Een daily driver dus, daar
begon ik hierboven mee. In Europa komt de term dus ook steeds vaker voor. Ik heb in de
vorige blogs aan mijn pensioen gerefereerd en mijn laatste daily driver, een mooie rode
Opel Corsa, heb ik alweer ingeleverd. Het is, tot nader order, mijn laatste auto geworden want voor het eerst
sinds 1975 heb ik geen daily driver ter beschikking meer. Dat klinkt voor
sommigen als een gewone vaststelling. Boeien… Maar het is voor mij een soort amputatie die mij wel wat doet. Dit blog zie ik eigenlijk als een symbolische, maar voorlopige (!), afsluiting van mijn leven als praktiserend dagelijks automobilist. Gelukkig staat er nog een Peugeot 1007
van J. op onze oprit, in geval van nood. Een totaal unieke en iconische auto die bovendien ook erg fijn rijdt. De enige auto in de historie met twee schuifdeuren voor chauffeur en bijrijder😀en elektronisch op afstand bedienbaar. Bovendien, in uitzonderlijk goede staat, bijna fabrieksnieuw!
Ik heb een onwaarschijnlijk aantal auto’s gereden. Elders in dit verhaal zal ik de merken en aantallen benoemen. Hoeveel kilometertjes? Mmm… educated guess? Minimaal 1,5 miljoen kilometer, 25 keer de aarde rond. In dit blog ga ik bij een aantal van mijn auto’s inhoudelijk stilstaan, een soort in memoriam. Ik heb dat eerder gedaan maar minder uitgebreid. Mogelijk val ik hier en daar in herhaling, alvast excuses daarvoor. Ik begin met wat historie alvorens ik de diverse heilige koeien uit mijn verleden ga voorstellen. Er zijn vast wel lezers die dat interessant vinden en ik vind het relevant.
WAT VOORAF GING
Mijn vriendje Derk Gerlof van de lagere school stak mij aan met het autovirus. De ‘lagere school’ was tot 1985 de voorganger van de huidige basisschool. Je begon op de kleuterschool als je 4 jaar oud was. Na twee klasjes ging je dan naar de lagere school, zes klassen, van 6 tot en met 12 jaar. Daarna begon het serieuze werk en dan ging je naar de ‘middelbare school’. MAVO, HAVO, VWO of Gymnasium. Gerlof’s ouders beheerden samen een goed lopend taleninstituut en waren ronduit bemiddeld. Zij gingen in de zomer met de auto naar de Italiaanse meren en in de winter skiën in Sankt Anton. Dat laatste zei mij niets, maar ik vond het indrukwekkend klinken als Gerlof er over vertelde. 'Derk' in zijn naam werd met het ouder worden overigens achterwege gelaten. Ik kwam regelmatig bij Gerlof thuis en vergaapte mij aan hun huis, spullen en auto’s. Ze hadden meerdere BMW’s, wat een prachtige auto’s! Zijn vader had er een, maar zijn moeder ook, een rode! Gerlof kon ook heel mooi auto’s tekenen en die kunst nam ik van hem over en zo ontstond mijn passie voor auto’s. Ik schreef er hier eerder over. Gerlof was een intelligente jongen. Ik kon niet aan hem tippen en hij verdween na de zesde klas naar het Gymnasium. Met vlag en wimpel. Gerlof leeft niet meer. Ik lees op internet dat hij een zeer geliefde huisarts was. Ach, triest, hij was echt een superaardige, opgewekte en beschaafde jongen. Zijn broer werd dealer van BMW-auto’s in Hilversum.
Het leren autorijden ging bij
mij niet zonder slag of stoot. Mijn vader overleed in 1974 toen ik nog geen drie maanden zeventien was. Kort daarna nam
papa H., de vader van boezemvriend RH, het initiatief om mij auto te leren rijden in de auto van zijn vrouw, 'moeder Ank' in de volksmond. Dat lesgeven had hij bij zijn zoons ook gedaan en het was natuurlijk geweldig dat ik ook die gelegenheid kreeg. Maar ik was geen snelle leerling. De VW
Kever van Ank hielp ook niet met zijn hoog aangrijpende koppeling, een versnellingspook
van een halve meter lang en een rampzalige besturing. Bij een Kever kon je het stuur
makkelijk 20 centimeter van links naar rechts sturen, dan
bleef hij gewoon rechtuitrijden, haha. Ik ben nooit snel met leren geweest, ik moest de kunstjes van het leven conditioneren. Maar, al zeg ik het zelf, dan bekwaamde ik mij wel gedegen. Practice makes perfect! Dankzij de training van Pa H. haalde ik mijn
rijbewijs na tien officiële lessen.
De eerste dag dat ik mijn
rijbewijs had kwam vriend CH langs en overhandigde mij de sleutels van zijn
Ford 12M. Ik keek hem vragend aan. “We gaan naar Utrecht”. Ik durfde eigenlijk
niet, maar ik had niets te vertellen. Ik moest even aan de stuurversnelling van
de Ford wennen en toen ging het eigenlijk prima en stuurde ik na een klein uurtje trots door het centrum van Utrecht! Vanaf dat moment kon ik vaak
mijn moeders auto gebruiken. Zij reed liever niet dan wel. Dat had vooral te
maken met haar totaal ontbrekende talent voor het besturen van een auto. Veel
respect voor haar, want zij pakte de draad van het leven na het vroege
overlijden van mijn vader snel op. Daar hoorde onafhankelijkheid bij en dus een
rijbewijs. Dat haalde zij na een flink aantal keren afrijden, maar ze was
gewoon een gevaar op de weg. Niet erg aardig om te zeggen, maar het was zoals
het was. Samen met mijn zus hielden we echt iedere keer ons hart vast als ze
achter het stuur kroop. Het is ook een paar keer flink misgegaan. Maar gelukkig besloot ze na enkele jaren te
stoppen met autorijden. Ik woonde nog thuis en ik had het auto-rijk min of meer
alleen. Ik mocht mijn moeders auto gebruiken zo vaak ik wilde, dat was
natuurlijk ontzettend lief. Ik gebruikte haar auto’s, opeenvolgend twee Opel
Kadetten, voor mijn werk maar ook voor vakanties met vrienden naar Frankrijk,
Zwitserland en dergelijke. Geweldig toch? Ik had daardoor al vroeg best wat rijervaring.
In 1979 haalde ik mijn
vrachtwagenrijbewijs in Militaire Dienst en eenmaal ‘paraat’ werd ik chauffeur
in mijn eigen VW bus met 100 pk en ploegde regelmatig door militair oefenterrein. Tot aan de dag van vandaag sta ik vaak klaar
om J. en anderen ergens naar toe te brengen met de auto. Het leverde mij bij
sommigen de titel ‘de chauffeur’ op. Tijdens een reis door het westen van de
Verenigde Staten met H. en R., tikten we 7.500 kilometer af. We begonnen in
L.A. en verdwenen daarna voor een wekenlange tocht door de woeste landschappen
in het wilde westen. Dat alles met een Plymouth Volare station met 6 cilinders
en een automaat. H. en ik wisselden elkaar achter het stuur af en deden zo een
mooi stuk ervaring op.
MIJN HEILIGE KOEIEN
Ik heb, geheel in mijn licht autistische stijl,
de auto’s met bijbehorende gegevens keurig bijgehouden in een database. Allemaal. Vanaf 1975, geen een
uitgezonderd! De auto’s van mijn moeder waar ik ook in reed laat ik in dit blog
buiten beschouwing, evenals de auto’s die ik deelde met J. Het gaat hier dus
voor 100% om mijn auto’s, degene die ik reed. De auto’s waren eigendom, private
lease of ‘van de zaak’. In dat laatste geval was de auto meestal van een leasemaatschappij of soms daadwerkelijk eigendom van de werkgever. Een enkele keer had ik even geen auto en dan deelden J.
en ik er een, die noem ik hier ook niet. Ik
laat hierna een beperkt aantal van die auto’s de revue passeren, ter lering ende vermaak. Van
die selectie heb ik bij elke auto een (heel) kort profiel opgesteld met,
uiteraard, een klein verhaaltje erbij. Daar gaat dit blog tenslotte om. Maar ik denk dat de tekst hierna vooral leuk is voor generatiegenoten (Babyboomers, Generatie X-ers) en lezers die geïnteresseerd zijn in auto's.
OPEL KADETT 1.3S | 2D
HATCHBACK | 1981
4 cilinder benzine – 4
versnellingen - 1300 CC – 75 pk
Vmax: 158 km/uur – 0-100: 13,5
seconden
Mijn eerste echte auto! Ik had
geld geërfd en het brandde in mijn zak om mijn eigen wielen aan te schaffen. Ik
was 24 en kocht gelijk een nieuwe auto. Tweedehands zat niet in onze
familiecultuur. Was dit slim? Mmm… nee. Maar, de Kadett die ik bestelde was een
hele mooie, dat dan weer wel. Heel Nederland reed een Kadett, maar niemand had
er één met deze specs: lichtmetalen wielen met ‘brede’ Michelins, groen getint glas met
‘rookband’, prachtige blauwe metallic lak met transparante toplaag, zilveren striping, verchroomde
uitlaat, leren driespaaks sportstuur, toerenteller, speciale bekleding, hoofdsteunen op de voorstoelen, stereoset met cassettespeler, enzovoort. De Kadett van mijn moeder moest het met 55 pk doen.
Mijn Kadett had er 20 meer en voelde ronduit snel aan. 170 op de teller was
geen probleem. 0-100 deed de Kadett twee seconden sneller dan de fabrieksopgave volgens een test in Auto Motor und Sport. Ronduit een snelle auto voor die tijd. Ik was echt trots op mijn aanwinst. Toch verkocht ik hem een jaar
later. Uiteraard met het nodige verlies. Het deed wel pijn, maar er moesten
keuzes worden gemaakt. Ik had namelijk een nieuw project voor ogen: een (halve)
wereldreis! De opbrengsten van de Kadett moesten garant staan voor de
financiering. Het bleek de beste investering van mijn leven.
Ik vind deze Kadett nog steeds mooi en de herinneringen zijn zeer levendig. Natuurlijk ook vanwege de associatie met mijn grote reis. Ik vond het design van veel Opels in de basis meestal goed en mooi geproportioneerd. Ook de Kadett. Weinigen waren dat destijds met mij eens tot ze mijn auto zagen, “Wat? Is dat een Kadett? Serieus? Mooie auto!” 😊 Dan was ik zo trots als een pauw.
FORD TAUNUS 1.6 TURNIER | STATION | 1980
4 cilinder benzine – automaat – 1600 cc – 73 pk
Vmax: 152 km/uur – 0-100: 14,5 seconden
Na mijn eerste leaseauto van
de baas en het wisselen van baan zat ik even ‘in between cars’. Ik kocht van
een ex-collega deze Ford. Het werd een favoriet. Het was eigenlijk een soort
gekrompen versie van onze Plymouth die we in de States hadden gereden en reed
vergelijkbaar. Eigenlijk best een soort grote bak voor Europese begrippen. Een
bank voorin met plastic nepleer, een automaat met keuzehendel aan het stuur en
een laadbak van hier tot Tokyo. Vette bak gewoon, heerlijke auto en reed net zo
makkelijk als de Volare.
FORD SIERRA 1.8 LASER | 5D HATCHBACK |1986
4 cilinder benzine – 4
versnellingen – 1800 cc – 90 pk
Vmax: 178 km/uur – 0-100: 11,2
seconden
CITROEN BX 16 TRS | 5D HATCHBACK | 1988
4 cilinder benzine – 4 versnellingen – 1600 cc – 94 pk
Vmax: 170 km/uur – 0-100: 13,8 seconden
Citroën was nooit een
lieveling van het autojournaille, de fenomenale historie en technologische
vernieuwingen van het merk ten spijt. Houtje-touwtje auto’s en op de Franse
slag in elkaar geschroefd, dat was de algemene teneur. Ik heb twee BX-en
gereden, allebei waren ze eigendom. De eerste was inderdaad een beetje een flut
auto, maar de knalrode was van de tweede BX-generatie en vond ik geweldig. Veel
betere bouwkwaliteit, vernieuwd en moderner uiterlijk, een stuk krachtiger en
veel strakker en mooier interieur. Ik vond het best een fijne en authentieke auto. Het onderstel van de BX-en was geweldig en zeer comfortabel. In de winter ploegden deze auto's overal doorheen. Na de BX nam
ik weer een leaseauto in gebruik. Met stalen veren. Bij de eerste de beste
diepe kuil werd ik bijna gelanceerd. Ik schrok me wezenloos. Zo jammer dat
Citroën de hydropneumatische technologie niet meer toepast. Deze tweede generatie BX was
echt een hele fijne kar waarvan in de praktijk bleek dat ze best betrouwbaar
waren.
FORD MONDEO 1.8 BUSINESS EDITION | 5D HATCHBACK
| 1996
4 cilinder benzine – 4
versnellingen – 1800 cc – 116 pk
Vmax: 179 km/uur – 0-100: 13,8
seconden
Maar ik vond ook deze Ford geen uitblinker, hoe mooi en luxe dan ook. Na een paar maanden had ik op mijn werk een kandidaat gevonden die stantepede aan de slag moest bij ECT in Trieste in Italië. We hadden zo snel geen andere auto voor hem en ik offerde mijn Ford op. Ik mocht daardoor een nieuwe Toyota Avensis bestellen. Wat een tijden he? Wat een luxe! De Avensis was echt een (heel) veel betere auto. Maar de Mondeo had wel een bepaalde chique uitstraling over zich die de Japanner weer niet had.
MITSUBISHI CARISMA 1.8 GDI
ELEGANCE | 5D HATCHBACK | 1999
4 cilinder benzine – 5
versnellingen – 1834 cc – 125 pk
Vmax: 200 km/uur – 0-100: 10,4
seconden
De Carisma vond ik ook echt een heel fijne en goede auto. Deze Mitsubishi werd in Nederland gebouwd bij NedCar in Born. Journalisten waren niet erg enthousiast over deze auto en het grote publiek vond hem oubollig. Maar ook de eerste versie verkocht best goed in Nederland, want niet duur 😅. Dan heb je ons volkje bij de taas. Ik reed de vernieuwde tweede versie en dat was toch andere koek. Een strakkere jas en eigenlijk best een elegante auto. Bij car design gaat het vooral om juiste verhoudingen, proporties en kleur. Vanuit dat licht bezien moesten er nog een paar aanpassingen worden gedaan op mijn verzoek. Bij de typegoedkeuring waren 16 inch wielen officieel niet toegestaan. Maar met een lagere wang van de banden pasten die wielen wél. Dat lukte! De wielkasten waren zo beter gevuld en het stond echt super. De policy van de werkgever was dat alle 'company' auto's grijs metallic waren, de bedrijfskleur. Mitsubishi had een prachtige en speciale zilveren kleur. Die bleek lastig te krijgen, maar dat lukte ook. Het was dus formeel geen grijs metallic! Ik vind het allemaal essentiële basiszaken: een auto heeft gewoon een goeie kleur nodig en de juiste wielen, zoals een mens groeit met mooie kleding en stijlvolle schoenen. Wij gaan dus NIET rondlopen op sandalen of badslippers he? Gloeiende, gloeiende 😡.
De Mitsubishi reed heerlijk soepel
en makkelijk. De motor liep veel mooier en stiller dan al die enigszins
achterhaalde en rumoerige Europese 4-cilinders. Het interieur was mooi
afgewerkt met (nep) hout, zacht leer en een schitterend Nardo sportstuur van (echt)
hout en leer. Gewoon een dikke auto met prachtige proporties. Zie de foto
hieronder. Dit was en is toch nog steeds een hele mooie auto? Destijds was ik echt de enige met zo'n gelikte versie van de Carisma. Ook deze auto is volledig verdwenen van onze wegen.
Zoals wel vaker worden sommige auto’s na jaren door de autojournalisten nog eens aan de tand gevoeld. In het geval van de Carisma merkte men pas achteraf dat het eigenlijke een hele fijne auto het was. Nou ja, ‘merken’, ik vroeg mij wel eens af wat de lobby-kracht was van de grote automerken om hun auto’s als beste uit testen te doen komen in de autotijdschriften. De merken met wat minder budget visten dan naast het net en kregen pas na jaren ere wie ere toekomt. Maar misschien is dat te 'wappie'.
SEAT TOLEDO 1.9 TDI 81 kW SIGNO | 4D SEDAN |
2000
4 cilinder diesel – 5
versnellingen – 1900 cc – 145 pk
Vmax: 205 km/uur – 0-100: 8,2
seconden
Wauw, een andere favoriet. Wat
mij betreft een super ontwerp van de wereldberoemde Giorgetto Giugiaro. Net als
de Mitsubishi perfect geproportioneerd. Ik had een nieuwe baan en ik mocht
gelijk een nieuwe auto uitzoeken. Het werd de Seat Toledo. Grote verbazing bij
de nieuwe collega’s. ”Je kunt gewoon een Audi bestellen he?”. De 2e generatie
van de Toledo was net uit en geen mens had hem nog gezien. De collega’s piepten
wel even anders toen ze mijn supermooie Seat zagen. Voor veel minder bijtelling
per maand reed ik een technisch identieke en belangrijk mooiere auto als mijn
collega’s. Mijn Seat was nota bene bij Volkswagen gebouwd. Een collega reed een
VW Bora en die was in Bratislava bij Skoda in elkaar gezet. Baalde die van,
hahaha. Ik had een jonge-hond collega, ‘Ed’, die net een nieuwe lease-VW Golf
TDI had besteld met 150 pk. Een onvoorstelbaar snelle auto. Wij ‘teamden’ heel
goed. We besloten onze auto’s te laten tunen met VAG goedgekeurde software.
Mijn auto kreeg 145 pk en die van Ed 180 pk. De voorwielen van mijn auto
sloegen zelfs in de derde versnelling nog door. De Toledo reed als een jonge
hond die steeds wild aan de lijn trekt. We lieten ook nog ieder een Becker
navigatiesysteem installeren, met pijltjes. Ik had een geweldige baan en een
geweldige auto. Vanwege terugval van opdrachten moest ik vertrekken en de auto
na drie jaar inleveren. Oei, dat deed pijn. Ik vind het nog steeds onbegrijpelijk dat Volkswagen destijds koos om één van hun budgetmerken de 'by far' mooiste auto van het concern in het programma te laten nemen. Heel erg vreemd.
BMW 530D [E39] | 4D SEDAN |
1998
6 cilinder diesel – automaat –
2926 cc – 184 pk
Vmax: 225 km/uur – 0-100: 8,4
seconden
Nieuwe job, maar geen nieuwe
‘wielen’. Mijn ex-collega en nieuwe werkgever had twee BMW 5-series. Eén op zijn oprit om de
bijtelling te omzeilen en één als daily driver. Hij reed een nieuwe 535D [E60]
en ik kreeg de oudere 530D [E39]. We verzonnen een slimme huurconstructie zodat ik
fiscaal niet aanspreekbaar was. Deze 5-serie was echt een heerlijke auto. Uitgerust met misschien wel één van de beste 6-cilinder dieselmotoren ooit. Wat
een comfort en wat een superieure prestaties. Ik had al ervaring met een BMW
520i [E34] van J.’s oom waar ik in
Nederland en Italië diverse keren mee had gereden. Die had een 6-cilinder benzinemotor en
reed ook heerlijk. Maar ‘mijn’ diesel had een koppel waarmee je een volwassen eik
uit de grond kon trekken en waardoor je altijd kracht over had. Dat rijdt heel ontspannen. Na een jaar besloot A. dat ik een nieuwe auto mocht
bestellen. De BMW was geen lang leven beschoren, baasje A. reed hem zelf kort. Zijn schuld. Zonde.
SKODA OCTAVIA 2.0 TDI ELEGANCE
| 5D HATCHBACK | 2006
4 cilinder diesel – 6
versnellingen – 2000 cc – 140 pk
Vmax: 209 km/uur – 0-100: 9,6
seconden
De Skoda was ook een kanjer. Nog meer dan bij de Seat vroeg men zich af
waarom ik geen VW of Audi koos. Een Skoda, dat was toch een voormalige Oostblok auto? Wist men veel, met name de tweede serie Octavia's waren de eerste 100% VAG-producten. Lees: Volkswagens. Ze werden gebouwd bij VAG/Skoda in Mladá Boleslav in Tsjechië. Ik vond deze auto mooier dan een VW en hij was substantieel goedkoper en toch met alles er op en er aan.
Ik overwoog nog te chippen maar deze Skoda was los, niet normaal. Net als de Seat een woeste baas. De enige
‘eigen’ auto waarvan ik ooit 230 op de teller zag verschijnen. Mijn werkgever reed een BMW 535D die gechipt was. Geloof het of niet, bij het stoplicht reed ik tot ± 80 km/uur de Beamer er uit, hahaha. De oersterke VAG diesels
met pompverstuiverinjectie stonden
garant voor grote prestaties maar ook een bak herrie. Vooral met koude motor.
De buren hebben het er nog over. Op de snelweg verdween dat geluid gelukkig als
je wat harder reed. De tweede dag dat ik de Octavia had reden we in in
Oostenrijk lek op de Autobahn. Daarna kreeg ik tijdens de looptijd nog drie
lekke banden. Ook een turbocompressor gaf een keer de geest, een bodemplaat
scheurde af bij 200+ en een voorruit barstte. De Octavia kwam dus niet helemaal zonder
kleerscheuren uit de strijd, maar het was toch één van mijn favoriete auto's. Behalve de geluidproductie, deed deze 'Volkswagen' eigenlijk alles bizar goed.
RENAULT CLIO ESTATE 1.5 DCI NIGHT & DAY |
STATION | 2015
4 cilinder diesel – 5
versnellingen – 1461 cc – 90 pk
Vmax: 189 km/uur – 0-100: 12,1
seconden
Ik ben niet van de MPV’s, SUV’s en dergelijke. Ook niet van de stationwagens, uitzonderingen daargelaten. Ik doel alleen op de vormgeving dan. Voor mij is een ‘mooie’ auto gewoon een sedan, een hatchback, een cabriolet of een echte sportwagen. De zoon van één van mijn beste vrienden is ook van mijn 'school'. Hij plaagt zijn vader altijd met zijn stationwagen. 'Ben je met je busje' zegt hij als pa met zijn station aan komt rijden. Hahaha. Maar er zijn uitzonderlingen. Zo heb ik ooit een uitgebreide review in Autoweek geschreven over de Renault Clio Estate. Ik prijs daarin onder andere zijn briljante vormgeving. De combinatie van design met de praktische inzetbaarheid van de Clio Estate maakte het tot een unieke auto. Geen 'gewone' auto met een vierkante klomp achterop dus, maar een super vloeiend en elegant getekend model.
Het is verleden tijd, de Clio Estate is niet meer. Er
is sowieso geen stationwagen meer in het B-segment. U zult het moeten doen met een
B-SUV en dan mag u de portemonnee trekken die zijn gewoon 10.000,- duurder dan
de Clio Estate. Maar dan rijdt u in een 'busje'. Nee, dat is wel duidelijk, de Clio Estate krijgt van mij de hoogste prijs voor design. O ja, hij reed ook nog eens ronduit fantastisch. Deze eerste versie van generatie Clio Phase IV was een stuurmansauto van de eerste orde, een echte 'rijdersauto' zoals de journalisten dat noemden. 100% mee eens. Geen auto die zo geweldig reed door de Eifel, Ardennen of Alpen. Als kers op de taart was de dieselmotor ook nog eens een staaltje van rust en prestatiedrang zoals geen andere auto in deze klasse. De hierboven genoemde cijfers voor acceleratie slaan dus echt nergens op.
VOLVO V60 D6 AWD PLUGIN-HYBRID R-DESIGN |
STATION | 2014
5 cilinder diesel +
elektromotor – automaat – 2400 cc – 280 pk
Vmax: 230 km/uur – 0-100: 6,1
seconden
Dit was ‘m wel, het summum, één van de hoogtepunten van mijn automobiele bestaan. Ik schreef eerder in een blog en in een review in Autoweek over deze auto:
HYPERLINK: VOLVO V60 D6
Eigenlijk staat alles daar wel
in wat ik over deze auto te zeggen had en heb. Vooral in het Autoweek artikel.
Ik laat het daarom hierbij. Maar, wat een superbak! Bedankt Andy (R.I.P.)
VOLKSWAGEN e-GOLF | 5D
HATCHBACK | 2019
100 kW elektromotor
Vmax: 150 km/uur – 0-100: 9,6
seconden
Met deze Golf was voor mij de
nieuwe tijd van autorijden gearriveerd. Next level. Wat een fantastische auto.
Verguisd werden ze, die elektrische auto’s, net als de e-bikes. Nog steeds
trouwens en ik vind dat niet terecht. Het zijn natuurlijk de echte liefhebbers
die uitlaten willen horen knallen. Begrijp ik, maar ik was toch wel héél snel ‘om’.
Dat ongelofelijke comfort, de stilte, de onwaarschijnlijke acceleratie, het was
echt fantastisch. Tijdens de eerste woon-werk rit stond ik bij een verkeerslicht en ik hoorde links van mij het donkere uitlaatgebrom van een AMG Mercedes. Mét fout ventje. Het laat zich raden natuurlijk: voordat ventje zijn gaspedaal had gevonden had de elektronica mijn Golf al uit zicht gelanceerd. Ik zat echt te gieren van de lach. Leuk! Kinderachtig? Ja, reken maar van yes 😁😂
De Golf had een uitrusting zoals ik nooit had
meegemaakt. Alles wat een mens kan verzinnen zat erop. Thuis op de bank in de
avond alvast de airco of verwarming voor de volgende ochtend op de app
programmeren? Geen probleem. Doe ook de verwarming van stoelen en het stuur maar, hahaha. Dit was bovendien een Golf van de ouderwetse soort. Schitterend
afgewerkt en onverwoestbare kwaliteit. Onderstel heel erg comfortabel, sturen super en
ergonomie absolute wereldtop. Jammer van de verkeerde wielen en kleur. J. was er ook helemaal gek van “wat rijdt dat
ongelofelijk lekker”. Nadelen? In lange bochten, zoals op- en afritten bij de snelweg, is de e-Golf wat te veel onderstuurd. Dat is uiteraard vanwege de zware accu's. Een actieradius van 200 kilometer is natuurlijk waardeloos. De praktijk is minder want je rijdt natuurlijk nooit 'leeg'. Voor woon-werk en boodschapjes prima, maar verder... Voor onze vakantie naar Zwitserland en Italië namen
we J.’s Opel Karl want dat was met de e-Golf niet te doen. Dan had ik onderweg tien keer moeten laden. Ik zag er een beetje tegenop, maar het ging van een
leien dakje trouwens met ‘Kareltje’...
OPEL KARL 120 1.0 EDITION | 5D HATCHBACK | 2019
3 cilinder benzine – 5
versnellingen – 999 cc – 75 pk
Vmax: 170 km/uur – 0-100: 13,9
seconden
Het is heel even J.’s auto geweest
maar vanwege een nieuwe baan zonder leaseauto nam ik hem al snel onder mijn hoede en de Opel Karl werd voor jaren mijn daily driver. Sterker, ik heb nooit langer gereden met een auto als dit Opeltje. Voor J. hadden we een Peugeot 1007 mét automaat gekocht want ze kon vanwege heupproblemen geen koppeling meer bedienen. Het was haar tweede 1007 trouwens. De Opel Karl werd door GM geassembleerd in
Changwon, Zuid-Korea. In de UK en Ierland werd het wagentje verkocht als Vauxhall Viva en in Azië als Chevrolet Spark. De Karl is met groot gemak de winnaar van de prijs-kwaliteit
wedstrijd van al mijn 52 auto's. Ik heb in 5 jaar en 85.000 kilometer geen rammeltje gehoord en twee
halogeenlampjes moeten vervangen. Dat was alles. Een autootje met de
kwaliteiten van een middenklasse auto: stil, comfortabel en ronduit snel. De Karl scoorde op een rollenbanktest bijna 95 pk, bijna 25% meer dan de fabrieksopgave! Het zat dus wederom weer goed met de prestaties. Wat dat betreft had ik vaak geluk. Ik heb er met buitengewoon veel plezier in gereden. Bovendien vond ik het oprecht een mooie auto; het oog wil tenslotte ook wat. Het deed mij pijn om mijn maatje weer in te leveren.
OVERIGE OPMERKINGEN & TOELICHTINGEN
- Samen met J., heb ik 65 auto’s gereden/in beheer gehad. Als ik kijk naar de auto’s waarin ik alleen reed dan kom ik op 53 stuks.
- Welke merken heb ik gereden? BMW, Citroen, Fiat, Ford, Honda, Mazda, Mercedes, Mitsubishi, Opel, Peugeot, Renault, Seat, Skoda, Suzuki, Toyota, Volvo, Volkswagen. Het zijn de merken die ik heb gereden in mijn rol als lease-rijder of als (mede-) eigenaar.
- Opels hebben we het vaakst gereden, vijftien keer. Ik heb één keer een Mazda gereden en slechts één maand. Dat was een CX-3. Een zogenaamde voorloopwagen, maar een erg fijne auto.
- Opvallend afwezige merken zijn Alfa Romeo en Audi, echte liefhebbers automobielen en bijna pijnlijk dat we die nooit hebben mogen rijden.
- Ik heb ooit met een Alfa Romeo proefgereden. Een 155. Dat reed echt fantastisch. Maar op de snelweg ging het mis want daar begon de auto plotseling een bak herrie te maken, niet normaal. Ik was met J. en die keek mij aan met d’r hand voor d’r mond. “Heb je ‘m nou kapotgereden? Nee toch?” De verkoper zei dat er niks aan de hand was. “Dat is de Alfa sound mijnheer”. Dusss… Ik bestelde een paar dagen later een Volvo 440 1.8 DL. Een fijne en vooral stille (..) auto.
- Audi, het is er ook nooit van gekomen. Opmerkelijk, mooie auto’s die mij wel passen, vind ik. Erg jammer dat 'de grote Duitse drie' (Audi, BMW, Mercedes) meer en meer worden bevolkt door mensen van twijfelachtig allooi.
- Voor degenen die het proces leaseauto van de zaak niet goed kennen: een leaseauto uitzoeken is geweldig maar dat lukt niet altijd. Zeker als het een grote werkgever is dan hebben die een leasevloot, zoals dat heet, en dan staat er altijd wel ergens een auto stil omdat de berijder uit dienst is gegaan. Of om andere redenen. Procedure is dat je dan eerst zo'n stilstaande auto naar het einde van zijn contractduur rijdt en dan mag je pas daarna een auto van je voorkeur kiezen. Meestal zijn er dan een aantal merken en types waaruit je een keuze mag maken. Van de leasewagens die ik in dit blog presenteer heb ik er drie zelf uit mogen kiezen.
- Ik heb in de meeste Europese landen gereden, inclusief Madeira, de Canarische eilanden en de Britse Eilanden. Daarnaast in de Verenigde Staten van Amerika, Israël en Australië. De 'overzeese' auto's waren huurauto's of van vrienden. Daar kan ik ook een blog over schrijven. Doe ik niet, wees maar niet bang. Ik vind het wel leuk de meest unieke auto aan te halen die ik ooit reed. Ik vermoed dat niemand die dit blog leest ooit van de auto heeft gehoord. Laat staan gereden. De auto was van vriend Keith Shepard. Ik had Keith ergens gedurende mijn reis door Down Under ontmoet en het klikte gelijk tussen ons. Jammer dat ik geen 'selfie' heb of een andere leuke foto van ons in die auto. Het is een Holden HR Premier van 1967 waar Keith een jaar mee door Australië reed en overal een tijdje bleef wonen. Ik mocht een paar keer in zijn Holden rijden, erg leuk. Ik heb de auto gelukkig nog wel een beetje op de gevoelige plaat. Op de foto is de auto rood omcirkeld. Hij staat voor ons hostel in Cairns, 123 Esplanade. Cairns licht in het Noorden van Queensland. Die sfeervolle koloniale bouw is er niet meer. Holden was een Australische autobouwer onder het GM concern en bestaat helaas niet meer.
- De technische gegevens van mijn auto’s zijn fabrieksgegevens zoals die op de website van Autoweek staan. Met name het opgegeven prestatieniveau van de auto’s is vaak niet conform de werkelijkheid. Dat heeft niet altijd met mijn zware voeten te maken maar de voorzichtige, lees te lage, opgaves van de fabrikanten. Die willen geen gezeur achteraf dat ze onvoldoende paardenkrachten of newtonmeters zouden 'leveren'. Ik zag onlangs een rollenbanktest van een Alfa (Stellantis versie; dus Opel-Peugeot-techniek) die vanuit de fabriek 101 pk zou moeten opleveren. Het werden er 122, een ongelofelijk verschil.
- Beste jongetje van de klas? Als ik nu een auto mocht kiezen uit die 53 stuks en gratis gaan rijden? Dan zijn dat er twee. De Volvo V60 vanwege het comfort, het ontspannen karakter, de prestaties, correcte status en uitstraling en de algehele en tijdloze styling, nog steeds. O ja, en de stoelen natuurlijk, geweldig! De andere is de e-Golf omdat gewoon de beste auto is van allemaal. Behalve de actieradius dan...
EN NU?
Ja, met de fiets he? Een daily driver zit er voor mij tot nader order niet meer in. Ja, mijn QWIC E-bike uiteraard. Maar op vier wielen, als het nodig is, hebben we uiteraard J.’s auto nog, de wonderlijke en briljante Peugeot 1007. Misschien huur ik af en toe eens een aardige auto, omdat het kan. Wie zal het zeggen? Maar voor nu is het goed. Ik heb genoten van al die heilige koeien.



















