn lezers weten, maar de naam Stoneageimages heb ik gehandhaafd. Vanaf het begin heb ik, om moverende redenen, drie verschillende platforms gebruikt voor mijn blogs zoals ik pas nog aanhaalde. Hieronder de voorpagina's van de twee verschillende platforms.



Naar mate ik meer publiceerde werd het steeds lastiger om iets specifieks te zoeken in de verschillende blogs. Het is zoveel dat ik niet meer weet wat ik heb geschreven... In de loop van 2016 ben ik overgeschakeld naar Blogger van Google. Dat zag er beter uit, had meer mogelijkheden en was bovendien gratis. De hosting van de twee oudere platforms zou per augustus opeens heel veel geld gaan kosten en dat vond ik het niet meer waard. Van de andere kant, het zou ook zonde zijn als al die webpagina's uit de cloud verdwenen. Maar, hoera, hoera, ik ontdekte onlangs dat ik de content van de oude blogs met knippen en plakken gewoon in Blogger konden onderbrengen. Alles bij elkaar op één plek. Super. Inmiddels heb ik alles overgezet. De oude blogs zijn terug te vinden in het blogarchief aan de rechterzijde van pagina onder '2014 december' (blogs 2014-2016) en '2008 december' (blogs 2008-2014). Of even in het blogarchief naar het label 'ZZ OUDE BLOGS' gaan. Daar staan ze allemaal onder elkaar per onderwerp. Veel hyperlinks bestaan of werken niet meer. Meestal is de verwijzing naar een website nog wel te herleiden aan de hand van de tekst. Ik zal de blogs nog nalopen en kijken of wat 'herstelwerk' doen als ik dat zinvol acht.


Bij de vorige host had ik ook een fotopagina (url) met een selectie per onderwerp en per jaar van mijn gemaakte foto’s. Die heb ik ook laten vervallen. Daar kijkt toch geen mens meer naar en bovendien heb ik al mijn fotowerk elders in de cloud en kan daar in de toekomst ook nog van alles mee doen. Als ik per se een kleine fotoserie wil delen gaat dat heel makkelijk, snel en gratis via een hyperlink naar Flickr. Als ik de relevantie van zo’n Flickr serie niet meer zie, dan haal ik die er gewoon weer af. Makkelijk zat.

Deze kleine portfolio heb ik in twee minuten gemaakt: PORTFOLIO

Nou ja, ik ben weer helemaal bij en up to date. Ik vind het van belang om mijn schrijverij en fotografie  in stand en toegankelijk te houden. Het gaat tenslotte om duizenden pagina's tekst en meer dan 100.000 foto's. Dat is niets niks.

woensdag 1 juli 2020

ADAM ROSKAM – EEN RECTIFICATIE

Het geheugen kan rare trucs met een mens uithalen. Soms kunnen herinneringen in de loop der jaren geleidelijk een andere gedaante aannemen. Zo kreeg ik van mijn nicht Annet een mailtje dat de anekdote over mijn oom Ad en het speelgoedeendje ten tijde van zijn militaire keuring niet klopte. Zie mijn blog van 27 juni jl. Ik had het verhaal ooit meegekregen van mijn moeder, de zus van oom Ad. Door de mist van de tijd heeft de herinnering het verhaal blijkbaar volledig gemuteerd. Hoe het wél was gegaan heeft mijn nicht opgeschreven. Ik citeer haar onderaan dit blog.

Nu het zo aan de orde komt is het wel leuk en eervol om wat regels aan mijn oom Ad te wijden. Ad Roskam was de middelste van drie kinderen. Mijn oom Huib was de jongste en Pieta, mijn moeder, de oudste. Van mijn moeder begreep ik dat Ad altijd al een authentieke en kunstzinnige jongen was. Zo liep hij regelmatig rond met met een lange kuif en een cape. Ad bleek creatieve talenten en ambities te hebben en wilde graag naar de kunstacademie. Met een stapel tekeningen rijdt hij, middenin in de oorlog, op een fiets met houten banden naar de academie in Den Haag. Men is zeer onder de indruk van zijn werk en in 1944, hij is dan vijftien jaar, wordt hij toegelaten. Waarschijnlijk hun jongste student ooit. Ad studeert af bij de academie in 1949. Hij werkt daarna onder andere als leraar tekenen aan de Grafische School in Amsterdam en in 1957 wordt hij benoemd tot docent reclametekenen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. In 1975 overlijdt Ad, veel te vroeg, aan de gevolgen van een agressieve vorm van Multiple Sclerose. 

Mijn persoonlijke herinneringen aan oom Ad stammen vooral uit de tijd dat ik zelf nog een kind was die ook heel graag tekende. Ik vond het werk van mijn oom als klein ventje al prachtig. Vooral de bijna abstracte en geometrische interpretaties van de Nederlandse polder- en cultuurlandschappen spraken mij zeer aan. 



Als we op bezoek gingen bij oom Ad, zijn vrouw Henny en dochter Annet, was ik in de eerste plaats onder de indruk hoe liefdevol mijn tante zorgde voor haar zieke man. Dat moet ontzettend zwaar zijn geweest, voor hen alle drie trouwens. Daar kan een mens zich bijna niets bij voorstellen. Ik nam ook altijd tekeningen mee voor oom Ad. Ter beoordeling. Ik herinner mij dan dat hij, na ons eerste kopje koffie of glas limonade zei: “Zo, laat maar eens zien wat je bij je hebt”, wijzend op mijn stapel tekeningen. Hij prees mijn werk altijd de hemel in. Ik was dan zo trots als een pauw, want ik had hem hoog zitten als mens én als kunstenaar.

Mijn nicht Annet heeft een website aan haar vader gewijd: Adam Roskam

Zij heeft ook een schitterend en fascinerend boek geschreven over het leven en werk van haar vader: ‘Adam Roskam – polderjongen in een verdwijnend landschap’. Goed geschreven en fraai geïllustreerd.  Een boeiend boek voor iedereen die oprechte interesse heeft in het leven en werk van een zeer authentieke kunstenaar die helaas toch een beetje in de vergetelheid is geraakt.


Ad Roskam’s kunstuitingen zijn in mijn ogen volledig uniek en onderscheidend. Het is eigenlijk hoog tijd dat zijn werk de aandacht krijgt die het altijd al verdiend heeft. Ik fiets elke avond door ‘zijn’ landschappen, die er gelukkig nog steeds zijn, en denk dan nog regelmatig aan hem.

Dit is de rectificatie van mijn nicht Annet:

… Hij werd opgeroepen en zijn vrienden uit de kunstenaarswereld aasden allemaal op S5. Maar hij niet. S5 kon namelijk altijd aan je broek blijven kleven, zeker als je een baan bij de (semi)overheid zou willen. En het kunstonderwijs leek hem wel wat. En hij had een voorbeeld gezien van een vriend van hem, die geestelijke instabiliteit fakete. Hij werd niet geloofd, en dus een paar weken in een psychiatrische inrichting opgenomen om te zien of het echt was. Het scheelde niet veel, of hij was daar echt doorgedraaid. 
Mijn vader was dus niet uit op S5 en heeft dat ook niet gekregen. Toen hij werd opgeroepen heeft hij een gedichtenbundel in zijn achterzak gestopt ‘dichters van nu’, heette het. Het waren gedichten van dichters die in die tijd als communistenvriendelijk werden bestempeld. Alle opgeroepenen moesten in een zaal komen. Hij ging bewust vooraan zitten. De dichtbundel goed in het zicht. Toen er een hoge ome binnenkwam werd iedereen gemaand om op te staan. Ad bleef echter zitten in het volle zicht van de hoge ome (generaal, kolonel, geen idee). Die liep naar hem toe en maakte een gebaar dat hij moest opstaan. Mijn vader schudde van nee. ‘Ik sta voor niemand op’. Er volgde een gesprek waarin de gedichtenbundel ter sprake kwam en de vraag wat hij vond van het communisme. Mijn vader was absoluut geen communist, maar gaf bij deze gelegenheid te kennen het communisme een warm hart toe te dragen. Waren het niet vooral de communisten die in het verzet hadden gezeten? Nou dan. In de jaren vijftig stond men zeer huiverig ten opzichte van het communisme, zeker in het leger. Men was er dan ook snel van overtuigd dat ze Ad beter kwijt dan rijk konden zijn. En hij werd heengezonden. Zonder S5.



zaterdag 27 juni 2020

BRUSSEL – 24 JUNI 2020

In 1975 bracht een fietsvakantie van ondergetekende en vier vrienden ons in Dieppe aan de Normandische kust. In mijn blog 'Fietsen' schreef ik er uitgebreid over. Halverwege de reis richting Frankrijk reden we dwars door Brussel. In de avond zetten we onze tenten op in een hoger gelegen deel net buiten de stad. Ik herinner me het prachtige uitzicht over Brussel in de rode gloed van de ondergaande zon. Ik nam mij voor later nog eens een keer terug te komen want ik vond deze stad wel wat hebben. Geloof het of niet, die tweede kennismaking was deze week. Dat is best vreemd gezien het feit dat je er met trein of auto binnen twee uur bent. Maar beter laat dan nooit. Onze vakantie in Zuid-Frankrijk hadden we geannuleerd vanwege een klein deeltje in een eiwitjasje met de naam COVID-19. Dus dan maar als alternatief af en toe eens een dagje op pad. Ik was al een tijdje van plan om met J. een keer naar Brussel te gaan. Als ik aan anderen vroeg wat zij van die stad vonden dan was het commentaar meestal wat lauw. “Ja hoor, aardige stad, best leuk”. Wat ons betreft een veel te tamme recensie. We vonden Brussel gewéldig. 


Door de ligging op heuvels, de vele ruime boulevards, paleizen en natuurlijk de Franse taal drong de vergelijking met de Franse hoofdstad zich steeds aan ons op. Brussel is natuurlijk geen Parijs, maar kan beslist in de schaduw staan wat ons betreft. Behalve grandeur zijn er leuke levendige buurtjes met straten en stegen vol restaurants en allerlei grote en kleine winkels. Bovendien voegt de bijna idiote willekeur aan architectuur echt iets toe, net als de internationale mêlee aan bevolkingsgroepen. Overigens, op één uitzondering na, geen Nederlands woord uit iemands mond horen komen hier. De laatste ‘attractie’ die we bezochten was de Koekelberg. Daar staat de op vijf na grootste kerk ter wereld, de Nationale Basiliek van het Heilig Hart. De basiliek staat op een heuvel die zeventig meter hoog is en vanaf de 55 meter hoge koepel heb je een schitterend uitzicht over de stad. We waren daar net te laat voor want de kerk was al gesloten. Volgende keer dan maar. Ik wandelde wat rond over het enorme grasveld rond de kerk om foto’s te maken. Het was een drukke boel, opvallend veel moslima’s die in groepjes bij elkaar op het gras zaten. Toen we eens goed rondkeken zagen we dat we tussen de vele moslimvrouwen, mannen en kinderen de enige westerlingen waren. Bijzonder.


In een dag zie je natuurlijk veel te weinig, maar we hebben een goede indruk gehad en het was zeker niet de laatste keer. Het moet wel gezegd zijn dat het fantastisch weer was en dat maakt elk bezoek aan een grote stad leuker dan dat het grijs en grauw is. Het was gezellig en levendig in de stad, maar de toeristische druk was minimaal en dat was eeerlijk gezegd ook erg prettig. We hebben ons wel weer helemaal verloren gelopen. Amai, misschien volgende keer maar eens een elektrische step huren. 

Mijn korte foto impressie staat hier: BRUXELLES 2020

MILITAIRE DIENST – BERGEN OP ZOOM / ERMELO – LICHTING 1979-5

Eigenlijk wilde ik een blog publiceren waarin ik wat filmpjes zou delen over ‘bommen en granaten’. Hele gave ‘footage’ van raketten, vliegdekschepen en straaljagers. Ik weet het, allemaal kwalijk wapentuig, maar al die hard core technologie vind ik soms erg fascinerend en misschien sommige lezers ook wel. Vandaar. Ik zat te denken hoe ik de blog zou beginnen en bedacht dat ik een bruggetje zou maken tussen de filmpjes en mijn eigen tijd in militaire dienst. Goed idee. Eerst een paar regels over mijn eigen ‘defensie-ervaring’ en dan het bruggetje. Twee dagen later had ik zeven pagina’s geschreven over mijn diensttijd. Ik dacht dat ik het grotendeels was vergeten, maar het kwam allemaal weer bovendrijven. Vergeet de filmpjes voorlopig maar en neem kennis van mijn, toch wel, bijzondere periode dat ik 'onder de wapenen was'. Ik denk dat voor degenen die ooit in dienst hebben gezeten mijn verhaal wellicht een leuke, of juist minder leuke, schok van herkenning kan betekenen. Voor de anderen denk ik dat het wel eens aardig is om te lezen wat het allemaal behelsde.

In Nederland bestaat nog steeds een dienstplicht voor mannen én vrouwen tussen de 17 en 45 jaar oud. Dat het ook voor vrouwen van toepassing is heb ik nooit geweten, maar het staat er echt. Op de website van het Ministerie van Defensie bedoel ik dan. Niet zo gek dat ik dat niet wist want het geldt pas sinds 1 januari van dit jaar! De invoering van de dienstplicht voor vrouwen is gebaseerd op de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Kijk, ‘now we are talking’. Haha. Sinds 1 mei 1997 is de opkomstplicht opgeschort maar niet afgeschaft! Als er gedoe komt dan kan iedereen tot en met de leeftijd van 45 jaar worden opgetrommeld. Maar sinds augustus 1996 is daar geen sprake van geweest en sindsdien zijn er geen nieuwe dienstplichtigen meer opgeroepen. Zoon Stijn kreeg ook een keurig briefje dat hij wel dienstplichtig was maar niet werd opgeroepen.


Maar in 1979 waren die kaarten nog heel anders geschud. In september van dat jaar begon mijn militaire dienstplicht in Bergen op Zoom. Ik was de enige van mijn vriendenkring die niet alles op alles had gezet om afgekeurd te worden. Het was destijds ‘common practice’ in mijn vriendenkring om te zien of S5 kon worden bemachtigd. S5 kreeg je tijdens de keuring als je een volledig onstabiel gedrag vertoonde. Lukte dat niet dan werd alles in stelling gebracht om er in de eerste weken alsnog te worden uitgetrapt. Volksstammen zijn daar zeer creatief mee omgegaan. Mijn oom Ad, kunstschilder, was één van de eersten. Kort na de tweede wereldoorlog, het was hartje winter, meldde hij zich bij de keuring in korte broek, een houten speelgoed-eend op wieltjes achter zich aantrekkend. Aan zo’n malloot was geen behoefte en hij kreeg S5. Naar mate de jaren vorderden trapten ze er bij de keuring niet meer zo makkelijk in. Al met al heeft volgens mij geen van mijn vrienden de rit van 18 maanden uitgezeten. Ik had totaal geen zin in al dat gedoe met die afkeuring. Eigenlijk ook niet in de dienstplicht maar ik besloot het maar over mij heen te laten komen. Het jaar daarvoor was ik gekeurd volgens het ABOHZIS systeem waarbij de letters staan voor Algemene fysieke toestand (A), Bovenlichaam (B) Onderlichaam en rug (O) Horen (H) Zien (Z) Intelligentie (I) en Stabiliteit (S). De keuring van honderden magere en pukkelige puberjongens uit alle windstreken werd gedaan door psychologen en artsen. Ik onderging het braaf maar, ondanks mijn meegaande natuur, heb ik de ‘morse test’ die dag met opzet gesaboteerd. Iemand had mij daarover getipt. Mocht je die test onverhoopt goed doen, dan zat je 18 maanden lang in een hok morse berichten te versturen en te decoderen. Daar had ik even geen zin in. In het daaropvolgende voorjaar ontving ik een brief van het Ministerie van Defensie dat ik mij voor de lichting 1979-5 in september moest melden bij de Cort Heyligerskazerne in Bergen op Zoom. Daar zou ik een rijopleiding gaan volgen tot militair vrachtwagenchauffeur. Ik had in 1975, een paar weken nadat ik achttien was geworden, mijn rijbewijs al op zak. Een auto werd al snel mijn natuurlijke habitat en is dat de rest van mijn leven gebleven. Een opleiding om een militaire vrachtwagen te leren besturen leek mij dus wel wat.

In september reisde ik met de trein af naar Bergen op Zoom. Met een hele stoet jongens liepen we vanaf het station naar de kazerne. Daar kregen we instructies hoe en waar we onze spullen konden halen die we blijkbaar nodig hadden, van beddengoed tot zakmessen. Vervolgens zochten we ons gebouw en kamer op en maakten kennis met de anderen. Bergen op Zoom was één van de kazernes waar de rijopleiding tot vrachtwagenchauffeur werd gegeven. Ik haalde daar het rijbewijs op een zogenaamde ‘drietonner’, de DAF YA-328 waarvan Defensie er na de tweede wereldoorlog duizenden had aangeschaft. Hij werd ook wel 'Dikke DAF' genoemd. Een rampzalige auto.

Bron foto: www.defensiefotografie.nl

De DAF had geen stuurbekrachtiging, geen rembekrachtiging, geen verwarming, geen ventilatie en de ongesynchroniseerde versnellingsbak kon alleen geschakeld worden door middel van ‘double clutching’ in combinatie met tussengas. De koppeling kon je niet geleidelijk indrukken, maar moest je met geweld intrappen. Onvoorstelbaar moeilijk om onder de knie te krijgen én fysiek zwaar. De motor lag naast je te stampen onder de hoge middentunnel die berijder en bijrijder van elkaar scheidde. Horen en zien verging je. De instructeur zat naast je en gaf in een vast ritme klappen op de middentunnel wanneer je moest ontkoppelen, tussengas moest geven, schakelen naar vrij, weer tussengas moest geven, naar de volgende versnelling schakelen en tenslotte de koppeling omhoog moest laten komen en gas te geven om weer vaart te maken. In het terrein had je dan ook nog hoge en lage gearing om mee te leren rijden. Buiten het terrein was er natuurlijk ander verkeer én de verkeersregels om rekening mee te houden. Ik heb heel wat jongens zien huilen achter het stuur met een vloekende instructeur naast zich. Sommige gasten werden er echt helemaal stapelgek van. Behalve het voertuig te leren beheersen leerden we rijden in alle soorten terreinen en situaties. Van asfalt tot modder- en zandwegen en in colonneverband. Daarnaast kregen we natuurlijk onderricht in techniek, theorie en talloze andere zaken zoals een rijstijl training.


Ik slaagde cum laude, als ik zo vrij mag zijn. Voor de volledigheid dient vermeld te worden dat gedurende mijn diensttijd de nieuwste generatie DAF trucks werd geleverd. Die noemde men ‘viertonner’ en was voorzien van alle moderne techniek die onze oude DAF's zo node miste. Helaas heb ik nooit een viertonner mogen besturen.

Niet bepaald cum laude waren mijn schietprestaties met de Uzi, ons dienstwapen. Bij één van de schietoefeningen werd onderzocht wie de talentjes waren. Om de beurt moesten we met een koppel jongens op een rijtje op ons buik in het zand gaan liggen met je Uzi op een zandzak voor je neus. Binnen een bepaalde tijd moest je dan een minimale score halen op je eigen doel dat op enkele tientallen meters afstand recht voor je stond. Na een paar schoten meldde ik dat mijn helm voor mijn ogen zakte door de terugslag van het machinegeweer. Ik zag dus niets meer. Ik werd verzocht mijn muil te houden en door te schieten. Nadat bleek dat ik niets had geraakt, behoudens dat ik de doelen van mijn buurjongens aan barrels had geschoten, was mijn kans op een mooie ‘sniper’ loopbaan verkeken. Ik zat er niet mee, in tegendeel.

Ik had het prima naar mijn zin in Bergen op Zoom. De ‘maten’ waren aardige gasten en het was een prachtig najaar. Veel rijles en voorts veel sporten in het zonnetje. Daar was weinig mis mee wat mij betrof. O ja, we leerden ook marcheren. Best wel grappig vond ik het. Als je met zo’n hele colonne jongens in één keer rechtsomkeer moest maken dan vereiste de discipline dat je je voeten in een bepaalde volgorde moest neerzetten om dat soepel te laten verlopen. Een ritmische choreografie bijna. Dat ritme werd dan ondersteund door met zijn allen ‘Het bier is weer best’ te roepen en dan liep je met al die mannen een paar tellen later pardoes 180 graden de andere kant op. Ik vond dat echt bijzonder leuk. Ik vergeet te vertellen dat mijn rang ‘soldaat derde klasse’ was en dat ik was ondergebracht bij de Intendance, een soort bevoorradingsdienst van, in mijn geval, de Koninklijke Landmacht.


Ander oefeningen waren natuurlijk een bivak (een legerkampement in de open lucht), de stormbaan, twaalf kilometer hardlopen met volledige bepakking (de 'berenlul') en de gasoefening. In dat laatste geval kreeg je een gasmasker op en leerde je dat te verwisselen bij een andere soldaat. Je werd daarna met zijn allen in een afgesloten ruimte gestuurd waar dan traangas naar binnen werd geblazen. Dan moest je het gasmasker omwisselen en hopen dat het goed ging. Ik vergeet ongetwijfeld nog andere zaken, maar vervelen deden we ons in ieder geval beslist niet. Over het hogere doel van defensie kun je van mening verschillen, maar de opleiding die ik in Bergen op Zoom heb genoten was ronduit erg goed en ik heb er de rest van mijn leven profijt van gehad.

Na de opleiding werd ik ‘paraat’ zoals dat heet en overgeplaatst naar de Generaal Spoor Kazerne in Ermelo. Hoera, hoera, ik kreeg een elitebaan: privéchauffeur van de baas van de kazerne. In dit geval een Luitenant-Kolonel, ook wel ‘overste’ genoemd. Maar voor ik de overste rond kon rijden heb ik wel wat af moeten lijden. De eerste weken waren een fokking hel. Het ene bivak na het andere. Om de paar nachten was het raak. Midden in de nacht trapte een ‘Kuko’ (Kut Korporaal) dan met een noodklap de kamer van de slaapzaal open, deed alle TL balken van de slaapzaal aan en schreeuwde ons vloekend wakker met de mededeling: “Over 10 minuten appèl op de binnenplaats, stelletje gajes.” Een uur later zat je dan met al je maten te schudden en kleumen achter in een open drietonner die over een zandpad door een bos hobbelde. Nog een uur later lag je in een zelf gegraven schuttersput in een lekkende ‘puptent’ in de regen bij temperaturen rond het vriespunt. De puptent bestond uit twee aan elkaar geknoopte tenthelften die je zelf met ‘blanco’ (uit te spreken als blenko) waterafstotend moest houden. Ondanks regelmatig en intensief 'blenkoën' bleven de puptentjes lekken als een zeef.


Dan moest je ook nog je wapen droog zien te houden. In ons geval een Uzi 9 mm pistoolmitrailleur die we tussen de bivakoefeningen leerden demonteren, oliën en weer in elkaar leerden zetten. De Uzi’s werden bewaard in het wapendepot als we ze niet nodig hadden.


Het was inmiddels november en de winter deed zich al vroeg van zijn lelijke kant zien met wind, regen en temperaturen net boven nul. Ondanks het ongemak doezelde je toch weg in je schuttersputje… Tot de Kuko een uur later weer stond te schreeuwen om ons voor een mars door het bos heen te godveren. Midden in de nacht. Dat heb ik bij herhaling moeten doorstaan. Niet leuk. Dat herinner ik mij ook nog: marcheren door het bos en oefenen dat er een atoombom was gevallen. De kuko riep dan “flits, flits, flits” en dan moesten wij direct naar de grond duiken. Uiteraard liepen we dan toevallig op een bospad vol met plassen… Zo’n bivak duurde een paar dagen. Wat een armoe. Je voelde je een soort vluchteling. Eten werd in je etensblik geschept uit een enorme gamel vol met lauw doorgekookt vreten. Het etensblik, een tenthelft, de Uzi en nog tientallen andere items behoorden tot de PSU, de Persoonlijke Standaard Uitrusting. Je was er zelf verantwoordelijk voor. Een groot deel van de PSU bewaarde je in je PSU-kast naast je bed in de slaapzaal. Als je kast bij controle niet in orde was dan hadden sommige kuko’s het satanische plezier de hele kast met donderend geraas om te gooien. Het soldaatje mocht dan de kast weer oprichten, netjes inruimen en vervolgens met een tandenborstel de wc’s schoon maken. Sterke verhalen? Dacht het niet! Allemaal meegemaakt. O ja, sommige van die militaire spulletjes, zoals zakmessen waren ook zeer geschikt voor eigen gebruik. Die artikelen raakten regelmatig op miraculeuze zoek. Men noemde ze OHVT-artikelen. Ook Handig Voor Thuis. Vond ik wel lollig verzonnen.

Dit is volledige uitrusting: PSU Nederlandse soldaat

Na een paar weken hielden de oefeningen plotseling op en verzandde het leven voor de gemiddelde dienstplichtig militair in hangen en vervelen. Niet voor mij. Ik kreeg de beschikking over een 100 pk VW-bus met stoere terreinbanden waarmee ik mijn nieuwe rol als Intendance- en privéchauffeur moest gaan uitoefenen. De VW moest ik ’s avonds op een vaste plek parkeren, maar was overdag eigenlijk ‘mijn’ auto. Ik haalde de overste er ’s ochtends mee op in zijn woonplaats in Vaassen en bracht hem ’s avonds weer thuis. Hij kende de omgeving als geen ander en liet mij de mooiste ‘binnendoor’ paadjes rijden door dit schitterende deel van de Veluwe. Aardige man, maar met een zenuwtik als hij in de auto stapte. Niet heel gek want samen met één van mijn dienstplichtige voorgangers had hij een frontale aanrijding meegemaakt waarbij de jongen het leven had gelaten. Vreselijk natuurlijk en zeer traumatisch. Na verloop van tijd merkte ik dat hij zich bij mij veilig begon te voelen en raakte hij meer ontspannen in de auto. Ik heb mij wezenloos ge-Googled maar ik kan zijn naam niet meer boven water krijgen.


Anders dan in Bergen op Zoom kwamen mijn krijgsmaten uit de vreemdste uithoeken van het land. Het merendeel kon ik amper verstaan. Maar het waren verder ook prima jongens, behalve een boerenjongen uit Drenthe met een enorme zwarte baard, een spoort Raspoetin. Hij dreef ons tot waanzin door zijn oorverdovende gesnurk. Op een nacht hebben we hem met bed en al in de gang gezet. Het bed moest scheef worden gehouden om door de deuropening te kunnen. Raspoetin rolde tegen het deurkozijn aan en viel bijna uit het bed. Na wat geworstel stond hij toch netjes in de gang en snurkte gewoon door.

Ik had een luxe baantje. Telegrammen rondbrengen in de regio en af en toe eens wat wegbrengen of ophalen. Maar de meeste tijd spendeerde ik aan het rondrijden met de overste naar diverse kazernes, het ministerie in Den Haag of andere bestemmingen. Op vrijdag reed ik richting het dorp om bij de traiteur schalen met hapjes en drank te halen voor de vrijdagmiddagborrel in de officiersmess. Als je geen rang had op basis van een afgeronde opleiding aan het KMA, de Koninklijke Militaire Academie, was de mess verboden. Niet voor mij, daar zorgde mijn overste wel voor. Daar stond ik dan te borrelen tussen de luitenanten en kapiteins, haha.

Als wij samen op pad waren en de overste ergens in overleg moest dan zocht ik een PMT op voor koffie of een lunch. Het PMT was een Protestant Militair Tehuis. Ze waren verspreid over heel Nederland. Er was ook een Katholieke versie, het KMT. Wat nou eigenlijk precies het doel was van die tehuizen kan ik ook niet meer terugvinden. Ongetwijfeld mooie stichtelijke zaken, maar voor de dienstplichtigen was het volgens mij meer een koffie- en kroketten restaurant. Over eten gesproken, ik heb nooit moeite met de militaire kantine gehad. Als er maar nasi, pasta, patat, appelmoes of kroketten waren was het voor mij al snel goed. Soms ontstonden er spontaan voedselgevechten in de kantine van de kazerne. Dat kon niet uitblijven met honderden van die vretende testosteronbommen. De spaghetti en patat met mayo en appelmoes droop dan van de muren. Ach, die jongens hadden ook een verzetje nodig.

Ergens in december vertrok ik samen met de overste in een kleine karavaan van zwarte militaire kaderauto’s. Peugeots 504 met eigen chauffeur en hoge pieten op de achterbank. 


Ik was de enige met een VW-busje. We gingen op verkenning in Drenthe voor een of andere oefening. Het was steenkoud, grijs en mistig daar in het noorden, jezus wat een troosteloze sfeer hing daar. Ik stelde mij Siberië zo voor. Aangekomen bij een heideveld werden de Peugeots geparkeerd en namen de officieren plaats in mijn bus. Daar was ik niet op voorbereid. In de modderige condities konden de Franse limo’s natuurlijk niet uit de voeten. “Mijn chauffeur zit nooit vast” riep de overste zelfverzekerd. Het was waar. Zowel met de rijopleiding in de drietonner en later met mijn bus had ik mij zelfs in de moeilijkste omstandigheden nooit vastgereden. Maar met al die officieren aan boord… Ik reed tien meter het glibberige weggetje in zakte tot mijn assen vast in de zwarte bagger. Geen beweging meer in te krijgen. Gloeiende, gloeiende. Ik schaamde mij rot. Maar de officieren waren sportief en stegen allemaal uit om te duwen. Het enige wat ik kon doen was gas geven. Na een paar minuten duwen, sjorren en gas geven schoot ik los. Ik keek om en zag de voltallige officiersclub wat verdwaasd naar mijn bus kijken. Hun smetteloze kostuums zaten van top tot teen onder de bagger van mijn doorslaande achterwielen. Ik voelde mij bijzonder ongemakkelijk op dat moment, maar ik had wel een mooi verhaal tot in lengte van dagen.

Kort daarna reisden we, samen met een paar kapiteins, richting Paderborn. De mannen moesten zich gaan oriënteren op het onderbrengen van manschappen voor een internationale mobilisatieoefening in Duitsland. Dat was weer erg leuk. We bezochten dorpen, burgemeesters en een kasteel waar uiteindelijk de manschappen in de kasteeltuin zouden worden ondergebracht. ’s Avonds was het lekker eten en drinken. Ik maakte zelfs nog een helikoptervlucht mee in een Alouette III die een week later neer zou storten. Het is geloof ik wel goed afgelopen. Ach, het was allemaal niet beroerd die eerste periode, maar dat zou nog wel gaan veranderen…

De Overste verschafte mij ook nieuwe en verrassende inzichten. Over de internationale oefeningen zei hij dat de Nederlandse soldaten met argusogen werden bekeken. Met dat lange haar. Maar je moest dat zooitje tuig niet onderschatten. Nadenken en eigen initiatief kenmerkten de laaglanders. Hij gaf een voorbeeld. Tijdens een grote internationale oefening moesten de soldaten een noodbrug over een rivier bouwen op ongeveer een kilometer afstand van een echte brug. De Fransen, Engelsen, Italianen en Spanjaarden gingen ijverig aan de slag en bouwden allemaal een mooie zogenaamde baileybrug. Toen kwamen de ‘Dutchies’. Ze keken om zich heen, zagen de echte brug in de verte, staken hun middelvinger op en sjokten allemaal op hun gemak over de vaste brug naar de overkant. Oplossend vermogen noemden ze dat.

Het was ook de tijd van de kruisraketten die in Nederland geplaatst zouden worden ten gevolge van het NAVO-dubbelbesluit. In 1981 stonden er bijna een half miljoen mensen op het Museumplein in Amsterdam tijdens de Anti-kernwapendemonstratie van 21 november dat jaar. De kruisraketten zijn er nooit gekomen. Wat er wel lagen waren enkele tientallen Amerikaanse B61 kernbommen, kant en klaar voor gebruik. Niemand wist dat. Behalve ik dan… en de overste natuurlijk. Hij had mij dat verteld naar aanleiding van de publieke commotie over de kernwapens. Hij liet duidelijk doorschemeren dat publiek en pers nooit, maar dan ook nooit zullen weten wat er zich allemaal achter de internationale politieke schermen afspeelt. Meer dan dertig jaar later klapt Dries van Agt uit de school over de B61 bommen in Volkel. 

Foto: Wikipedia

In januari vertrekken we met een lange colonne voertuigen voor een grote internationale oefening naar NAVO-oefenterrein Bergen-Hohne in de buurt van Hannover op de Lüneburger Heide. De overste is commandant van de colonne en dat betekent dat ik steeds aan de colonne vooruit moet rijden om dan verderop stil te staan voor visuele controle als de stoet voorbij rijdt. De colonne bestaat uit DAF 3- en 4 tonners en wat ander rollend materieel. De winter heeft inmiddels in volle kracht toegeslagen en mijn baantje is behoorlijk hachelijk. De overste is er weer knap zenuwachtig onder. De reis gaat uitsluitend over binnenwegen en zal een hele lange dag gaan duren. De colonne rijdt hooguit 60, misschien 70 kilometer per uur. Alles is grijs en mistig en de wegen zijn nat en vaak glad. Na zo’n controle-stop rijd ik weer een tijdje achteraan en moet daarna alle voertuigen weer inhalen om weer op kop te komen voor de volgende controle verderop. Het zijn openbare wegen en het telkens inhalen van een individueel voertuig in de mistige en gladde condities zijn niet zonder risico. In Duitsland ligt er sneeuw en het lijkt wel of we in een ‘white out’ rijden. In de loop van de middag arriveren we gelukkig zonder problemen in Bergen-Hohne. Dat was een zeer inspannende exercitie geweest. De vrachtwagens vinden een parkeerplaats bij de barakken van de kazerne en ik parkeer bij een noodgebouw met een verdieping waar ik en de officieren worden ondergebracht. Ik herinner mij niet meer hoe het erbinnen uitzag. Typisch, want we hebben er een maand gebivakkeerd. Wat ik mij wel herinner is dat, toen we net ingekwartierd waren, de barak plotseling heftig begon te schudden waarna ik een harde donkere dreun in de verte hoorde. Wat was dat in vredesnaam? Het bleek de luchtverplaatsing van een granaat afgeschoten door een Leopardtank een kilometer of vijf verderop. Jezus… dat was dus het geluid van oorlog.

Ik citeer Wikipedia: “Het NAVO-oefenterrein Bergen-Hohne is een militair oefenterrein in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Met een oppervlakte van 284 km² is het een van de grootste militaire oefenterreinen van Europa. Het terrein strekt zich in noord-zuidrichting uit over een lengte van 27 km en in oost-westrichting over 18 km.” Rondom het terrein loopt een ringweg, de Panzer Ringstraße. De weg en het terrein werd aangelegd door de Wehrmacht in 1935. Na de oorlog werd het in gebruik genomen door de Britten en later als internationaal militair oefenterrein.


Ik vond het een intimiderende omgeving. Er hing een rare sfeer door de tijdsgeest van de koude oorlog en al dat geschiet door die tanks maakte het allemaal erg unheimisch. De winterse kou hielp ook niet echt. Het was overdag zo koud dat men de buitenkranen 24/7 liet lopen om bevriezing te voorkomen. Na verloop van tijd raakten de meeste toch bevroren en veranderden in kleine ijswatervallen. De 3-tonners konden niet meer ingezet worden omdat de diesel te stroperig was geworden. De douches gaven op een gegeven moment ook geen warm water meer en mijn bus kreeg ik alleen aan de gang door met een hamer een klap op de startmotor te geven. Een Franse soldaat was doodgevroren tijdens de rit met hun tank vanuit Frankrijk. Het klinkt allemaal als een onwaarschijnlijke opsomming van sterke feiten, maar het is allemaal gebeurd.

Ook in Duitsland was mijn taak de overste rond te rijden naar de verschillende kazernes langs de Pantserweg en allerlei dorpjes in de buurt. Je moest vreselijk goed opletten op de betonnen rondweg bij het kruisen van zijwegen, want daar konden tanks oversteken en dan ben je met een VW-bus geen partij. De topsnelheid van een Leopard is ongeveer 70 kilometer per uur en weegt 74 ton! Het barstte van het wild, ondanks al het geschiet. Bij herhaling moest ik tijdens avondritten stoppen om reeën of herten voor de auto weg te jagen. Ze stonden dan gebiologeerd in het licht van de koplampen te staren. Het was best een ruige periode. Met de andere soldaten dronken we met enige regelmaat een flink biertje. Eén ochtend had ik zo’n vreselijke kater dat, toen de overste naar zijn afspraak ging in een of ander dorp, ik hem zei dat ik wel in de auto bleef wachten. Daar keek hij van op want de VW had nauwelijks verwarmingscapaciteit om de auto boven nul te houden. Maar ik hoopte dat ik van de vrieskou op zou knappen en zette zelfs mijn raampje open. Het werkte en na een uurtje was ik op miraculeuze wijze hersteld.

Bergen-Hohne ligt nog geen 10 kilometer hemelsbreed van het voormalige Naziconcentratiekamp Bergen-Belsen. Een excursie was voor ons verplichte kost. Het kamp in Bergen-Belsen was het eerste concentratiekamp wat werd bevrijd. Op 15 april 1945 trof het Britse leger een horror aan zoals nooit eerder aanschouwd. Men maakte films en foto’s van de bergen lijken die de kampbeheerders niet meer in de grond kwijt konden en meters hoog lagen opgestapeld door het kamp. In het herinneringscentrum waren de foto’s destijds levensgroot tentoongesteld. Allemachtig, het maakt op ons een verpletterende indruk. Hier zijn uiteindelijk 70.000 mensen gesneuveld, waaronder Anne Frank. Het kamp werd kort na de bevrijding met de grond gelijkgemaakt.


Een andere excursie was die naar de ‘Bundesgrenze’. Maar dan wel met die van Oost-Duitsland. Het duurde nog tien jaar voor de muur zou vallen en de Koude Oorlog was nog in volle gang. Het was niet zo luguber als Bergen-Belsen, maar ook een indrukwekkende ervaring. Wij beklommen een wachttoren waar we naar een wachttoren aan de andere kant, in het oosten, konden kijken. Op die laatste stonden de Stasi-militairen ons te bestuderen met verrekijkers en Russische machinegeweren in de aanslag. Er ging een raar soort dreiging van uit.


Over migraine zal ik nog eens een apart blog schrijven. Dat wordt ook weer een heel verhaal. Ik houd het hier kort. Mijn moeder had het, ik heb het, mijn zoon heeft het, mijn vrouw heeft het sinds de overgang en mijn zus is van tijd tot tijd ook aan de beurt. Dus niemand hoeft ons over deze aandoening iets wijs te maken. In mijn geval begon het geleidelijk in de pubertijd en beleefde ik het dieptepunt zo rond mijn veertigste. Meerdere malen ben ik in het ziekenhuis opgenomen omdat men dacht dat ik de pijp uit zou gaan. Na een gigantische migraineaanval gebeurde dat ook in 1979 in Duitsland tijdens de mobilisatieoefening. Mijn maten dachten dat mijn einde nabij was en met de militaire ambulance werd ik nagenoeg bewusteloos afgevoerd naar het Heidekreis-Klinikum (ziekenhuis) in het naburige Walsrode. Ik weet er niets meer van, maar na een paar dagen was ik weer het mannetje. Ik kreeg het advies een herkeuring aan te vragen. Kort daarna werd ik in Utrecht nogmaals gekeurd. Ik weet nog goed dat ik in de wachtkamer zat met een andere jongen die daar ook voor een herkeuring zat. Ik hield mij een beetje op de vlakte wat de reden van mijn herkeuring was en vroeg de jongen naar zijn verhaal. De dag ervoor was zijn eerste dag op de kazerne geweest. In de kantine besloot hij om in zijn blote kont de inboedel van de kantine dwars door de ruiten te mieteren. Tafels, stoelen, de hele rataplan. Hij hoopte op S5 en ik gaf hem een goede kans. Mijn keuringsgesprek duurde een kwartier en op 7 maart ontving ik een briefje waarin ik ‘wegens gebreken’ ongeschikt werd verklaard voor het verder vervullen van de militaire dienst.


Begin april, na acht maanden dienstplicht, stond ik weer bij mijn moeder voor de deur. Ik was er een beetje dubbel onder. Ik was blij met mijn nieuwe vrijheid maar had toch ook wel een zeer bijzonder avontuur achter de rug. Maar een nieuwe tijd brak aan: centjes verdienen én, vooral, de wereld bereizen!


Op maandag 22 augustus 1996 kwam er een einde aan 185 jaar dienstplicht. Dat heeft wat centen gekost, maar af en toe denk ik dat het wel eens goed zou zijn om die verwende lamlulletjes van nu eens even een jaartje te ‘resetten’.