Dat ‘hebben’ is een dingetje.
Maar daar kom ik straks nog even op terug. Het is in ieder geval zo dat Jack DeJohnette meespeelt op heel veel van mijn LP's, CD's en streaming albums. Ik denk dat hij in mijn verzameling daarmee wel één van de koplopers
is. Zonder dat ik mij daar erg nadrukkelijk bewust van was heb ik dus ontzettend
vaak naar hem geluisterd. Meer dan genoeg reden om bij zijn persoon en werk stil te staan. Helaas hebben we hem nooit live op zien treden, volgens mij. AI geeft aan dat DeJohnette tien keer op NSJ speelde. Niet waar ik bij was, voor zover ik mij kan herinneren. Ik laat mij echter graag corrigeren.
Jack DeJohnette, geboren op 9
augustus 1942 in Chicago, was een van de meest invloedrijke drummers en
componisten in de moderne jazz. 'Hij stond bekend om zijn technische beheersing
en zijn vermogen om traditie en vernieuwing te verenigen', praat ik een website na. 'Oorspronkelijk
opgeleid als pianist, stapte hij over op drums en ontwikkelde al vroeg een zeer
muzikale benadering van zijn instrument: hij behandelde het drumstel niet alleen
ritmisch, maar ook melodisch en klankmatig', van dezelfde website. Zijn doorbraak kwam eind jaren
zestig als lid van Miles Davis’ ‘electric’ band, zoals onder andere te horen op Bitches
Brew en Miles Davis at Fillmore.
Vanaf de jaren zeventig bouwde
hij verder aan zijn reputatie in eigen groepen (zoals Special Edition)
en als vaste drummer in Keith Jarrett’s Standards Trio. Dat was een van de
langstlopende en meest geliefde formaties in de jazzgeschiedenis die ik relatief
recent heb ontdekt. Nou ja, ontdekt, getipt door (wijlen) vriend J. Dat was een onbegrijpelijke ‘erreur importante’ van formaat. Maar ik heb
mij gerevancheerd want het Standards Trio luister ik bijna dagelijks en ontroert mij soms tot tranen. Echt waar. 'Geen dag
zonder Bach’ zeggen de liefhebbers. Ik zeg ‘no standard without Jarrett’. Geen perfect rijm, maar ik kon geen betere verzinnen.
Voor de volledigheid, het trio
bestond uit Keith Jarrett op piano, Jack DeJohnette op drums en Gary Peacock op
bas. Gary is in 2020 overleden en Keith is er nog, zij het gedeeltelijk verlamd aan zijn linkerzijde vanwege twee beroertes. Het is onwaarschijnlijk dat
hij ooit nog in het openbaar zal optreden. Voor de leken, Jarrett wordt beschouwd als één van de beste pianisten uit de geschiedenis. Zowel in jazz als klassiek. Zijn 'Köln Concert' is het best verkochte jazz album aller tijden.
Daarna schafte ik andere albums onder zijn naam (allemaal op ECM) aan die ik wél goed vond. Uiteraard ook samenwerkingen met anderen als gastmuzikant. Jack speelde mee op albums van artiesten met klinkende namen, zoals Carlos Santana, John Abercrombie, Pat Metheny, Herbie Hancock en vele anderen. Relatief recent, heb ik nog twee briljante albums aangeschaft: ‘In Movement’ met Ravi Coltrane (de zoon van) en ‘Blue Maqams’ van Anouar Brahem.
Drummers hebben een vitale rol in Jazz, dat is geen nieuws. Misschien is het wel zo dat als hun spel je niet nadrukkelijk opvalt dat het juist goed is. Er zijn drummers die mij wél opvallen door hun eigen stijl. Daar hoort Jack De Johnette niet bij. Ik zie, of zag, hem als een zeer ondersteunende, interactieve en zeer maatvaste drummer met een perfecte groove en timing, maar geen ‘lead’ drummer. Ik heb het aan AI gevraagd en dit was het antwoord: “De perceptie dat Jack DeJohnette meer een interactieve en ondersteunende drummer was dan een klassieke “lead”-drummer sluit goed aan bij hoe muzikanten en critici hem zien: als een uitzonderlijk creatieve, veelzijdige en subtiele drummer, die het collectieve spel naar een hoger niveau tilt, en zich zelden op de voorgrond dringt tenzij de muziek dat vraagt.” Nou, niet slecht voor een leek, toch?
DeJohnette wordt algemeen beschouwd als een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de bop-, fusion- en hedendaagse jazz. Hij is een van die musici die de jazz mede heeft vernieuwd zonder de traditie los te laten. Bovendien werd hij gezien als een warme, bescheiden en inspirerende figuur, die geliefd was bij collega’s en jongere generaties muzikanten.
Ik zou het nog even over muziek
‘hebben’. Dat was vroeger wel iets. We bouwden prachtige verzamelingen op van LP’s,
casettebandjes en later CD’s. Maar ja, wat moeten we er nu mee? Alles wat we bezitten,
materieel of immaterieel, is intrinsiek vergankelijk. Bezit bestaat in universeel
opzicht dus eigenlijk niet. Met het ouder worden raken we geleidelijk letterlijk
alles kwijt inclusief onze fysieke integriteit en, tenslotte, het einde. Heftige beschouwingen wellicht, maar van tijd tot
tijd voel ik dat zo als ik door mijn study kijk en al die honderden boeken, platen en CD’s
zie. Wat moet men er straks mee? Misschien vinden een paar exemplaren nog een
goeie plek. Maar de rest...



